Vijftien trainerswissels op 24 clubs, waar zijn alle rooskleurige verwachtingen die in het begin van deze competitie overal werden geformuleerd, een schreeuw om continuïteit en stabiliteit, een verlangen naar mooi voetbal? Telkens weer wordt alles opgeofferd op het altaar van de kortzichtigheid en worden fundamenten afgebroken en weer opgetrokken, zonder goed te weten welk cement er daarvoor zal worden gebruikt. Zouden bestuurders daaraan denken, onder de kerstboom, in de warmte van het gezin, terwijl ze aanschuiven voor een delicieus gerecht? Elk jaar opnieuw stel je op de grens tussen oud en nieuw dezelfde vragen.
...

Vijftien trainerswissels op 24 clubs, waar zijn alle rooskleurige verwachtingen die in het begin van deze competitie overal werden geformuleerd, een schreeuw om continuïteit en stabiliteit, een verlangen naar mooi voetbal? Telkens weer wordt alles opgeofferd op het altaar van de kortzichtigheid en worden fundamenten afgebroken en weer opgetrokken, zonder goed te weten welk cement er daarvoor zal worden gebruikt. Zouden bestuurders daaraan denken, onder de kerstboom, in de warmte van het gezin, terwijl ze aanschuiven voor een delicieus gerecht? Elk jaar opnieuw stel je op de grens tussen oud en nieuw dezelfde vragen. Maar steeds weer vervalt de voetbalwereld in oude kwalen. Ook nu. Aan de saga tussen RC Genk en Philippe Clement moet inmiddels een einde zijn gekomen, veel trainers die als kroonprinsen werden beschouwd hebben in hun carrière al te vroeg een stap hogerop gezet. Als ook Clement dat heeft gedaan botst dat met zijn imago van integriteit. En toont dat nog maar eens dat er in dit wereldje geen normen en waarden meer zijn, met welke clausules je ook zwaait. Of trainerswissels echt zoveel effect hebben, is nog maar de vraag. Doorgaans zorgen ze ervoor dat spelers scherper zijn omdat ze zich plots opnieuw moeten bewijzen. Je zag het bijvoorbeeld bij STVV waar Jonas De Roeck op een verfrissende manier zijn intrede niet miste, maar intussen wordt geconfronteerd met de beperkte kwaliteit van de groep. Mirakels kunnen trainers niet verrichten. Voor een nieuwe beleving leek aanvankelijk ook Adnan Custovic bij KV Oostende te zorgen. Dat effect is intussen weg. En brengt Lokeren nu onder Peter Maes de prestaties die werden verwacht? Of KV Mechelen onder Aleksandar Jankovic? En voor welke meerwaarde zorgt Claude Makélélé bij Eupen? Opmerkelijk knap is wel de aanpak van Glen De Boeck bij KV Kortrijk die de ploeg met een duidelijk systeem en aanvallend voetbal reanimeerde. Maar oordelen kan je ook hier pas op termijn. Trainers zijn niet meer dan schakels in een geheel. Afhankelijk van het materiaal. Ze kunnen, als ze in de loop van het seizoen arriveren, hooguit proberen andere accenten te leggen. En ze hebben vooral effect als de spelersgroep hun voorganger beu was die verstikkend werkte. Dat toont Yves Vanderhaeghe nu bij AA Gent, de pijnlijke bekeruitschakeling ten spijt. Intussen probeert Hein Vanhaezebrouck verbeten Anderlecht op zijn kompas te laten varen. Beschaamd was hij zondag na de pandoering op Club Brugge en net zoals bij AA Gent spaart Vanhaezebrouck zijn spelers niet ten aanzien van de media. De weg naar het definitieve herstel zal nog even duren in het Astridpark waar de mentale broosheid van de ploeg frappeert en er naast kwaliteit ook nood is aan mentaliteit en leiderschap. In schril contrast daarmee staat het spel van Club Brugge. Ook daar waren vele spelers uitgekeken op de extreem veeleisende Michel Preud'homme. Heel slim heeft Ivan Leko de ploeg naar zijn hand gezet. Met de waarden die bij Club Brugge horen. Leko, in zijn actieve periode vooral een salonvoetballer, pikt het niet dat een speler zich boven het belang van de ploeg zet. Hij kijkt niet naar namen en is zeer duidelijk in zijn communicatie. Het levert in de competitie een verbluffend parcours op: na negentien wedstrijden telt Club tien punten meer dan vorig seizoen en het scoorde twaalf keer meer. Met een vast systeem en een minimum aan wissels.