Lang verzweeg Verstraete, tot in april eigenlijk, dat hij vorig seizoen uit zijn linkeroog amper wat zag. Een trombose was de oorzaak. Dat vrat aan hem, in die mate zelfs dat Ivan Leko hem in het najaar een maand met vakantie stuurde, toen hij hem op een gegeven moment eerlijk zei dat hij niet klaar was om te voetballen, hoewel hij ogenschijnlijk fit was. In het gewone werknemersleven noemen ze dat een burn-out. Wankelend balanceerde hij op die rand. 'Achteraf bekeken had ik dat eerder naar buiten moeten brengen, maar ik ben ook een beetje een binnenvetter, niet zo expressief naast het veld, in tegenstelling tot wat je zou denken. De kinesisten wisten van mijn probleem, de dokters ook, en 'boven' ook, maar in de kleedkamer wisten heel veel spelers nergens van. Ik wilde het niet gebruiken als excuus, snap je. Nu alles weer in orde is en ik weet dat ik terug mijn oude niveau kan halen, kan ik erover praten.'

Was het zwijgen ook een wegsteken van de bezorgdheid: misschien komt dit wel nooit meer helemaal in orde? 'Misschien ook dat, ja. Wat als de onderzoeken die eraan komen, negatief zijn? Je iets niet wil horen?'

Was hij ooit bezig met de idee: wat ga ik doen als ik niet meer kan voetballen? Verstraete: 'Neen. Bewust niet. Ik heb een middelbaar diploma, maar dat ging het niet worden. Ik ben een typische watervaller: ASO gedaan, topsportschool daarna, en vervolgens TSO, met nog een zevende jaar erbovenop, maar vraag me niet wat. Dat heb ik vooral gedaan om mijn ma te sussen, anders was ik al lang ervoor gestopt.'

Grinta is terug

Het is goed gekomen, dat is het belangrijkste, zegt hij, maar het gaf veel stress. Hoe dichter een wedstrijd kwam, hoe lastiger hij het had om te slapen. 'Ik pakte zelfs slaapmiddelen. Als het wat regende of we speelden laat en de lichtmasten zaten erop, zag ik heel weinig uit mijn linkeroog. Dat gaat door je hoofd malen.' Hoe krijgt iemand een oogtrombose? 'Na mijn operatie in Keulen ben ik ermee wakker geworden. Men vermoedt dat er iets te veel narcose werd toegediend.'

Tijdens zijn 'vakantie' ging hij veel wandelen in Oostende. 'Mensen die me kenden wisten dat er iets was. Maar ik gaf ze weinig kans om iets te vragen, want als ik mensen kruiste die ik kende, liep ik er met een boogje omheen. Het strand was enorm breed in die periode. Achteraf kwamen mensen me wel zeggen: Birger, we zagen dat er wat scheelde, maar we zijn er bewust niet over begonnen. Ze zijn wel blij met hoe ik nu speel, de grinta die er weer is. Het oog is veel beter na inspuitingen en ik sta er weer zonder te moeten nadenken.'

Lees het volledige interview met de speler van Antwerp in de Champions Leaguespecial van Sport/Voetbalmagazine of in onze Plus-zone.

Lang verzweeg Verstraete, tot in april eigenlijk, dat hij vorig seizoen uit zijn linkeroog amper wat zag. Een trombose was de oorzaak. Dat vrat aan hem, in die mate zelfs dat Ivan Leko hem in het najaar een maand met vakantie stuurde, toen hij hem op een gegeven moment eerlijk zei dat hij niet klaar was om te voetballen, hoewel hij ogenschijnlijk fit was. In het gewone werknemersleven noemen ze dat een burn-out. Wankelend balanceerde hij op die rand. 'Achteraf bekeken had ik dat eerder naar buiten moeten brengen, maar ik ben ook een beetje een binnenvetter, niet zo expressief naast het veld, in tegenstelling tot wat je zou denken. De kinesisten wisten van mijn probleem, de dokters ook, en 'boven' ook, maar in de kleedkamer wisten heel veel spelers nergens van. Ik wilde het niet gebruiken als excuus, snap je. Nu alles weer in orde is en ik weet dat ik terug mijn oude niveau kan halen, kan ik erover praten.'Was het zwijgen ook een wegsteken van de bezorgdheid: misschien komt dit wel nooit meer helemaal in orde? 'Misschien ook dat, ja. Wat als de onderzoeken die eraan komen, negatief zijn? Je iets niet wil horen?'Was hij ooit bezig met de idee: wat ga ik doen als ik niet meer kan voetballen? Verstraete: 'Neen. Bewust niet. Ik heb een middelbaar diploma, maar dat ging het niet worden. Ik ben een typische watervaller: ASO gedaan, topsportschool daarna, en vervolgens TSO, met nog een zevende jaar erbovenop, maar vraag me niet wat. Dat heb ik vooral gedaan om mijn ma te sussen, anders was ik al lang ervoor gestopt.'Het is goed gekomen, dat is het belangrijkste, zegt hij, maar het gaf veel stress. Hoe dichter een wedstrijd kwam, hoe lastiger hij het had om te slapen. 'Ik pakte zelfs slaapmiddelen. Als het wat regende of we speelden laat en de lichtmasten zaten erop, zag ik heel weinig uit mijn linkeroog. Dat gaat door je hoofd malen.' Hoe krijgt iemand een oogtrombose? 'Na mijn operatie in Keulen ben ik ermee wakker geworden. Men vermoedt dat er iets te veel narcose werd toegediend.'Tijdens zijn 'vakantie' ging hij veel wandelen in Oostende. 'Mensen die me kenden wisten dat er iets was. Maar ik gaf ze weinig kans om iets te vragen, want als ik mensen kruiste die ik kende, liep ik er met een boogje omheen. Het strand was enorm breed in die periode. Achteraf kwamen mensen me wel zeggen: Birger, we zagen dat er wat scheelde, maar we zijn er bewust niet over begonnen. Ze zijn wel blij met hoe ik nu speel, de grinta die er weer is. Het oog is veel beter na inspuitingen en ik sta er weer zonder te moeten nadenken.'Lees het volledige interview met de speler van Antwerp in de Champions Leaguespecial van Sport/Voetbalmagazine of in onze Plus-zone.