Was het grootspraak? Bluf? Dat zou zomaar kunnen. Hoeveel zuur rispte er uit die punchline op? Of hoe moeten we de woorden lezen die Bart Verhaeghe losliet, vlak nadat zijn Club Brugge voor de derde opeenvolgende keer de landstitel had veroverd? Toen hij verklaarde dat 'het niet Club tegen Union, maar Club tegen Brighton was', leek de voorzitter vooral een man die nieuwe vijanden zoekt. De nationale concurrentie werd het afgelopen decennium stelselmatig weggebezemd of, op z'n minst, op een comfortabele afstand gehouden. De methodische progressie die het maakt, tilt blauw-zwart naar de internationale scène, al voelt de Belgische reus zich over de grenzen nog op lemen voeten.
...

Was het grootspraak? Bluf? Dat zou zomaar kunnen. Hoeveel zuur rispte er uit die punchline op? Of hoe moeten we de woorden lezen die Bart Verhaeghe losliet, vlak nadat zijn Club Brugge voor de derde opeenvolgende keer de landstitel had veroverd? Toen hij verklaarde dat 'het niet Club tegen Union, maar Club tegen Brighton was', leek de voorzitter vooral een man die nieuwe vijanden zoekt. De nationale concurrentie werd het afgelopen decennium stelselmatig weggebezemd of, op z'n minst, op een comfortabele afstand gehouden. De methodische progressie die het maakt, tilt blauw-zwart naar de internationale scène, al voelt de Belgische reus zich over de grenzen nog op lemen voeten. In de coulissen van de onderhandelingen met Nederland over de opstart van een BeNeLiga - die plannen liggen momenteel in het diepvriesvak - leidt Club Brugge zonder discussie de dans. Drie jaar geleden al, tijdens een receptie bij PSG in het kader van de Champions League, liet Verhaeghe in de prestigieuze kolommen van de Franse krant Le Monde optekenen dat 'we samen met Nederland een competitie aan het creëren zijn waarmee we onze achterstand op de big five kunnen verkleinen.' Toen al lekte het uit: Club Brugge wil wat graag bij de zwaargewichten boksen. Dat daarvoor dan Belgische ploegen naar andere categorieën worden verbannen, raakt het blauw-zwarte geweten niet. Andere getuigen van Clubs overwicht drukken zich uit in miljoenen. De miljoenen die het dit jaar uitgaf om de afstand met Union - of met Brighton naargelang van het standpunt - te verkleinen en een spelersgroep te versterken die wat op zijn adem trapte. De factuur voor de Brugse boodschappen liep op tot over 50 miljoen euro. Daarmee plaatst Club zich in de Europese top 30 van meest spenderende clubs. Vanzelfsprekend dicteert de Premier League de wet in deze ranking: veertien van zijn twintig clubs vatten er post bij die eerste dertig. Maar gerekend buiten de clubs uit de vijf grote kampioenschappen in Europa, tastte alleen Sjachtar dieper in de buidel dan Club Brugge. En na de Belgische landskampioen schuiven nog namen van een groot kaliber voorbij: Villarreal (halvefinalist in de Champions League), Dortmund, Sevilla, Inter, Everton, Real Madrid zelfs. Natuurlijk, dit is slechts een momentopname die het financieel potentieel van Club overschat. In de hiërarchie van de grote portefeuilles van het wereldvoetbal staat het een twintigtal plaatsen lager. De recente inspanningen verraadden wel de scherpte van de ambities: Club wil zich meten met de allerbesten. 'Club Brugge is niet alleen in België een topclub', zegt Thomas Meunier. 'Op hun huidige sterkte kunnen ze de top vijf van de Ligue 1 of de Bundesliga halen.' Meunier is danig onder de indruk van de evolutie van de club die de rechtsachter in 2016 verliet. Dat gebeurde overigens met een landstitel, de eerste sinds meer dan een decennium. Maar vooral: de eerste van een nieuwe periode, hij markeerde het begin van een hoogbloei. Sindsdien pakte Club Brugge vijf van de zeven titels die op het spel stonden. Dat is wat te veel om van toeval te gewagen. Om dat succes te verklaren wordt, hoe kan het anders, gewezen naar Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert, het duo dat momenteel bij Club het commando voert. Maar insiders onderstrepen ook vaak en graag het belang van de stempel die Michel Preud'homme drukte. Club haalde Preud'homme in september van het seizoen 2013/14 binnen als trainer. Het jaar daarop won blauw-zwart als vicekampioen (het moest AA Gent voorlaten) de beker van België (2-1 in de finale tegen Anderlecht) en bereikte de kwartfinale van de Europa League, waarna in 2016 dus de titel volgde. MPH heeft van succes een systeem gemaakt - net toen Club het recept van succes was kwijtgespeeld. 'Van bij het begin, met Bart als voorzitter en Vincent als CEO, drukte Michel de wil door om in elk segment van de club een professionele werking te installeren', vertelt Dévy Rigaux, die in 2008 als jeugdtrainer startte bij Club Brugge, per 2013 teammanager werd en sinds iets meer dan een jaar de dagelijkse werking van de recruitment-afdeling (scouting) aanstuurt. 'Beetje bij beetje organiseerden we de wil om te winnen. Michel was een ongelooflijke perfectionist. Hij leerde ons om op alle vlakken inspanningen te leveren en aandacht aan elk detail te geven. Alles was bij hem georiënteerd op winnen. Vóór hem hadden we ook al uitzonderlijke goede voetballers als Ivan Perisic en Carlos Bacca in huis. Zonder meer zeer geslaagde transfers. Maar in de structuur van de club was de spirit van het winnen nog onvoldoende aanwezig. Die mindset heb je nodig om prijzen te pakken.' 'De mensen geven er zich geen rekenschap van hoe veeleisend het is om voor Club Brugge te voetballen', merkt een staflid op. 'Je moet overal top zijn, je mag geen moment mislukken, want er staat altijd een concurrent klaar om je plaats in te nemen.' De drang om te winnen van MPH leek wel besmettelijk. 'Dankzij hem is Club Brugge een machine geworden', beaamt Dévy Rigaux. 'Door strikter en strikter te worden. Ook Bart en Vincent gedroegen zich daarnaar, ze lieten ons geen seconde gerust. Er was geen tijd om geen vooruitgang te boeken.' Wanneer Michel Preud'homme, verwikkeld in een strijd met het KAA Gent van Hein Vanhaezebrouck die hem zowel fysiek als mentaal uitput, voor het eerst het perspectief van een sabbatjaar overweegt, blijft Vincent Mannaert sereen. 'De hoofdtrainer is belangrijk maar een topclub moet haar succes kunnen depersonaliseren.' Dat klinkt op dat ogenblik wat verwaand, maar een sprong in de toekomt geeft de CEO gelijk. Sinds dat memorabele jaar 2016 kaapte Club Brugge nog vier keer de landstitel weg - met drie verschillende coaches. In het Jan Breydelstadion heeft de cultuur van het succes twee kleuren, maar geen gezicht. Zelfs Ruud Vormer, boegbeeld van de eerste titels, kan zich opmaken om Brugge deze zomer te verlaten zonder dat er daardoor angst in de rangen van Club sluipt. Een oud-speler, die nog de tijd meemaakte dat de trofeeënkast van Club Brugge louter in de dromen van het bestuur uitbreidde en die nog altijd meedraait in het topvoetbal, herinnert zich de periode van de grote aarzelingen. 'Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert dachten toen nog dat je een hele ploeg kon kopen en daarmee het volgende seizoen kampioen worden. Maar dan zagen ze hun vergissing in en beseften ze dat succes tijd nodig heeft. En vooral: een sportief management dat op de lange termijn denkt en werkt. Een team moet een frame hebben en mag niet jaar na jaar helemaal door elkaar worden geklutst. Vandaag heeft Club Brugge zo'n stabiel model. Elk jaar verkopen ze één of twee spelers, maar nooit drie, vier of vijf. Ze begrijpen hoe belangrijk het is om elk jaar wel één of twee spelers te valoriseren, maar de rest van het team te behouden.' Clinton Mata, Brandon Mechele en Hans Vanaken vormden de wervelkolom van Club Brugge, later aangevuld door Simon Mignolet die uitgroeit tot het symbool van de nationale almacht van blauw-zwart. Rond deze wervelkolom waaien jonge talenten vanuit alle hoeken van de wereld aan. Ze ontplooien in Brugge hun offensieve kwaliteiten en verhogen hun waarde op de transfermarkt. 'Een deel van ons beroep is het creëren van waarde en meerwaarde', legde Vincent Mannaert, ondervraagd over de transferpolitiek van Club, vorig jaar uit. 'Je moet zowel de waarde als het groeipotentieel van een speler kunnen inschatten. Op het moment dat die twee assen elkaar kruisen, moet je hem laten vertrekken.' De kunst van het (door)verkopen is weinigen gegeven, toch is ze cruciaal in een competitie die voor veel buitenlandse talenten functioneert als springplank naar een hoger niveau van internationale loopbaan. 'Tegenwoordig zijn Krépin Diatta en Odilon Kossounou de ambassadeurs van Club Brugge in het buitenland', geeft Rigaux aan. 'Daar zijn we best trots op. Van ieder van die spelers weten we al op het moment dat ze bij ons aankomen, dat hun avontuur bij ons niet langer dan 24 maanden zal duren.' 'Daar zijn ze heel slim in', bevestigt Thomas Meunier. 'Hun financieel en sportief systeem houden elkaar perfect in evenwicht. In Frankrijk zie je nog zulke clubs, zoals Stade Rennes of Monaco. Clubs die, zoals Club Brugge, spelers tegen een lage prijs aantrekken, hun waarde optrekken en ze dan met winst verkopen. Twee, drie jaar geleden bouwde Club Brugge op die manier een gigantische winst op, met de verkoop van onder meer Wesley aan Aston Villa. Volgens mij was dat een scharniermoment. Met zo'n zomer kan je het tien jaar volhouden, op voorwaarde dat je een voorzichtig beleid voert.' Tien jaar, zo ver zijn we nog niet. Maar intussen bewijst Club Brugge het gelijk van Thomas Meunier. Club Brugge casht en herinvesteert daarna massaal. Het gaat daarin ver, soms met succes, zoals om Simon Mignolet weer naar België te lokken. Soms levert dat niet het verhoopte resultaat op, bijvoorbeeld om Wesley te vervangen. Respectievelijk kregen David Okereke, Michael Krmencik en Bas Dost een kans. De nationale dominantie van Club Brugge lijdt er echter niet onder, wel integendeel, die wordt alleen maar verder uitgediept. Inmiddels nam de club haar intrek in het nieuwe trainingscenter in Westkapelle, op enkele kilometer van het strand van Knokke. Daar installeert Club Brugge een solide infrastructuur die zijn human ressources waardig zijn - want daarvoor brokkelden de muren van het verouderende Jan Breydelstadion net iets te veel af. Wat Belgische voetballers die bij Club aanmeren vooral imponeert, is de slagkracht van de begeleiding. Al die mensen die het succes van de club dienen. Waar het meeste personeel bij andere Belgische clubs een buitengewone polyvalentie aan de dag behoort te leggen, heeft Club een persoon voor elk aparte taak in dienst - tot iemand die het trainingsmateriaal verzamelt of iemand die de voorraad waterflessen beheert. En als een functie te veeleisend wordt, zorgt de club voor versterking. Recent nog probeerde Club Pierre Locht, de hoog aangeschreven directeur van de academie van Standard, over de streep te trekken als rechterhand van Vincent Mannaert. Pas sinds zijn passage in Brugge schiet de carrière van Peter Verbeke (thans sportief directeur en CEO bij Anderlecht) de hoogte in. In de omgekeerde richting vond Bob Madou in 2018 bij Club onderdak als CBO (Chief Business Officer), nadat hij eerder zijn sporen verdiende bij de VRT en de Belgische voetbalbond. 'We zijn een instituut geworden, hier werken 170 gepassioneerde mensen', poneerde Bart Verhaeghe met onverholen trots in de Bosuil, luttele minuten na de wiskundige zekerheid over een nieuwe landstitel. 'De buitenwereld ziet alleen maar de spelers en de technische staf, maar achterliggend draait er een hele machine op volle toeren.' 'Bart Verhaeghe ziet het belang van ernstige investeringen in de niet-sportieve context in', zegt een ex-speler. 'In infrastructuur bijvoorbeeld. Maar ook in data, in medische opvolging, noem maar op. Verhaeghe beseft dat je altijd moet evolueren als je duurzaam aan de top wil blijven. Club Brugge wordt geleid als een onderneming. In een tijdbestek van iets meer dan tien jaar schakelde de club van een ouderwets bestuur met een almachtige voorzitter naar een modern ondernemerschap dat spoort met de natuurlijke evolutie van een voetbalclub die goed draait.' In een land waar velen eerst moeten struikelen voor ze zichzelf ter discussie stellen, richt deze systematische bulldozeraanpak ravages aan bij de concurrentie. In de laatste zeven reguliere competities (play-offs buiten beschouwing gelaten) vergaarde Club Brugge 464 punten. Dat zijn er 77 meer dan Anderlecht, met 387 punten de dichtste achtervolger in de periode tussen zomer 2015 en lente 2022. KAA Gent (376 punten), KRC Genk (354) en Standard (312) hinken nog verder achterop. 'De kracht van Club Brugge is dat de anderen niet kunnen volgen', zo verwoordt Thomas Meunier het. 'Als je ziet dat ze nu weer kampioen worden, zonder te forceren en met veel accidents de parcours en te grabbel gegooide punten onderweg, kan je alleen maar besluiten dat ze wel een heel grote kloof hebben geslagen. Het is niet anders: Anderlecht acteert middelmatig, Standard heeft een volslagen wederopbouw nodig, Gent en Genk rijden een wisselvallig parcours. Wie, behalve misschien Antwerp, ontwikkelt zich nog positief in het Belgische voetbal?' 'We willen het Bayern München van België worden', proclameerde Bart Verhaeghe een jaar geleden, toen Club Brugge onder de hoede van Philippe Clement weerstond aan de eindsprint van Genk en zijn tweede opeenvolgende landstitel binnenrijfde. Het team van coach Julian Nagelsmann veroverde in de Bundesliga zijn tiende opeenvolgende titel. Eigenlijk is zo'n serie te gek voor woorden, maar de voorzitter van Club Brugge droomt er ook van. In België duldt Club Brugge momenteel geen tegenstand. 'Natuurlijk willen we de nummer één in België zijn en blijven, maar we willen ook en vooral terreinwinst boeken in Europa', zegt Dévy Rigaux zonder blikken of blozen. 'Daarvoor moeten we de ruggenwervel van onze kern behouden en continuïteit hebben. En om verder vooruit te gaan, moeten we goed onze positie in het Europese voetbal doorgronden en uitbaten.' Dat is dan die positie van springplank. Jonge talenten van alle continenten kiezen voor Club Brugge - niet voor de identiteit van de trainer, maar voor de goed geoliede structuur en een niveau van professionalisme dat in België zijn weerga niet vindt. Voor Club Brugge is de volgende etappe hoe dan ook een Europese: de progressie moet zich concretiseren in een langere overleving in de Champions League. Weliswaar toonde blauw-zwart dit seizoen al zijn vooruitgang in de poulefase (na een moeilijke loting), maar het moet heelhuids uit die poules tevoorschijn komen en verder reiken - verder zelfs dan die verloren kwartfinale in de Europa League van 2015. Als Nederlandse clubs tot in de finale van de Conference League doorstoten (Feyenoord) of tot in de achtste finales van de Champions League (Ajax), mag Club Brugge daar niet op het appel ontbreken. Vooralsnog oogt de Europese oogst schraal. Tenzij men een op het nippertje behaalde titel ten koste van Brighton als een Europese prestatie zou beschouwen, natuurlijk.