Elk land zijn cliché, ook in de jeugdopleiding. Zuid-Amerikaanse jongeren kun je vroeg verplanten naar Europa, de meesten bijten wel door en slagen. Engelsen vormen verwende teenagers, vaak overbetaald vanwege de overvloed aan mogelijkheden en dus onhaalbaar voor de rest van Europa. Voor verkassen naar het vasteland halen zij de neus op. Spaanse jeugdvoetballers zijn technisch superieure lilliputters, terwijl de Fransen stevige bonken zijn, fysiek bovenmatig begaafd. En de Belgen? Wat hebben zij als rode draad? Deze zomer lijkt de trend duidelijk: zij vormen adolescenten die moeilijk de band met hun heimat kunnen doorknippen. Toch niet definitief. Zij vormen de boemeranggeneratie, die soms zeer snel wegvliegt uit het ouderlijk nest om vervolgens, bij gebrek aan resultaat, weer terug te keren. Van Laandry Dimata over Maxime Lestienne, Vadis Odjidja en Zakaria Bakkali tot Samuel Bastien: allen hebben ze gemeen dat ze zeer jong naar het buitenland trokken om nu terug te keren, in de armen gesloten door de Belgische clubs. Soms zelfs hun club van herkomst. Elk verhaal is anders, maar als je wat dieper graaft, vind je toch wel een gemeenschappelijke lijn: een band met ons kampioenschap die ze niet als af beschouwen.
...