Ten huize Mechele moeten de ouders van Brandon niet lang nadenken over een verklaring voor het opmerkelijke parcours van hun oudste zoon.
...

Ten huize Mechele moeten de ouders van Brandon niet lang nadenken over een verklaring voor het opmerkelijke parcours van hun oudste zoon. VADER PETER: ''t Is een vechtertje, hé!' MOEDER SANDRA: 'Op momenten dat het bij de jeugd van Club moeilijk was voor hem, stak hij nog een tandje bij. Dat is wat hij altijd al deed.' VADER: 'Hard zijn voor zichzelf.' MOEDER: 'Nooit tevreden zijn over zichzelf. Zo is Brandon al van kinds af.' VADER: 'Zijn drie jaar jongere broer zat ook twee seizoenen bij Club, tot ze zegden dat hij niet meer moest komen. Nu speelt hij bij Wenduine in derde provinciale. Nochtans vond ik hem technisch beter dan Brandon. Maar hij kon dat knopje niet omdraaien om voluit te gaan en te blijven gaan.' MOEDER: 'Als Brandon in de fout ging, was hij kwaad. Jordy was meer...' VADER: '... laisser faire.' MOEDER: 'Was er een feestje op de dag van de training, dan ging Jordy naar dat feestje. Terwijl Brandon zei: 'Mama, daar kan ik niet naartoe gaan, want er is training.' Hij moest het altijd al meer hebben van zijn kracht en ...' VADER: '... van zijn doorzettingsvermogen.' MOEDER: 'En van niet bang te zijn. Hij was zelf een dun ventje, maar er mocht een beer voor hem staan, hoor. Hij ging er bovenop gaan. Wanneer die kleine gastjes een goal tegen krijgen, gaat hun kopje vaak naar beneden, maar niet van Brandon. Dat was: neen hé!' VADER: 'Hij zou ervoor blijven gaan zijn tot hij erbij neerviel.' Het zijn Oostendenaars die al meer dan tien jaar in Bredene wonen. Vader is zelf ook voetballer geweest. Hij schopte het tot bij de beloften van de toenmalige derdeklasser KV Oostende en speelde daarna in provinciale bij nog bij VG Oostende, SCUP Jette en KSV Bredene. Net als zijn zonen was hij een centrale verdediger. Het zat dus in de genen. VADER: 'Mannen van gewapend beton, hé.' ( lacht) Brandon (25) begon te voetballen bij KSV Bredene toen hij vijf was. Op dat moment woonden ze nog in Oostende, maar was vader jeugdtrainer bij de West-Vlaamse provincialer. Anderhalf jaar later vertrok hij al naar Club Brugge. VADER: 'Hij is gaan testen bij KV Oostende en bij Club.' MOEDER: 'Maar naar Oostende wou hij niet. Ik moet zeggen: ik ben mee geweest naar die tests en hoe die trainers daar toen met die jongens omgingen... Dat was echt brullen.' VADER: 'Nadat hij in Brugge twee of drie keer meegetraind had met dat ploegje, zei hij: 'Ik wil daar gaan spelen.'' MOEDER: 'Brandon is altijd iemand geweest die alles wat hij doet eerst helemaal in zijn hoofd moet verwerken alvorens hij erover begint te praten. Dan heeft hij eigenlijk al een plan gemaakt. Hij is niet impulsief.' VADER: 'Elk kind is anders, maar op die leeftijd laat je ze best zelf eerst een beetje doen en verwerken, vind ik. Komt het niet uit henzelf, dan blokkeren ze op een bepaald moment toch. Tegenwoordig roepen mensen enorm op kinderen en dat is een nadeel. In Dilbeek, las ik onlangs, mogen de ouders tijdens de training niet meer langs het veld staan.' MOEDER: 'Omdat ze zich te veel moeien en de kinderen niet meer weten wat ze moeten doen en naar wie ze moeten luisteren. Wij lieten hem doen. Onze enige voorwaarde was: als je eraan begint, moet je het seizoen uitdoen. Maar we moesten hem soms forceren om eens thuis te blijven. Als je hem niet tegenhield, ging hij zelfs met koorts trainen.' VADER: 'In het jaar van zijn plechtige communie speelde en trainde hij ook een keer met een gebroken pols.' MOEDER: 'Hij zat ook eens in een rolstoel omdat zijn knieschijf verschoven was en hij met dat been van boven tot onder in het gips stak. Toen hij vroeg hij of hij eens met zijn broer mee mocht naar het pleintje om de hoek zei ik: 'Ja, maar niet voetballen, hé!' Ik ging voor de zekerheid toch eens kijken en zag hem op het veld staan. 'Maar ik ben niet aan het voetballen, hoor, mama, ik sta alleen maar in de goal', zei hij.' VADER: ' Bluv'n goan.' MOEDER: 'Zo is hij altijd geweest.' VADER: 'En: hij was ook heel introvert.' MOEDER: 'Altijd in zijn hoofd bezig. Nooit staat dat kopje stil. Altijd maar denken. Ook als hij iets hoorde op het nieuws kon hem dat enorm bezighouden. Ik weet nog dat hij in de tijd van de dioxinecrisis met mij mee was naar de slager en dat hij zei: 'Ja maar mama, daar zit toch geen dioxine in hé?' De eerste keer dat hij meeging met zijn pa naar een grote match was die Club-Anderlecht waarin er gevochten werd en...' VADER: '... al die stoeltjes naar beneden werden gesmeten.' MOEDER: 'Hij kwam thuis en het eerste dat hij zei, was: 'Mama, waarom doen grote mensen dat?' Brandon is altijd een verstandige jongen geweest. Op school was hij alleen maar tevreden wanneer hij minstens zeventig procent had.' VADER: 'Hij is nog hogere studies begonnen, maar dat bleek niet te combineren. De school deed moeilijk. Omdat hij door de ochtendtrainingen de les niet kon volgen, mocht hij geen examens afleggen.' MOEDER: 'Het werd toen ook moeilijker om zich op studeren te focussen, omdat het voetbal zo intens aan het worden was.' Wanneer in januari 2013 op trainingskamp in Marbella Bjorn Engels geblesseerd uitvalt, pleit assistent-coach Philippe Clement bij hoofdcoach Juan Carlos Garrido voor Brandon Mechele, die daarna naar Spanje wordt overgevlogen. Het is de eerste keer dat de Bredenaar in een vliegtuig zit en het is het begin van zijn doorbraak. Maar twee jaar later komt hij er onder Michel Preud'homme helemaal naast te staan en wordt hij uitgeleend aan STVV. Daar treft hij Ivan Leko, de coach die hem weer meeneemt naar Club Brugge en hem ook daar vertrouwen schenkt. VADER: 'Ik denk wel dat Brandon veel aan Clement gehad heeft, ook qua mentaliteit en positiespel.' MOEDER: 'Zoals nu ook aan Leko. Die zal langs de kant ook wel eens iets roepen, maar dat zijn geen uitbarstingen waarbij alles in het rond vliegt. Hij blijft coachen en helpen en tonen wat ze moeten doen. En blijkbaar is het ook iemand met wie je kunt praten.' VADER: 'Eigenlijk is alles altijd goed gegaan, tot hij twee jaar geleden volledig uit beeld is verdwenen.' MOEDER: 'Hij zat zelfs niet meer op de bank, maar in de tribune.' VADER: 'Zonder een woordje uitleg. Hij zat toen redelijk diep.' MOEDER: 'Na elke match dat hij niet geselecteerd was, ging hij in de fitness zijn frustratie wegpompen.' VADER: 'Een uur à anderhalf uur, terwijl zij die wel gespeeld hadden al gedoucht waren. Vandaar zijn bijnaam 'RoboCop' wellicht.' MOEDER: 'Tot hij de kans kreeg om uitgeleend te worden aan Sint-Truiden.' VADER: 'Daar bloeide hij onder Leko weer helemaal open.' MOEDER: 'Het vuur begon er weer in zijn ogen te komen. Daar is hij ook echt volwassen geworden, omdat hij er alleen op een appartement woonde en op eigen benen moest staan.' VADER: 'En zelf zijn potje moest koken.' MOEDER: 'Sindsdien komt hij meer op voor zichzelf. Dat hij nu zelfs voor de Rode Duivels werd opgeroepen, toont aan dat als je genoeg wil werken, er zelf in blijft geloven en altijd maar doorzet, je er toch kunt geraken. Toen het bij de jeugd kantje boord was, kon hij in het weekend beginnen uitgaan zijn, maar dat deed hij nooit. Caroline, zijn lief, leerde hij kennen toen hij op oudejaarsavond eens met Jordy is meegegaan. Anders ging hij nooit uit.' VADER: 'Op evaluaties kregen we wel eens te horen dat hij technisch wat minder was, maar dat compenseerde hij met zijn werkkracht. Zijn sterkte is altijd geweest dat hij zich enorm kon fixeren op iets.' MOEDER: 'Dan doet hij daar alles voor. Hij was maar een jaar of twaalf, dertien toen hij zei: 'Mama, geeft het niet als ik geen frieten meer zou eten en je rijst zou moeten klaarmaken voor mij? Alles wat uit het frietvet kwam, wou hij niet meer. Eén keer per jaar ging hij een hamburger eten, in de eerste week na het seizoen. Alcohol dronk hij nooit en dat doet hij nu nog altijd maar uiterst zelden.' VADER: 'Hij weet nog altijd heel goed wat hij kan en wat hij niet kan.' MOEDER: 'Wij zijn gewone mensen, pretentie zou hier niet pakken. Brandon is heel gemakkelijk in de omgang. Door zijn karakter kent hij met niet veel mensen problemen. Dat is een troef. Ik ben zelf ook niet impulsief. Ook zijn postuur heeft hij trouwens van mij, maar de kracht komt duidelijk van zijn pa. Wat we nooit deden, is hem pushen.' VADER: 'We steunden hem. Dat is iets anders.' MOEDER: 'We zegden altijd: 'Doe je best en amuseer je.'' VADER: 'Hij deed alles zelf.' Iedereen die hem van in de Club Academy kent, staat te kijken van wat er intussen van Brandon Mechele is geworden. Zo ook Bram Leroy, die er vanaf de U15 zijn ploegmaat was en die ook vier jaar met hem op de topsportschool in Brugge zat. Terwijl er in die tijd grote twijfels waren of Brandon wel goed genoeg was voor de U16 van Club Brugge, was Leroy een van de acht internationals van de ploeg. Uiteindelijk is uitgerekend Brandon Mechele de enige van die lichting die doorbrak bij Club Brugge, hij die al wel eens een meeloper werd genoemd, terwijl Bram Leroy nu bij de fusieclub KFC Mandel United Izegem-Ingelmunster in de tweede amateurklasse voetbalt. De 'minst goeie' van weleer die het het verst brengt: hoe kan dat? BRAM LEROY: 'Brandon was toen zeker de minst opvallende, omdat hij heel bescheiden was, te bescheiden wellicht, en het er ook verbaal niet uitkwam. Hij lag heel goed in de groep, maar was achteraan helemaal niet de leider die hij nu is geworden. Misschien ontbrak het geloof in eigen kunnen te lang. Ook als hij op de bank zat, zei hij niks. Sommigen trekken dan wel hun mond open, wat impact kan hebben. Maar hij niet. Hij was stil. Daar praatte hij niet over. Misschien zijn er coaches die dat interpreteren als: te weinig drive, hij wil niet coachen, dat zit er niet in. Terwijl Brandon redeneerde: ik heb mijn werkpunten, daarom speel ik niet, en ik zal eraan werken. 'Misschien liet hij zich ook wegdrukken door spelers die verbaal wel sterk waren, zelfs op training. Gaf hij een slechte pass, dan begon hij aan zichzelf te twijfelen. De dag dat hij dat van zich af heeft kunnen gooien, zijn de deuren opengegaan waar hij de laatste jaren door aan het lopen is. Wat waarschijnlijk ook meespeelde: hij is altijd wel groot geweest en stond vrij stevig op zijn benen, maar oogde eerder frêle. Hij straalde niet uit dat hij een stevige jongen was, wat hem moeilijker in te schatten maakte. Ik denk: veel spelers en coaches zagen zijn potentieel over het hoofd omdat hij het te weinig uitstraalde. 'Zijn grootste sterkte toen waren zijn 'uitschuifbare benen'. Je was nooit met hem klaar. Als je hem voorbij geraakte, kon hij je nog met een tackle terughalen. Voor een verdediger was zijn basistechniek met beide voeten trouwens ook heel goed, hoor. 'Op zijn manier is Brandon almaar positief blijven evolueren, traag maar zeker. Zijn nederigheid, het besef van wat hij kan en ook wat hij niet kan, en zijn drive, dat is eigenlijk ongezien. Hij leefde super strikt, was enorm bereid om te luisteren en te leren en werkte harder dan wie ook. Door zijn spel aan te passen, werd hij een heel sluwe verdediger. Hij verbeterde zijn voeten nog en werkte aan zijn snelheid en zijn core stability. Bovendien trainde hij altijd heel slim: niet voor een sixpack en biceps zoals sommigen, maar gericht op blessurepreventie, stabiliteit en wendbaarheid. Zo is hij een machine geworden om tegen te spelen: fysiek enorm sterk en ook enorm intelligent in zijn manier van verdedigen. 'De focus was er steeds. Altijd al had hij een bepaald doel voor ogen. Dat sprak hij niet uit, maar je kon zien: voor en tijdens de training en de wedstrijd, in de fitness en op het veld was hij in zijn eigen zone. Hij wist wat hem te doen stond en was niet snel van zijn stuk te brengen. Ook dat maakte hem sterk. Zijn geleidelijke opgang toont aan hoe verstandig hij ermee is omgegaan om zichzelf te verbeteren. Het is een fantastisch mooi verhaal, zeker nu de voetbalwereld op zijn kop staat.'