Chris Mertens: 'Nog altijd wil ik, telkens een sporter overlijdt door hartfalen, vermijden om dat allemaal te lezen. Omdat het heel pijnlijke herinneringen naar boven brengt, maar ook omdat er blijkbaar nog altijd niet is gevonden hoe dat kan gebeuren. Toen mijn broer dat accident kreeg, werd er gezegd: we zullen nog meer moeten screenen, testen nog beter moeten maken, nog professioneler moeten worden. Maar tot op vandaag blijft het wachten op een verklaring. We schonken een stukje van het hart van Grégory aan de wetenschap voor verdere onderzoeken en analyses in Leuven en kregen de bevestiging dat zijn hart in perfecte staat was. Eerder lieten de dokters ons ook al weten dat hij het in coma zolang kon volhouden omdat zijn lichaam zo fit was.
...

Chris Mertens: 'Nog altijd wil ik, telkens een sporter overlijdt door hartfalen, vermijden om dat allemaal te lezen. Omdat het heel pijnlijke herinneringen naar boven brengt, maar ook omdat er blijkbaar nog altijd niet is gevonden hoe dat kan gebeuren. Toen mijn broer dat accident kreeg, werd er gezegd: we zullen nog meer moeten screenen, testen nog beter moeten maken, nog professioneler moeten worden. Maar tot op vandaag blijft het wachten op een verklaring. We schonken een stukje van het hart van Grégory aan de wetenschap voor verdere onderzoeken en analyses in Leuven en kregen de bevestiging dat zijn hart in perfecte staat was. Eerder lieten de dokters ons ook al weten dat hij het in coma zolang kon volhouden omdat zijn lichaam zo fit was. 'We zijn heel dankbaar voor de manier waarop er in het ziekenhuis in Genk op medisch én op menselijk vlak met de situatie is omgegaan. Ze deden er alles wat mogelijk was voor ons en zelfs meer dan normaal toegelaten is. Omdat er zoveel familieleden en vrienden bij mijn broer wilden zijn, zorgden ze dat we gebruik konden maken van een vergaderzaal. Mijn ouders, zijn peter en ik zaten al die tijd zoveel mogelijk aan zijn bed op de dienst intensieve zorgen. De laatste dagen werd de deur er zelfs opengelaten zodat iedereen binnen en buiten kon om afscheid te nemen van Grégory. Al bleek er op dat moment uiteindelijk toch nog hoop te zijn. De woensdag kregen we te horen dat 's anderendaags de machines afgelegd zouden worden, omdat er altijd maar weer complicaties waren. Er waren er zelfs al een paar uitgeschakeld en ze dachten: binnen x aantal uren zal het gedaan zijn. Maar de hele nacht zat hij nog te vechten en was zijn hersenactiviteit zowaar teruggekeerd, zodat ze 's ochtends besloten om toch nog eens alles te proberen. 'In coma horen mensen naar het schijnt wat er rond hen gezegd wordt. Ik ben niet geneigd om dat te geloven, maar het is wel merkwaardig dat toen er meegedeeld werd dat het bijna gedaan was met hem - 'neem allemaal maar afscheid' - en iedereen binnenkwam en tegen hem begon te spreken, zijn hersenen weer actief werden. Ik sluit niet uit dat hij dat hoorde en beginnen te vechten is om toch te kunnen blijven leven. 'Maar toen ze hem voor de laatste keer opereerden, stelden ze vast dat door alle pogingen om hem te redden de beschadiging van binnen intussen te groot was geworden en er geen hoop meer was. Merkwaardig was ook dat op het moment dat ze er dan effectief de stekker uittrokken er een glimlach op zijn gezicht verscheen, dat kleine lachje van hem dat iedereen kent. Mijn ma zei: 'Hij zag dat iedereen er was en is gelukkig gestorven.' Het deed mij veel pijn dat te horen, maar ... het kan kloppen. 'Achteraf bekeken was ik wel content om hem een laatste keer te zien lachen. Want het was niet meer de Grégory die we kenden. Langs alle kanten lagen er buizen van al die machines die aan hem hingen om zijn organen te laten functioneren en zijn lichaam zoveel mogelijk rust en kracht te geven om het zelf weer te kunnen doen. Er was een deken over hem gelegd, maar als je hem wou vastpakken, voelde je dat allemaal. Hoe hij er toen uitzag, probeer ik te vergeten en dat lukt intussen vrij goed, maar als ik er zoals nu over spreek, komt dat allemaal terug en komen ook de tranen terug. 'Van klein af al wou mijn broer bekend worden. Profvoetballer worden was zijn grote droom. Voetbal was zijn leven. 'Ik zal', zei hij altijd, 'er alles aan doen om wereldbekend te worden.' Door zijn accident zijn er beelden van hem de wereld rond gegaan, dus je zou kunnen zeggen dat hij daarin geslaagd is. Maar dat is natuurlijk niet de manier waarop hij het wou.' 'Die maandagavond kreeg ik bij mijn ouders thuis mijn oom aan de lijn. Hij was in paniek en vroeg om mijn pa door te geven, 'want er is iets gebeurd'. Ik dacht aan mijn oma of mijn opa. Maar het bleek om Grégory te gaan: er was een accident met hem gebeurd tijdens de beloftewedstrijd in Genk. Een bevriende makelaar had hem daarvan zonet op de hoogte gebracht. 'We zijn meteen vertrokken, met het idee dat het misschien om een beenbreuk ging, maar onderweg vernamen we dat het een hartstilstand was, dat mijn broer gereanimeerd was moeten worden en naar het ziekenhuis overgebracht was. Toen is in de wagen de angst beginnen toe te slaan. Als gekken zijn we naar hem toe gereden, want ... was hij wakker of niet? Zou hij het halen? We wisten het niet. 'Grégory stond op dat moment niet in de basis bij Lokeren en moest daarom met de beloften meedoen. Gelukkig ben je dan niet, zeker niet als je daarvoor als jonge speler wel drie jaar titularis bent geweest in eerste klasse. Daarom wou hij dat er op het einde van het seizoen een oplossing zou komen. Zijn zaakwaarnemer, Nico Vaesen, zou hem trouwens op dinsdag of woensdag zeggen dat er interesse was van een andere ploeg en dat er sprake van was dat Peter Maes naar Genk zou vertrekken en dat Bob Peeters naar Lokeren zou komen. Dat laatste was heel goed nieuws, want het was hij die mijn broer van de beloften van Gent meenam naar Cercle Brugge en hem daar lanceerde. Maar dat kwam mijn broer dus nooit te weten. 'Op Peter Maes ben ik lang boos geweest. Aan wat er gebeurd is, kan hij uiteraard niets doen, maar het is wel hij die mijn broer met de beloften mee stuurde. Dan denk je: zit mijn broer die avond thuis, dan gebeurt het misschien niet, en was het in het weekend met de eerste ploeg gebeurd, dan waren er ongetwijfeld meer hulpdiensten aanwezig geweest dan tijdens een beloftewedstrijd en was het misschien anders afgelopen. Ik weet ook wel: als trainer moet je keuzes maken en de ene trainer moet jou niet en de andere juist wel, maar voor mij was mijn broer de beste speler die er bestond. Mijn idool was niet Messi of Ronaldo, maar Mertens, Grégory Mertens. 'Wij waren super close met elkaar. Toen hij vijftien was en naar AA Gent trok en daar op internaat verbleef, miste ik hem enorm. Tijdens de week opeens alleen op PlayStation moeten spelen, dat was maar zielig. Football Manager was ons favoriete spelletje. Soms maakten we ruzie om als eerste 'Grégory Mertens' te kunnen kopen. Of ik nu speelde met Real Madrid, Barcelona of Manchester maakte niets uit: ik moest Greg in mijn ploeg hebben. Hij was mijn aanvoerder, hij trapte de penalty's en hij gaf vrijschoppen. Hij deed alles. 'Als het maar enigszins mogelijk was, waren we samen. Onze vriendenkring in Dilbeek was dezelfde. Voor de bekerfinale met Cercle tegen Genk organiseerde ik met familie en vrienden drie bussen naar het Koning Boudewijnstadion: 150 man, twee grote vlaggen en iedereen met hetzelfde T-shirt aan. Op de achterkant stond ' 5 Mertens' en op de voorkant ' Grégory, our way to victory'. Helaas verloren we, maar hij had ons gezien met die twee grote vlaggen en vond het geweldig. 'Er zijn zoveel toffe momenten geweest. Zelf voetbal ik in provinciale, ook als linksvoetige centrale verdediger trouwens, en af en toe miste ik zelfs trainingen om hem te kunnen volgen. Mijn ouders en zijn peter gingen altijd naar hem kijken en ik ging zo vaak mogelijk mee. De bedoeling was dat we na zijn carrière nog samen cafévoetbal zouden spelen. Al lachend zei hij altijd: 'Later gaan we nog samen sjotten, hé, en daarna een pintje drinken.' 'Zo zijn we. Levensgenieters. Hoe meer volk, hoe beter. Dat is ook zo bij mij thuis. De deur staat er altijd open. Komt er een vriend binnen terwijl we aan het eten zijn, dan zeg ik: pak een bord en zet je bij. Mijn hele familie is zo. Wij zijn niet graag alleen. Toen Grégory in Brugge op een appartement woonde, verbleef er altijd wel iemand bij hem. Ik, een neef of vrienden. Hij was een heel sociale jongen en genoot van de belangstelling van de supporters en van de media. 'Ik wist dat het pijn zou doen om over het accident van mijn broer te praten. Maar hij stond graag in de boekskes, want hij wou bekend worden. Dus besloot ik om dit voor hem te doen. Hij zal tevreden zijn dat hij nog eens in Sport/Voetbalmagazine staat.' 'Iedereen zegt mij: je vergeet hem niet. Waar ik nu ook met plezier aan terugdenk, is die ene keer dat we samen speelden. Dat was met Dilbeek op het internationaal miniementoernooi van Beersel. Grégory was toen preminiem bij Anderlecht, maar die waren dat weekend vrij en bij ons ontbrak er de tweede dag een speler die op vakantie moest vertrekken. Om kort te gaan: tegen Utrecht deed mijn broer mee met een andere identiteitskaart. Hij was twee jaar jonger dan de rest, maar niettemin de beste man op het veld én we wonnen. Dat vergeet ik nooit meer. 'Het ergste nu is: ik zie constant onze vriendenkring, maar de belangrijkste schakel ontbreekt. Hij was het die die groep van vooral vroegere jeugdspelers van Anderlecht creëerde én bij elkaar hield. Wekelijks deden ze iets samen en ze waren van plan om in het tussenseizoen naar Californië en Las Vegas te gaan. 'Er zijn drie cafés in Dilbeek waar ik meer dan drie jaar, tot vorige maand, geen stap meer binnen kon zetten, wegens te veel herinneringen aan mijn broer. Ook naar zijn begraafplaats ga ik zelden of nooit, omdat ... dat niet klopt met mijn gevoel. Als ik over hem spreek, zeg ik doorgaans ook niet dat hij er niet meer is, maar dat hij een accident heeft gehad. Dan is hij er zogezegd nog. Zoals mijn ma het aanvankelijk verwoordde: het is alsof hij een transfer naar het buitenland maakte en het daarom is dat we hem niet meer zien. In het begin deed ik het bewust, nu is het een automatisme geworden. Dat voelt beter aan. Blijkbaar accepteer ik het nog altijd niet en ben ik eigenlijk nog niet voorbij de ontkenningsfase geraakt. Iedere keer dat ik erover spreek, krijg ik een krop in de keel. 'Een van de weinige keren dat ik naar het kerkhof ben geweest, was toen mijn ouders mij voorstelden om in zijn nieuwbouwappartement te gaan wonen en ik antwoordde dat ik vreesde dat ik dat emotioneel niet zou aankunnen. Toen ben ik voor het graf van Grégory gaan staan om hem om raad te vragen. Ik zei: 'Als ik morgen scoor, doe ik het; scoor ik morgen niet, dan doe ik het niet.' 's Anderendaags scoorde ik al na een minuut of vijf. Voor mij was dat het signaal dat hij wou dat ik het deed. In de woonkamer hangt nu een grote actiefoto van hem. Op mijn linkerarm liet ik na een jaar ook een tattoo voor hem zetten: best little brother forever. 'We verjaren op dezelfde dag. Maar sindsdien vierde ik nooit meer mijn verjaardag, omdat dat niet meer klopt. Die dag horen we met ons tweeën te vieren. Elk jaar trek ik mij op 2 februari terug, zet ik mijn gsm uit en ben ik voor niemand bereikbaar. Dan sluit ik mij op en ben ik alleen met mijn broer. Het is afzien, omdat ik mezelf dan tijd geef om te beseffen wat er gebeurd is. 'Zolang ik voetbal, zal het met het rugnummer 4 zijn. Dat droeg mijn broer bij Lokeren en dat was zijn favoriete nummer. Het is wel niet meer zoals vroeger. Ik kan mij precies niet meer voor de volle honderd procent geven. Als hij vrij was, kwam hij altijd naar mij kijken. Hij was erbij toen we de zondag vóór zijn accident met Itterbeek kampioen speelden. Achteraf vierde hij nog wat mee in de kantine. De donderdag zouden we er in Het Groot Genoegen, ons stamcafé in Dilbeek, nog eentje op drinken, beloofde hij. ''s Anderendaags riep ik voor ik naar mijn werk vertrok nog naar boven: ' Gregske, tot sebiet hé, dan spelen we verder op FIFA Manager.' Twee, drie uur later stuurde hij mij een berichtje: 'Blijf wakker na mijn match, dan kunnen we nog een uurtje spelen.' Dat was het laatste dat ik van hem vernam.' 'Toen we in het ziekenhuis van Genk aankwamen, waren ze hem aan het opereren. Ze legden ons uit dat ze hem moesten opensnijden omdat zijn hart niet goed klopte en het bloed daardoor niet goed stroomde. Telkens er een dokter met nieuws kwam, was het: we hebben dit geprobeerd, het is gelukt, maar hij hangt aan een draadje en nu zullen we dat proberen. Altijd bleef ik erin geloven. Ik redeneerde: hij hangt nog altijd aan dat draadje, hij geeft niet op, je zult wel zien, de volgende keer... Zeker toen die laatste nacht zijn hersenactiviteit weer op gang kwam, dacht ik: hij komt tot bewustzijn! Maar een uur later bleek dat ze weer moesten opereren en daarna was het: er is wel een positieve activiteit in zijn hersenen, maar de binnenkant van zijn lichaam is door de medicatie en de ingrepen zodanig beschadigd dat hij zelfs niet meer als een plant zou kunnen overleven. Het was alleszins duidelijk dat hij nooit meer zonder apparaten aan zijn organen zou kunnen leven. Mijn ouders moesten de uiteindelijke beslissing nemen, maar eigenlijk restte er hen geen keuze meer. Toen er beslist werd om de stekker uit te trekken, ben ik weggelopen en verloren gelopen in het ziekenhuis. Ik wou van niemand nog iets weten, omdat ik er wel nog in geloofde. Ik geloofde in mijn broer. Want alles waar hij zijn zinnen op zette, lukte hem. Zo was hij profvoetballer geworden en zo haalde hij zijn diploma. Zo ken ik mijn broer, zo kent iederéén hem. Zo is Grégory. Dus ik dacht: hij wil eruit geraken en hij zal eruit geraken. Ik ben zelfs nog naar het kapelletje beneden gelopen om te zeggen: 'God, als Je er echt bent, toon het mij: zorg dat wanneer ik weer boven kom, hij wakker is en ik positief nieuws hoor.' Maar het is dus niet gelukt. 'Op het einde was ik uitgeweend. Dat iedereen daar in tranen van hem afscheid kwam nemen, toonde nogmaals hoe geliefd mijn broer wel was. Vijftig tot zeventig mensen reden elke dag na hun werk naar Genk en bleven daar tot een gat in de nacht, sommigen zelfs de hele nacht. Daarna vertrokken ze om te gaan werken en 's avonds keerden ze terug. Arnor Angeli, een van zijn allerbeste vrienden, speelde in die tijd in Italië, bij Avellino, en kreeg geen toelating van zijn club om af te komen, maar deed het toch. 'Het meest aangrijpend voor mij was om mijn grootouders afscheid van mijn broer te zien nemen. De grootouders aan vaderszijde zijn onze enige grootouders, omdat we de ouders van mijn moeder nooit gekend hebben, en het zijn super grootouders. Mijn opa is zot van voetbal, hij speelde zelf ooit bij de jeugd van Anderlecht en ... hoe hij daar binnenkwam... ik krijg er weer tranen van. Nooit eerder in mijn leven zag ik hem wenen, maar ... hoe hij daar was... ( snikt) Hij pakte mijn broer vast en schudde hem: ' Allez Gregske, wakker worden...' Hij was beginnend Alzheimerlijder en toen we hem vertelden dat de stekker eruit was gehaald, geloofde hij het niet. Hij zei: 'Nee nee, ik zie hem bewegen, hij is er, hij gaat wakker worden!' Zoals ik mijn oma en opa toen zag... Hartverscheurend.' 'Daarna kwam het allerpijnlijkste. Thuis de deur opendoen en de leegte voelen. Zijn bed zien dat erbij ligt zoals hij er op maandagochtend was uitgestapt. De herinnering aan het bericht dat hij mij toen stuurde: 'Blijf wakker na de match, zodat we nog een spelletje kunnen spelen.' Sindsdien speelde ik nooit meer FIFA Manager noch Pro Cycling Manager. 'Ik ben iemand die graag organiseert, maar zonder de hulp van familie en vrienden was het mij nooit gelukt om de begrafenisceremonie van mijn broertje in elkaar te steken. Want ik kon niet naar een foto van hem kijken en ik kon ook geen liedjes horen die mij aan hem deden denken. Het was heel zwaar om te doen, maar ik ben blij dat ik het deed, omdat hij er blij mee geweest zou zijn. Ik wist: het moet plezant zijn. Ik moest hem tonen zoals hij echt is. Toen ik achteraf al die positieve commentaren hoorde, wist ik dat het was geweest zoals het moest zijn. Alleen had ik het liever pas over zeventig jaar gedaan.'