Etappe 1: het familie-ei

Franck Kanouté: 'Door mijn vader ontwikkelde ik mijn liefde voor voetbal. Jules heette hij, één van de bekendste voetballers in mijn streek; iedereen keek naar hem op. Hij vond zichzelf altijd beter dan ik, maar daarin verschillen we van mening. Anders dan ik, heeft hij niet het geluk gekend om naar Europa te kunnen. Er was buitenlandse interesse; ze zijn zelfs naar hem komen kijken, maar zijn vader ging er niet mee akkoord. Hij was directeur van een school en hij wilde dat zijn zoon zou gaan studeren. Mijn opa hield ook niet van voetbal.
...

Franck Kanouté: 'Door mijn vader ontwikkelde ik mijn liefde voor voetbal. Jules heette hij, één van de bekendste voetballers in mijn streek; iedereen keek naar hem op. Hij vond zichzelf altijd beter dan ik, maar daarin verschillen we van mening. Anders dan ik, heeft hij niet het geluk gekend om naar Europa te kunnen. Er was buitenlandse interesse; ze zijn zelfs naar hem komen kijken, maar zijn vader ging er niet mee akkoord. Hij was directeur van een school en hij wilde dat zijn zoon zou gaan studeren. Mijn opa hield ook niet van voetbal. 'Mijn vader gelukkig wel, dat vergemakkelijkte het voor mij. Mijn mama heb ik wél moeten overtuigen. "Je moet studeren", zei ze altijd. Toen ik mijn diploma haalde, heb ik haar gezegd: "Nu is het gedaan, voetbal is mijn droom". Ze was boos, ik denk dat ze vier, vijf maanden niet met me sprak, maar inmiddels is ze bijgedraaid en is ze de gelukkigste mama van de wereld. 'Mijn vader was linksbuiten. Hij begon later met een voetbalschool waar ik ook op zat. We waren altijd samen, ook wanneer hij met vrienden ging voetballen. Dan nam hij me apart voor wat oefeningen, wat dribbels. 'Dit voorjaar stierf hij... Ik was nog in Italië, en het was middenin de pandemie. Ik probeerde naar de begrafenis te gaan, maar dat is niet gelukt. Door de lockdown waren de grenzen dicht en werden de vluchten geschrapt. 'Mijn vader was mijn beste vriend. In het begin was hij streng, om me te tonen hoe het leven in mekaar zat. "Niemand gaat je iets cadeau doen", zei hij. "Je gaat moeten vechten om iets te krijgen." We hadden geld thuis, maar wanneer ik iets vroeg, kreeg ik niks. "Doe zelf een inspanning", zei hij dan. "Je gaat het later óók zelf moeten doen." Mijn vader heeft me veel waarden bijgebracht... 'Toen ik tien was, stonden we eens te koken samen: mijn papa, mijn oom en ik. We maakten Senegalese rijst klaar en ik zei: "Als ik later groot ben, zullen jullie dit nooit meer moeten eten. Dan ga ik geld verdienen met mijn voetbal en dat aan jullie geven, zodat je alles kan kopen wat je wil."' Krepin Diatta en ik komen bijna uit dezelfde buurt. Ik herinner me alleszins nog dat we mekaar op het veld tegenkwamen toen we jong waren en onze ploegen tegen mekaar speelden. Net als Krepin ben ik later ook via Dakar gepasseerd. Geen eenvoudige reisjes... Ik vertrok om zes uur 's morgens en pas laat in de avond kwam ik aan in Dakar. De wegen waren weinig comfortabel en de bus kon in panne vallen. Als je geluk had, was er een mecanicien aan boord, maar meestal was dat niet het geval en moesten we met zijn allen de bus verder duwen. ( lacht) 'Om in Europa te raken, moest je via Dakar. Ik weet dat Badji de sprong rechtstreeks heeft gemaakt, maar zo zijn er niet veel. De meesten passeren via de hoofdstad, omdat daar veel opleidingscentra zijn en veel scouts komen kijken. Wie in het zuiden blijft, heeft misschien tien procent kans om door te breken. In Dakar ligt dat al snel op vijftig, zestig procent als je wat talent hebt. De concurrentie is er groter, maar je bent ook meer zichtbaar. 'Ik zat twee jaar bij een jeugdacademie waarvan de broer van de baas spelersmakelaar was. Hij had contacten in Italië en kon stages regelen. Toen ik werd gescout, kwamen ze eigenlijk naar twee andere spelers kijken: een verdediger en een spits. Ik zat de eerste helft op de bank en mocht na de rust invallen. Ik raakte twee ballen, scoorde en na tien minuten riep hij me naar de kant. "Mon fils," vroeg hij, "hoe heet je en hoe oud ben je? Ik zorg ervoor dat je kan gaan testen in Italië. Wat denk je? Interesse?" 'Je moet wat geluk hebben dat je net op het goeie moment opvalt. Veel geluk. Ik woonde toen bij mijn oom, ver van de stad en de club. Om vijf uur moest ik opstaan: naar de bakker, ontbijten en weg, hopend dat de bus die dag op tijd zou zijn. Het blijft Afrika: veel files, het openbaar vervoer rijdt niet altijd even stipt en ik was soms uren onderweg voor een ochtendtraining. Het nachtleven is dus aan mij voorbijgegaan. Verleidingen genoeg anders: mijn vrienden kwamen me polsen of ik meeging, maar dat deed ik niet. Ik wist wat ik wilde bereiken.''Mijn eerste stage was bij Napels en daar viel ik binnen een paar weken op: er was belangstelling van Roma, Inter en Juventus. Ik koos voor Juve, omdat het de beste ploeg van Italië was, de beste ter wereld zelfs. En aangezien mijn idool daar ook voetbalde, was de keuze makkelijk. 'Mijn idool? Patrick Vieira! Vanwege zijn stijl, het gemak waarmee hij op het veld stond. Zijn elegantie... Een mooie voetballer. Ik heb het geluk gekend om hem te ontmoeten. In de Youth League met Juve speelden we tegen Manchester City, toen hij er coach was. Ik mocht dan wel niet meespelen, maar trainde wel mee met de jongens. Na de match hebben we met mekaar gepraat. Patrick heeft Senegalese roots en gaf me raad. 'Mijn favoriete spits is mijn papa. Jules Bocandé? We hebben een familieband! Via mijn oma. En Frédéric Kanouté is ook familie. Mijn opa komt uit Mali en is van dezelfde familie als hij. Toen mijn opa 25 was, is hij geëmigreerd naar Senegal en daar heeft hij mijn oma ontmoet. Ik heb dus ook Malinese roots, net als Frédéric. 'Italië als minderjarige, zonder papieren: dat was niet eenvoudig. Mijn manager regelde een visum voor een paar weken en voegde eraan toe: "Als je test lukt, kom je terug en regelen we een contract." Ik ben dus met amper bagage vertrokken en uiteindelijk ben ik niet direct teruggekeerd. Zat ik daar ... minderjarig, geen familie, geen notie van de taal. Ik heb echt máánden afgezien. Ik werd wel ondergebracht bij een Senegalese familie, maar het duurde toch even voor ik de juiste papieren had. 'Die regels kende ik niet; toen ik mijn test aflegde, wist ik niet dat je - wanneer je niet bij je ouders woont - achttien moet zijn om prof te kunnen worden. Ik mocht maanden slechts trainen en wat vriendschappelijke wedstrijden spelen. Geen competitie. Ik werd er zot van. Je traint de hele week maar in het weekend zit je te kijken naar je ploegmaats, terwijl ... ik wilde de boel toen kapot spelen. 'Juve wilde me nog naar school sturen, maar ik had al een diploma. ( lacht) School was geïntegreerd in het opleidingscentrum, maar om de lessen te volgen zou ik al om zeven uur moeten opstaan. "Doe het dan om de taal te leren", zeiden ze. Ik antwoordde dat dat zo ook wel zou gaan. Ik las veel, keek tv, babbelde en na zes maanden sprak ik Italiaans. Het lukte zonder problemen. Op een gegeven moment sprak ik alleen nog Italiaans en raakte ik zelfs mijn Frans kwijt. Ik betrap mezelf er hier nog altijd op dat ik er af en toe wat Italiaans tussen gooi. 'Bij Juve ben ik nog een paar maanden gebleven om te spelen maar uiteindelijk lukte het niet om door te breken. Zodoende ben ik afgezakt naar de Serie B. De eerste zes maanden bij Pescara gingen goed, tot ik me blesseerde. Nadien was ik niet meer zo geconcentreerd. Te laat op training, de regels niet zo goed respecteren, je kent het wel. Waarom? Ik was jong en liet me meeslepen door vrienden die liever op stap gingen. La vie... Na een paar maanden heb ik mijn agent laten weten dat hij beter een andere ploeg voor me zocht; om me daar weg te halen. Zo ben ik bij Ascoli terechtgekomen. Daar ging het veel beter. We stonden laatste toen ik er kwam en hebben ons nog gered. 'Het probleem in Italië is vaak dat ze liever oudere spelers een kans geven, maar wie me kent weet dat ik niet op mijn kop laat zitten. Als ik het gevoel heb dat ik beter ben dan de ander, en mijn ploegmaats bevestigen dat, durf ik op tafel te kloppen. Bij Pescara heb ik stevig gebotst met de coach. Wanneer hij me negeert of me niet uitlegt waarom hij me precies aan de kant laat, terwijl iedereen ziet dat ik beter ben, laat ik me gelden. 'Mijn vierde club in Italië was Cosenza, de ploeg waarvoor David Okereke ook nog voetbalde. Daar zag ik hoe vriendschap veel kon doen binnen een ploeg. Technisch waren we heel beperkt, maar op het veld vochten we voor mekaar. Bij Pescara, bijvoorbeeld, waren we veel sterker, maar daar was niet dat groepsgevoel dat we bij Cosenza hadden. David vertelde me dat hij er heel graag was, en dat geldt ook voor mij. Ik snap dat je aan de top meer concurrentie hebt, maar in mijn ogen moet dat het groepsgevoel niet schaden.' 'In Turijn durfden ze me wel eens de nieuwe Pogba te noemen. Ik snap de parallellen: ik ben rijzig en heb offensieve impulsen. Maar met hem heb ik me nooit willen vergelijken. Dat ik hier af en toe meega in het offensief, hangt af van wat de trainer wil. In Italië moest je als zes voor de defensie blijven. Hier krijg ik in die rol meer vrijheid; ik mag mee naar voren van de coach. Ik scoorde hier ook al, in Italië lukte dat nooit. 'Mijn aanpassing gaat goed. Ik ben blij met wat de groep doet, dat komt eerst. Persoonlijk vlot het ook, maar ik weet dat ik nog beter kan. Ik pas me aan. Alles op zijn tijd. 'Voor mijn vader stierf, zei hij mij dat hij nog eens voor de buis wilde zitten om naar mij te kijken in het truitje van de nationale ploeg. 'Alles op zijn tijd', antwoordde ik toen. Wanneer ik zoals nu vooruitgang boek, dan komt dat wel.'