Hans Martens (57): 'Een zwijnenboer zei: 'Ik heb iets voor u, Hans, maar je moet het zelf komen halen.' Ik dus naar Lichtervelde. Daar draaide ik een boerenhof op. Die vent wees: 'Boven die zwijnenkoten moet er tussen het stro nog een doos staan. Daar zitten oude exemplaren van Shot in.' Dat is het officiële krantje van Cercle. In de jaren tachtig drukten ze dat op groen papier. Ik kroop die ladder op. De krantjes bleken nog in redelijke staat. De geur moest ik erbij nemen. ( lacht)
...

Hans Martens (57): 'Een zwijnenboer zei: 'Ik heb iets voor u, Hans, maar je moet het zelf komen halen.' Ik dus naar Lichtervelde. Daar draaide ik een boerenhof op. Die vent wees: 'Boven die zwijnenkoten moet er tussen het stro nog een doos staan. Daar zitten oude exemplaren van Shot in.' Dat is het officiële krantje van Cercle. In de jaren tachtig drukten ze dat op groen papier. Ik kroop die ladder op. De krantjes bleken nog in redelijke staat. De geur moest ik erbij nemen. ( lacht) 'Mijn eerste artikel over de Brugse derby vond ik op een nog raardere plaats: in een lijkkist. Die stond te koop op een rommelmarkt in Grammene. Er lagen oude kranten in. Daarvan ben ik een beetje bezeten. Zeker artikels uit de periode 1910-1930 interesseren me, omdat Cercle toen drie titels pakte: in 1910, 1927 en 1930. Het artikel in de kist ging over een match tegen de flauwe blauwe. ( doelt op Club Brugge, nvdr) 'Zo'n artikel heb ik ook eens gevonden toen ik voor mijn werk met de betonmixer op weg was. Ik kwam aan in het centrum van Tielt, maar moest aan de werf nog wat wachten. Ineens viel mijn oog op een muur waar gazetten aan hingen. Vroeger werden die gebruikt als isolatie. Ik ging kijken en vond daar toch wel een Cercleartikel, zeker. Ik deed de deur van mijn convoyeur open en legde die natte gazet voorzichtig neer. Twee dagen later was ze droog en heeft mijn vrouwtje Sabine ze gestreken.''Mijn verzamelwoede begon toen ik in 2008 rondliep op een rommelmarkt in Tielt. Ik zag er een stapel kaartjes liggen in postkaartformaat. Het bovenste was er een van de firma Rodenbach en er stond een ploegfoto op van Cercle uit het seizoen 1985/86. Logisch dat dat mij aansprak: al toen ik nog een ukkie van vier was, nam mijn vader me op zijn fiets mee naar Cercle. Dan reden we van Oostkamp naar Sint-Michiels. 'Dat eerste kaartje kocht ik voor 20 frank, een halve euro. Vanaf toen ging het vlug: al snel wilde ik van elk seizoen zo'n kaartje. Nog wat later was ik alles over Cercle aan het verzamelen. In het begin stond er in onze living één classeur. Plots waren dat er tien, dan twintig. De dingen die ik niet kon uitstallen, zette ik in onze slaapkamer. Tot mijn vrouw zei: 'Zo kan het niet meer.' Toen hebben we de zolder geleegd. Ik liet een nieuw zoldergat en een trap steken. De gebinten van het dak werden verhoogd, er kwamen twee veluxen, elektriciteit, chauffage en chape. We maakten een overloop, een kleine en een grote kamer. Onze zoon kreeg de grote, ik kon mijn Cerclespullen in de kleine zetten. Maar ook daar had ik snel plaats te kort. Toen onze zoon alleen ging wonen, palmde ik ook de grote kamer in. Daar hangen nu onder andere mijn 114 Cercletruitjes en mijn 90 sjaals. ( Begint zijn rondleiding) 'Hier op de overloop zie je mijn Wall of Fame. Hier hangen - op één na - alle edities van het magazine Geïllustreerde Sportwereld waarbij een Cerclespeler op de cover stond. Alleen nummer 255, met de betreurde Albert Van Coile, ontbreekt nog. Elke cover zit schoon in een kader. Een vriend maakt die kaders voor mij, want die covers hebben geen standaardmaat. Ik spuit de kaders in het groen of het zwart. ( Wijst) 'Daar hangt mijn grote held: Florimond Vanhalme. In 1927 was hij kapitein bij Cercle én bij de Rode Duivels. Ik heb nu contact met zijn kleinzoon Michel. Volgende week duiken we met ons tweeën een hele dag de catacomben in van het archief in Brugge. Want ik ben nog altijd op zoek naar een paar graven. Toen ik een nieuwe knieprothese kreeg, zei mijn dokter dat ik veel moest wandelen. Ik begon kerkhoven af te stappen, op zoek naar alle graven van de spelers, trainers en bestuurders van onze drie kampioenenploegen. Geen uren, maar dágen heb ik gesleten op de centrale begraafplaats in Brugge. Zodra je een overlijdensdatum hebt, kunnen ze je daar verder helpen. Op drie na heb ik alle graven gevonden: in Ieper, Oostende, Brugge, Sint-Kruis, Zandvoorde, noem maar op. Ik fotografeerde ze, duidde ze aan op plannetjes en klasseerde die hier in mijn mappen. Op een keer vond ik zo een graf dat al wat was weggezakt en waarvan de letters onleesbaar geworden waren. Ik tastte toen met mijn vingers over de letters en ik voelde: Edmond Verbruggen ( speler van de kampioenenploeg in 1910, nvdr). Wat later zocht ik zijn twee dochters op. Zij dachten dat het graf allang weg was.' ( Haalt mappen boven) 'Van Florimond Vanhalme heb ik ook familiefoto's op het strand, trouwfoto's, zijn rouwbrief en zijn bidprentje. En kijk, hier is de rouwbrief van Edgard De Smedt, naar wie het stadion aan de Torhoutsesteenweg genoemd werd. Dat is toch cruciaal in een Cercleverzameling? Je historiek bestaat niet enkel uit actiefoto's van matchen tegen Anderlecht. Ik heb ook het kussentje waarop de trouwringen geborduurd waren van onze keeper Nico Vaesen. 'Deze verzameling is mijn levenswerk. Elke dag ben ik er minimum één uur mee bezig. Het gebeurde zelfs al dat ik om vier uur moest opstaan om naar het werk te gaan en dat ik te vroeg wakker werd. Op zo'n moment durf ik al op te staan en zit ik om kwart over drie gauw nog een paar krantenpagina's te klasseren. Zot, hé? Het minimum dat ik elke dag doe is: checken of er iets interessants staat op 2dehands.be en op de Ebay-sites, ook in het buitenland. 'In het weekend ben ik er meestal meer dan één uur per dag mee bezig. Op een zondagochtend moest mijn vrouw eens vroeg weg. Ik stond mee op en begon in mijn pyjama aan mijn artikels. Op zo'n moment ben ik heel geconcentreerd bezig. Ineens keek ik naar de klok en was het drie uur 's middags. Ik zat daar nog altijd in mijn pyjama. Ik heb er dan wel voor gezorgd dat ik mijn gewone kleren aanhad tegen de tijd dat mijn vrouw thuiskwam. Anders ging ik op mijnsjokkedeizen krijgen. Maar Sabine is ook een Cerclevrouwtje geworden, hoor. Eerst kende ze niks van voetbal, intussen is ze secretaris van de supportersfederatie en van Belgian Supporters. Winter en zomer slaapt ze in een voetbalbroekje van Cercle. En weet ge wat ik dan 's nachts doe? Ik ga op zoek naar het Cerclelogo, hé. ' ( lacht) 'Dankzij het verzamelen beleefde ik al veel gelukkige momenten. Op een keer was ik met mijn camion op weg naar Westrozebeke. Plots kreeg ik telefoon. Het was Jules Verriest ( door de fans verkozen tot 'Cerclespeler van de Eeuw', nvdr). Ik had hem ooit eens geholpen met enkele foto's. Hij werd zeventig en vroeg: 'Hans, zou je naar mijn feest willen komen?' Ik verschoot: 'Mag ik komen?' Jules antwoordde: 'Gij móét daar bij zijn!' Ik zat te trillen aan mijn stuur. En daar liep ik dan op dat feest, het ventje uit Wingene dat graag verzamelt, tussen de gouverneur en de burgemeester, tussen Raoul Lambert en Han Grijzenhout, tussen Urbain Braems en Morten Olsen ( respectievelijk ex-Clubspeler, ex-Cerclespeler en ex-Cercletrainers, nvdr). 'Jules Verriest is hier al naar mijn verzameling komen kijken. Binnenkort komt hij nog eens, met zijn kleinkinderen. Joël Hoste ( Cerclespeler in de jaren 40 en 50, nvdr) is hier ook geweest, op zijn 94e. En nog veel andere voetballers, ex-voetballers en supporters. Maar van het bestuur heb ik nog nooit bezoek gekregen. Ik was trouwens heel kwaad omdat ze in 2010 niets deden om onze eerste landstitel te herdenken. Maar kijk, als ik in 2027 al dood zou zijn en ze willen een bloementuil gaan leggen op de graven van de mannen die in 1927 kampioen speelden, dan kunnen ze dankzij mijn plannetjes de juiste graven vinden. Alles van mij zal bewaard blijven. Denk ik toch.'