Dit interview verscheen in april 2022 in Sport/Voetbalmagazine.
...

Charles De Ketelaere (21) verontschuldigt zich bij de fotografe en plukt aan zijn zwarte broek. Er zitten her en der nog wat kattenharen op en dat staat zo lullig op de portretten. De fotografe pikt er gewillig op in; ze vraagt hem wat voor poezen het zijn. Wat blijkt: ze heeft er een van precies hetzelfde ras als zijn vriendin. De Ketelaere is vooral een hondenvriend; hij heeft er twee bij zijn moeder, maar door zijn vriendin werd hij ook een kattenliefhebber. 'Ragdollkatten leunen het dichtste aan bij honden', verklaart hij. 'Ze lopen je overal achterna en zijn heel aanhankelijk. Je kunt er echt mee knuffelen.' Hij toont een foto van de twee: Chess en Bouny. Ze wonen bij zijn vriendin thuis in Adegem; af en toe neemt ze de jongste kat mee naar Knokke, waar De Ketelaere sinds kort een appartement heeft. Die kruipt graag op zijn schoot wanneer hij een middagdutje doet. 'Zó zálig is dat!' Wanneer de naam van zijn vriendin valt, begint de fotografe opnieuw te lachen. Jozefien: zo heet háár kat. De Ketelaere lacht met haar mee. 'Bijzonder cirkeltje dit.' En zo is het gesprek meteen op gang. We hadden hem al aangekondigd dat het een persoonlijk verhaal zou worden en dat zag De Ketelaere wel zitten. 'Leuk', zei hij. 'Het gaat altijd over voetbal en dan geef ik toch vaak dezelfde antwoorden. Over mij als mens heb ik nog niet veel verteld.' En dat terwijl hij eigenlijk niet zo'n prater is. Of toch niet tegenover vreemden. Hij wende er de laatste tweeënhalf jaar aan; spotlights brengen nu eenmaal interviews met zich mee en zo zit hier een spontane gast aan tafel. Ver weg is de gesloten jongen die hij schetst van zichzelf. 'In een vertrouwde omgeving ben ik heel open, dan ben ik een sociale jongen die graag mee opgaat in een gezellige sfeer. Maar ken ik de situatie niet, dan kijk ik de kat uit de boom. Vroeger praatte ik zelfs niet graag met mensen die ik niet kende. Vandaar ook dat ik moeite had met interviews. Als ik filmpjes moest inspreken, moest dat vier of vijf keer opnieuw omdat ik moeilijk uit mijn woorden kwam.' Het zit 'm niet zozeer in zijn opvoeding, zegt hij, die dan wel bescheiden was, maar hij zoekt de verklaring eerder in zijn karakter. Zijn twee jaar oudere broer is namelijk het tegenovergestelde. 'Die zou nog tegen een boom staan praten.' Louis De Ketelaere is een fuifnummer. De jongste van het stel doet hem na, in het plat Brugs: 'Mocht ik het talent van Charles hebben, ik zou precies hetzelfde doen.' Hij lacht en citeert dan zijn moeder, die wijselijk nee schudt. 'Nee, Louis, dat zou jij niet kunnen. Jij kunt nog geen avond thuis zijn.' Charles De Ketelaere is dan weer nergens liever dan daar. Sterker nog: uitgaan kost hem energie. 'Ik heb wel vrienden natuurlijk, maar ik heb gewoon niet veel nood om af te spreken. Dat kost mij vaak meer energie dan gewoon thuis op mijn gemak te zijn. Als ik dan wel een keer toezeg voor een feestje, dan baal ik als het bijna zover is: kon ik maar lekker thuisblijven. Eens ik er ben, vind ik het echt leuk en denk ik de dag erna dat ik dat vaker ga doen, maar dat gevoel verdwijnt toch ook weer. Sommige jongens hebben het daar lastig mee; dat ze dat deel van het leven missen, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik offers moest maken voor het voetbal.' Naast Louis heeft hij nog een zus, Renée. 'Ik zeg altijd dat ik ook graag drie kinderen wil; ik vond dat echt een leuke situatie thuis. Het was nooit saai, ik verveelde me nooit.' Louis en Renée zijn een tweeling en het was in het gezin De Ketelaere vaak twee tegen een, maar nóóit was de kleinste - ahum - gechareld. Hij vond vaak een van de twee aan zíjn zijde. 'Ik was echt de jongste, de oogappel. Ja, ik werd wel wat verwend.' Behálve wanneer hij in de tuin tegenover zijn broer stond, de bal aan de voet. Die duels eindigden vaak in tranen. 'Mijn broer zegt nu dat hij mij vormde; dat ik zo goed tackles kan ontwijken door hem. Meestal ging het een uur goed, daarna werd hij boos. Ik was te goed voor hem en omdat ik twee jaar jonger ben, kon hij dat niet verdragen. Dan trapte hij me keihard neer en liep ik wenend naar binnen. Hij was gewoon te hard. Ik weet niet of mama het dan voor me opnam, maar volgens haar stond ik een uur later weer in de tuin; ik ging toch altijd weer terug.' Ze zijn trots dat hij het zover schopte, zegt hij, al praten ze daar niet veel over. 'Mijn broer is fan van Club, dus die praat als een supporter over de match, ook tegen mij. 'Broertje, je hebt wel goed gespeeld hè. ' De trots zit 'm in die dingen.' Hoewel Charles De Ketelaere sinds eind vorig jaar een appartement in Knokke heeft, blijft thuis Sint-Andries, waar zijn moeder nog altijd in het ouderlijk huis woont aan het Jan Breydelstadion. Zijn band met haar is hecht. Úren zaten ze samen in de auto. Isabelle De Cuyper is thuisverpleegster en in haar vrije tijd reed ze óveral met hem mee naartoe. Naar tennistrainingen in Antwerpen en dan weer snel terug naar het Brugse voor zijn voetbaltrainingen; in het weekend stond ze steevast langs de lijn bij thuis- en uitwedstrijden. En dan waren er nog Louis en Renée, die óók sportten. 'Het is moeilijk voor haar om ons wat los te laten nu we wat ouder zijn. Ze stuurt ons de hele dag berichten. 'En? Op Club aangekomen?' En om twee uur: 'Hoe was het?' Vroeger kon ik niet te laat thuiskomen zonder de vraag of er iets was gebeurd. Ze is erg bezorgd om ons. Op het moment zelf is dat wel eens vervelend, maar als ik het nuchter bekijk, is het vooral een teken van liefde. Ze was altijd zó betrokken bij ons; dat vulde haar dagen. Dat is nu toch anders.' Zijn vader Francis is daarin wat losser, in zowel het volgen van zijn kinderen als de vinger aan de pols houden. 'Mijn papa bekijkt mijn matchen, maar hij was minder betrokken. Dat klinkt alsof het hem niet interesseert, maar dat is het niet. Ook met mijn papa heb ik een super goede band.' Hij vindt het moeilijk om zijn jeugd te omschrijven. Zo natuurlijk en gemakkelijk liep het. 'We zijn niet streng opgevoed, maar we werden ook niet losgelaten.' Een stilte. 'Als ik erop terugkijk ervaar ik vooral heel veel liefde.' Pa en ma De Ketelaere gingen uit elkaar toen Charles elf was. Op het moment was het emotioneel, maar achteraf pakte het goed uit, vindt hij. 'Ze komen nog altijd goed overeen en regelden alles zo goed mogelijk voor ons. Dat was belangrijk voor ons, een vechtscheiding is verschrikkelijk voor kinderen. Dus nee, het uiteengaan van mijn ouders heeft niet op mij gewogen, alleen in het begin. Je voelt op dat moment je gezin uiteenvallen en dat is altijd pijnlijk, maar daarna zag ik dat het zijn weg wel vond; dan voel je je daar ook rustiger bij. Er waren nu ook geen ruzies meer dus in feite was deze situatie een verbetering.' Hij wisselde zijn bezoekjes aan zijn ouders af. Bij zijn vader is het vaak volle bak. Francis De Ketelaere hertrouwde en zo telt het samengestelde gezin liefst zes kinderen. 'En die hebben ook allemaal een liefje, dus daar is het altijd druk en gezellig. Meer moet dat voor mij niet zijn: thuis met mijn vriendin of bij mijn ouders.' Hij is nog vrijwel dagelijks bij zijn moeder. Ze doet nog zijn was en vaak kookt ze voor hem. Zelf zijn eten maken, deed hij nog niet. Hij lacht. 'En nu heb ik het geluk - of misschien het ongeluk - dat mijn vriendin superlekker kan koken. Ze vindt het niet leuk als ik het zeg, maar haar pasta met zalm is geweldig. Volgens haar geef ik te veel complimenten. Daar wordt ze verlegen van.' Wél kan hij zijn appartement goed opgeruimd houden, zegt hij. 'Thuis dacht ik: dat wordt toch wel gedaan. Dat is stout hè, om zo te denken? Dat vind ik wel slecht van mezelf, maar een kind blijft een kind.' Nu geniet hij van zijn tijd met zijn vriendin. Ze wonen niet samen, maar zijn wel praktisch altijd bij elkaar. Jozefien zit op kot in Gent waar ze tandheelkunde studeert, dezelfde studie als pa De Ketelaere, die zich specialiseerde tot stomatoloog. 'Maar dat is puur toeval: ze deed die studie al toen ik haar leerde kennen'. Telkens wanneer het over haar gaat, straalt Charles De Ketelaere van oor tot oor. Het voelt alsof hij de ware vond, zegt hij. Hij volgde haar al een tijdje op Instagram; een vriend van hem leerde haar kennen op een feestje. 'En jongens praten daar dan over onderling, hè', lacht hij. Hij legde contact via berichtjes en ze werden onafscheidelijk. Wat hij leuk aan haar vindt? 'Heel veel!' Weer die aanstekelijke lach. 'Ze is heel vaak lief, maar ze heeft ook veel vuur; ze is gepassioneerd in haar studie. We passen gewoon goed samen.' Maar het kan door haar vuur ook wel eens flink clashen, zegt hij. 'Wanneer we van mening verschillen, begint zij te roepen. Ik zeg altijd tegen haar: 'We kunnen óók een andere mening hebben en normaal praten.' Ik kan mijn gedacht op een rustige manier zeggen.' Hij haalt zijn vader aan, op wie hij veel lijkt, maar juist in dat rustige verschilt. 'Pak een foto van hem op zijn twintigste en het lijkt alsof ik het ben. En ik heb ook de droge humor van hem. Wij lachen als enige twee om elkaars moppen; de rest vindt ons meestal niet zo grappig, maar wij weten precies hoe en wat de ander bedoelde. Hij zei laatst tegen me dat hij mijn rust mijn grootste kwaliteit vindt. Waar ik altijd alles blijf overzien, zal hij al eens met een deur slaan. Hij vindt het knap hoe ik mijn emoties opzij kan zetten en kan blijven denken op die momenten. Dat rustige heb ik van mama. Ook in de zorgzaamheid voor mijn omgeving lijk ik op haar. Bel haar en ze staat hier. Ik zou hetzelfde doen voor de mensen die ik liefheb. Mijn vriendin is ook zo.' Wat als hij een volgende stap zet en naar een nieuwe club verhuist? Hij trekt met zijn mond. 'Ja, dat is een goeie. Mijn vriendin is niet het type dat zomaar alles voor mij opzij zou zetten. En dat wil ik ook niet. Ik val op vrouwen met een passie, die ergens voor gaan en daar goed in zijn. Ik zou niet willen dat zij die studie opgeeft, maar ik heb er alle vertrouwen in dat we daar een weg in vinden. Ik ga niet naar pakweg China natuurlijk; in elk land in Europa moet zij haar studie kunnen verderzetten.' Soms maakt ze zich zorgen. 'Maar ik zeg steeds tegen haar dat we het probleem aanpakken zodra het zich aandient.' Op dit moment heeft hij namelijk geen idee waar zijn toekomst ligt. 'Misschien ben ik nog wel gewoon bij Club volgend jaar.' Maar waarschijnlijk niet. Duitsland zou wel een goeie competitie voor hem zijn, denkt hij. Om er snel aan toe te voegen dat elk land in Europa een optie is. Hij kijkt ernaar uit, om de komende maanden te zien wat er gebeurt. 'Ik heb nog niet veel avonturen in mijn leven aangegaan. Als je kijkt naar mijn leven en carrière liep dat allemaal vrij veilig, maar nu ben ik er klaar voor.' Vijf jaar geleden was dat nog totaal anders. Hij zei het thuis weleens aan de keukentafel: 'Mocht ik nu naar een nieuwe ploeg en een andere kleedkamer gaan...' 'Daar had ik schrik voor.' Hoe anders is dat nu. 'Ik vind het spannend, op een leuke manier. Het idee dat ik niet weet waar ik over een jaar of over twee jaar zit, hoe het voetbal me zal leiden en waar ik uitkom ... dat vind ik boeiend. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat de toekomst me brengt en ik kijk ernaar uit om dat op me te laten afkomen.' Dat hij op zijn 21e al een waslijst aan topclubs achter zich aan heeft, mag niemand meer verwonderen. Maar dat is iets van nu, sinds hij in het eerste van Club speelt. 'Vroeger blonk ik nooit uit. Ik was gewoon niet zo goed. Wanneer je aan de zijlijn een rondje maakte, was ik niet de jongen van wie ze zeiden: 'Díé gaat prof worden.' Mensen zagen wel iets in me, ik speelde niet voor niets bij Club, maar ik ging meer op in de ploeg dan dat ik erbovenuit stak.' Het maakte van hem een perfectionist. Het moest altijd beter, vond hij. Wanneer zijn moeder enthousiast was - 'Amai, góé gespeeld! - reageerde hij met een korte 'nee!'. 'Ik had altijd een hoger streven en was extréém kritisch voor mezelf. Als ik twee goals had gemaakt en een kans miste, dan zat die gemiste kans in mijn hoofd. Misschien omdat ik ergens wel voelde wat er nog in zat. Dat komt er nu wat meer uit. Daardoor kan ik nu ook al eens tevreden zijn. Ik ben nog altijd superkritisch, maar ik kan inmiddels weleens toegeven dat ik uitblonk.' Hij komt steeds dichter bij wat hij nastreeft en de grootste stappen zette hij sinds zijn lichaam volwassener werd. Op zijn vijftiende groeide hij dan wel vijftien centimeter, maar de spierkracht bleef achter. Hij keek naar zijn teamgenoten, naar hun dijen en dan naar die van hemzelf. Hij wenste dat hij dezelfde kracht in zijn benen had. De laatste jaren gebeurde dat inderdaad: hij zag zijn bovenbenen in rap tempo in omvang toenemen. 'De kracht die ik toen ontbeerde, kwam er zo bij. Dat ging heel natuurlijk; ik vóélde mijn lichaam gewoon veranderen. En ik verbeterde ook het goede in mijn spel. Vroeger kon ik een mooie steekbal geven, maar zag je mij de rest van de wedstrijd niet. Ik ben nu veel constanter.' Sterker nog: nu steekt hij er bovenuit. 'Hoe dat is? Ik ben daar blij om. Ik pluk nu de vruchten van mijn kritische blik naar mezelf. Maar het is ook nieuw.' En zoals dat vaker gaat wanneer men superlatieven te kort komt, valt dan al eens de naam Messi. De Ketelaere grijnst. 'Dat is wél bizar. Ik doe ook maar gewoon mijn best.' Naast zijn schoenen lopen, zal hij niet snel doen. 'Dat staat mijn omgeving ook niet toe. Club is niet de ploeg van de dikke nekken - Hans Vanaken won twee keer de Gouden Schoen en voelt zich ook niet beter dan de rest - en mijn ouders spelen daarin ook een rol. Ik moet thuis niet proberen me beter te voelen dan een ander.'