Afgelopen zondag sloot Vincent Mannaert, CEO van Club Brugge, op Antwerp zijn 500e officiële wedstrijd bij blauw-zwart winnend af.
...

Afgelopen zondag sloot Vincent Mannaert, CEO van Club Brugge, op Antwerp zijn 500e officiële wedstrijd bij blauw-zwart winnend af. Vijf seconden genieten en dan nervositeit voor de volgende match: zo omschrijft Luciano D'Onofrio het leiden van een voetbalclub. Mee eens? VINCENT MANNAERT: 'Je moet snel schakelen en focussen, dat klopt. Altijd beter willen doen. Dat neemt niet weg dat ik ook nog steeds kan genieten. De match bij Lazio is een van de wedstrijden van de laatste jaren die misschien wel het langst heeft nagezinderd. Niet alleen door het belang, ook door de rollercoaster van de wedstrijd zelf. In negentig minuten gebeurde er uitzonderlijk veel. Dat is één van de redenen waarom voetbal, en per uitbreiding sport, zoveel mensen aanspreekt. In heel weinig andere belevenissen, professioneel of andere, vind je die rollercoaster.' Maakt die rollercoaster van emoties het moeilijk voor een clubleider om de cool te bewaren in het beleid? MANNAERT: 'Dat heeft te maken met inschattingsvermogen en bereidheid om de specificiteit van de sector te leren kennen. Omdat miljarden mensen een mening hebben over sport en die zo laagdrempelig is, zijn velen heel snel geneigd om te denken dat ze het kennen, en dat ze het even goed, zo niet beter, kunnen doen. Dat is niet waar. Sport heeft complexe kanten. 'Ik vat dat samen in twee dingen: onvoorspelbaarheid en overmediatisering. Je werk tijdens de week wordt afgemeten aan de match en het resultaat en daar zijn factoren die je niet onder controle hebt: het zijn mensen, er is de ref op wie je - gelukkig - nul vat hebt, een windstoot, een stortbui.... De overmediatisering kan leiden tot het disproportioneel belang hechten aan vaak irrelevante zaken, waarbij je het risico loopt om daarin mee te gaan, zodat je het belang niet meer in de juiste context plaatst en jezelf overdreven belangrijk gaat vinden. 'Kunnen omgaan met die onvoorspelbaarheid, is zeer moeilijk. Management heeft per definitie als doel: controleren. Het is het bewaken van de processen op zoek naar voorspelbaarheid en dat staat in sport haaks op de realiteit. Daar mentaal flexibel mee kunnen omgaan en voor een stuk kunnen relativeren, is nodig. Maar je mag het ook weer niet plat relativeren.'Bent u tevreden over wat de ploeg liet zien, of blijkt het in een postkampioenenjaar toch weer moeilijker om met nagenoeg dezelfde kern hetzelfde te brengen? MANNAERT: 'Ik ben nu, na de Champions Leaguecampagne, eerder tevreden. Eigenlijk kun je de evolutie van Club goed afmeten aan de deelnames van de Champions League. Na de eerste titel kwamen we in 2016/17 te kort. De tweede keer was met Ivan Leko en daar hadden we al een stap verder gezet: tegen een weliswaar historisch zwak Monaco halen we 4 op 6, op karakter en organisatie speel je 0-0 in Dortmund en thuis tegen Atlético. Vorig jaar was het minder qua punten, maar in een moeilijke reeks, bracht je wél voetbal vanuit je eigen filosofie. 'De evaluatie een jaar geleden was nog: we pakken het momentum niet. Dat deden we nu wel. Zes op zes tegen Zenit, en in de knock-outfase zou je doorgaan tegen Lazio, na een 1-1 thuis en 2-2 uit. Alleen pakken wij 0 op 6 tegen Dortmund en zij 4 op 6. Er is opnieuw een stap gezet, tot de laatste seconde speel je voor kwalificatie in de Champions League. Daar moeten we ons nu op beginnen afmeten.' Maar tegelijk zetten jullie ook een stap in de regelmaat op nationaal niveau. MANNAERT: 'Klopt. Maar het is gewoon een feit dat thuiswedstrijden in een uitverkocht Jan Breydel spelen, anders is dan in een leeg stadion. Het is zoeken naar een manier om daarmee om te gaan. Dit is geen verwijt naar de spelers, ik zie nog topploegen die het moeilijk hebben, die thuis kwetsbaarder zijn dan vroeger. Kijk naar onze resultaten: ze zijn beter uit dan thuis. Op 25 procent van de matchen, die met publiek, hebben we 40 procent van onze punten gehaald. Er is dus nog marge. 'Maar de finale afmeting moet je maken op het hoogste niveau. Een Europese groepsfase, niet één match, vind ik een goeie barometer om te zien waar je staat. Dat goeie moeten ze nu meepakken, als het moeilijk gaat tegen de topploegen. Tegen de andere blijft het een verhaal van intrinsieke motivatie, maar dat is overal een werkpunt.' KV Mechelen verkocht zijn talenten aan het buitenland, Ismaïla Coulibaly had bij jullie kunnen zitten maar voetbalt bij Beerschot: is het moeilijker geworden om de 'tactiek' van vroeger te herhalen: waar je iets in ziet, naar Brugge halen? MANNAERT: 'Absoluut. De marktwaardes zijn exponentieel gestegen, waardoor binnenlandse transfers moeilijker worden. En twee: een aantal van de zogenaamde 'kleinere' clubs in België zijn, bekeken vanuit hun aandeelhoudersstructuur, veel rijker dan de topclubs. Wij hebben op de deur geklopt voor Kamal Sowah ( OHL, nvdr) en zijn net niet weggelachen. De beslissingen worden niet meer genomen in Olympialaan 74, Antwerpen Zuid of aan Den Dreef, maar respectievelijk ergens aan de Zwarte Zee, in Bangkok of Riyad. Een concurrent sterker maken - want dat zijn de Belgische topclubs voor de eigenaars van Beerschot of OHL - wil men niet doen. 'Toen er wat te doen was rond Club NXT in 1B heb ik me de bedenking gemaakt: Brighton B ( eigenaars van Union, nvdr), Manchester City E ( eigenaars van Lommel, nvdr) kunnen wel, maar Club NXT niet? Daar mis ik intellectuele eerlijkheid en consistentie, zoals ik die ook mis in de solidariteitsdiscussie. Bij de opmaak van de ranking van het aandeelhoudersvermogen - dat moet nu kenbaar zijn en dat is een goeie zaak - heb ik Bart moeten ontgoochelen. Club staat pas elfde in België. Bovenaan staan Beerschot, Cercle en OHL. Vanuit dat licht bekeken zijn de discussies over Club NXT in 1B en de redenering rond solidariteit toch wel in een ander perspectief te plaatsen.' Maar wie in Belgische handen is, doet het sportief wel nog altijd het beste, al komen Beerschot en OHL zich daar nu tussen nestelen. MANNAERT: 'Het zijn niet toevallig hoofdzakelijk de topclubs die nog in Belgische handen zijn. Reden te meer dan we niet meer moeten meegaan in dat verhaal van groot en klein, G5 en K11. De aandeelhouders van Cercle hebben veel meer middelen dan die van Club Brugge. Kijk naar de transfers van Lommel. Waarom zou er dan een meer solidaire verdeling van de televisiegelden moeten komen? 'Voor mij heeft OHL zijn plaats op het hoogste niveau. Maar zij sluiten het vorige boekjaar wel af met 14 miljoen in min en kunnen zeggen: no problem. In mijn bijna tien jaar op Club heeft geen enkele aandeelhouder een halve euro moeten inbrengen of bijpassen. Het geld dat eenmalig werd ingebracht in ruil voor aandelen, is gebruikt om investeringen te doen: tien miljoen in Jan Breydel, de velden errond en later het nieuwe oefencomplex. Deze club moest zelfbedruipend worden, dat was het uitgangspunt. Dan is er voor onze sector fundamenteel een probleem dat de 25 profclubs 100 miljoen euro op jaarbasis verlies maken in een niet-COVID-context. 'Geld investeren, occasioneel verlies lijden en bijpassen, niets op tegen, dat is ondernemen. Maar misbruik dan niet het solidariteitsprincipe, al zeker niet wanneer je au fond meer middelen hebt dat diegenen van wie je een solidariteitsbijdrage eist en je met datzelfde geld diegene die het moeten afstaan, gaat beconcurreren. Voor mij zijn er in betaald voetbal maar twee fundamentele principes: economische duurzaamheid en sportieve logica. En als je dan kijkt naar het landschap vandaag...' Zijn dat niet de twee criteria die in het licentieverhaal centraal staan? MANNAERT: 'Ons licentiesysteem is zoals de Vlaamse verkaveling. Er is strikte reglementering die niet door iedereen strikt wordt toegepast, waarop nieuwe regels volgen, gevolgd door weer nieuwe regels, tot je het bos niet meer door de bomen ziet. Zo raakt de essentie, heldere spelregels die sportief en economisch logisch zijn, ondergesneeuwd.' Ook dat was naast COVID-19 het drama van 2020: al dat juridisch getouwtrek voor commissie en BAS. MANNAERT: 'Juist omdat je uiteindelijk geen helder kader meer hebt en we daarom hollen van de ene discussie naar de andere. Daarom mijn oproep in juli, toen ik mijn mandaat in de raad van bestuur bij de Pro League verkoos niet te verlengen, om de oefening ten gronde te maken. 'Onze Europese coëfficiënt staat onder druk. Internationaal voetbal is in beweging en dat zet druk op de clubs die de motoren zijn van de federaties, die de voeling verliezen met die clubs. Vandaar de evolutie naar een Super League en op termijn een World League. De aandeelhouders van de grootste Europese clubs zitten overal, een Amerikaan heeft niet de affiniteit met pakweg Hajduk Split-SV Waregem zoals wij. Die denkt: waarom spelen ze hier op woensdag om 17.30 uur? Zijn jullie zot? 'Als je geen visie hebt, kun je geen strategie ontwikkelen en zonder strategie geen actieplan. Dan ga je in het momentum van de dag en kom je per definitie - en daar zitten we nu middenin - in 100 procent reactiviteit. Getuige: de beker. Voor Nieuwjaar niet om gezondheidsredenen? Januari! Dan begint een discussie over geld, bijpassen of niet, en komt er een compromis: februari! Maar wel competitievoetbal op 9 en 10 januari. Wetende dat je stopt op 27 december. Wetende ook dat de buitenlandse spelers ook afgelopen zomer veelal niet de mogelijkheid hadden om hun familie te gaan opzoeken en dat je al een zeer drukke kalender had, met heel veel belasting.' Dag winterstage om op te laden. MANNAERT: 'In een EK-jaar! Ik zou me als bondscoach, niet alleen van België, maar ook elders met internationals in dit land, zorgen beginnen maken. Daarom was er vorige maandag geen belangrijker agendapunt op de algemene vergadering met alle clubs dan wat er is gevraagd aan de raad van bestuur: een volledige externe doorlichting van ons profvoetbal. Dat houdt in: een visie op de toekomst, de specificiteit van het Belgisch voetbal vanuit een internationaal perspectief, de werking van de Pro League, de samenwerking met de KBVB en transparantie brengen naar de 21e eeuw.'