2024. Dat stelde een voorzichtige burgemeester Dirk De fauw (CD&V) voorop als datum voor het in gebruik nemen van het nieuwe stadion van Club Brugge op de plaats waar nu Jan Breydel staat. De fauw is een politicus, die zijn meestal voorzichtig wat deadlines betreft.

Bart Verhaeghe, die op de persconferentie naast hem zat, is een ondernemer. Die willen alles sneller. Eind 2020, begin 2021 alle vergunningen binnen en dan vijftien tot zestien maanden bouwen, uiteraard in eigen beheer. Verhaeghe: "En in het seizoen 2022/23 in gebruik nemen." Zo ziet hij het.

Kortste weg

Met de aankondiging van deze nieuwe fase in het Brugse stadiondossier komt misschien/wellicht een einde aan veertien jaar onderhandelen, praten, uitkijken, schetsen, alternatieven onderzoeken en vooral veel frustraties verwerken.

Het was Michel D'Hooghe die een en ander in gang stak, het zal Bart Verhaeghe zijn die het dossier afwerkt. Niet in Loppem, ook niet in Knokke, evenmin aan de Blankenbergse Steenweg, maar daar waar de groene verzetsbeweging in de stad het altijd heeft gewild: in Sint-Andries, op de plaats waar nu ook wordt gevoetbald.

"Niet meteen onze voorkeur", gaf Verhaeghe toe. Een stek te midden van een residentiële woonwijk, in het verleden inderdaad nog afgewezen voor uitbreiding. Maar aan de bezwaren van toen - overlast inzake geluid, licht, verharding van groen en mobiliteit - zal in de nieuwe plannen tegemoet worden gekomen. Al is iedereen die op de persconferentie rond de tafel zat realistisch. Verzet zal er nog komen. Maar de vergunningsweg die dit stadion moet doorlopen, lijkt een kortere dan alle andere wegen in andere alternatieven.

Concurreren met Ajax

Club koos voor de meest snelle en meest realistische oplossing. De ploeg offert naar eigen zeggen qua omvang en beleving niks op door op dezelfde site te blijven, het houdt vast aan een tempel van 40.000 man en wil al lang geen winkels meer (ook onderwerp van verzet) om de uitbating van de site financieel nog rendabeler te maken. Het heeft aan voetbal genoeg.

Club offert wel op aan budget. Bouwen in een industriële omgeving die de Blankenbergse Steenweg moet worden, zou goedkoper zijn geweest dan bouwen in een residentiële. Licht, geluid, de vergroening van de parkeerplaatsen rond het stadion, het inrichten van shuttlevervoer naar parking in de rand (onder meer op de straks ook vernieuwde oude Veemarkt), dat zal allemaal wat duurder en verfijnder moeten. Het nieuwe Jan Breydel moet doordeweeks een stadionpark worden waarin het aangenaam wandelen of een beetje joggen wordt.

Dat extra budget heeft blauw-zwart ervoor over. Bluv'n goan, om een Clubslogan te gebruiken, voor de site in Blankenberge was een risico, gezien de moeilijke eigendomsstructuur van de buurt. Slechts een deel van die grond is in handen van het Brugse OCMW, de rest moest nog worden onteigend. En die procedureslag is verre van over. En voetballen in Knokke, tja, voor een ploeg als Club Brugge lag dat niet eenvoudig. Ook niet voor de stad, die zich haastte, voor dat plan nog veel concreter werd, om haar sportieve vaandeldrager binnen de muren te houden.

Veel langer wachten wilde Bart Verhaeghe immers niet. Hij ziet 2024 met rasse schreden naderen. Dan zetten de UEFA en de Europese topclubs de huidige internationale competities op hun kop. Die boot wil Verhaeghe niet missen. Datzelfde geldt ook voor Charleroi, Genk, Antwerp, Anderlecht, KAA Gent en Standard.

Verhaeghe wil concurreren met Ajax, en met andere (sub)toppers in Europa. Daarvoor is een nieuw stadion dringend nodig. Eentje dat - als het even kan - parallel zal liggen met het huidige en pas zal worden afgebroken (en herwerkt tot parking) als het nieuwe er staat.

Wat met Cercle?

Groen-zwart zit in de doldrums qua organisatie en leeft van dag tot dag. Dinsdag komt er een voorzitterswissel, maar de ploeg blijft afhankelijk van Monaco en diens eigenaar. Plannen op de lange termijn is moeilijk, het enige wat daar vrij concreet is, is de wens om een eigen opleidingscentrum uit te werken. Dat zou snel kunnen worden gebouwd op die terreinen van het OCMW aan de Blankenbergse steenweg. Daar zou ook de Brugse jeugd van Club terecht kunnen, die nu nog op Jan Breydel traint. Zo blijft de onderbouw binnen fietsafstand van de stad. Eens zij weg zijn van Jan Breydel en de vergunningen binnen, kan de bouw starten.

Maar verder voor Cercle? Wellicht weet niemand het goed. De stad wil groen-zwart helpen, maar een nieuw stadion bouwen zal het niet doen. Daar moet Cercle voor zorgen. In afwachting daarvan kan het terecht in het stadion van Club, zei Verhaeghe. Met andere woorden: de scheiding met onderlinge toestemming die er lijkt aan te komen, is nog geen definitieve. De ontlasting van de buurt, zoals de burgemeester het voorstelde ("Er zal om de veertien dagen maar één evenement zijn") evenmin. Dat is voor "op termijn". Maar wat is in het geval van Cercle 'op termijn'?

Club kan nu wel op volle snelheid zijn plannen ontwikkelen. Na de sportieve uitbouw van de ploeg en de bouw van een nieuw trainingscomplex is de derde pijler van het succes in aantocht. Meer volk, meer beleving, meer commerciële mogelijkheden, meer drainage van elders in blauw-zwarte kleuren. Benieuwd of eventuele kandidaten om geld te pompen in KV Oostende hier ook blij mee zijn. De rest mag zich schrap zetten...

2024. Dat stelde een voorzichtige burgemeester Dirk De fauw (CD&V) voorop als datum voor het in gebruik nemen van het nieuwe stadion van Club Brugge op de plaats waar nu Jan Breydel staat. De fauw is een politicus, die zijn meestal voorzichtig wat deadlines betreft. Bart Verhaeghe, die op de persconferentie naast hem zat, is een ondernemer. Die willen alles sneller. Eind 2020, begin 2021 alle vergunningen binnen en dan vijftien tot zestien maanden bouwen, uiteraard in eigen beheer. Verhaeghe: "En in het seizoen 2022/23 in gebruik nemen." Zo ziet hij het.Met de aankondiging van deze nieuwe fase in het Brugse stadiondossier komt misschien/wellicht een einde aan veertien jaar onderhandelen, praten, uitkijken, schetsen, alternatieven onderzoeken en vooral veel frustraties verwerken. Het was Michel D'Hooghe die een en ander in gang stak, het zal Bart Verhaeghe zijn die het dossier afwerkt. Niet in Loppem, ook niet in Knokke, evenmin aan de Blankenbergse Steenweg, maar daar waar de groene verzetsbeweging in de stad het altijd heeft gewild: in Sint-Andries, op de plaats waar nu ook wordt gevoetbald. "Niet meteen onze voorkeur", gaf Verhaeghe toe. Een stek te midden van een residentiële woonwijk, in het verleden inderdaad nog afgewezen voor uitbreiding. Maar aan de bezwaren van toen - overlast inzake geluid, licht, verharding van groen en mobiliteit - zal in de nieuwe plannen tegemoet worden gekomen. Al is iedereen die op de persconferentie rond de tafel zat realistisch. Verzet zal er nog komen. Maar de vergunningsweg die dit stadion moet doorlopen, lijkt een kortere dan alle andere wegen in andere alternatieven.Club koos voor de meest snelle en meest realistische oplossing. De ploeg offert naar eigen zeggen qua omvang en beleving niks op door op dezelfde site te blijven, het houdt vast aan een tempel van 40.000 man en wil al lang geen winkels meer (ook onderwerp van verzet) om de uitbating van de site financieel nog rendabeler te maken. Het heeft aan voetbal genoeg. Club offert wel op aan budget. Bouwen in een industriële omgeving die de Blankenbergse Steenweg moet worden, zou goedkoper zijn geweest dan bouwen in een residentiële. Licht, geluid, de vergroening van de parkeerplaatsen rond het stadion, het inrichten van shuttlevervoer naar parking in de rand (onder meer op de straks ook vernieuwde oude Veemarkt), dat zal allemaal wat duurder en verfijnder moeten. Het nieuwe Jan Breydel moet doordeweeks een stadionpark worden waarin het aangenaam wandelen of een beetje joggen wordt.Dat extra budget heeft blauw-zwart ervoor over. Bluv'n goan, om een Clubslogan te gebruiken, voor de site in Blankenberge was een risico, gezien de moeilijke eigendomsstructuur van de buurt. Slechts een deel van die grond is in handen van het Brugse OCMW, de rest moest nog worden onteigend. En die procedureslag is verre van over. En voetballen in Knokke, tja, voor een ploeg als Club Brugge lag dat niet eenvoudig. Ook niet voor de stad, die zich haastte, voor dat plan nog veel concreter werd, om haar sportieve vaandeldrager binnen de muren te houden.Veel langer wachten wilde Bart Verhaeghe immers niet. Hij ziet 2024 met rasse schreden naderen. Dan zetten de UEFA en de Europese topclubs de huidige internationale competities op hun kop. Die boot wil Verhaeghe niet missen. Datzelfde geldt ook voor Charleroi, Genk, Antwerp, Anderlecht, KAA Gent en Standard.Verhaeghe wil concurreren met Ajax, en met andere (sub)toppers in Europa. Daarvoor is een nieuw stadion dringend nodig. Eentje dat - als het even kan - parallel zal liggen met het huidige en pas zal worden afgebroken (en herwerkt tot parking) als het nieuwe er staat.Groen-zwart zit in de doldrums qua organisatie en leeft van dag tot dag. Dinsdag komt er een voorzitterswissel, maar de ploeg blijft afhankelijk van Monaco en diens eigenaar. Plannen op de lange termijn is moeilijk, het enige wat daar vrij concreet is, is de wens om een eigen opleidingscentrum uit te werken. Dat zou snel kunnen worden gebouwd op die terreinen van het OCMW aan de Blankenbergse steenweg. Daar zou ook de Brugse jeugd van Club terecht kunnen, die nu nog op Jan Breydel traint. Zo blijft de onderbouw binnen fietsafstand van de stad. Eens zij weg zijn van Jan Breydel en de vergunningen binnen, kan de bouw starten.Maar verder voor Cercle? Wellicht weet niemand het goed. De stad wil groen-zwart helpen, maar een nieuw stadion bouwen zal het niet doen. Daar moet Cercle voor zorgen. In afwachting daarvan kan het terecht in het stadion van Club, zei Verhaeghe. Met andere woorden: de scheiding met onderlinge toestemming die er lijkt aan te komen, is nog geen definitieve. De ontlasting van de buurt, zoals de burgemeester het voorstelde ("Er zal om de veertien dagen maar één evenement zijn") evenmin. Dat is voor "op termijn". Maar wat is in het geval van Cercle 'op termijn'?Club kan nu wel op volle snelheid zijn plannen ontwikkelen. Na de sportieve uitbouw van de ploeg en de bouw van een nieuw trainingscomplex is de derde pijler van het succes in aantocht. Meer volk, meer beleving, meer commerciële mogelijkheden, meer drainage van elders in blauw-zwarte kleuren. Benieuwd of eventuele kandidaten om geld te pompen in KV Oostende hier ook blij mee zijn. De rest mag zich schrap zetten...