Hoe moet Alfred Schreuder zich hebben gevoeld nadat Club Brugge op Antwerp voor de achttiende keer kampioen werd? Het is een zeldzaamheid dat een trainer naar buiten zo weinig in het succes wordt betrokken als de Nederlander. De meeste spelers appreciëren zijn duidelijke aanpak en moderne oefenstof, de reeks die hij neerzette is indrukwekkend, maar dit was niet het Club zoals we het kennen: geen orkaan die over de tegenstander walst, geen wervelende acties, geen geolied combinatiespel. Club voetbalde bij vlagen kil en afgemeten, een beetje naar het beeld van de trainer. De achttiende titel is dan ook deze van de zakelijkheid, een kampioenschap zonder gouden rand.

Dat was niet echt de verwachting in het begin van het seizoen. Club heette toen te groot te zijn voor België, het leek de kloof met de concurrentie op en naast het veld nog meer te hebben uitgediept. Amper aankopen voor de competitie begon, het geloof in de eigen kwaliteiten leek onbegrensd. Bij zoveel lof bestaat het gevaar op overmoed. De 6-1-nederlaag op AA Gent, op de zesde speeldag, was een eerste signaal, al waren er al eerder tekenen van laksheid. Maar in de Ghelamco Arena bestond Club niet uit een aan mekaar klittend geheel, maar uit elf eenlingen. En voor het eerst werden er vraagtekens geplaatst bij de aanpak van de eerder zo bejubelde Philippe Clement die in die match niet de meest gelukkige keuzes had gemaakt. Club was op zijn grenzen gebotst, zoals dat later nog eens zou gebeuren in de thuiswedstrijd voor de Champions League, tegen RB Leipzig. Het werd 0-5, ofschoon de Duitsers met verschillende invallers aantraden.

Club Brugge: de titel van de zakelijkheid.

Steeds meer bleek dat de chemie tussen de trainer en de groep verbrokkelde. Herbeginnen was het toen Philippe Clement naar Monaco vertrok en Alfred Schreuder kwam. Hij probeerde eerst, met zijn periode in Barcelona op het netvlies, een ander soort voetbal te installeren, om uiteindelijk toch weer terug te grijpen naar de oude wapens. Met wel twee versterkingen op de flanken: Tajon Buchanan en Andreas Skov Olsen. Zij verhoogden de variatiemogelijkheden. Terwijl Denis Odoi zich naadloos inpaste in het middenveld. De wintertransfers waren in de race naar het kampioenschap doorslaggevend.

Na wat zoeken en tasten hervond Club zijn efficiëntie, maar spetterend was het voetbal zelden. Zeker in de Champions' play-off werd Club geregeld gered door een zeer sterke Simon Mignolet, zoals ook zondag in een erbarmelijke eerst helft op Antwerp bleek. Er werd constant zeer kritisch naar Schreuder gekeken die naar de buitenwereld koel en afstandelijk overkomt en geen emotie laat blijken. Maar hij gaat resoluut zijn weg. Schreuder is een eigenzinnige, onafhankelijke denker die weinig inmenging duldt en zijn filosofie trouw blijft. Gesprekken met de bestuurstop, Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert, voerde hij wel omdat dit wekelijks de gewoonte is, maar wat hem betreft hoefde dat niet. Concessies deed hij al helemaal niet. Bij Hoffenheim stapte Schreuder vier speeldagen voor het einde zelf op omdat hij zich niet kon vinden in de toekomstvisie van de clubleiding.

Na de derde opeenvolgende titel werd de periode onder Ernst Happel weer vanonder het stof gehaald toen Club tussen 1976 en 1978 drie titels op rij pakte. Maar daarmee houdt iedere vergelijking op. Club was toen een aanvalsmachine, het innoveerde ook op tactisch vlak door als eerste vereniging de buitenspelval als offensief wapen te gebruiken. Happel blufte en gokte en zette blauw-zwart ook Europees op de kaart. Dat komt nooit meer terug. Toch liet Club horen zich volgend seizoen op zijn minst bij de Europese subtop te willen scharen. Het wordt ergens herbeginnen. De kampioen zal een nieuwe trainer moeten zoeken en leemtes dienen op te vullen. Noah Lang vertrekt, Charles De Ketelaere allicht ook, voor Hans Vanaken zou er na zo'n sterk seizoen ook interesse kunnen komen, ook al ligt hij nog drie jaar vast. Club heeft nood aan een nieuwe kwalitatieve injectie, aan spelers die passen binnen de clubcultuur en bereid zijn zich voor elkaar weg te cijferen. Juist dat laatste is uiteindelijk de basis geweest voor deze titel. Wart dat betreft heeft Club zichzelf op een cruciale fase van dit kampioenschap niet verloochend: het acteerde als een bolwerk van collectiviteit.

En Alfred Schreuder? Hij zal in de geschiedenis van Club Brugge niet meer zijn dan een voetnoot. Maar zijn vakmanschap staat buiten iedere discussie. En zijn reeks die naar de titel leidde - 37 op 39 - zal niet zo snel iemand nadoen.

Hoe moet Alfred Schreuder zich hebben gevoeld nadat Club Brugge op Antwerp voor de achttiende keer kampioen werd? Het is een zeldzaamheid dat een trainer naar buiten zo weinig in het succes wordt betrokken als de Nederlander. De meeste spelers appreciëren zijn duidelijke aanpak en moderne oefenstof, de reeks die hij neerzette is indrukwekkend, maar dit was niet het Club zoals we het kennen: geen orkaan die over de tegenstander walst, geen wervelende acties, geen geolied combinatiespel. Club voetbalde bij vlagen kil en afgemeten, een beetje naar het beeld van de trainer. De achttiende titel is dan ook deze van de zakelijkheid, een kampioenschap zonder gouden rand.Dat was niet echt de verwachting in het begin van het seizoen. Club heette toen te groot te zijn voor België, het leek de kloof met de concurrentie op en naast het veld nog meer te hebben uitgediept. Amper aankopen voor de competitie begon, het geloof in de eigen kwaliteiten leek onbegrensd. Bij zoveel lof bestaat het gevaar op overmoed. De 6-1-nederlaag op AA Gent, op de zesde speeldag, was een eerste signaal, al waren er al eerder tekenen van laksheid. Maar in de Ghelamco Arena bestond Club niet uit een aan mekaar klittend geheel, maar uit elf eenlingen. En voor het eerst werden er vraagtekens geplaatst bij de aanpak van de eerder zo bejubelde Philippe Clement die in die match niet de meest gelukkige keuzes had gemaakt. Club was op zijn grenzen gebotst, zoals dat later nog eens zou gebeuren in de thuiswedstrijd voor de Champions League, tegen RB Leipzig. Het werd 0-5, ofschoon de Duitsers met verschillende invallers aantraden.Steeds meer bleek dat de chemie tussen de trainer en de groep verbrokkelde. Herbeginnen was het toen Philippe Clement naar Monaco vertrok en Alfred Schreuder kwam. Hij probeerde eerst, met zijn periode in Barcelona op het netvlies, een ander soort voetbal te installeren, om uiteindelijk toch weer terug te grijpen naar de oude wapens. Met wel twee versterkingen op de flanken: Tajon Buchanan en Andreas Skov Olsen. Zij verhoogden de variatiemogelijkheden. Terwijl Denis Odoi zich naadloos inpaste in het middenveld. De wintertransfers waren in de race naar het kampioenschap doorslaggevend. Na wat zoeken en tasten hervond Club zijn efficiëntie, maar spetterend was het voetbal zelden. Zeker in de Champions' play-off werd Club geregeld gered door een zeer sterke Simon Mignolet, zoals ook zondag in een erbarmelijke eerst helft op Antwerp bleek. Er werd constant zeer kritisch naar Schreuder gekeken die naar de buitenwereld koel en afstandelijk overkomt en geen emotie laat blijken. Maar hij gaat resoluut zijn weg. Schreuder is een eigenzinnige, onafhankelijke denker die weinig inmenging duldt en zijn filosofie trouw blijft. Gesprekken met de bestuurstop, Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert, voerde hij wel omdat dit wekelijks de gewoonte is, maar wat hem betreft hoefde dat niet. Concessies deed hij al helemaal niet. Bij Hoffenheim stapte Schreuder vier speeldagen voor het einde zelf op omdat hij zich niet kon vinden in de toekomstvisie van de clubleiding.Na de derde opeenvolgende titel werd de periode onder Ernst Happel weer vanonder het stof gehaald toen Club tussen 1976 en 1978 drie titels op rij pakte. Maar daarmee houdt iedere vergelijking op. Club was toen een aanvalsmachine, het innoveerde ook op tactisch vlak door als eerste vereniging de buitenspelval als offensief wapen te gebruiken. Happel blufte en gokte en zette blauw-zwart ook Europees op de kaart. Dat komt nooit meer terug. Toch liet Club horen zich volgend seizoen op zijn minst bij de Europese subtop te willen scharen. Het wordt ergens herbeginnen. De kampioen zal een nieuwe trainer moeten zoeken en leemtes dienen op te vullen. Noah Lang vertrekt, Charles De Ketelaere allicht ook, voor Hans Vanaken zou er na zo'n sterk seizoen ook interesse kunnen komen, ook al ligt hij nog drie jaar vast. Club heeft nood aan een nieuwe kwalitatieve injectie, aan spelers die passen binnen de clubcultuur en bereid zijn zich voor elkaar weg te cijferen. Juist dat laatste is uiteindelijk de basis geweest voor deze titel. Wart dat betreft heeft Club zichzelf op een cruciale fase van dit kampioenschap niet verloochend: het acteerde als een bolwerk van collectiviteit.En Alfred Schreuder? Hij zal in de geschiedenis van Club Brugge niet meer zijn dan een voetnoot. Maar zijn vakmanschap staat buiten iedere discussie. En zijn reeks die naar de titel leidde - 37 op 39 - zal niet zo snel iemand nadoen.