De fans geloven er nog in. De tweede helft tegen Anderlecht was een paar minuten ver, toen ze plots en masse begonnen te schreeuwen. 'Wij worden kampioen.' Een paar minuten lang. Het stond een beetje haaks op wat ze op het veld te zien kregen. Constant balbezit voor Club Brugge, dat wel, maar weinig tot geen kansen tegen een stug verdedigend Anderlecht, dat naar West-Vlaanderen was gekomen met maar één bedoeling: de rem zetten op Club en de organisatie verzorgen. Karim Belhocine had zijn opstelling daarom gespiegeld aan die van de thuisploeg, met vooral oog voor de verdediging. Rechtsachter Alexis Saelemaekers was linkermiddenvelder, flankaanvaller YannickBolasie de diepe spits, al had die zelf in interviews al diverse keren aangegeven dat hij dat niet graag deed. Wat werd bewezen. Uiteindelijk kreeg Club wel wat het verdiende, na een slecht weggewerkte hoekschop, een van de dertien van de match. Het was Wesley die de ban brak.
...

De fans geloven er nog in. De tweede helft tegen Anderlecht was een paar minuten ver, toen ze plots en masse begonnen te schreeuwen. 'Wij worden kampioen.' Een paar minuten lang. Het stond een beetje haaks op wat ze op het veld te zien kregen. Constant balbezit voor Club Brugge, dat wel, maar weinig tot geen kansen tegen een stug verdedigend Anderlecht, dat naar West-Vlaanderen was gekomen met maar één bedoeling: de rem zetten op Club en de organisatie verzorgen. Karim Belhocine had zijn opstelling daarom gespiegeld aan die van de thuisploeg, met vooral oog voor de verdediging. Rechtsachter Alexis Saelemaekers was linkermiddenvelder, flankaanvaller YannickBolasie de diepe spits, al had die zelf in interviews al diverse keren aangegeven dat hij dat niet graag deed. Wat werd bewezen. Uiteindelijk kreeg Club wel wat het verdiende, na een slecht weggewerkte hoekschop, een van de dertien van de match. Het was Wesley die de ban brak. De balans van Club na zes speeldagen is gemengd: qua cijfers top, met 13 op 18 speelt Club zijn beste play-off 1 ooit in wat misschien wel de best mogelijke bezetting van het eindtoernooi is, met de G5 plus Antwerp. Op papier toch, in de praktijk vallen Anderlecht en KAA Gent tegen (beide clubs haalden tot dusver 1 op 18) en presteert Standard vooral in uitwedstrijden te onregelmatig. Het vorige beste cijfer van Club haalde Michel Preud'homme in het kampioenenjaar 2016: twaalf op achttien. Club doet nu al, even voorbij halfweg in deze nacompetitie, beter dan vorig seizoen, slechts drie keer won (nu al vier keer) en bleef steken op 12 op 30. Leko heeft dus geleerd qua aanpak, alleen is zijn pech: KRC Genk presteert nog beter, met 15 op 18, alleen verloren van Antwerp, vrijdagavond te gast in de Luminus Arena. Verdedigend heeft Club het allemaal veel beter onder controle dan vorig seizoen, toen het in de eerste zes wedstrijden van play-off 1 zeven tegengoals pakte. Dat zijn er nu vijf, met de nuance: in vier van de zes matchen hield Ethan Horvath de nul. Alleen op Anderlecht (twee tegengoals) en in Genk (drie) viel de verdediging door de mand. Dat heeft ook te maken met de risicovolle manier van voetballen waar Ivan Leko voor koos. Voor de start van de play-offs was er intern een evaluatie van het seizoen én werd er overlegd over de te volgen strategie. De coach, die in februari begon aan te voelen dat hij aan zijn laatste maanden in blauw-zwarte loondienst bezig was, koos toen voor de vlucht vooruit. Niet om zichzelf in de picture te zetten als durver, wel omdat een achterstand van vier punten moest worden opgehaald. In de reguliere competitie op 17 februari nog makkelijk weggezet met 3-1, nadat Club eerder op het seizoen ook al gelijk was gaan spelen in Limburg. Genk was te pakken, dachten ze in Brugge, zonder AlejandroPozuelo maar ook zelfs indien de Spanjaard was gebleven. Vooral als de Spanjaard was gebleven, hoorde je er her en der zeggen. Niet iedereen bij Club was even overtuigd van de enorme sportieve waarde die wij allen Sander Berge toedichtten en mét Pozuelo in de basis was het evenwicht bij Genk in balverlies ook niet altijd top. Bovendien, met een Spanjaard die alle ballen naar zich toezoog, was het Genk van Philippe Clement wat meer voorspelbaar. Nu was het afwachten hoe Clement het zou oplossen, maar in West-Vlaanderen hadden ze vertrouwen in eigen kunnen. En in het strijdplan was geen ruimte voor conservatisme. Clinton Mata had offensief teleurgesteld, maar werd gerecupereerd als plaatsvervanger voor de frêle Benoît Poulain, die zijn laatste maanden bij Club vanaf de bank beleeft, terwijl op de flanken Emmanuel Dennis en Krépin Diatta voor onrust moesten zorgen. Arnaut Danjuma werd joker. De fans geloven er nog in. De spelers lijken mentaal wat moe in de constante achtervolgingsstrijd, waarin Genk geen pluimpje laat en zeer volwassen omgaat met de druk. Meer nog, ondanks Clubs recordreeks, de kloof zelfs nog uitdiepte tot zes punten. Bovendien ook nog eens minder voorspelbaar dan tijdens de reguliere competitie, onder impuls van een herboren Leandro Trossard en een zich vrij gedienstig opstellende RoeslanMalinovski. En met een uitstekende Berge als regulator voor de verdediging. Bij Club is het allemaal iets meer voorspelbaar. Moeilijk te stoppen, eens de machine aan het rollen is, zoals op de eerste drie speeldagen van play-off 1, maar daarna iets makkelijker te dereguleren. In Limburg had Club geen antwoord op het pressievoetbal van de thuisploeg (in thuiswedstrijden ook vaak het wapen van de Bruggelingen), in Antwerpen liep het fout door de organisatie van de thuisploeg, net zoals die van Anderlecht zondag Club ook parten speelde. Het antwoord moet (te) vaak van de flanken komen en als die niet of amper in de wedstrijd zitten en de ruimtes te klein kunnen worden gehouden omdat het baltempo niet hoog genoeg is, is het zweten voor Club. Zeker omdat Hans Vanaken na Nieuwjaar wat minder de vrije man vindt ('amper' drie assists tot dusver) of zelf ruimte om te scoren. Zijn stats blijven fenomenaal, maar de vormval is er. Net als vorig seizoen tijdens de play-offs werd vragend gekeken richting coach. Wat nu? Net als toen probeerde Leko met een shockeffect de boel weer nieuw leven in te blazen. Vorig seizoen gooide hij plots Wesley uit de ploeg en Jelle Vossen er tijdelijk in. Bovendien was er Abdoulay Diaby. De voorzitter wil het niet gehoord hebben, maar op sommige momenten mist Club Diaby, de man die vorig jaar presteerde in de play-offs. Leko probeerde het op Antwerp met Loïs Openda in zo'n rol. Die dwong zelfs een strafschop af, maar de ref floot hem niet. Was dat wél het geval geweest, dan had je dat een geniale zet kunnen noemen, nu was de kritiek hard. Nieuwe rol voor Wesley en geen plaats voor Siebe Schrijvers, de boemerang sloeg terug in Leko's gezicht. Dat was eerder ook al in Limburg gebeurd. Gedurfde manier van spelen, achterin man op man, maar afgestraft. Oren naar wat meer conservatisme had de Kroaat vooraf niet. Het is wat Leko wel eens wordt verweten: een beetje koppig, te weinig flexibel. Een enorme persoonlijkheid. Iemand omschreef het vorige week als 'de sterkste persoonlijkheid waarmee hij ooit te maken kreeg'. En dan botst het wel eens. Met de directie over het te weinig gebruiken van alle investeringen in de omkadering. Met StefanoDenswil, die in Genk nergens was in de eerste helft en vorig seizoen ook al eens in een periode veel tegenwind kreeg van de trainer vanwege foute keuzes en posities. Met Vanaken, die in volle eindstrijd vorig seizoen op Charleroi op de bank begon (en dat na de rust bij zijn invalbeurt sterk rechtzette). Met Ruud Vormer, die voor Nieuwjaar minder bezig was en een prikkel kon gebruiken. Leko zette zijn aanvoerder op de bank. Met MarvelousNakamba, meesterstuk tijdens de goeie serie vorig seizoen, maar die dit jaar eigenlijk zijn meerdere moet erkennen in Mats Rits, die meer oog heeft voor wat in zijn rug gebeurt als hij hoog druk zet. Net zoals Vossen, een garantie voor goals, Schrijvers in de hiërarchie moest laten passeren. Of Danjuma, zeer zelfbewust, die plots tijdens zijn afwezigheid Diatta zag excelleren. De Nederlander werd voor het harde werk - en de bevrijdende treffer op Anderlecht - de voorbije twee weken beloond met twee basisplaatsen, maar mag wat ons betreft nu weer even naar de bank. Iets te veel tierlantijntjes en mooie balbehandelingen geven aan dat Club een genie op fluwelen voeten heeft lopen, maar als je ziet hoe Diatta aan de tweede paal dreigt op een voorzet vanaf rechts en dat vergelijkt met de trage apathie die Danjuma in de box uitstraalt op gelijkaardige acties, merk je dat de stap naar de top nog groot is. Het is Leko ten voeten uit. Naar namen kijkt hij niet: wie presteert, mag spelen. Toen Rits en Schrijvers zich meldden, was de Kroaat niet volledig overtuigd. Leko wil mannen met ballen - dat blijkt voldoende uit de filmpjes die tijdens de play-offs intern worden gedraaid onder de noemer We never walk alone. Leko vond beide Vlamingen goeie voetballers, maar had wat twijfels bij hun persoonlijkheid op het veld. Zouden ze de bal wel voldoende dúrven opeisen? In deze play-offs krijgt hij het antwoord. Rits was alleen in Genk even aanleiding tot een tegengoal - hij werd aan de rust ook prompt vervangen na een zwakke eerste helft - en Schrijvers zweette het op Antwerp uit, maar globaal gezien kunnen beiden op een onverhoopt sterk eerste jaar terugblikken. Hulp bij een en ander heeft Leko niet nodig. Je kan met hem praten, maar hij neemt zelf zijn beslissingen. Koppig baant hij zijn eigen weg, ondersteund door de cijfers, overleggend met het kleine kringetje in wie hij het volste vertrouwen heeft. Daar binnendringen, is niet eenvoudig, Leko is geen bakker van zoete broodjes met Jan en alleman. Een psycholoog is niet nodig, dat kan hij zelf goed genoeg. Toen dat half februari even in twijfel werd getrokken, kwam dat hard aan bij hem. De fans geloven er nog in, de buitenwereld minder. KRC Genk haspelde vorig weekend zijn 53e wedstrijd af, Club zijn 46e, maar het lijkt alsof ze vooral in West-Vlaanderen wat moe zijn, vooral mentaal. Genk speelt vrijdag, het kan Club, dat naar aartsrivaal Gent moet weer twee dagen met een vermoeid gevoel opzadelen. Weer moeten winnen om in de race te blijven en die eindstreep nadert zo snel. En daarna volgt hét duel op Jan Breydel tussen de twee grote rivalen. Aandachtig waarnemer zondag in Brugge was Martin van Geel, signaleerden Nederlandse bronnen ons. In makelaarskringen daar circuleert al langer de naam van Giovanni van Bronckhorst als mogelijke opvolger van de Kroaat bij Club. De man die Feyenoord, waar ze ook houden van veel sweat in de zoektocht naar glory, na vele jaren nog eens kampioen maakte en er twee keer de beker mee pakte. Als speler een verleden bij de Glasgow Rangers, Arsenal en Barcelona. Nog jong, 44 jaar, en na vier jaar Rotterdam toe aan een nieuwe uitdaging, liet hij in januari weten. Een goeie peoplemanager met een internationaal profiel, qua DNA exact wat Club twee jaar geleden zocht. En vond bij Leko. wwEr is al een behoorlijke Nederlandse kolonie in Brugge, er kan er nog wel eentje bij. Benieuwd of de komende weken geruchtn en gesprekken uitmonden in een contract.