Soms gaan ideeën een eigen leven leiden. Gehoord, na de nederlaag van Club Brugge, weliswaar van iemand die de match niet gezien had en die dus amper wist dat de Leuvense doelman Rafael Romo een minstens even grote rol in de zege van OH Leuven had als het speelse duo Mercier- Sowah: 'Club Brugge na een Europese match, dat is toch nooit goed, hé. '
...

Soms gaan ideeën een eigen leven leiden. Gehoord, na de nederlaag van Club Brugge, weliswaar van iemand die de match niet gezien had en die dus amper wist dat de Leuvense doelman Rafael Romo een minstens even grote rol in de zege van OH Leuven had als het speelse duo Mercier- Sowah: 'Club Brugge na een Europese match, dat is toch nooit goed, hé. ' Klopt niet. Toch niet onder Philippe Clement. Integendeel zelfs. Vorig seizoen werden de West-Vlamingen niet gespaard door de kalendermaker. Na elk duel in de Champions League volgde een topper: KRC Genk na de voorronde tegen LASK, Anderlecht na Galatasaray, KAA Gent na het bezoek aan Real Madrid, Standard na de rammeling tegen PSG, Antwerp uit volgend op de uitwedstrijd in Parijs, Charleroi na Manchester United. Slechts één keer ging het fout: in die match op de Bosuil. Antwerp, straks ongetwijfeld een te duchten tegenstander in de titelstrijd, was de enige die de Bruggelingen vorig seizoen na een Europese match kon doen struikelen. En vóór een Europees duel won Club nagenoeg alles, het bleef slechts één keer steken op een gelijkspel, helemaal in het begin van het seizoen. Onder Ivan Leko was het een jaar eerder nog anders (drie keer gelijk en twee keer verlies voor een Europees duel, twee keer gelijk en twee keer verlies na zo'n duel), maar wat de combinatie Europees voetbal en nationale competitie betreft, reed Philippe Clement vorig seizoen een nagenoeg perfect parcours. Vanwaar dan nu die 1 op 6 na uitduels bij Standard en OH Leuven? Het puntenverlies op Standard voor het afreizen naar Sint-Petersburg had niet gemoeten: de strafschop in de slotseconden voor hands van Mats Rits was omstreden, al viel er volgens de letter van het reglement niks op aan te merken, zo vond het referee department. Het zorgde voor frustraties in Brugse rangen en dat virus zat, ondanks de zege in Rusland, in Leuven nog steeds in het bloed. Daar was niet eens een (opnieuw omstreden) strafschop voor nodig. Het nadeel van voetbal zonder fans is een totaal gebrek aan beleving. Het voordeel is dat je hoort wat er wordt geschreeuwd op het veld. En dan viel op dat scheidsrechter Alexandre Boucaut al vrijwel onmiddellijk werd geviseerd, met name door Hans Vanaken, in afwezigheid van Ruud Vormer de aanvoerder. Door dat voortdurende gemekker konden wij ons niet van de indruk ontdoen dat er meer energie naar randzaken ging dan naar de essentie. Vanaf de Brugse bank werd eveneens geregeld druk gezet op de ref, daarin gevolgd door Marc Brys ten andere. Ocharme die refs, ze krijgen nogal wat te verduren. In niet-coronatijden neemt de Brugse achterban dat over. Fluiten, schreeuwen en zo de ploeg uit het dal stuwen. Nu lukt dat niet. En dan is deze vaststelling toch een opvallende: voor de vijfde keer zaten er geen fans van Club op de tribunes in de competitie, voor de derde keer verloor de landskampioen. Reken daar ook nog de bekerfinale achter gesloten deuren bij en het wordt wel heel veel. Nochtans had het dit keer niet gemoeten. Kreeg Club in de andere verloren wedstrijden bar weinig kansen, dan was het dit keer wél het geval. Het stuitte evenwel op doelman Romo. Youssouph Badji, Noah Lang, Krepin Diatta, Vanaken,... ze maakten allemaal kennis met de man die het seizoen pas als derde doelman van OH Leuven begon, maar inmiddels _ door de blessure van Daniel Iversen (zaterdag op de bank) opschoof in de hiërarchie. Marc Brys bekloeg het zich niet. De efficiëntie die blauw-zwart in Rusland aan de dag legde, was er dit keer niet. Ook dat is niet nieuw: vorig seizoen was dat een euvel waar de Brugse spitsen aan leden. In afwezigheid van de meer ervaren Michael Krmencik gooide Clement jonkies in de strijd: Badji (18) en Lang (21). Nog geen afgewerkte producten, nog niet altijd de cool voor doel. Diatta, dit seizoen al vijf goals in de competitie, maakt qua efficiëntie progressie, maar zag ook nu niet altijd helder de oplossing: soms ging hij voor eigen succes wanneer een ploegmaat beter opgesteld stond, een andere keer botste hij op Romo. Vorig seizoen namen de middenvelders vaak over, als de spitsen de kansen misten. In Leuven niet. Opvallend was in dat opzicht de keuze die Clement maakte om terug te schakelen naar een systeem met twee spitsen in een 3-5-2. De voorbije vier wedstrijden - Cercle Brugge, Anderlecht, Standard en Zenit - had hij het veld voorin breed opengetrokken. Tegen Cercle, Anderlecht en Zenit stond Charles De Ketelaere in balbezit vaak tegen de lijn te voetballen, op Standard was dat Emmanuel Dennis. Diatta bezette steevast de rechterflank en in het centrum wisselde Club af tussen Krmencik (Cercle en Standard), Badji (Anderlecht) en Dennis (Zenit). Dat gebeurde niet in Leuven. Daar zagen we hoe Lang, opgeleid bij Ajax en dan zou je een echte buitenspeler verwachten, overal liep, behalve langs de lijn. De linkerkant was voor Edoeard Sobol, en die doet dat goed qua afgelegde meters en het zich aanbieden, maar hij heeft last van het 'Mata-syndroom': net niet precies genoeg bij de laatste voorzet. Nu, Lang liep uitstekend tussen de lijnen, alleen de afwerking was minder. Verkeerd was de aanpak dus niet. Maar: omdat alles toch vaak centraal verliep - de inbreng van eerst De Ketelaere (bleek) en daarna David Okereke (onzichtbaar) veranderde daaraan niets - bleef de ruimte wel dicht voor infiltraties van Vanaken en Siebe Schrijvers. De tweevoudige Gouden Schoen kon slechts één keer echt loskomen, de Limburger nooit. Schrijvers, tegen Eupen en Beerschot nog zwervend rond Badji, kon een rij lager geen meerwaarde bieden, ondanks aanmoedigingen en coaching vanaf de bank. Een en ander doet geen afbreuk aan de verdienste van OH Leuven. De neo-eersteklasser rijdt net als Beerschot een sterk openingsparcours. Allebei tellen ze 18 op 30. De kracht van beide nieuwkomers ligt in de organisatie en de discipline. Misschien dat Hernán Losada het nog iets avontuurlijker aanpakt dan Brys en over iets speelser talent beschikt, maar de parallellen zijn opvallend: een goeie doelman, no-nonsense achterin met drie taakbewuste centrale verdedigers en daarvoor twee stofzuigers, en dan wat getalenteerde flyers in een vrijere rol. RaphaelHolzhauser als regisseur bij de ene, Xavier Mercier bij de andere. Tarik Tissoudali als getalenteerd verbindingsman bij Beerschot, Kamal Sowah in Leuven. En voorin heeft de ene de sterke Marius Noubissi (en nu Musashi Suzuki), de ander de al even stevige Thomas Henry. Ze pakten beiden Club op dezelfde manier aan en haalden allebei de volle buit.