De naakte cijfers zijn niet goed: vier draws op een rij, en daarvoor ook al maar vier op negen. Club Brugge sinds de winterstop, dat is een haperende machine. Eén sterke wedstrijd tegen Charleroi voor de beker, en een week later een wervelend eerste half uur tegen KV Oostende, gevolgd door een flinke inzinking. Twee compleet gemiste duels ook: eentje in Gent voor de competitie, en eentje op Sclessin voor de beker.
...

De naakte cijfers zijn niet goed: vier draws op een rij, en daarvoor ook al maar vier op negen. Club Brugge sinds de winterstop, dat is een haperende machine. Eén sterke wedstrijd tegen Charleroi voor de beker, en een week later een wervelend eerste half uur tegen KV Oostende, gevolgd door een flinke inzinking. Twee compleet gemiste duels ook: eentje in Gent voor de competitie, en eentje op Sclessin voor de beker. Op andere momenten veel wilskracht: terugvechten op de Bosuil in een zinderende slotfase en tegen Charleroi in Jan Breydel. En ook twee keer controle, zonder te kunnen winnen: in Beveren en zondag op Luik. Dat de machine stokt, blijkt uit veel data. Objectieve en subjectieve. Beginnen we met de objectieve. Voor Nieuwjaar was er twee keer verlies: in Moeskroen en Genk. In de 19 andere wedstrijden kwam Club maar in vier matchen op achterstand: twee keer tegen Eupen (uit en thuis), in de thuiswedstrijd tegen Zulte Waregem en in die tegen Excel Mouscron. In de vijftien andere wedstrijden scoorde Club telkens als eerste. Zeer vaak zelfs in een dolle openingsfase, in vier wedstrijden zelfs in de eerste vijf minuten, met als uitschieter de wedstrijd op Oostende, toen Ruud Vormer al in de openingsminuut raak trof. Zoiets zorgt voor mentale en fysieke rust bij de verdedigers, getuigde een ex-topvoetballer vorig weekend nog. Ze staan dan minder onder druk, omdat er toch al een voorsprong is geforceerd. Acht van de 21 duels eindigden voor Nieuwjaar dan ook zonder tegengoal van de bezoekers. Een heel ander verhaal is het na Nieuwjaar. De thuiswedstrijd tegen Oostende (2-0 na 8 minuten, eindstand 3-2) was tot dusver de enige (in de competitie althans) in de lijn van voor Nieuwjaar. In andere competitiewedstrijden was er wél veel druk op de defensie. Voorin werd immers niet meer het verschil gemaakt. Antwerp kwam op voorsprong, in Gent werd verloren, Charleroi kwam in de competitie op Jan Breydel zelfs twéé keer op voorsprong (en speelde uiteindelijk 3-3 gelijk), RC Genk kwam er op voorsprong en Standard maakte de openingstreffer. In vijf (!) van de zeven duels moest Club pompen om een achterstand weg te werken. De sterkste verdediging van het land (voor Nieuwjaar) werd plots een lekke zeef, omdat ze meer onder druk kwam te staan. De voorbije weken bogen analisten zich over het waarom. Hugo Broos weet het aan de wissel Clasie- Nakamba (die op Standard geschorst was). Ook Aad de Mos vond dat al. Maar klopt dat? Nakamba is een betere balveroveraar dan Clasie en hij stond niet op het veld tegen AA Gent en toen Charleroi de eerste twee goals maakte, maar anderzijds was hij er wél tegen Genk én tegen Waasland-Beveren, en toen scoorde de tegenstand ook. Zoals ze op Club zeggen: winnen en verliezen doe je met de hele ploeg, het ligt niet aan één speler. Intern werd ook gewezen naar de concentratiestoornissen van Stefano Denswil, die 'betaalde' voor de zware uitnederlaag in de beker tegen Standard met een paar weken bank. Omdat AlexanderScholz de voorbije week niet kon trainen, kwam hij uitgerekend in Luik weer in de ploeg. Denswil toonde zich betrouwbaar en was negentig minuten lang bij de zaak. Zijn lange kruispas was een troef, want ook al deed Scholz het de voorbije weken niet slecht, een rechtsvoetige op links was een handicap in het opnieuw op gang brengen van het spel. Er werd ook gewezen naar het systeem. Leko heeft van Club een offensieve machine gemaakt, met hoog druk, hoge flanken en gevaar dat uit alle hoeken komt. Dat is een troef, maar ook een achillespees: in balbezit heeft Club geregeld zes man voor de bal. Gebeurt de omschakeling dan niet snel genoeg, dan volstaat soms een restverdediging van vier niet, zeker niet als de tegenstand de bal in de hoeken duwt. Dan moet één van de flankverdedigers uitstappen (Denswil was geregeld de pineut) en ligt het centrum kwetsbaar open. Met één spits spelen, en twee buffers voor de verdediging was een oplossing. Leko probeerde dat uit in Luik voor de beker (Nakamba naast Clasie), maar het werkte niet, omdat op de flanken zowel Limbombe als Cools zich lieten vangen in hun rug. In Beveren werkte de dubbele buffer wél, de tegengoal in de slotfase vertekende het beeld. Kortom: er werd gezocht en er werd geschoven, ook met namen. Ook omdat voor het eerst sinds medio augustus Club 'Europese weken' afwerkte. Tussen 16 januari en 11 februari speelde Club acht wedstrijden. Voor een ploeg met een ruime kern is dat in principe geen probleem, alleen gebruikt Leko haast altijd dezelfde basisploeg en doet hij vaste wissels. Jongens als Tomecak, Vanlerbeghe en Touba staken soms de neus aan het venster, maar haalden niet het niveau om vaste waarden uit de ploeg te spelen. En dus werd vormverlies van die vaste waarden onvoldoende gecompenseerd. Niet vergeten ook: Cools en Limbombe waren vorig seizoen geen titularis. Week na week moesten ze nu hun hele flank afdweilen, en dan wordt fysiek een piek logisch gevolgd door een dal. Een dal waarin ook Gouden Schoen Vormer zich nu bevindt. Dat valt ook op bij de analyse van de reguliere competitie: dat veel jonge spelers onder Leko pieken bereikten, maar dan weer terugvallen in de statistieken. Ze missen nog regelmaat. Dennis (20) was de man van de maand augustus (4 goals, 1 assist), maar na zijn snelle start stelde hij zichzelf wat boven de groep en dat haat Leko. Wesley (21) was de man van eind augustus tot begin oktober: 4 goals en 1 assist in zes wedstrijden. Diaby was de man van de maand december: 6 goals, 3 assists. Limbombe (23) maakte in september, oktober, november, december en februari telkens 1 goal. Van half november tot eind december had hij zijn beste periode: vier assists. Niet toevallig zijn de meest stabiele spelers de ervaren middenvelders. Vormer maakte van 29 oktober tot 25 januari in 11 wedstrijden 8 goals, waarvan vijf keer op rij. Ook zes assists in die periode. Sinds de winterstop zit hij duidelijk in een mindere periode, ook gehinderd door een weerbarstige enkel: nog 1 goal (vrije trap tegen Oostende), nul assists. Het is Hans Vanaken die het overnam. Tot de interlandbreak in november: 1 goal, 4 assists. Sindsdien: 8 goals en 4 assists. Hij is dé man na de winterstop met vijf goals. Om de efficiëntie achterin wat te vergroten, volgde vorige week het bijstellen van het blok. In balverlies stonden Cools en Limbombe wat lager, en voor de verdediging werd een buffer van drie gezet. Het leidde op Sclessin tot controle. Toen Standard alsnog scoorde, speelde Club na de rust wat hoger, wat leidde tot de gelijkmaker. Al bij al heeft Club heeft er een 'normale' reguliere competitie opzitten. Slechts drie nederlagen en een sterk parcours in eigen stadion. Als zaterdagavond KV Kortrijk voor de bijl zou gaan, haalt het 64 punten. Dat gebeurde tot dusver voor de West-Vlamingen in de reguliere competitie één keer: twee jaar geleden, toen het kampioen werd. Ongewoon sinds de invoering van de play-offs in 2009 is de voorsprong op de dichtste achtervolger. Dat en de teruggevonden sereniteit na het bezoek aan Sclessin moeten Leko en co vertrouwen geven voor de periode april-mei. Ondanks de 4 op 12.