Superieur in België, maar waar staat Club Brugge in Europa? De wedstrijd van donderdag op Dynamo Kiev moet een indicatie geven waar de krachtverhoudingen liggen. In de Europa League, die nog altijd een afkooksel is van het veel lucratievere kampioenenbal. Op dat niveau een meer prominente rol spelen blijft voor Club een ambitie voor de toekomst. Maar de weg is nog lang, de kloof is op korte termijn moeilijk te overbruggen, omdat de budgetverschillen ook in deze coronatijden steeds groteskere vormen aannemen.
...

Superieur in België, maar waar staat Club Brugge in Europa? De wedstrijd van donderdag op Dynamo Kiev moet een indicatie geven waar de krachtverhoudingen liggen. In de Europa League, die nog altijd een afkooksel is van het veel lucratievere kampioenenbal. Op dat niveau een meer prominente rol spelen blijft voor Club een ambitie voor de toekomst. Maar de weg is nog lang, de kloof is op korte termijn moeilijk te overbruggen, omdat de budgetverschillen ook in deze coronatijden steeds groteskere vormen aannemen. In het magazine van deze week wordt Club Brugge doorgelicht door de concurrentie in 1A. Blauw-zwart is in België een orkaan die alle tegenstand neermaait, een betere en fysiek sterkere ploeg dan degene die destijds onder Trond Sollied furore maakte. In alle media komt er geen einde aan de lofzang over blauw-zwart: een duidelijk beleid en een doortastende transferpolitiek met Noa Lang als het nieuwe paradestuk. De komst van de Nederlander doet terugdenken aan vroegere tijden, toen Club uitblonk door een slimme koopmanskunst, al zijn er de afgelopen jaren ook verkeerde inschattingen gemaakt. Ze worden nu onder de mat geveegd. Club Brugge dreigt straks van play-off 1 een haast overbodige competitie te maken. De club zit in België aan haar plafond, maar wil vooral verder groeien. Internationale successen moeten daar deel van uitmaken. Natuurlijk komt de tijd niet terug dat Club in de Europacup voor Landskampioenen de finale haalde. Dat was in 1978 en als er gesproken wordt over de beste ploeg aller tijden, dan was dat die. Nooit was de symbiose tussen kracht, inzet, loopvermogen en talent zo groot als op dat moment. Vergeelde herinneringen zijn het als je terugdenkt aan een gedenkwaardige match in de halve finale van EC 1, thuis tegen Juventus. Club had de heenwedstrijd met 1-0 verloren en stelde in de terugmatch tot verbijstering van de Italianen vier aanvallers op. Het won met 2-0. Club Brugge wordt nog steeds in zijn expansie geremd. Vorige maand was het veertien jaar geleden dat de plannen voor een nieuw stadion werden ontvouwd. Nu is de eerste steen nog altijd niet gelegd. De plannen zijn er, de concrete uitwerking nog niet. Terwijl nieuwe stadions de basis vormen voor een verdere sportieve, economische en sociale ontwikkeling. Er is berekend dat Club in een nieuwe arena zijn abonneebestand naar 30.000 zou kunnen opdrijven. Intussen ging er veel tijd verloren. Het blijft onbegrijpelijk dat zo'n dossier zolang bleef steken in politiek gehakketak. En dat in een periode dat de sportinfrastructuur overal in Europa wordt gestimuleerd. Het neemt niet weg dat Club Brugge een steeds professionelere indruk maakt. Voorbij is de folklore, de tijd dat een volksfiguur als Antoine Vanhove zich naar een huwelijksfeest spoedde om daar de jonge Marc Degryse een contract te laten tekenen. Onveranderd is door de jaren heen de hartstochtelijke liefde van de supporters, die het patrimonium van de vereniging blijven vormen. Weinig verenigingen in dit land die zo opleven bij de steun van de twaalfde man als Club Brugge. Het moest in het begin van het seizoen wennen aan een nieuwe realiteit: voetballen zonder publiek. Dat leverde thuisnederlagen op tegen Sporting Charleroi en Beerschot. En zowaar ook enige zenuwachtigheid binnen de club. Zelfs bij de anders zo beheerste Philippe Clement. Intussen draait de motor al geruime tijd weer op volle toeren. 'De onklopbaren' staat er op de cover van dit magazine. Althans in België. Donderdag moet blijken waar het op dit moment op de Europese kaart staat. Het wordt een leerrijk examen.