Sinds Club Brugge in 1959 naar eerste klasse promoveerde, is Alfred Schreuder de 33e trainer in de geschiedenis. En de zevende Nederlandse coach. Club, dat ook veel Nederlandse spelers de revue zag passeren, zocht vaak naar voetbalkennis bij onze noorderburen. Ook trainers als de Luxemburger Spitz Kohn, de Oostenrijker Ernst Happel of de Duitser George Kessler, die bij blauw-zwart aan de slag waren, legden het fundament van hun trainerscarrière in Nederland. Terwijl de legendarische Happel en de extreem gedisciplineerde Kessler op een totaal verschillende manier hun stempel drukten, viel Spitz Kohn compleet uit de toon. Op de eerste training vroeg hij aan international Guy Dardenne op welke positie die speelde. Hij had zijn geloofwaardigheid verloren nog voor het seizoen begon.
...

Sinds Club Brugge in 1959 naar eerste klasse promoveerde, is Alfred Schreuder de 33e trainer in de geschiedenis. En de zevende Nederlandse coach. Club, dat ook veel Nederlandse spelers de revue zag passeren, zocht vaak naar voetbalkennis bij onze noorderburen. Ook trainers als de Luxemburger Spitz Kohn, de Oostenrijker Ernst Happel of de Duitser George Kessler, die bij blauw-zwart aan de slag waren, legden het fundament van hun trainerscarrière in Nederland. Terwijl de legendarische Happel en de extreem gedisciplineerde Kessler op een totaal verschillende manier hun stempel drukten, viel Spitz Kohn compleet uit de toon. Op de eerste training vroeg hij aan international Guy Dardenne op welke positie die speelde. Hij had zijn geloofwaardigheid verloren nog voor het seizoen begon.De eerste Nederlandse trainer was Frans De Munck (1969-1971) die met veel flair en branie binnenstapte en de spelers met zandzakken op het lichaam liet trainen om ze sneller te maken. De memorabele ex-doelman maakte zich door zijn arrogantie haast onmogelijk in de groep, al kwam hij soms ook verrassend uit de hoek. Voor een Europese wedstrijd op Kickers Offenbach bijvoorbeeld gaf hij iedere speler een foto van zijn rechtstreekse tegenstander. Daar bleek een naakte vrouw op te staan. Dat was lachen geblazen.De Munck werd opgevolgd door Leo Canjels (1971-augustus 1973) die opviel door zijn menselijke warmte: hij gaf al eens een tuinfeest bij hem thuis, dat telkens weer behoorlijk uit de hand liep. Hoewel Canjels een voormalige goalgetter was, bleek hij niet echt de meest moedige trainer. Hij liet Club, de aanvallende weelde ten spijt, behoudend voetballen maar leerde de ploeg wel functioneren zonder bal. In 1973 pakte Canjels met blauw-zwart de eerste titel in 53 jaar. Een paar maanden later werd hij ontslagen omdat hij zich in een interview te kritisch had uitgelaten over het bestuur dat hij als een stelletje hobbyisten beschouwde.Assistent Jacques De Wit (augustus 1973-januari 1974) volgde zijn landgenoot op. Maar de spelers namen hem niet serieus. Vooral de Nederlandse kolonie keerde zich tegen De Wit en was op training met geen stokken vooruit te branden. Toen blauw-zwart in de Europacup voor Landskampioenen struikelde over het Zwitserse Bazel, na een 6-4-nederlaag in de heenwedstrijd, escaleerde de situatie en werd De Wit uit zijn lijden verlost. Zijn imago had een forse deuk gekregen maar vreemd genoeg kon De Wit, best een vriendelijke man, als assistent aan de slag bij Anderlecht.De Amsterdammer Han Grijzenhout (1979-november 1980) maakte Club in 1980 kampioen. Hij was rechtlijnig, consequent en soms hondsbrutaal. Dat maakte hem niet altijd even populair bij de spelers, ook al werden zijn trainingen geprezen. Grijzenhout, een meester van de improvisatie en de variatie, was nergens bang voor en zette één enkele keer zelfs Jan Ceulemans op de bank. Toen een deel van de groep zich in zijn tweede seizoen tegen hem keerde, werd hij ontslagen. Toch beschouwer sommige spelers, waaronder Ceulemans, hem als de beste trainer waaronder ze ooit werkten.Henk Houwaart (1984-1989) was de volgende in het rijtje. Hij bleef vijf jaar bij Club en probeerde op dezelfde manier te werken als zijn leermeester Ernst Happel. Met champagnevoetbal zorgde hij voor memorabele Europese avonden. Houwaart zette graag zijn tactisch inzicht in de verf en kon met één zet een wedstrijd doen kantelen. In tegenstellig met Happel had Houwaart weinig overwicht op de spelers. Het lag niet in zijn karakter om kwaad te zijn op iemand. In wezen hoefde hij ook niet: Club Brugge werd gedragen door een groep die zichzelf corrigeerde.Adrie Koster (2009-oktober 2011) begon sterk, zodat zijn contract meteen met twee jaar werd verlengd. Later werden de resultaten minder, maar Koster werd door de supporters op handen gedragen en bleef in het zadel. Met de nodige twijfels van het intussen vernieuwde bestuur, begon Koster als hoofdtrainer aan het seizoen 2011/2012. Ook nu hadden supporters weer via spreekkoren hun steun betuigd. Maar na vier opeenvolgende nederlagen werd de Zeeuw op 30 oktober 2011 alsnog ontslagen.En nu is er dus Alfred Schreuder. De missie van Club om jonge spelers in hun waarde te laten stijgen lijkt Schreuder te liggen. Al in zijn tijd bij FC Twente werd de voormalige middenvelder als een groot trainerstalent aanzien. Toen hij daar als hoofdtrainer begon, was het geld op. Ook een avontuur bij Hoffenheim was van korte duur. Schreuder had daar Julian Nagelsmann opgevolgd onder wie hij als assistent had gewerkt. De huidige coach van Bayern München leerde hem onder meer om te denken vanuit spelprincipes en flexibel te zijn in formaties.Voor de derde keer krijgt Alfred Schreuder nu bij Club Brugge de kans om op eigen benen te staan, al zijn ervaringen te bundelen en op de groep te projecteren.