Geert De Cang: 'Het is mooi geweest. Stoppen op een hoogtepunt en met het gevoel dat we alles bereikt hebben wat we wilden. Blue Army is twintig jaar geleden ontstaan omdat de sfeer in het stadion niets was, nu wordt Club Brugge als voorbeeld genoemd. Check. Uit supportersenquêtes van onze beginperiode kwam telkens naar voren dat het bestuur te ver van de supporters stond, ook dat is nu niet meer het geval. Wij wilden onze trots en passie voor Club uiten met unieke merchandising en opvallende tifo's. Ook daar zijn we in geslaagd.
...

Geert De Cang: 'Het is mooi geweest. Stoppen op een hoogtepunt en met het gevoel dat we alles bereikt hebben wat we wilden. Blue Army is twintig jaar geleden ontstaan omdat de sfeer in het stadion niets was, nu wordt Club Brugge als voorbeeld genoemd. Check. Uit supportersenquêtes van onze beginperiode kwam telkens naar voren dat het bestuur te ver van de supporters stond, ook dat is nu niet meer het geval. Wij wilden onze trots en passie voor Club uiten met unieke merchandising en opvallende tifo's. Ook daar zijn we in geslaagd. '20 jaar is lang. Ik ontmoet geregeld supporters die zeggen: 'Ik heb Club Brugge zonder Blue Army nooit gekend.' We zijn begonnen met het naïeve geloof dat we het verschil konden maken. Meer dan twee jaar niet verloren in het Jan Breydelstadion, dat begint toch te spelen. ( zie kader) Een bastion. Wat ik aan Club mooi vind - en dat is voor een deel ook de verdienste van Blue Army -, is dat het publiek in álle tribunes zo fanatiek is. We wilden niet alleen maar focussen op onze leden, maar iedereen bij de beleving betrekken. 'Een optocht met meer dan 1000 man naar het stadion voor een derby, een grote cantus, nieuwe merchandise, vertegenwoordiging van de fans in het bestuur... Dat hebben we niet gekregen, maar zelf afgedwongen. We hebben Club echt duidelijk kunnen maken dat als je naar de fans luistert en ze laat meewerken, dat er dan dikwijls iets beters uitkomt. 'De voorbije jaren zagen we op verschillende forums mooie wedstrijdshirts passeren, ontworpen door supporters. Bij Vincent ( Mannaert, nvdr) hadden we al eens laten vallen dat daar heel goede dingen tussenzaten. Bij Nike lag dat moeilijk, Macron vond het een superidee. En dan krijg je shirts met details die helemaal juist zitten. De 1891 er mooi in verwerkt, dikke strepen of de witte uittruien met horizontale blauw-zwarte band, een duidelijke verwijzing naar de jaren zestig. Of het shirt voor de play-offs, met koordje, waarvan de oorsprong rond 1900 - toen nog in lichtblauw en zwart - ligt. Daarmee breng je ook een stukje geschiedenis terug. Als je dat als fan kan afdwingen én doen... Chic.' 'We zijn gestart als een onafhankelijk supporterscollectief, dat geen financiële steun van het bestuur wilde en teerde op bijdragen van de leden, sponsoring en onze merchandise. Ook al heb je een goede relatie met het bestuur, dan nog moet je kunnen zeggen wat er bij de fans leeft. Als je financieel afhankelijk bent van de club, dan ligt dat moeilijker en zet je misschien de deur open voor commerciële acties. Wij betalen en bepalen zelf, dat geeft je de kracht om je eigen verhaal te brengen. We wílden ook geen geld van Club afpakken. Supporters moeten trots genoeg zijn om het zélf te doen, ook al kosten de acties ons al snel tussen de 40.000 en 45.000 euro per jaar. 'In de aanloop naar 125 jaar Club Brugge zijn de gesprekken met André Piccu mij bijgebleven. 95 jaar, een superfiguur in onze geschiedenis. Het vreemde is dat er ook in zijn tijd een supportersorgaan was dat geld inzamelde om shirts en schoenen voor jeugdspelertjes te kopen, of die optochten in de stad organiseerde. Zonder dat we het zelf beseften, zaten we in hetzelfde DNA: wij hebben óók geld ingezameld voor de jeugdopleiding of de Damiaanctie, organiseerden óók optochten naar het stadion... Ik voelde me verwant met André. Je wil iets bijdragen, niet profiteren van Club. 'We legden onze eerste tifo in 2003, voor de match tegen Celta de Vigo. Klein begonnen, alleen in de bovenste ring van de noordtribune. Zelf uitgetekend, besteld, betaald, geplooid, gelegd en - in die begindagen - na de match ook nog zelf de tribunes opgekuist. Dat vonden we toen zot, ja, maar nu staan we zó veel verder. Voor onze laatste wisseltifo - dat zijn er eigenlijk twee - over het volledige stadion hebben we vijf dagen vellen papier en vlagjes gelegd. Vrijwilligers namen een paar dagen vakantie of bleven in Brugge slapen... We waren allemaal kapot. Waanzin, maar als je je zélf voor iets inzet, dan ben je veel trotser. 'En: het moest altijd mooi zijn. Supporters installeerden wallpapers met onze tifo of hingen posters in hun kantoor, altijd met hetzelfde gevoel: kijk eens wat wij kunnen. Ik vergelijk het soms met Apple. Het ziet er allemaal heel simpel uit, maar op een heel ander niveau hadden we dezelfde filosofie. Het moet puur en goed zijn. Het logo is niet ovaal, een nul heeft geen rechte strepen. Echt nadenken over details en soms de dag zelf nog bijsturen. Hoe krijgen we het helemaal goed? Met onze tifo's spelen we op Champions Leagueniveau, zitten we bij de 20 besten van Europa. Als we iets willen, dan doen we het meteen zo groot dat het indruk maakt. 'Met onze eerste tifo over het volledige stadion zag je dat Serge Gumienny verbaasd rond zich keek. En tijdens de wisseltifo tegen Genk - eerst papier en daarna vlagjes - keken zelfs de spelers van Genk naar de noord. In ons naïeve geloof denken we dat zulke acties ons een voordeel geven en tegelijk de tegenstander intimideren. Ik blijf dat toch voelen. Of met z'n allen schreeuwen als we een corner krijgen en daardoor druk zetten. Spelers zijn ook maar mensen, hoor.' 'Supporters die kritiek geven op spelers of de ploeg uitfluiten, dat is not done op Club. Ook daar hebben we aandacht aan besteed, omdat ik daar zelf ambetant van word. We zorgen voor een positieve vibe, voelen dat we een impact hebben op hoe de mensen denken. En: kritiek geven helpt niet. Het publiek is overal kritischer geworden. Er is veel minder begrip voor een foutje van spelers of scheidsrechters, maar dat heeft ook met de play-offs te maken: de punten zijn héél duur. Zo'n strafschop tegen Genk, in de play-offs is dat enorm belangrijk. Supporters mogen fanatiek zijn, op voorwaarde dat ze in de eerste plaats hún ploeg aanmoedigen. Het moet over Club gaan. En als we op de tegenstander reageren, dan bij voorkeur ludiek. Met een heel stadion mee zwaaien als Hein Vanhaezebrouck langs de zijlijn weer eens staat te gesticuleren. 'Of, zoals in de derby van 2004, toen Ricky Begeyn vijf goals incasseerde en 'Ricky, je bent vannacht weer dronken geweest' door het stadion galmde. Ik zou daar graag eens met hem over praten. Op welk moment zou hij gedacht hebben: dat gaat hier over mij en het zal niet stoppen? Een supermoment. We organiseerden voor onze leden ooit een wandeltocht, naar plaatsen die een rol in de geschiedenis van Club hadden gespeeld. En, we gaven de deelnemers een opdracht mee: 'Zoek de Cerclist. Als je een supporter van Cercle ziet, neem er dan een foto van.' Niet gevonden, hé... ( schatert) 'We moesten veel trotser zijn op onze blauw-zwarte kleuren. Cercle heeft de titel Ploeg van 't Stad jarenlang geclaimd, terwijl het niet klopt: Club heeft meer abonnees in Brugge. Daar hebben we op gewerkt. We waren te braaf. Daarom maakten we ooit een spandoek. Er zijn twee grote ploegen in Brugge: Club en de beloften van Club. We ontwierpen vlaggen met de Brugse leeuw en vroegen aan de supporters om een vlag of sjaal aan hun huis op te hangen. Durf dat te tonen! Daardoor is ook in de stad de link naar Club sterker geworden. Je moet nuchter blijven, maar niet té. Ik passeerde onlangs nog langs een voetbaltoernooitje op de Koude Keuken en zag heel veel jongetjes met een shirtje van Club. Tien jaar geleden was dat ondenkbaar en zag je vooral gastjes met shirts van Barcelona of Real Madrid. Nu heerst meer een gevoel van: wij zijn van Club en daar zijn we trots op. 'Ook de stad onderschat de sterkte van het merk Club Brugge. Altijd zo voorzichtig. Het stadsbestuur heeft de twee clubs te lang op gelijke hoogte proberen te plaatsen, terwijl Brugge ook in het buitenland met Club wordt geassocieerd. Dat zet de stad op een piëdestal. Twee voetbalclubs in eerste klasse, voor een provinciestadje is dat enorm. Alleen: het wordt te weinig uitgespeeld. In Liverpool lopen honderden supporters op wedstrijddagen, ook als hun club op verplaatsing speelt, in shirts door de stad. Voetbal is daar part of the heritage. 'En: in Liverpool rijden er nog altijd vijf bussen rond, die verwijzen naar hun vijf zeges in de Europacup I. Ook van de finale van 1978 tegen Club. Daar lééft het. Toen mensen ons daar in onze Clubtruitjes zagen lopen, begonnen ze spontaan over de finales van 1976 en 1978. Voetbal brengt een gesprek op gang en dat maakt een stad warmer. Die geschiedenis kan je in Brugge ook brengen, dat zou de stad tegelijk pimpen en dynamischer maken. 'Toen Club vorig seizoen in Leicester speelde, hingen er in het station Clubvlaggetjes en lintjes, met daarop Welcome, Club. Waarom zou dat in Brugge niet kunnen? Als Club of Cercle kampioen speelt, dan kan je daar in het station toch ook mee uitpakken? Daarmee toon je: wij zijn een voetbalstad. Soms heb je het gevoel dat het voetbal hier maar passeert, dat de stad bijna beschaamd is dat er af en toe een titel wordt gewonnen. Die beelden van de kampioenenviering op de Markt, twee jaar geleden, dat was toch zot? Blauw-zwarte vlaggen, sjaals... Waarom zou je dat niet als visual kunnen gebruiken?' 'Door de geschiedenis van Club is er altijd al een gevoel van trots geweest: een grote club in een kleine stad die ook in de jaren vijftig en zestig met heel veel volk op verplaatsing ging. Het is natuurlijk nostalgie, maar vroeger had je in elke wijk supporterslokalen en stapten supporters in stoet en met hun vlag naar de Klokke. Echte voetbalcultuur... Het is soms te steriel, maar met een derby zal dat misschien opnieuw opleven. Zoals voor de laatste kampioenenmatch tegen Anderlecht, toen de bewoners van de Olympialaan een blauw-zwarte straat hadden gecreëerd. Dat zijn kleine stapjes. 'Het Clubpubliek is een goede mix: van gewone werkmensen tot universitairen, zelfstandigen, ambtenaren en industriëlen. Die uitzonderlijke mix is een verrijking. En: we hebben geen evenementenpubliek zoals in de stadions van de grote Engelse clubs. Het voetbal en het voetballandschap is veranderd, natuurlijk, maar de waarden zijn dezelfde gebleven. Strijden en druk zetten, waar Yves Vanderhaeghedoor het publiek daarin meegaat. No Sweat, No Glory, ja, maar het is meer dan zweten. Het motto van Blue Army is Passion for Life. Passie. Club zit in het hart. En het is voor het leven.'