6/10/2007 KRC Genk - KV Mechelen: eerste speelminuten

David Hubert: 'Mijn allereerste invalsbeurt, als 19-jarige, in de 90e minuut, bij een 2-1-stand. Geen bal meer geraakt, maar wel een beloning voor al het harde werk de jaren ervoor. Ook voor mijn ouders, want die moesten zes kinderen grootbrengen. Toch hebben ze me alle kansen gegeven, honderden uren in de auto gesleten op weg naar trainingen en matchen, mij op een bepaald moment zelfs uit handen moeten geven, toen ik naar een gastgezin verhuisde. Heel trots was ik dus, met die eerste minuten. Uitgerekend tegen KV Mechelen, de ploeg die me op mijn negende had weggehaald bij ERC Hoeilaart.
...

David Hubert: 'Mijn allereerste invalsbeurt, als 19-jarige, in de 90e minuut, bij een 2-1-stand. Geen bal meer geraakt, maar wel een beloning voor al het harde werk de jaren ervoor. Ook voor mijn ouders, want die moesten zes kinderen grootbrengen. Toch hebben ze me alle kansen gegeven, honderden uren in de auto gesleten op weg naar trainingen en matchen, mij op een bepaald moment zelfs uit handen moeten geven, toen ik naar een gastgezin verhuisde. Heel trots was ik dus, met die eerste minuten. Uitgerekend tegen KV Mechelen, de ploeg die me op mijn negende had weggehaald bij ERC Hoeilaart. 'Mijn eerste échte invalbeurt kwam er drie maanden later, tegen KAA Gent. Sven Verdonck had zich bij een eerste sprintje al direct geblesseerd, nadat hij koud was ingevallen voor Tiago. Sven was de enige verdediger op de bank, en dus vertelde assistent-coach Pierre Denier tijdens de rust plots: 'David, jij moet invallen, centraal in de defensie.' Even schrikken uiteraard, ook omdat ik die positie als verdedigende middenvelder niet gewend was. Maar omdat alles zo rap moest gaan, had ik geen tijd om nerveus te worden. Bovendien gaven de oudere spelers me alle vertrouwen, zoals ik dat nu ook zelf doe als een jonge gast moet invallen: 'Je hebt dit zelf afgedwongen, geniet ervan. Gewoon je match spelen, geen druk.'' 'In mijn tweede seizoen ( 2008/09, nvdr) bleven mijn minuten tot eind februari beperkt tot enkele invalbeurten. Tot Ronny Van Geneugden ontslagen werd, en ik als 21-jarige onder interim-coach Pierre Denier de rest van het seizoen wel telkens in de basis stond. Inclusief de bekerfinale in het Koning Boudewijnstadion, wéér tegen mijn ex-ploeg KV Mechelen. Alleen al de voorbereiding was speciaal: voor het eerst op afzondering, aan het Lac de Genval, waar we tijdens een wandeling, ergens in de bossen, een kapelletje binnenstapten. Eric Matoukou plaatste er zich achter het altaar en begon te preken, als ware hij een priester. Even hilarisch als inspirerend, want drie vierde van wat hij zei verstonden we niet. ( lacht) Maar met zóveel passie dat het ons wel een extra mentale boost gaf. 'Dat bleek ook tijdens de match: overtuigende 2-0-zege, met goals van Marvin Ogunjimi, ook een ex-speler van KV Mechelen. Gevolgd door een enorme emotionele ontlading. Bij Pierre Denier, bij mezelf, bij de andere jeugdspelers die tot de A-kern behoorden: Davino Verhulst, Dimitri Daeseleire, Jelle Vossen, de piepjonge Kevin De Bruyne... En uiteraard bij de supporters die er in het stadion en later in Genk een groot feest van maakten. Heel mooi, om dat als 21-jarige mee te maken.''Na dat seizoen nam Hein Vanhaezebrouck over, maar eind november 2009 werd die al ontslagen, waarna Frank Vercauteren kwam. Met succes, want na winst in play-off 2 smeedde hij een hecht geheel, met een perfecte balans tussen de nieuwe jonge supertalenten, Thibaut Courtois en Kevin De Bruyne, en de meer ervaren spelers. In mijn rol als regulerende verdedigende middenvelder rendeerde ik naast Dániel Tözsér ook bijzonder goed. Vercauteren benoemde me in januari, na het vertrek van João Carlos naar Anzji, zelfs tot kapitein. Vanwege mijn centrale rol op het veld, mijn verbale kwaliteiten als jonge leider. Niet vanzelfsprekend, op mijn 23e, maar we hadden een zelfregulerende groep, waardoor ik die rol perfect kon spelen. 'Gevolg: tweede in de reguliere competitie, na Anderlecht. En na een sterke play-off 1-campagne konden we kampioen worden als we op de slotspeeldag gelijk speelden tegen Standard. Dat had door de halvering van de punten en na een 25 op 27 een enorme remonte gemaakt. Enigszins onrechtvaardig, maar dat was nu eenmaal de competitieformule. Het was een zeer beladen partij: eerst de zware hoofdblessure van Mehdi Carcela ( nadat die de schoen van Chris Mavinga vol in het gezicht had gekregen, nvdr), dan 0-1 achter, en uiteindelijk in de 78e minuut de bevrijdende gelijkmaker, via een kopbalgoal van Kennedy. Kampioen! Mede dankzij ook enkele sublieme reddingen van de toen pas 19-jarige Courtois. Van wie je toen al zag, net als van De Bruyne, dat hij een heel grote toekomst voor zich had. Als kapitein mocht ik de kampioensbeker in de lucht steken. Weer een hoogtepunt in mijn jonge carrière.''De euforie was amper voorbij toen bondscoach Georges Leekens me de week erop voor het eerst opriep voor de Rode Duivels. Ik moest tegen Turkije weliswaar in de tribune plaatnemen, maar mogen meetrainen met Vincent Kompany en co was opnieuw een fantastische ervaring. Drie maanden later volgde zelfs mijn eerste cap: in de vriendschappelijke match tegen Slovenië, toen ik na een uur inviel voor Axel Witsel. Weer een belofte ingevuld. Letterlijk zelfs, want op mijn negende had ik een brief geschreven aan mijn ouders, inclusief een tekening van een Belgische vlag en een truitje met het nummer 10: 'Ooit zal ik een Rode Duivel zijn.' 'Toen het effectief zover was, was ik dat al vergeten, tot mijn moeder die brief bovenhaalde: herinner je je dit nog? ( lacht) Een maand later mocht ik, thuis tegen de VS, zelfs voor de tweede keer invallen, deze maal voor Marouane Fellaini, na een goed uur. En nu ik erover nadenk: tweemaal speelde ik dat laatste halfuur naast Timmy Simons, mijn huidige assistent-trainer bij Zulte Waregem, met wie ik toen vaak werd vergeleken. Hij weet het allicht zelf niet meer, want hij heeft me er nog niet over aangesproken. ( lacht) 'Die twee interlands vielen middenin een hectisch competitiebegin bij KRC Genk, met de kwalificatie voor de Champions League als hoofddoel. Vooral de uitmatch op Partizan Belgrado was hallucinant. De meest vijandige sfeer die ik ooit meemaakte: het leger wachtte ons aan het stadion zelfs op, om de agressieve thuisfans af te houden. Na de kwalificatie ( 1-1, na 2-1 thuiswinst, nvdr) moesten we ook een uur in de kleedkamer wachten tot de Partizansupporters enigszins afgekoeld zouden zijn. 'Al even memorabel: de terugmatch in de laatste voorronde tegen Maccabi Haifa. Na 2-1-verlies in Israël werd het thuis 2-1, gevolgd door penalty's. Ik trapte de tweede (weliswaar slecht) binnen, nog altijd de belangrijkste strafschop in mijn carrière. Uiteindelijk wonnen we die reeks, met 6-2. Geïnspireerd door de Champions Leaguehymne die iemand die ochtend luid had afgespeeld in ons hotel - plezant wakker worden. Ook het ontwaken, na de kwalificatie. 'Weliswaar zonder hoofdcoach, want Frank Vercauteren had ons op de luchthaven in Israël, net na de heenwedstrijd, laten weten dat hij zou vertrekken naar Al Jazira. Een donderslag bij heldere hemel. Enerzijds begrepen we zijn financiële keuze, zeker na alles wat hij voor ons had betekend. Anderzijds voelden we ons in de steek gelaten. Uitgerekend door een coach die samen met manager Dirk Degraen een transferverbod tot eind augustus had opgelegd, om de rust in de groep te bewaren met het oog op de kwalificatie voor de Champions League... 'Onder de nieuwe coach, Mario Been, hebben we die CL-campagne dan aangevat, met een 0-0 gelijkspel tegen Valencia. Een nieuwe droom in vervulling. Helaas beperkt tot twee matchen, want daarna was de pijn van de pubalgie die ik al maanden had verbeten niet meer te harden. Zelfs de vele pijnstillers die ik had geslikt, om per se alles te willen meemaken, werkten niet meer. Gevolg: eerst wekenlang out. En toen dat niet hielp, een operatie. Dat heeft me zeven, acht maanden gekost, en was een enorme rem op mijn ontwikkeling. Nog altijd geeft me dat een tweeslachtig gevoel: al die successen beleven was fantastisch, maar wat als ik meteen had ingegrepen? Had ik het dan later in mijn carrière verder geschopt?' 'Door die blessure en nieuwe transfers bleef ik het seizoen erna ( 2012/13, nvdr) onder Mario Been op de bank. Een uitleenbeurt aan KAA Gent na Nieuwjaar bleek een goede oplossing: onder Víctor Fernández, die nota bene op de dag van mijn transfer de ontslagen Bob Peeters had vervangen, stond ik telkens in de basis én wonnen we nog play-off 2. Ook het volgende seizoen was ik vaste waarde, tot Fernández zijn C4 kreeg en Mircea Rednic in zijn plaats kwam. Na één match zette hij me op de bank, verder dan een paar korte invalbeurten kwam ik niet meer. Ik werd zelfs de speelbal tussen het bestuur en de trainer, die in de winterstop 'zijn' spelers wilde doordrukken... 'Nooit had ik een probleem gehad met een coach, maar met die onrechtvaardigheid kon ik niet leven, zeker omdat er op den duur op de man gespeeld werd. Na een laatste invalbeurt tegen OH Leuven, begin februari, werd ik drie dagen later voor de rest van het seizoen uitgeleend aan Hapoel Beer Sheva. Bij mijn terugkeer wilde Michel Louwagie me definitief verkopen, desnoods aan een louche Griekse club, via obscure makelaars die op mij zaten te wachten. Maar die voorstellen bleef ik koppig weigeren. Ook al werd mij het leven zuur gemaakt, zoals dat dan soms gaat met overbodige spelers... Uiteindelijk werd ik op het einde van de zomermercato uitgeleend: eerst aan Waasland-Beveren, dan twee seizoenen aan Mouscron. In die periode heb ik ook de lelijke kant van het wereldje leren kennen, maar ik ben er wijzer en sterker uit gekomen.' 'Voorlaatste speeldag van mijn eerste seizoen bij Mouscron: al in de vierde minuut maakte ik met het hoofd de openingstreffer tegen Anderlecht, een van mijn slechts vier veldgoals uit mijn carrière. Na de gelijkmaker van Stefano Okaka wonnen we nog met 2-1, een goal van Anice Badri in de 87e minuut. Een zege die ons de definitieve redding bezorgde. Zoals we ook het seizoen erna niet degradeerden. Buitenstanders beseffen niet welk mirakel dat was: twee keer met een stortlading nieuwe spelers, van over de hele wereld, een ploeg bouwen die het behoud verzekerde. 'Bovendien met drie verschillende coaches: eerst met Cedomir Janevski en Glen De Boeck, in het tweede seizoen met, jawel, Mircea Rednic. Ik viel bijna van mijn stoel toen ik hoorde dat hij De Boeck, die geen schuld had aan de slechte resultaten, zou opvolgen. Op zijn eerste dag riep hij me al naar zijn bureau. 'Ik hoop dat we de plooien kunnen gladstrijken. Wat in Gent gebeurd is, was niet persoonlijk bedoeld. Ik wil dit verhaal tot een goed einde brengen.' 'In het belang van de ploeg heb ik mijn aversie opzijgezet. Zoals ik al mijn hele carrière altijd het collectief heb vooropgezet: in mijn sturende rol, op en naast het veld. Voetbalfans zullen geen ticket kopen voor David Hubert, maar zo kan ik ook belangrijk zijn. Nooit heb ik belang gehecht aan mijn persoonlijke statistieken. Zelfs als ik slecht gespeeld heb, haal ik veel voldoening als we winnen en het 'gameplan' is uitgevoerd. Dat zeg ik ook tegen alle jonge gasten: 'Je moet je kwaliteiten ten dienste van de ploeg stellen, en dan zal je op den duur ook zélf een hoger niveau bereiken.' 'Achteraf gezien is die periode bij Mouscron ook voor mijn ontwikkeling belangrijk geweest. Een prijs voor het behoud hebben we nooit gekregen, maar met veel minder middelen, met totaal ander voetbal en met veel meer tegenkanting, vind ik dat - in verhouding - evenveel waard als een titel behalen met Club Brugge.' 'In de zomer van 2017 kon ik transfervrij overstappen naar OH Leuven. Vier seizoenen lang een mooie tijd beleefd, ondanks drie jaar in 1B en de vreemde 'coronapromotie', na die twee verloren promotieduels tegen Beerschot, naar de Jupiler Pro League. De twee wedstrijden die me het meest bijbleven zijn die tegen Anderlecht en Club Brugge in oktober 2020, helaas niet vanwege het gelijkspel en de zege. In de week van de wedstrijd tegen Anderlecht raakte een van mijn beste vrienden, Pieter-Jan, immers vermist. De dag ervoor heb ik nog tevergeefs meegeholpen bij een zoektocht. Op de matchdag, net voor ik vertrok naar de club, hoorde ik van zijn broer het verschrikkelijke nieuws: PJ was dood teruggevonden, in de Leie. 'Een verschrikkelijke klap: toen ik het vertelde aan Marc Brys, ben ik gecrasht in zijn bureau. Hij had er als empathisch coach veel begrip voor, ik mocht naar huis gaan. Ik wilde echter absoluut blijven voor de wedstrijd tegen Anderlecht, de favoriete club van Pieter-Jan. Brys hield me wel op de bank, maar liet me bij een 2-1 achterstand invallen, in de 78e minuut. Zes minuten later trapte Mathieu Maertens de gelijkmaker binnen. Ik stond vlak achter hem en zag de bal binnenvliegen. Op een of andere manier had ik het gevoel dat er een kracht van buitenaf daarbij had geholpen... 'De match zes dagen later, thuis tegen Club Brugge, was al even surrealistisch: om 11 uur eerst de begrafenis, s' avonds spelen, én winnen, met 2-1. Wat Pieter-Jan, als Anderlechtfan uiteraard fantastisch had gevonden. Ik was echter niet in feeststemming: ik viel letterlijk neer op het veld, zeer geëmotioneerd. Na een vlugge douche ben ik naar huis gereden, om 's avonds laat met gezamenlijke vrienden herinneringen op te halen aan PJ. Op zulke momenten besef je dat het leven uit veel meer bestaat dan alleen voetbal, ondanks alle mooie momenten.'