1 Raymond Goethals 07/10/1921 - 06/12/2004

Zeven Europese finales en tien jaar als bondscoach: het zijn maar twee flarden uit de imposante carrière van Raymond Goethals. Vijfendertig jaar werkte de Brusselaar als trainer aan de top. Dat, zei hij altijd, doet niemand hem na. Graag zette hij zijn prestaties in de verf. Aan zelfvertrouwen ontbrak het hem nooit. Een trainer moest volgens hem alleen zien wat er verkeerd loopt en dan ingrijpen. Hij kon het als weinig anderen. Terwijl er, zo riep Goethals, collega's zijn die 30 jaar in het vak zitten en het nog altijd niet zien.

Praten met Raymond Goethals was telkens weer een belevenis. Toen hem eens werd gevraagd om in een lang interview zijn carrière te overlopen, vroeg Goethals de journalist of die twee dagen tijd had. Raymond Goethals was een tacticus. Of hij nu als bondscoach aan de slag was, bij Anderlecht, Standard of Olympique Marseille, overal werkte hij op dezelfde manier. Hij werd vaak een defensief georiënteerde traineer genoemd, maar als je hem daarmee confronteerde, begon hij aan een exposé waar geen einde aan kwam. De flamboyante Goethals was een heerlijke man. Maar in wezen een eenzaat. Toen hij met Marseille de Champions League had gewonnen, in 1993, ging hij helemaal alleen naar zijn hotelkamer, zette zich op het terras en rookte rustig zijn sigaretje. Het was zijn manier om te genieten.

Raymond Goethals, BELGAIMAGE
Raymond Goethals © BELGAIMAGE

2 Guy Thys 06/12/1922 - 01/08/2003

Guy Thys was trainer van Antwerp toen hem door voorzitter Eddy Wauters werd gevraagd hoelang hij nu nog Jos Heyligen zou opstellen. Want, zei Wauters, met Heyligen spelen we nu al het hele seizoen met tien. Maar Antwerp stond op de tweede plaats. Dus, antwoordde Thys onbewogen, ik ga het echt niet riskeren om met elf man te spelen.

Het typeert Guy Thys. Hij gaf vaak de indruk naar anderen te luisteren, stond in wezen ook open voor dialoog, maar liet zich uiteindelijk door niemand iets voorschrijven. De Antwerpenaar verstond de kunst van het relativeren en wist op een meesterlijke manier de druk rond zijn persoon weg te nemen. Veertien jaar lang leidde hij de nationale ploeg. Op zijn manier, met een groot psychologisch inzicht en een blind vertrouwen in zijn spelers. Die gaf hij in de mate van het mogelijke de mentale zekerheid dat ze in het elftal zouden staan. Zo schonk hij hen het nodige vertrouwen. In alle omstandigheden was Guy Thys, die absoluut niet van individualisme hield, de rust in persoon. Steeds weer minimaliseerde hij zijn inbreng. Hij stond niet druk te doen langs de zijlijn en geloofde ook niet in wonderlijke wissels. Steeds weer voedde Guy Thys zich aan de bron van de eenvoud. De grootste trainers, zei hij altijd, zitten bij de clubs die over de beste spelers beschikken.

Guy Thys, BELGAIMAGE
Guy Thys © BELGAIMAGE

3 Eric Gerets 08/05/1954

Het was een warme avond in augustus 1992. Eric Gerets begon bij Club Luik definitief aan zijn carrière als trainer. In zijn allereerste wedstrijd, op Cercle Brugge, werd het 2-2. Een mooi resultaat. Alleen viel de gelijkmaker van Cercle, op een vrijschop, in de laatste minuut. Gerets was de wanhoop nabij. Hij liet zijn assistent Daniel Boccar naar de persconferentie gaan en zat heel alleen op de spelersbus van Club Luik. Wezenloos staarde hij voor zich uit. Het leek erop dat de wereld rond hem was ingestort.

Eric Gerets moest als trainer vooral leren verliezen. De oefenstof op zich kreeg hij heel snel in de vingers. Zo bouwde Gerets, die altijd behoefte had aan warmte en geborgenheid om zich heen, uiteindelijk ook een schitterende trainerscarrière uit. Met het kampioenschap van Lierse, in 1997, als eerste kroonstuk. En met vervolgens Club Brugge als volgende stap in het groeiproces. Daar pakte hij de titel met achttien punten voorsprong. Altijd streefde Gerets naar bewegingsvoetbal, met snelle, zuivere combinaties, met spelers die de vrijheid hebben om risico's te nemen. In de loop van de jaren werd Gerets, vaak het slachtoffer van zijn onblusbare prestatiedrang, wat rustiger. Het maakte van hem een nog betere trainer. Emoties, ervoer hij, verhinderen je om rationeel te denken en goed te analyseren.

Eric Gerets, BELGAIMAGE
Eric Gerets © BELGAIMAGE

4 Hugo Broos 10/04/1952

Het is vreemd dat Hugo Broos als trainer pas volop erkenning kreeg toen hij in 2017 Kameroen naar de Afrika Cup leidde. Terwijl de Brabander in tal van andere (top)verenigingen uitstekend werk leverde. Maar Broos is geen tafelspringer, geen man die in de etalage wil staan. Wel een loyale vakman voor wie een contract nog een heilige betekenis heeft.

Met vallen en opstaan vormde Hugo Broos zichzelf als trainer. Hij bewoog zich heel rustig door het voetballandschap. Veel met zijn spelers praten deed Broos bijvoorbeeld niet, iets wat hem zijn hele carrière zou blijven achtervolgen. Broos had er een reden voor: als je veel praat, ga je op den duur jezelf tegenspreken, beweerde hij. Broos werkte onder meer voor Club Brugge, Anderlecht en KRC Genk. Hij werd vier keer verkozen tot Trainer van het Jaar, maar toen hij in 2011 in België amper nog een aanbieding kreeg, vertrok hij naar het buitenland.

5 Michel Preud'homme 23/01/1959

Weinig trainers die zo de focus op het voetbal leggen als Michel Preud'homme. Tot diep in de nacht kan hij video's van tegenstanders bekijken. Preud'homme had die bezetenheid ook al als doelman en probeert met zijn fanatisme zijn spelers mee te sleuren. Dat dit in het huidige voetballandschap niet altijd lukt, is voor hem een bron van irritatie. Door zijn temperament gaat Preud'homme ook vaak in de clinch met scheidsrechters. Hij kan het niet verkroppen als er fouten worden gemaakt, net zoals hij moeite heeft met kritiek. Hij vindt dit een aanfluiting van het werk dat hij levert.

Onsterfelijk werd Michel Preud'homme toen hij in 2008 Standard naar de eerste titel leidde sinds 25 jaar. Het is wel vreemd dat de bijna 60-jarige Luikenaar als trainer slechts drie titels en drie bekers veroverde. Maar voor zijn vakmanschap werd hij in alle clubs geprezen. Niet toevallig werd Preud'homme drie keer uitgeroepen tot Trainer van het Jaar.

6 Aimé Anthuenis 21/12/1943

Meer dan vijftien jaar lang was Aimé Anthuenis een verdienstelijke trainer. Tot hij KRC Genk in de steigers mocht zetten en het fundament legde voor een uniek voetbalsprookje. Het leverde een overgang naar Anderlecht en een passage als bondscoach op.

Overal waar hij neerstreek, bleef Aimé Anthuenis een harde werker, een sociaal dier, een trainer die drijft op bepaalde principes. Nooit viel hij uit zijn rol. Ook niet toen hij, vooral in zijn Anderlechtperiode, vaak met bijtende kritiek werd geconfronteerd. Anthuenis incasseerde en zocht de dialoog met de pers. Hij was en bleef de mijnwerker onder de trainers. Geen inspanning is hem ooit te veel geweest. Toen Anthuenis in september 2010 bij Lierse werd ontslagen en een punt zette achter zijn carrière, was hij nog steeds dezelfde trainer als diegene die in 1980 bij de Uefa's van Lokeren werkte. Op zijn palmares staan drie nationale titels en drie bekroningen tot Trainer van het Jaar.

Hugo Broos, BELGAIMAGE
Hugo Broos © BELGAIMAGE

7 Paul Van Himst 02/10/1943

Verrassend was het wel toen Paul Van Himst op 25 september 1982 door Anderlecht werd aangesteld als opvolger van Tomislav Ivic. Na iets meer dan twee jaar onder het soms verstikkend regime van de Kroaat leefde de ploeg in een ongedwongen klimaat weer op, al slaagde Van Himst er uiteindelijk niet in de titel te pakken. Hij won wel de UEFA Cup. Het seizoen daarop liet hij de 17-jarige Enzo Scifo in het eerste elftal debuteren. Later, in 1987, werd hij nog technisch directeur bij RWDM, stapte op toen de club degradeerde.

Michel Preud'homme, BELGAIMAGE
Michel Preud'homme © BELGAIMAGE

Paul Van Himst gaf nooit de indruk dat hij als trainer het heilige vuur in zich meedroeg. Toch kende hij een opmerkelijke passage als bondscoach. Hij pompte de spelers niet vol met allerhande opdrachten, zoals hij er zelf als speler ook niet van hield om in een keurslijf te worden geperst. Vijf jaar lang leidde hij de Rode Duivels. Toen hij in 1996 werd ontslagen, hield Van Himst het als trainer voor bekeken.

8 Hein Vanhaezebrouck 16/02/1964

Zijn recent ontslag bij Anderlecht kan daar geen afbreuk aan doen: Hein Vanhaezebrouck heeft de afgelopen jaren het Belgisch voetbal gemarkeerd. Hij had uitstekend werk geleverd bij KV Kortrijk en zou zich bij KAA Gent als een toptrainer profileren. Met een niet bovenmatig getalenteerde ploeg pakte hij in 2015 de titel. De manier waarop hij zijn elftal op het tactisch schaakbord neerzette en tegenstanders aftroefde, was ongezien. Geen enkele moeite had het hem gekost om zijn offensieve filosofie op de spelers over te planten. Die volgden hem blindelings en de macht van Vanhaezebrouck in de Ghelamco Arena was groot. Hij werd er na het kampioenschap net niet heilig verklaard. Tot de veer brak.

Aimé Anthuenis, BELGAIMAGE
Aimé Anthuenis © BELGAIMAGE

Bij Anderlecht zou Vanhaezebrouck verder aan de weg naar de top timmeren. Maar het draaide anders uit. Hij kreeg zijn boodschap niet verkocht en sommigen ergerden zich aan zijn extreme eigenwijsheid. Uiteindelijk kon een breuk niet uitblijven.

9 Urbain Braems 10/11/1933

De dertigjarige trainerscarrière van Urbain Braems speelde zich af tussen Zottegem en de Zwarte Zee. Hij profileerde zich in die periode als een rechtlijnige en methodisch werkende vakman. Urbain Braems was trainer en pedagoog.

Urbain Braems romantiseert vooral zijn tijd in Beveren waar hij in twee periodes bekerwinnaar (1978) en kampioen (1984) werd. Hij vond het uitermate boeiend om de juiste spelers te vinden die het niveau van zijn ploeg zouden optillen, om in het buitenland goedkope spelers aan te trekken die de leemtes zouden opvullen. Braems won vijf Belgische bekers, speelde zeven finales en werd kampioen met Anderlecht en Beveren. Hij beëindigde zijn carrière bij het Turkse Trabzonspor waar hij overal waar hij kwam luid werd toegejuicht: Urba-jien, Urba-jien, het klonk als een strijdkreet. Braems was er niet ongevoelig voor. Graag vertelde hij ook dat zijn vertrek bij de meeste clubs waar hij werkte werd betreurd.

Paul Van Himst, BELGAIMAGE
Paul Van Himst © BELGAIMAGE

10 Robert Goethals 11/06/1922 - 07/07/2011

Als volslagen onbekende trainer leidde Robert Goethals Beveren naar de titel en speelde met de club tal van memorabele Europese wedstrijden. Hij zwoer bij een zachte aanpak en droeg menselijke waarden hoog in het vaandel. Goethals was eigenlijk een amateur: toen hij in de kwartfinale van de Europacup met Beveren uit tegen Inter Milaan moest spelen, gaf hij tot 's middags één uur les in Brugge. Dan vertrok hij naar Milaan.

Als licentiaat lichamelijke opvoeding verdiepte Robert Goethals zich graag in alle aspecten van het voetbal. Hij stapte zonder de minste stress door het wereldje, ook al omdat hij op het onderwijs kon terugvallen. Toen hij bij KAA Gent werd ontslagen, deed hij geen enkele moeite om zijn contract te laten uitkeren. Goethals werkte slechts vijf seizoenen op het hoogste niveau. Later schreef hij het boek Leren voetballen. Het zijn de twee woorden die zijn leven beheersten.

Hein Vanhaezebrouck, BELGAIMAGE
Hein Vanhaezebrouck © BELGAIMAGE
Urbain Braems, GF
Urbain Braems © GF
Robert Goethals, GF
Robert Goethals © GF
Zeven Europese finales en tien jaar als bondscoach: het zijn maar twee flarden uit de imposante carrière van Raymond Goethals. Vijfendertig jaar werkte de Brusselaar als trainer aan de top. Dat, zei hij altijd, doet niemand hem na. Graag zette hij zijn prestaties in de verf. Aan zelfvertrouwen ontbrak het hem nooit. Een trainer moest volgens hem alleen zien wat er verkeerd loopt en dan ingrijpen. Hij kon het als weinig anderen. Terwijl er, zo riep Goethals, collega's zijn die 30 jaar in het vak zitten en het nog altijd niet zien. Praten met Raymond Goethals was telkens weer een belevenis. Toen hem eens werd gevraagd om in een lang interview zijn carrière te overlopen, vroeg Goethals de journalist of die twee dagen tijd had. Raymond Goethals was een tacticus. Of hij nu als bondscoach aan de slag was, bij Anderlecht, Standard of Olympique Marseille, overal werkte hij op dezelfde manier. Hij werd vaak een defensief georiënteerde traineer genoemd, maar als je hem daarmee confronteerde, begon hij aan een exposé waar geen einde aan kwam. De flamboyante Goethals was een heerlijke man. Maar in wezen een eenzaat. Toen hij met Marseille de Champions League had gewonnen, in 1993, ging hij helemaal alleen naar zijn hotelkamer, zette zich op het terras en rookte rustig zijn sigaretje. Het was zijn manier om te genieten.Guy Thys was trainer van Antwerp toen hem door voorzitter Eddy Wauters werd gevraagd hoelang hij nu nog Jos Heyligen zou opstellen. Want, zei Wauters, met Heyligen spelen we nu al het hele seizoen met tien. Maar Antwerp stond op de tweede plaats. Dus, antwoordde Thys onbewogen, ik ga het echt niet riskeren om met elf man te spelen. Het typeert Guy Thys. Hij gaf vaak de indruk naar anderen te luisteren, stond in wezen ook open voor dialoog, maar liet zich uiteindelijk door niemand iets voorschrijven. De Antwerpenaar verstond de kunst van het relativeren en wist op een meesterlijke manier de druk rond zijn persoon weg te nemen. Veertien jaar lang leidde hij de nationale ploeg. Op zijn manier, met een groot psychologisch inzicht en een blind vertrouwen in zijn spelers. Die gaf hij in de mate van het mogelijke de mentale zekerheid dat ze in het elftal zouden staan. Zo schonk hij hen het nodige vertrouwen. In alle omstandigheden was Guy Thys, die absoluut niet van individualisme hield, de rust in persoon. Steeds weer minimaliseerde hij zijn inbreng. Hij stond niet druk te doen langs de zijlijn en geloofde ook niet in wonderlijke wissels. Steeds weer voedde Guy Thys zich aan de bron van de eenvoud. De grootste trainers, zei hij altijd, zitten bij de clubs die over de beste spelers beschikken.Het was een warme avond in augustus 1992. Eric Gerets begon bij Club Luik definitief aan zijn carrière als trainer. In zijn allereerste wedstrijd, op Cercle Brugge, werd het 2-2. Een mooi resultaat. Alleen viel de gelijkmaker van Cercle, op een vrijschop, in de laatste minuut. Gerets was de wanhoop nabij. Hij liet zijn assistent Daniel Boccar naar de persconferentie gaan en zat heel alleen op de spelersbus van Club Luik. Wezenloos staarde hij voor zich uit. Het leek erop dat de wereld rond hem was ingestort. Eric Gerets moest als trainer vooral leren verliezen. De oefenstof op zich kreeg hij heel snel in de vingers. Zo bouwde Gerets, die altijd behoefte had aan warmte en geborgenheid om zich heen, uiteindelijk ook een schitterende trainerscarrière uit. Met het kampioenschap van Lierse, in 1997, als eerste kroonstuk. En met vervolgens Club Brugge als volgende stap in het groeiproces. Daar pakte hij de titel met achttien punten voorsprong. Altijd streefde Gerets naar bewegingsvoetbal, met snelle, zuivere combinaties, met spelers die de vrijheid hebben om risico's te nemen. In de loop van de jaren werd Gerets, vaak het slachtoffer van zijn onblusbare prestatiedrang, wat rustiger. Het maakte van hem een nog betere trainer. Emoties, ervoer hij, verhinderen je om rationeel te denken en goed te analyseren.Het is vreemd dat Hugo Broos als trainer pas volop erkenning kreeg toen hij in 2017 Kameroen naar de Afrika Cup leidde. Terwijl de Brabander in tal van andere (top)verenigingen uitstekend werk leverde. Maar Broos is geen tafelspringer, geen man die in de etalage wil staan. Wel een loyale vakman voor wie een contract nog een heilige betekenis heeft. Met vallen en opstaan vormde Hugo Broos zichzelf als trainer. Hij bewoog zich heel rustig door het voetballandschap. Veel met zijn spelers praten deed Broos bijvoorbeeld niet, iets wat hem zijn hele carrière zou blijven achtervolgen. Broos had er een reden voor: als je veel praat, ga je op den duur jezelf tegenspreken, beweerde hij. Broos werkte onder meer voor Club Brugge, Anderlecht en KRC Genk. Hij werd vier keer verkozen tot Trainer van het Jaar, maar toen hij in 2011 in België amper nog een aanbieding kreeg, vertrok hij naar het buitenland.Weinig trainers die zo de focus op het voetbal leggen als Michel Preud'homme. Tot diep in de nacht kan hij video's van tegenstanders bekijken. Preud'homme had die bezetenheid ook al als doelman en probeert met zijn fanatisme zijn spelers mee te sleuren. Dat dit in het huidige voetballandschap niet altijd lukt, is voor hem een bron van irritatie. Door zijn temperament gaat Preud'homme ook vaak in de clinch met scheidsrechters. Hij kan het niet verkroppen als er fouten worden gemaakt, net zoals hij moeite heeft met kritiek. Hij vindt dit een aanfluiting van het werk dat hij levert. Onsterfelijk werd Michel Preud'homme toen hij in 2008 Standard naar de eerste titel leidde sinds 25 jaar. Het is wel vreemd dat de bijna 60-jarige Luikenaar als trainer slechts drie titels en drie bekers veroverde. Maar voor zijn vakmanschap werd hij in alle clubs geprezen. Niet toevallig werd Preud'homme drie keer uitgeroepen tot Trainer van het Jaar.Meer dan vijftien jaar lang was Aimé Anthuenis een verdienstelijke trainer. Tot hij KRC Genk in de steigers mocht zetten en het fundament legde voor een uniek voetbalsprookje. Het leverde een overgang naar Anderlecht en een passage als bondscoach op. Overal waar hij neerstreek, bleef Aimé Anthuenis een harde werker, een sociaal dier, een trainer die drijft op bepaalde principes. Nooit viel hij uit zijn rol. Ook niet toen hij, vooral in zijn Anderlechtperiode, vaak met bijtende kritiek werd geconfronteerd. Anthuenis incasseerde en zocht de dialoog met de pers. Hij was en bleef de mijnwerker onder de trainers. Geen inspanning is hem ooit te veel geweest. Toen Anthuenis in september 2010 bij Lierse werd ontslagen en een punt zette achter zijn carrière, was hij nog steeds dezelfde trainer als diegene die in 1980 bij de Uefa's van Lokeren werkte. Op zijn palmares staan drie nationale titels en drie bekroningen tot Trainer van het Jaar.Verrassend was het wel toen Paul Van Himst op 25 september 1982 door Anderlecht werd aangesteld als opvolger van Tomislav Ivic. Na iets meer dan twee jaar onder het soms verstikkend regime van de Kroaat leefde de ploeg in een ongedwongen klimaat weer op, al slaagde Van Himst er uiteindelijk niet in de titel te pakken. Hij won wel de UEFA Cup. Het seizoen daarop liet hij de 17-jarige Enzo Scifo in het eerste elftal debuteren. Later, in 1987, werd hij nog technisch directeur bij RWDM, stapte op toen de club degradeerde. Paul Van Himst gaf nooit de indruk dat hij als trainer het heilige vuur in zich meedroeg. Toch kende hij een opmerkelijke passage als bondscoach. Hij pompte de spelers niet vol met allerhande opdrachten, zoals hij er zelf als speler ook niet van hield om in een keurslijf te worden geperst. Vijf jaar lang leidde hij de Rode Duivels. Toen hij in 1996 werd ontslagen, hield Van Himst het als trainer voor bekeken.Zijn recent ontslag bij Anderlecht kan daar geen afbreuk aan doen: Hein Vanhaezebrouck heeft de afgelopen jaren het Belgisch voetbal gemarkeerd. Hij had uitstekend werk geleverd bij KV Kortrijk en zou zich bij KAA Gent als een toptrainer profileren. Met een niet bovenmatig getalenteerde ploeg pakte hij in 2015 de titel. De manier waarop hij zijn elftal op het tactisch schaakbord neerzette en tegenstanders aftroefde, was ongezien. Geen enkele moeite had het hem gekost om zijn offensieve filosofie op de spelers over te planten. Die volgden hem blindelings en de macht van Vanhaezebrouck in de Ghelamco Arena was groot. Hij werd er na het kampioenschap net niet heilig verklaard. Tot de veer brak. Bij Anderlecht zou Vanhaezebrouck verder aan de weg naar de top timmeren. Maar het draaide anders uit. Hij kreeg zijn boodschap niet verkocht en sommigen ergerden zich aan zijn extreme eigenwijsheid. Uiteindelijk kon een breuk niet uitblijven.De dertigjarige trainerscarrière van Urbain Braems speelde zich af tussen Zottegem en de Zwarte Zee. Hij profileerde zich in die periode als een rechtlijnige en methodisch werkende vakman. Urbain Braems was trainer en pedagoog.Urbain Braems romantiseert vooral zijn tijd in Beveren waar hij in twee periodes bekerwinnaar (1978) en kampioen (1984) werd. Hij vond het uitermate boeiend om de juiste spelers te vinden die het niveau van zijn ploeg zouden optillen, om in het buitenland goedkope spelers aan te trekken die de leemtes zouden opvullen. Braems won vijf Belgische bekers, speelde zeven finales en werd kampioen met Anderlecht en Beveren. Hij beëindigde zijn carrière bij het Turkse Trabzonspor waar hij overal waar hij kwam luid werd toegejuicht: Urba-jien, Urba-jien, het klonk als een strijdkreet. Braems was er niet ongevoelig voor. Graag vertelde hij ook dat zijn vertrek bij de meeste clubs waar hij werkte werd betreurd. Als volslagen onbekende trainer leidde Robert Goethals Beveren naar de titel en speelde met de club tal van memorabele Europese wedstrijden. Hij zwoer bij een zachte aanpak en droeg menselijke waarden hoog in het vaandel. Goethals was eigenlijk een amateur: toen hij in de kwartfinale van de Europacup met Beveren uit tegen Inter Milaan moest spelen, gaf hij tot 's middags één uur les in Brugge. Dan vertrok hij naar Milaan. Als licentiaat lichamelijke opvoeding verdiepte Robert Goethals zich graag in alle aspecten van het voetbal. Hij stapte zonder de minste stress door het wereldje, ook al omdat hij op het onderwijs kon terugvallen. Toen hij bij KAA Gent werd ontslagen, deed hij geen enkele moeite om zijn contract te laten uitkeren. Goethals werkte slechts vijf seizoenen op het hoogste niveau. Later schreef hij het boek Leren voetballen. Het zijn de twee woorden die zijn leven beheersten.