57 in totaal. De namen vallen als grote druppels uit de lucht, met het harde geluid van een regenvlaag die op de kasseien klettert. Geen twijfel mogelijk: we zijn in België. Een klein grondgebied, als een exclusief restaurant waar de patron graag een babbeltje slaat met de habitués en nieuwkomers argwanend bekijkt. 'Het is het principe van een gesloten club, dan heb je geen zin dat er mensen binnenkomen', zo schetste Gauthier Ganaye, de Franse CEO van KV Oostende, vorig jaar het Belgisch voetbal, waar het ons-kent-ons regeert.

Toen Operatie Propere Handen zich op 10 oktober 2018 op gang trok en er op enkele deuren werd geklopt in ons koninkrijk, kwamen meteen de makelaars in het vizier. Dejan Veljkovic en Mogi Bayat stonden allebei in het oog van de storm. In de nasleep van de onthullingen van de herfst van 2018 kondigde de Pro League de oprichting van een clearing house aan, in het leven geroepen om de commissies voor tussenpersonen te reguleren en om het beroep van makelaar terug onder controle te krijgen.

De almacht van makelaars is een symptoom, niet het virus.

Wie echter meer dan drie jaar later de lijst van namen bekijkt die het federaal parket wil vervolgen, zal zich spontaan een Amerikaanse liedje uit de jaren vijftig herinneren: it takes two to tango. En op de dansvloer van het Belgisch voetbal komt de eerste stap vaak van de clubs. Concurrenten van Mogi Bayat benadrukken graag dat de makelaar in heel wat stadions in eerste klasse een eigen bureau had. Dat betekent dat er toch iemand voor hem de deur opendeed.

Almachtige makelaars zijn een symptoom, niet het virus. Ze spelen een heel grote rol in een voetbalwereld waar het financiële evenwicht afhangt van het verkopen van jonge talenten tegen een goeie prijs, maar ze trekken aan de touwtjes die men hen in handen gegeven heeft.

Het virus bevindt zich veeleer in de organigrammen van clubs die zich verkopen als voorbeelden van professionalisme maar die soms rekruteren zoals dat in provinciale gedaan wordt.

In de tijd van Herman Van Holsbeeck was de nutteloosheid van de scoutingcel van Anderlecht een publiek geheim, maar het was heus niet de enige in een competitie waar de huismakelaar dikwijls het kostuum van sportief directeur aantrok en waar er naar bepaalde 'raadgevers' vaker geluisterd werd dan naar mensen die dag in dag uit spelers onder de loep namen.

De almachtige makelaar is uiteindelijk slechts de bondgenoot van diegenen die geen sportieve strategie hebben. Om een haai aan te trekken, moet hij eerst bloed ruiken. En in de kantoren van de Belgische eerste klasse leken sommigen er plezier in te scheppen om hun aders open te snijden in volle zee. Uit onhandigheid, of omdat ze een percentage kregen op de verkoop van pleisters?

57 in totaal. De namen vallen als grote druppels uit de lucht, met het harde geluid van een regenvlaag die op de kasseien klettert. Geen twijfel mogelijk: we zijn in België. Een klein grondgebied, als een exclusief restaurant waar de patron graag een babbeltje slaat met de habitués en nieuwkomers argwanend bekijkt. 'Het is het principe van een gesloten club, dan heb je geen zin dat er mensen binnenkomen', zo schetste Gauthier Ganaye, de Franse CEO van KV Oostende, vorig jaar het Belgisch voetbal, waar het ons-kent-ons regeert. Toen Operatie Propere Handen zich op 10 oktober 2018 op gang trok en er op enkele deuren werd geklopt in ons koninkrijk, kwamen meteen de makelaars in het vizier. Dejan Veljkovic en Mogi Bayat stonden allebei in het oog van de storm. In de nasleep van de onthullingen van de herfst van 2018 kondigde de Pro League de oprichting van een clearing house aan, in het leven geroepen om de commissies voor tussenpersonen te reguleren en om het beroep van makelaar terug onder controle te krijgen.Wie echter meer dan drie jaar later de lijst van namen bekijkt die het federaal parket wil vervolgen, zal zich spontaan een Amerikaanse liedje uit de jaren vijftig herinneren: it takes two to tango. En op de dansvloer van het Belgisch voetbal komt de eerste stap vaak van de clubs. Concurrenten van Mogi Bayat benadrukken graag dat de makelaar in heel wat stadions in eerste klasse een eigen bureau had. Dat betekent dat er toch iemand voor hem de deur opendeed. Almachtige makelaars zijn een symptoom, niet het virus. Ze spelen een heel grote rol in een voetbalwereld waar het financiële evenwicht afhangt van het verkopen van jonge talenten tegen een goeie prijs, maar ze trekken aan de touwtjes die men hen in handen gegeven heeft.Het virus bevindt zich veeleer in de organigrammen van clubs die zich verkopen als voorbeelden van professionalisme maar die soms rekruteren zoals dat in provinciale gedaan wordt. In de tijd van Herman Van Holsbeeck was de nutteloosheid van de scoutingcel van Anderlecht een publiek geheim, maar het was heus niet de enige in een competitie waar de huismakelaar dikwijls het kostuum van sportief directeur aantrok en waar er naar bepaalde 'raadgevers' vaker geluisterd werd dan naar mensen die dag in dag uit spelers onder de loep namen. De almachtige makelaar is uiteindelijk slechts de bondgenoot van diegenen die geen sportieve strategie hebben. Om een haai aan te trekken, moet hij eerst bloed ruiken. En in de kantoren van de Belgische eerste klasse leken sommigen er plezier in te scheppen om hun aders open te snijden in volle zee. Uit onhandigheid, of omdat ze een percentage kregen op de verkoop van pleisters?