10. Fernand Goyvaerts (1954-61)

Fernand Goyvaerts was een artiest en trok voor de Clubsupporters zeven jaar lang zijn fantastische trukendoos open. Telkens weer ging er een siddering door het stadion vanaf het moment dat hij de bal had. Goyvaerts goochelde, soleerde en flitste, maar hij vernederde ook tegenstanders. Hij dribbelde iemand voorbij, keerde terug en speelde dezelfde man nog eens de bal tussen de benen. Goyvaerts was een buitenbeentje die leek te voetballen voor de galerij.

9. Gert Verheyen (1992-2006)

Voor Anderlecht werd hij niet geschikt bevonden. Te onesthetisch, klonk het, te weinig frivoliteit. Bij Club Brugge werd Gert Verheyen een van de boegbeelden. In zijn sobere stijl, met veel inzet en vechtlust kwam hij tot 320 competitiewedstrijden en 148 doelpunten: Gert Verheyen was een garantie op regelmaat. Tijdens zijn afscheidsmatch, in 2006, kreeg hij een indrukwekkend eerbetoon. Minutenlang ging er een oorverdovend applaus door het stadion.

Gert Verheyen, Belga Image
Gert Verheyen © Belga Image

8. Timmy Simons (2000-05/2013-18)

Tien jaar Club Brugge in twee periodes: Timmy Simons zette als verdediger van Lommel de stap naar blauw-zwart en belandde al snel op het middenveld. Simons, die op zijn 21e nog bij derdeklasser KTH Diest speelde, was niet de meest verfijnde voetballer. Maar door zijn uitmuntend positiespel en vermogen om een actie vooruit te denken, was hij al snel een scharnier in de ploeg. Simons speelde zelden een slechte wedstrijd. Hij was opvallend onopvallend.

Timmy Simons in zijn laatste jaar als speler van Club Brugge, Belga Image
Timmy Simons in zijn laatste jaar als speler van Club Brugge © Belga Image

7. Julien Cools (1973-79)

Julien Cools was de Emil Zatopek van het voetbal: een marathonloper die het tempo regelde. Bovendien kon hij in volle inspanning, met de bal aan de voet, nog eens versnellen. Heel lang bestond de carrière van Cools uit een gevecht tegen de twijfels, tot hij onder Ernst Happel helemaal openbloeide. Hij voetbalde volgens het credo dat de mythische trainer predikte: één voor allen, allen voor één. Altijd dacht de onderdanige Kempenaar aan het collectief.

Julien Cools, BELGAIMAGE
Julien Cools © BELGAIMAGE

6. Marc Degryse (1983-89)

Aanvankelijk was hij schuchter en onderdanig en keek vol bewondering naar de vedetten die Club Brugge stuurden. Maar Marc Degryse integreerde zich heel snel en groeide in minder dan een jaar uit van nobody tot international. Vooral in de periode onder Henk Houwaart mocht hij zich aanvallend oriënteren. Hij kreeg nooit een opdracht en kon zijn techniek en creativiteit ten volle aanwenden. Hij scoorde en liet scoren, dirigeerde en orkestreerde.

Marc Degryse, Belga Image
Marc Degryse © Belga Image

5. Hector Goetinck (1902-28)

Tijdperken zijn niet met elkaar te vergelijken, maar Hector Goetinck mag niet in dit lijstje ontbreken. De rechtsbuiten was de eerste echte ster van Club Brugge. Hij liep even snel met dan zonder bal en was door zijn snelheid en mobiliteit een meester in het ontwijken van overtredingen. Goetinck, een toonbeeld van beroepsernst, kon langs de flank drie man voorbijrazen en de bal in volle loop centeren, een eigenschap die niet veel voetballers beheersen.

Hector Goetinck, Belga Image
Hector Goetinck © Belga Image

4. René Vandereycken (1974-1981)

René Vandereycken bouwde puur op intuïtie een onvergelijkbare carrière op. Hij was niet erg snel, maar hij maakte het spel wel snel. Vandereycken probeerde zoveel mogelijk in één tijd te voetballen en rapper te denken en te handelen dan anderen. De Limburger speelde heel vaak tegen de limiet aan, durfde grijnzend al eens te provoceren en kwam soms heel irritant over. Maar hij was altijd verschrikkelijk geconcentreerd en dacht over alles wat hij deed goed na.

René Vandereycken (l), Belga Image
René Vandereycken (l) © Belga Image

3. Franky Van Der Elst (1984-99)

Eerst een libero die te vaak met vuur speelde, dan als verdedigende middenvelder nadrukkelijk de ruggengraat van het elftal. Franky Van der Elst bouwde altijd rustig en verzorgd op en bleek gevoelsmatig te weten waar hij zich moest opstellen. Zo recupereerde hij veel ballen. Door te anticiperen en op het juiste moment voor de man te komen. Nooit blies de nuchtere Van der Elst hoog van de toren. Sterker zelfs: als voetballer schatte hij zichzelf niet zo hoog in.

Franky Van Der Elst, Belga Image
Franky Van Der Elst © Belga Image

2. Jan Ceulemans (1978-92)

Na één seizoen wilde Jan Ceulemans terug naar zijn ex-club Lierse omdat hij verloren liep in het elftal. Maar toen trainer Johan Grijzenhout hem centraal in de spits zette, ontplofte Ceulemans. In een meer teruggetrokken positie groeide hij later uit tot het hart van het elftal. Hij dirigeerde en scoorde en werd het boegbeeld van het Belgisch voetbal. Club Brugge paste wonderwel bij de bescheidenheid van Ceulemans die wilde voetballen in een sfeer van rust en sereniteit.

Jan Ceulemans, Belga Image
Jan Ceulemans © Belga Image

1. Raoul Lambert (1972-80)

Als echte volksjongen verpersoonlijkte Raoul Lambert de ziel van Club Brugge. Er hangt vandaag nog altijd een aureool van onsterfelijkheid rond de voormalige spits. Eigenlijk was Lambert vaak het slachtoffer van zijn grootste kwaliteit: door zijn explosiviteit was hij altijd op snelheid als er een overtreding op hem werd gemaakt, waardoor hij een eindeloze reeks spierblessures opliep. Legendarisch waren ook zijn inworpen, waarbij hij de bal tot in het strafschopgebied kreeg.

Dit artikel staat in de special 'Club Brugge, 100 jaar kampioen' die vanaf donderdag 7 mei weer in de winkel ligt. Hij is ook te koop via https://shop.sportmagazine.be

Raoul Lambert, BELGAIMAGE
Raoul Lambert © BELGAIMAGE

.

Fernand Goyvaerts was een artiest en trok voor de Clubsupporters zeven jaar lang zijn fantastische trukendoos open. Telkens weer ging er een siddering door het stadion vanaf het moment dat hij de bal had. Goyvaerts goochelde, soleerde en flitste, maar hij vernederde ook tegenstanders. Hij dribbelde iemand voorbij, keerde terug en speelde dezelfde man nog eens de bal tussen de benen. Goyvaerts was een buitenbeentje die leek te voetballen voor de galerij.Voor Anderlecht werd hij niet geschikt bevonden. Te onesthetisch, klonk het, te weinig frivoliteit. Bij Club Brugge werd Gert Verheyen een van de boegbeelden. In zijn sobere stijl, met veel inzet en vechtlust kwam hij tot 320 competitiewedstrijden en 148 doelpunten: Gert Verheyen was een garantie op regelmaat. Tijdens zijn afscheidsmatch, in 2006, kreeg hij een indrukwekkend eerbetoon. Minutenlang ging er een oorverdovend applaus door het stadion. Tien jaar Club Brugge in twee periodes: Timmy Simons zette als verdediger van Lommel de stap naar blauw-zwart en belandde al snel op het middenveld. Simons, die op zijn 21e nog bij derdeklasser KTH Diest speelde, was niet de meest verfijnde voetballer. Maar door zijn uitmuntend positiespel en vermogen om een actie vooruit te denken, was hij al snel een scharnier in de ploeg. Simons speelde zelden een slechte wedstrijd. Hij was opvallend onopvallend. Julien Cools was de Emil Zatopek van het voetbal: een marathonloper die het tempo regelde. Bovendien kon hij in volle inspanning, met de bal aan de voet, nog eens versnellen. Heel lang bestond de carrière van Cools uit een gevecht tegen de twijfels, tot hij onder Ernst Happel helemaal openbloeide. Hij voetbalde volgens het credo dat de mythische trainer predikte: één voor allen, allen voor één. Altijd dacht de onderdanige Kempenaar aan het collectief. Aanvankelijk was hij schuchter en onderdanig en keek vol bewondering naar de vedetten die Club Brugge stuurden. Maar Marc Degryse integreerde zich heel snel en groeide in minder dan een jaar uit van nobody tot international. Vooral in de periode onder Henk Houwaart mocht hij zich aanvallend oriënteren. Hij kreeg nooit een opdracht en kon zijn techniek en creativiteit ten volle aanwenden. Hij scoorde en liet scoren, dirigeerde en orkestreerde. Tijdperken zijn niet met elkaar te vergelijken, maar Hector Goetinck mag niet in dit lijstje ontbreken. De rechtsbuiten was de eerste echte ster van Club Brugge. Hij liep even snel met dan zonder bal en was door zijn snelheid en mobiliteit een meester in het ontwijken van overtredingen. Goetinck, een toonbeeld van beroepsernst, kon langs de flank drie man voorbijrazen en de bal in volle loop centeren, een eigenschap die niet veel voetballers beheersen. René Vandereycken bouwde puur op intuïtie een onvergelijkbare carrière op. Hij was niet erg snel, maar hij maakte het spel wel snel. Vandereycken probeerde zoveel mogelijk in één tijd te voetballen en rapper te denken en te handelen dan anderen. De Limburger speelde heel vaak tegen de limiet aan, durfde grijnzend al eens te provoceren en kwam soms heel irritant over. Maar hij was altijd verschrikkelijk geconcentreerd en dacht over alles wat hij deed goed na. Eerst een libero die te vaak met vuur speelde, dan als verdedigende middenvelder nadrukkelijk de ruggengraat van het elftal. Franky Van der Elst bouwde altijd rustig en verzorgd op en bleek gevoelsmatig te weten waar hij zich moest opstellen. Zo recupereerde hij veel ballen. Door te anticiperen en op het juiste moment voor de man te komen. Nooit blies de nuchtere Van der Elst hoog van de toren. Sterker zelfs: als voetballer schatte hij zichzelf niet zo hoog in. Na één seizoen wilde Jan Ceulemans terug naar zijn ex-club Lierse omdat hij verloren liep in het elftal. Maar toen trainer Johan Grijzenhout hem centraal in de spits zette, ontplofte Ceulemans. In een meer teruggetrokken positie groeide hij later uit tot het hart van het elftal. Hij dirigeerde en scoorde en werd het boegbeeld van het Belgisch voetbal. Club Brugge paste wonderwel bij de bescheidenheid van Ceulemans die wilde voetballen in een sfeer van rust en sereniteit. Als echte volksjongen verpersoonlijkte Raoul Lambert de ziel van Club Brugge. Er hangt vandaag nog altijd een aureool van onsterfelijkheid rond de voormalige spits. Eigenlijk was Lambert vaak het slachtoffer van zijn grootste kwaliteit: door zijn explosiviteit was hij altijd op snelheid als er een overtreding op hem werd gemaakt, waardoor hij een eindeloze reeks spierblessures opliep. Legendarisch waren ook zijn inworpen, waarbij hij de bal tot in het strafschopgebied kreeg. .