Philippe Clement: 'Het allerbelangrijkste voor mij is het woord "geduld". Ga het maar na: zij die het niet konden opbrengen, zijn zij die de meeste problemen kenden en afhaakten. Het is belangrijker dan ooit, omdat het voor de huidige generatie veel moeilijker is geworden in vergelijking met mijn tijd, ook omdat er almaar meer mensen zijn die de speler beïnvloeden. Ik kon mijn carrière nog in alle rust opbouwen. Mijn ouders zetten nooit enige druk. De enige druk op mij was: mijn diploma halen. Daardoor moest ik als jonge speler niet tegen mezelf vechten. Dat maakt een groot verschil.
...

Philippe Clement: 'Het allerbelangrijkste voor mij is het woord "geduld". Ga het maar na: zij die het niet konden opbrengen, zijn zij die de meeste problemen kenden en afhaakten. Het is belangrijker dan ooit, omdat het voor de huidige generatie veel moeilijker is geworden in vergelijking met mijn tijd, ook omdat er almaar meer mensen zijn die de speler beïnvloeden. Ik kon mijn carrière nog in alle rust opbouwen. Mijn ouders zetten nooit enige druk. De enige druk op mij was: mijn diploma halen. Daardoor moest ik als jonge speler niet tegen mezelf vechten. Dat maakt een groot verschil. 'Nu moeten jongens van zestien, zeventien, achttien jaar meteen bij de beloften zitten, zo snel mogelijk met de A-kern meetrainen, daar zo snel mogelijk speelminuten krijgen en dan zo snel mogelijk titularis zijn. Dat is dus een verhaal van constante druk op die jonge adolescenten. 'Druk op zich is goed, daar moet je mee leren omgaan, maar dit is de verkeerde druk. De enige druk moet zijn om elke dag jezelf te pushen om beter te worden. Druk is niet het doel op zich, maar: hoe ga ik naar dat doel toe? Bij Genk was de druk de laatste maanden niet: 'wij moeten kampioen worden', maar wel: 'wij willen elke wedstrijd winnen'. Daar moet al je aandacht en energie naartoe gaan, naar de weg ergens naartoe. Als je alleen focust op je doel, geraak je onderweg misschien de weg kwijt. Daar loopt het in het jeugdvoetbal heel vaak fout. 'Aan clubs en coaches om mensen bewust te maken van de stappen die gezet moeten worden en van de valkuilen onderweg. Zeker bij een topclub is het niet evident om als belofte meteen titularis te worden, want je moet opboksen tegen internationals die al zoveel meemaakten.' 'Tegenwoordig is de beïnvloeding zo groot dat sommige spelers door dat ongeduld de weg of zichzelf kwijtraken, en ik zag er nog niet veel die daarna alsnog boven water zijn gekomen. Want elders komen ze dan hetzelfde probleem tegen. Op die manier gaan er heel grote talenten verloren. 'Toen ik als coach bij Genk begon, liet ik de spelers een vragenlijst invullen ter voorbereiding van individuele gesprekken die ik op stage met hen zou voeren. Een van de vragen was: wat zijn je persoonlijke ambities? Het antwoord van een van de beloften in de A-kern was: op korte termijn de Gouden Schoen winnen en op lange termijn de Gouden Bal. Toen dacht ik: ofwel is dat iemand met veel humor, wat ik zeker apprecieer, ofwel is zijn zelfbeeld en zijn beeld van wat dat precies allemaal inhoudt totaal verkeerd. Helaas bleek het geen humor te zijn en dan zit je als jonge speler natuurlijk met een probleem. Ik voerde daarna nog veel gesprekken met die jongen om hem duidelijk te maken welke stappen er nog gezet moesten worden om bij ons aan speelminuten te geraken, maar ik voelde dat het heel moeilijk zou worden. Dat heeft veel met de entourage te maken en dat gaat niet over één moment, maar over het hele jeugdverhaal. Als je heel de jeugd overtuigd bent dat jij de beste bent en heel speciaal bent, kun je in zulke situaties komen. 'Spelers vertrouwen geven in de opleiding is superbelangrijk, want de puberteit en hormonen zorgen er dikwijls voor dat jongens niet overlopen van zelfvertrouwen. Maar je moet wel erg opletten wie je welke boodschap meegeeft. Het is fantastisch om als coach je spelers over de top te tillen door vertrouwen in hen uit te spreken, maar misschien help je er sommigen allesbehalve mee. 'Mentale begeleiding en vorming van coaches en spelers bij de jeugd is ontzettend belangrijk. Mijn grootste kracht destijds zat in mijn hoofd: elke dag het maximum uit mijn lichaam halen, niet twijfelen en op momenten dat er iets tegenviel harder werken in plaats van afhaken. Ik zag er veel die veel beter waren dan ik, al weet ik dat wanneer Gert Verheyen dit zal lezen hij zal zeggen: 'Dat is niet beter, want ook het mentale aspect maakt deel uit van het totaalpakket.' Dat is zo, maar veel mensen bekijken het niet zo. Voor hen is talent alleen wat je met die bal doet of hoeveel man je dribbelt. Maar dat is niet zo. 'Om bijvoorbeeld bij Atlético Madrid te spelen, moet je sterk in het hoofd zijn. Want wat de coach daar vraagt, vergt heel veel energie en geeft je soms het gevoel dat het weinig opbrengt, omdat je weinig aan de bal bent. Terwijl de essentie van het spel is iets met de bal te doen. Zo begin je als kind van het spelletje te houden, dankzij de bal, maar net die liefde voor de bal moet je helpen om later ook te doen wat er in het spel gedaan moet worden zonder de bal. Maar in de jeugdopleiding ligt de nadruk heel hard op de bal. Dat blijft uiteraard heel belangrijk, dat moet blijven. Maar als tegelijk dat andere aspect meer gestimuleerd wordt, ga je niet alleen nog betere voetballers krijgen, maar ook nog sterkere mensen en dat is minstens even belangrijk. Want hoeveel procent van de jeugdspelers wordt er uiteindelijk profvoetballer? Heel weinig, dus is dat ook een grote verantwoordelijkheid van een club. Wil dat zeggen dat je de plaats van ouders moet inpakken? Neen, dat is onmogelijk. Maar je hebt wel een hele grote invloed op wat er met die kinderen gebeurt. 'Voor mij is de ideale jeugdcoach iemand die het proces zelf meemaakte, zelf voetbalde op een behoorlijk niveau én tegelijk een goeie pedagoog is. Misschien heb je daarvoor soms wel twee coaches nodig, een ex-speler en een pedagoog die complementair zijn naast elkaar.' 'Iedere persoon zit anders in elkaar en dus is de sleutel individualisatie: wie pak je op welke manier aan om er op elk moment het allerbeste uit te kunnen halen? Dat zijn subtiele afwegingen, dus dat is een heel grote uitdaging en daar kruipt heel veel tijd in. Daarom is investeren in jeugd ook financieel investeren in de kwaliteit van coaches en begeleiders die elke dag weer met passie bezig zijn met spelers beter te maken. Maar met de budgetten die er in België zijn, is dat een heel moeilijke balans. Ik lees dat we ons moeten spiegelen aan Ajax, maar weten die mensen die dat zeggen wel wat het jaarbudget van Ajax is en wat die uitgeven aan jeugdopleiding en transfers? 'We moeten ook opletten dat we met onze regelgeving onze concurrentiepositie niet nog verzwakken. Als het moeilijker wordt om als jeugdspeler in eigen land van de ene ploeg over te stappen naar de andere dan om naar het buitenland te vertrekken, dan zullen we al onze talenten wegjagen. Er lopen per leeftijdscategorie geen duizend potentiële Rode Duivels rond, dus moeten de beste spelers in de beste opleiding kunnen komen. Als die door nieuwe regels moeten blijven zitten in een mindere opleiding is dat een probleem voor hun ontwikkeling en voor het Belgisch voetbal. 'Evaluaties en schiftingen in het jeugdvoetbal, om de besten over te houden, zijn hard en ik beweer zeker niet dat alles altijd perfect gebeurt, maar ook dat is een voorbereiding op wat daarna in het profvoetbal komt. Iemand die op een bepaald moment ergens weg moet, kan elders opbloeien. Zo zijn er genoeg verhalen bekend. Ook van tegenslagen kun je beter worden, als daar op een goeie manier mee wordt omgegaan.' 'Er is helemaal niets mis met iemand die pas klaar is op zijn 22e. Laatmature jongens als Bryan Heynen (22 nu) en Sander Coopman (24) moet je de tijd geven om zich te kunnen ontwikkelen. Hoe dat het best gebeurt, bekijk je met de speler zelf en met zijn entourage. Dat kan zijn door geduld op te brengen, er op de club te blijven aan werken en na verloop van tijd je kans te grijpen, zoals Bryan deed, of via uitleenbeurten zoals het met Leandro Trossard is gegaan. Als je overtuigd bent dat zo iemand kan doorgroeien, zijn er verschillende wegen. Maar het belangrijkste is dat er in de opleiding mensen zitten die het zien. Ik bedoel: mensen met niet alleen maar oog voor wie de mooiste speler is of wie op dat moment het meest rendeert. Want de kunst is dan het groeipotentieel van iemand in te kunnen schatten, als voetballer en als persoon. Zoals er in de eerste ploeg scouts nodig zijn die de juiste spelers kunnen rekruteren. Ook dat maakt een wereld van verschil. 'Ideaal voor een topclub is: heel nauw samenwerken met een club op een iets lager niveau waar je jonge spelers verder kunt opleiden met een coach die op dezelfde manier werkt en waar je ze van nabij kunt volgen. Zo deden we het in Genk vorig seizoen met Gaëtan Coucke bij Lommel. Die jongen, een keeper van twintig, kwam bij ons nog wekelijks één veldtraining meedoen én ook enkele keren per week kracht trainen onder begeleiding van Bram Swinnen. Bij Lommel in 1B móést hij presteren en dat pikte hij heel goed op. Hij kreeg er van de supporters zelfs de Gouden Schoen en maakte er ook als persoon een heel positieve ontwikkeling door. Dat is dus iets anders dan: we smijten hem daar in het bad en zullen daarna wel zien wat er gebeurd is. 'Voor het Belgisch voetbal zou het beste zijn dat de beloften in de amateurreeksen ingedeeld worden. Met de belofteploeg van Club Brugge speelde ik als coach destijds oefenwedstrijden tegen eersteprovincialers, vierdeklassers en derdeklassers. Jongens als Brandon Mechele, Björn Engels, Birger Verstraete, Sander Coopman, Tuur Dierckx, Nikola Storm en Zinho Gano deden op die manier elke keer andere ervaringen op, trokken er lessen uit en zijn zo beter en beter geworden. Dat opent de ogen voor wat voetbal op dat niveau is en wat een hoger niveau vereist. Want het probleem is dat het beloften aan een referentiekader ontbreekt. In de beloftecompetitie wordt eigenlijk doorgetrokken wat er vanaf de U12 gebeurt: ze nemen het op tegen de besten van hun leeftijd. 'De stap van de beloftecompetitie naar het eerste elftal in 1A is een gigantische stap, dus zijn er tussenstappen nodig. Niemand is na twee matchen bij de beloften klaar voor de eerste klasse, tenzij je Vincent Kompany of Kevin De Bruyne bent. Maar dat zijn gasten die op hun positie de beste ter wereld kunnen worden en zo zijn er in België niet elk jaar te vinden. Ook wedstrijden met de nationale ploeg en internationale toernooien zijn belangrijk, maar bovenop een beloftecompetitie en oefenwedstrijden tegen amateurploegen én ook nog trainen om beter te worden, is dat bijna niet in één kalender te krijgen. Daarom pleit ik ervoor om de beloftecompetitie af te schaffen en in het amateurvoetbal tegen volwassenen te gaan spelen.' 'Mijn ervaring is dat je bij de beloften jongens krijgt met doorgaans een goeie techniek die met oog op profvoetbal vooral qua kracht, combinatie kracht-snelheid en tactiek nog stappen moeten zetten. Dat is ook logisch, gezien hun leeftijd. 'Heel belangrijk is om veel op jonge spelers te blijven inpraten. Zo kan je hen duidelijk maken dat progressie het gevolg is van de inspanningen die daarvoor geleverd worden. Je kan hen ook met praktijkvoorbeelden van het belang daarvan voor hun toekomst overtuigen. Als je daar hard op inzet, krijg je een topsportcultuur. Hoe meer mensen in een kleedkamer dat doen, hoe meer anderen dat beginnen te kopiëren en hoe meer je die cultuur krijgt. Dat is iets dat je moet stimuleren. Na een tijd gebeurt dat dan vanzelf.'