Rik De Saedeleer wilde na zijn actieve carrière bij RC Mechelen eigenlijk trainer worden en als dusdanig bekeek hij ook het voetbal. Hij was een verstokte aanhanger van de nationale ploeg en de manier waarop hij soms commentaar leverde, kwam over als blinde adoratie.

Maar het was in de eerste plaats volksvermaak en een poging om de mensen een goed gevoel te geven. Zijn hoera-aanpak zou in het huidige tijdsbeeld niet meer passen. Met zijn aparte en volkse manier van commentaar geven en vooral met zijn groot inlevingsvermogen kluisterde de Mechelaar miljoenen mensen aan het scherm, kenners maar evenzeer niet-kenners. Rik De Saedeleer was de stem van het volk.

Maar hoe vaak hij zich ook liet meedrijven in de stroom van de euforie, het betekende niet dat De Saedeleer in mindere momenten geen kritische kanttekeningen kon plaatsen op wat hij zag. Dat Walter Meeuws als bondscoach moest opstappen, was mede het gevolg van de aanhoudende kritiek van De Saedeleer, die het onder meer ook niet had begrepen op het spel van Enzo Scifo.

Rik De Saedeleer was een voetbaldier. Hij verveelde zich nooit als hij een wedstrijd volgde. Omdat er volgens hem altijd iets te zien viel: hoekschoppen die niet van de grond gaan en al door de eerste verdediger worden ontzet, of passes die niet in de loop van de medespeler werden gegeven.

Hij noemde voetbal een grote wekelijkse verwondering, maar waarschuwde er al dertig jaar geleden voor dat het grote geld het spel zou destabiliseren. Toen de eerste loges werden gebouwd, schudde hij meewarig het hoofd. Een wedstrijd bekijken in zo'n loge zou hij later omschrijven als een echte gruwel waarop hij alleen inging als het niet anders kon.

Graag praatte Rik De Saedeleer met trainers. Hij had een uitstekend contact met Guy Thys, leek een aandeel te hebben in de terugkeer van Wilfried Van Moer naar de nationale ploeg en werd door Thys ook in zijn waarde gelaten: die verstond de kunst naar anderen te luisteren en vervolgens toch zijn zin te doen.

Die attitude gaf De Saedeleer het gevoel belangrijk te zijn. Een vorm van ijdelheid was hem niet vreemd. Zeker als het over voetbal ging. Met het gegeven dat hij als regisseur mee aan de wieg stond van een moderne vorm van wielerverslaggeving koketteerde hij anderzijds nooit.

In de laatste jaren van zijn leven zonderde Rik De Saedeleer, die naar Knokke was verhuisd, zich af van de buitenwereld. Interviews gaf hij nauwelijks nog. Na 44 jaar wereldvoetbal en twaalf wereldkampioenschappen was het voor hem genoeg geweest toen hij in 1998 met pensioen ging.

Dat zijn overlijden, op 3 maart 2013 en op 89-jarige leeftijd, pas twee dagen later werd meegedeeld, paste bij zijn verlangen naar anonimiteit. Het liefst legde hij een kaartje in zijn stamcafé in Knokke en toefde hij in een hem vertrouwde kring. Zo werd Rik De Saedeleer ook begraven. In alle stilte en zonder bombastische redevoeringen.

Het podium

1. Rik De Saedeleer - 2447 stemmen

2. Peter Vandenbempt - 1949 stemmen

3. Jan Wauters - 1948 stemmen

Rik De Saedeleer wilde na zijn actieve carrière bij RC Mechelen eigenlijk trainer worden en als dusdanig bekeek hij ook het voetbal. Hij was een verstokte aanhanger van de nationale ploeg en de manier waarop hij soms commentaar leverde, kwam over als blinde adoratie.Maar het was in de eerste plaats volksvermaak en een poging om de mensen een goed gevoel te geven. Zijn hoera-aanpak zou in het huidige tijdsbeeld niet meer passen. Met zijn aparte en volkse manier van commentaar geven en vooral met zijn groot inlevingsvermogen kluisterde de Mechelaar miljoenen mensen aan het scherm, kenners maar evenzeer niet-kenners. Rik De Saedeleer was de stem van het volk.Maar hoe vaak hij zich ook liet meedrijven in de stroom van de euforie, het betekende niet dat De Saedeleer in mindere momenten geen kritische kanttekeningen kon plaatsen op wat hij zag. Dat Walter Meeuws als bondscoach moest opstappen, was mede het gevolg van de aanhoudende kritiek van De Saedeleer, die het onder meer ook niet had begrepen op het spel van Enzo Scifo.Rik De Saedeleer was een voetbaldier. Hij verveelde zich nooit als hij een wedstrijd volgde. Omdat er volgens hem altijd iets te zien viel: hoekschoppen die niet van de grond gaan en al door de eerste verdediger worden ontzet, of passes die niet in de loop van de medespeler werden gegeven. Hij noemde voetbal een grote wekelijkse verwondering, maar waarschuwde er al dertig jaar geleden voor dat het grote geld het spel zou destabiliseren. Toen de eerste loges werden gebouwd, schudde hij meewarig het hoofd. Een wedstrijd bekijken in zo'n loge zou hij later omschrijven als een echte gruwel waarop hij alleen inging als het niet anders kon.Graag praatte Rik De Saedeleer met trainers. Hij had een uitstekend contact met Guy Thys, leek een aandeel te hebben in de terugkeer van Wilfried Van Moer naar de nationale ploeg en werd door Thys ook in zijn waarde gelaten: die verstond de kunst naar anderen te luisteren en vervolgens toch zijn zin te doen. Die attitude gaf De Saedeleer het gevoel belangrijk te zijn. Een vorm van ijdelheid was hem niet vreemd. Zeker als het over voetbal ging. Met het gegeven dat hij als regisseur mee aan de wieg stond van een moderne vorm van wielerverslaggeving koketteerde hij anderzijds nooit.In de laatste jaren van zijn leven zonderde Rik De Saedeleer, die naar Knokke was verhuisd, zich af van de buitenwereld. Interviews gaf hij nauwelijks nog. Na 44 jaar wereldvoetbal en twaalf wereldkampioenschappen was het voor hem genoeg geweest toen hij in 1998 met pensioen ging. Dat zijn overlijden, op 3 maart 2013 en op 89-jarige leeftijd, pas twee dagen later werd meegedeeld, paste bij zijn verlangen naar anonimiteit. Het liefst legde hij een kaartje in zijn stamcafé in Knokke en toefde hij in een hem vertrouwde kring. Zo werd Rik De Saedeleer ook begraven. In alle stilte en zonder bombastische redevoeringen.