Het artikel zoals het hieronder staat, verscheen op 16 januari in Sport/Voetbalmagazine - dus vóór de laureaat bekend was.
...

Gouden Schoenen heb je in verschillende maten, zou je kunnen afleiden uit het lijstje winnaars. Aan de ene kant heb je de artiesten, de mannen met de fluwelen toets: Dennis Praet, Thorgan Hazard, Mbark Boussoufa, Marc Degryse, Matías Suárez, Pär Zetterberg, Frank Vercauteren, Paul Van Himst, om er een paar te noemen. José Izquierdo, winnaar in januari 2017, kan je ook in die categorie onderbrengen. Nu wat worstelend met zichzelf en zijn lichaam bij Brighton in de Premier League, pas eind januari wellicht weer helemaal fit, maar in zijn periode bij Club soms onhoudbaar en flitsend, buitenom en vooral binnendoor. LeandroTrossard en Arnaut Danjuma zijn ook van dat type. Een andere maat past bij de noeste werkers, de mannen van de regelmaat, vaak achterin, of op het middenveld: de doelmannen zitten daarbij ( Jean-Marie Pfaff, Christian Piot, Michel Preud'homme), Steven Defour, Timmy Simons, LorenzoStaelens, Franky Van der Elst, Wilfried Van Moer, ook de onlangs nog fel herdachte Lei Clijsters. Ruud Vormer, winnaar in januari 2018, kan je in deze categorie plaatsen. Bij Brugge een voortrekker, zowel onder Preud'homme, die hem bevrijdde uit de anonimiteit van Feyenoord, als onder Ivan Leko, die zijn aanvoerder zag strooien met assists en doelpunten. Naast het veld een man van knipoogjes en korte antwoorden, erop heel genereus in het energieverbruik. Een laatste categorie zijn de afwerkers: Jan Koller, Erwin Vandenbergh, DieumerciMbokani, WesleySonck, Gilles De Bilde, Jan Ceulemans, Branko Strupar. Scoremachines die stuk voor stuk goed konden voetballen, maar toch vooral wedstrijden beslisten. Wat wordt het dit jaar? Een artiest - Trossard, Mehdi Carcela, Alejandro Pozuelo - of iemand van de regelmaat die die koppelt aan goeie voeten, genre Hans Vanaken en ook wel Pozuelo, Roeslan Malinovski en Sander Berge? Als Vanaken, met Club kampioen en in mei voor zijn collega's ook al Profvoetballer van het Jaar, het haalt, is dat de derde Schoen op rij voor blauw-zwart. En dat is uitzonderlijk, want tussen januari 1997, toen Franky Van der Elst hem een tweede keer won, en januari 2017, bij de bekroning van José Izquierdo, was er maar één winnaar voor Club: Timmy Simons in januari 2003. Waarom kan blauw-zwart nu ineens drie laureaten op rij hebben? Peter Verbeke, eerder actief bij Club Brugge maar nu sportmanager van KAA Gent: 'Dat heeft te maken met de structurele manier waarop Vincent ( Mannaert, nvdr) en Bart ( Verhaeghe, nvdr) er aan het werk zijn. Op elke positie in de club de juiste mensen, zowel sportief als extrasportief. Club is nu een machine en dat is de reden voor hun succes. Misschien waren de eerste vier jaar niet zo formidabel, maar ze hebben vastgehouden aan hun visie en zijn blijven doorzetten. De prijzen zijn individueel, maar het succes structureel. Als je twee keer in drie jaar kampioen speelt, heb je ook iets te bieden aan spelers. De Champions League, een topclub in België, ... Dan is het ook iets makkelijker om jongens te houden.' Georges Leekens was in 2012 nog even trainer van Club: 'Als je kampioen wordt, is het logisch dat de Gouden Schoen dichterbij komt, zeker als het ook met goed voetbal gebeurt. De verklaring voor de leegte moet je zoeken in de overgangsperiode die Club meemaakte, waarin werd gezocht naar evenwicht op alle gebied. Niet alles komt onmiddellijk weer in orde. Andere ploegen merken dat nu ook. Je wil wel vijf stappen ineens zetten, maar zo werkt voetbal niet.' Een trainer uit eerste klasse, die liever anoniem blijft: 'Club Brugge heeft een langetermijnvisie qua beleid en maakt daarmee het verschil. De manier waarop ze met Leko zijn omgegaan in dat hele dossier vond ik knap, ze hebben daar alle commotie vrijwel onmiddellijk weggepakt. Dat de concurrentie voor de prijs uit Genk kan komen, is geen toeval. Daar weten ze ook goed waarmee ze bezig zijn.' 'Hoelang heeft Club op een titel moeten wachten? Ik denk dat het daar veel mee te maken heeft', meent analist en ex-Clubspeler Wesley Sonck. 'Ze hebben een goeie ploeg bij elkaar gekocht, met buitenlandse jongens die niet veel kostten en Belgische jongeren zoals Hans die zijn doorgegroeid. Ergens is het logisch dat er dan eens een speler uitkomt die de beste van het kalenderjaar is, gespreid over twee seizoenen. Dat blijf ik vreemd vinden aan die trofee. Dat Club de talenten langer kan houden, is op zich niet zo vreemd. Financieel zit je daar dezer dagen niet slecht, én je hebt er sportief de kans om Champions League te spelen. Dan ben je na een paar goeie maanden niet direct geneigd om te vertrekken.' Waar moeten we Vanaken plaatsen in de serie winnaars, gesteld dat hij het haalt? Verbeke: 'Hans is voor mij de Kevin De Bruyne van België, iemand die pas- en looplijnen ziet die een ander niet ziet, wat ook resulteert in zijn scorend vermogen en zijn grote hoeveelheid assists, jaar na jaar. Hij is iets speciaals. Je hebt veel goeie wingers, zoals Izquierdo, en veel goeie werkers, zoals Vormer, maar Hans is uniek. Creativiteit vanuit de intelligentie, want het is niet dat hij zelf veel dribbelt. Het zijn de belangrijkste spelers voor een club, want zij maken het verschil.' Leekens: 'Izquierdo, eerder Boussoufa, dat zijn spelers van wie je weet: die ontploffen één of twee seizoenen en zoeken dan een transfer. Hans heeft zijn tijd nodig gehad, vind ik, qua continuïteit en persoonlijkheid. Hij is al een aantal seizoenen goed bezig, maar nu is hij ook steeds meer dominant aanwezig. Hans is eerder een artiest, die op mentaal vlak enorm is geëvolueerd. Dat timide is weg. Vroeger was het een stukje minder als er mandekking op hem werd gespeeld. Nu is hij slimmer geworden in het weglopen. Zijn balbehandeling getuigt van klasse, en ik zou hem graag eens het lef zien hebben om het in Duitsland, Engeland of Italië te proberen.' De trainer uit eerste: 'Stel dat het Hans zou worden, dan vind ik dat niet terecht, want in mijn ogen is hij in de Champions League door de mand gevallen. Pozuelo, Malinovski, Berge zelfs, dat zijn meer artiesten. Bij Hans blijf ik altijd wat op mijn honger zitten, al vind ik hem een zeer goeie voetballer, versta me niet verkeerd. Voor mij haalt hij nog niet het maximum uit zijn potentieel. Vormer doet in diezelfde ploeg met veel minder veel meer.' Sonck: 'Ik volg al vijf jaar de Champions League. Je kan bij een Belgische club op dat niveau nooit uitblinken. Dan moet je van een ander niveau zijn, en hebben we het over Harry Kane, Cristiano Ronaldo of LionelMessi, ... Het zou nog kunnen via een individuele actie, zoals die van Danjuma in Madrid, maar dat was één keer. Hans is niet de man met de sprankelende actie, maar wel heel balvast, iemand die sneller denkt en ziet dan een ander. Hij is moeilijk in een categorie onder te brengen. Hij is niet de flitser, maar anderzijds ook geen voetballer die een heel jaar op hetzelfde niveau presteert. Ook hij heeft pieken. Iedereen heeft zijn kwaliteiten en als je die elke week naar efficiëntie kan vertalen, benut je die ten volle, vind ik. En dat doet Hans. Op dat vlak heeft hij heel grote stappen gezet en is hij voor Club belangrijk geweest.'