Een potlood of een balpen. Een blad papier, een bierviltje of een schoolbank. En elf namen. Nauwgezet uitgezocht. De oefening is bijna een ritueel. Iedereen heeft ze gemaakt en iedereen wacht op de uitleg van de anderen. Is er zelfs de vraag, die veelvuldig aan trainers wordt gesteld: 'Wanneer u de ploeg opstelt, welke naam schrijft u dan als eerste op?'
...

Een potlood of een balpen. Een blad papier, een bierviltje of een schoolbank. En elf namen. Nauwgezet uitgezocht. De oefening is bijna een ritueel. Iedereen heeft ze gemaakt en iedereen wacht op de uitleg van de anderen. Is er zelfs de vraag, die veelvuldig aan trainers wordt gesteld: 'Wanneer u de ploeg opstelt, welke naam schrijft u dan als eerste op?' De meesten beginnen met de doelman. Misschien omdat hij de eerste is wanneer je de ploeg in de richting van het spel opschrijft, of omdat hij en de verdediging het cement van de ploeg vormen. Een huis teken je ook niet door met het dak te beginnen. Aimé Jacquet, die als bondscoach in 1998 wereldkampioen werd met het Frankrijk van Zinédine Zidane, doet het nochtans averechts: 'Wanneer ik de ploeg samenstel, begin ik bij de aanvallers. Omdat ze zeldzaam zijn. Niet iedereen die het van zichzelf denkt, is aanvaller.' Wat betreft de oefening om een elftal op te schrijven, is het argument van de Fransman een schot in de winkelhaak. Waarom zou je een ploeg niet opbouwen vertrekkende bij je voornaamste troeven? In de catacomben van Jan Breydel kunnen ze daar alleen maar om applaudisseren. Is het niet door tien spelers rond het buitengewone talent van José Izquierdo te plaatsen dat Michel Preud'homme het Venetië van het Noorden naar het centrum van het Belgisch voetbal heeft teruggebracht? Aangezien Joske het Kanaal overstak enkele weken na zijn aanstelling, moest Ivan Leko zijn Club Brugge anders opbouwen. Eén blik op zijn kern verried meteen een overvloed aan spitsen. De spieren van Wesley, de flair van Jelle Vossen, de sprintsnelheid van Abdoulay Diaby en de elektriciteit van Emmanuel Dennis springen te zeer in het oog om niet benut te worden. De Kroaat begint aan de opstelling van zijn ploeg misschien niet met het neerschrijven van de namen van zijn aanvallers, maar zij zijn het wel die de lijnen van het Brugse spel uitzetten. Blauw-zwart speelt met twee man vooraan en, door de afwezigheid van een echte verdedigende middenvelder, met drieën achteraan. Zo ontstond de 3-5-2, bijna een anachronisme in een tijd waarin de tactiekpredikers zweren bij het benutten van de ruimte tussen de lijnen in een 3-4-2-1. Bij de Bruggelingen is de ruimte van iedereen. De choreografie kent slechts één regel, simpel maar essentieel, opgelegd door Leko: 'Het is van groot belang om altijd één speler meer dan de tegenstander rond de bal te hebben.' In het moderne voetbal ontstaan er files op de middenstrook van het veld, daar waar het verschil wordt gemaakt. Om die te vermijden rijdt Club Brugge over de pechstrook. Op die zijkanten, bezet door één man, nemen de Brugse flanken de bovenhand door te carpoolen. Vier man om een overtal te creëren, in een offensief systeem dat heel erg op een dubbele ruit gelijkt. Brandon Mechele en Marvelous Nakamba, die zich hoofdzakelijk op hun defensieve taak concentreren, beperken zich aan de bal tot de rol van doorgeefluik: ze passen die bal gewoon van de ene ruit naar de andere. De Brugse manoeuvres beginnen dus bij de flankverdedigers: Stefano Denswil op links, Benoît Poulain aan de andere kant. In het geval van de Nederlander wordt de ruit gevormd wanneer Anthony Limbombe tegen de zijlijn plakt, Hans Vanaken zich beschikbaar maakt en de troefkaart 'snelheid' van het aanvallersduo (Diaby of Dennis) wordt uitgespeeld. Het blok van de tegenstrever, die in België bijna steeds opgesteld staat in een 4-2-3-1, komt zo in een numerieke minderheid terecht, want alleen de rechtsbuiten, de rechtsachter en de verdedigende middenvelder houden zich met die zone bezig. De verdediger die rechts in het centrum van de defensie staat, durft de afhakende Brugse aanvaller niet te volgen uit schrik om zijn metgezel niet in een oncomfortabele één-tegen-éénsituatie te laten tegen Vossen of Wesley. Het web wordt geweven. Zodra de ruit is gevormd, wordt de bedoeling duidelijk. Ivan Leko legt uit: 'We trachten altijd om de bal in situaties te brengen waarin het mogelijk is om de diepte te vinden.' De ruimte ligt daar, in de rug van de backs, en iedereen mag die innemen: Diaby of Dennis met een één-tweetje tussen de centrale en de flankverdediger door, Vanaken door zich uit het centrum naar de zijlijn te begeven die op hem het effect van sirenengezang lijkt te hebben, of Limbombe die vertrekt op het moment dat de eerste pass gegeven wordt omdat hij weet dat hij de volgende zal krijgen. Door dat combinatiespel kan Brugge zijn blikveld verruimen. Op de flank komt de laatste schakel van de keten in balbezit, in een gunstige positie om de bal in de zestien te droppen. De voorzet komt zelden door de lucht. Eerder strak of achteruit, om de reuzen die Belgische centrale verdedigers vaak zijn, in verlegenheid te brengen. Club scoorde al tien keer uit een precieze voorzet, en dat is dus meteen de meest uitverkoren weg naar het doel. Daarentegen vielen de zes Brugse kopbaldoelpunten allemaal uit stilstaande fases. De choreografie is nog niet voltooid. Terwijl de eerste ruit in beweging komt en Mechele en Nakamba op de uitkijk blijven staan om de Brugse bolide van rijstrook te veranderen als op één vleugel een file ontstaat, wordt de tweede ruit in stelling gebracht. Wanneer de opbouw op links bezig is, houdt Wesley of Vossen de centrale verdedigers aan de klap en positioneren Ruud Vormer en Dion Cools zich aan de rand van de backlijn, buiten bereik van de vijandelijke verdedigers, om in te lopen op een eventuele pass achteruit. Drie pionnen waarbij zich nog één of twee spelers uit de eerste ruit voegen om te zorgen voor meer drukte in de rechthoek dan te verdedigen valt. Brugge past de principes van Fabio Capello toe, die de Italiaan aan SoFoot uitlegde: 'Je moet veel volk in de backlijn krijgen. Dat heb ik van het ijshockey geleerd: goals worden van dicht bij de goal gescoord.' Over het algemeen geven Diaby of Dennis hun rol snel op om zich te positioneren aan het einde van de voorzet die Limbombe of Vanaken afleveren. Brugge ondervindt op die manier het voordeel van een spel met twee spitsen, dat de tegenstander verplicht om zijn verdedigende middenvelder achteruit te trekken om één-op-éénsituaties te vermijden. Zo komt de ruimte voor de verdediging dan weer vrij voor infiltrerende spelers. De center achteruit is des te gevaarlijker omdat verdedigers op volle snelheid de neiging hebben om hun blik op de bal te richten en automatisch tot aan hun eigen doel te lopen, waardoor ze ongewild een enorme ruimte laten voor iemand die zich ongedekt opstelt aan het penaltypunt. Tegen die beweging is weinig te beginnen. Francky Dury heeft geprobeerd om daar op een onnatuurlijke manier tegenin te gaan, maar zijn Zulte Waregem zag de netten zes keer trillen in 210 minuten. Club heeft slechts één nieuwkomer in zijn basiself, maar die heeft die erg veranderd. De ploeg die het contact zocht, is nu op zoek naar ruimte en haar sleutelfiguren spelen meer met de bal dan met hun lichaam. Wesley verwijdert zich steeds vaker van een verdediger die hij voordien graag in de rug voelde, terwijl Hans Vanaken de ruimte tussen de linies zoekt, omgeven door de snelheid van zijn linkse spits en van Limbombe, die zijn inspiratie van ritme voorzien. Jelle Vossen, die het lastig had onder Preud'homme omdat zijn lichaamsbouw niet geschikt is voor de duels, leeft sinds enkele weken helemaal op. Hoewel hij in de competitie slechts scoorde op strafschop, doet de ex-Rode Duivel van zich spreken door zijn neus om tussen de lijnen te lopen en haakt hij vaak af om zijn halfspace (de zone in de lengte van het veld tussen het centrum en de flank) vrij te maken voor de vernietigende infiltraties van Vormer of de Jamaïcaanse sprints van Dennis en Diaby. Wanneer alle bewegingen met de juiste timing gebeuren, volgt er bijna altijd een doelkans. 'Er zijn bewegingen en acties die je toelaten om ruimtes te openen en in een situatie te komen om gevaar te scheppen', bevestigt Leko. Zoals een combinatie van basketters die, als ze in de perfectie wordt uitgevoerd, onvermijdelijk tot een shot leidt. Als de tegenstander in balbezit komt, staat Brugge al klaar om hem op te jagen. Door de choreografie van de ruiten bevindt er zich immers veel volk in de omgeving van de actie. Ook de dynamische Nakamba is nooit ver uit de buurt als de tegenstander uit het Brugse web ontsnapt. Bij een lange bal is het aan Brandon Mechele om ten tonele te verschijnen. Verdedigend onberispelijk biedt hij het hoofd aan de meeste aanvallers te lande in een man-tegen-manduel en brengt hij Brugge weer in balbezit. Isaac Kiese Thelin, het hoofdstedelijk wapen van het balbezit van Waasland-Beveren dankzij zijn spel met de rug naar het doel met Ryota Morioka in zijn buurt, werd compleet lamgelegd door de centrale verdediger van blauw-zwart. De balans: 60 procent balbezit voor Club Brugge aan de rust, tegen een ploeg die nochtans zoveel mogelijk aan de bal wil zijn. Het dient gezegd te worden dat de wetten van de Jupiler Pro League weinig gewicht hebben wanneer ze het pad kruisen van de manschappen van Leko. STVV zakte naar Jan Breydel af met het statuut van beste verdediging van eerste klasse en ging weer weg met vier goals in de valies. En wat de mannen van Philippe Clement betreft: zij hadden bij aanvang van het duel in Brugge de beste aanval van het land, maar bleven onmondig in het Venetië van het Noorden. Alsof Club op alles was voorzien. En als Brugge dan toch eens in nauwe schoentjes komt, dan trekt Vormer die uit met een perfect getrapte corner of Limbombe met een kromme bal in de verste hoek.