François Sterchele is nog altijd niet uit de harten verdwenen. Nog steeds is er in iedere thuiswedstrijd van Club Brugge een eerbetoon aan de betreurde spits. In de 23e minuut wordt er een minuut geapplaudisseerd.

Dat zal straks, als de bal weer rolt, niet anders zijn. 23 is het rugnummer dat de spits droeg. De liefde voor François Sterchele is eeuwig, ook al speelde hij niet eens een jaar voor blauw-zwart.

8 mei 2008: het is een tragische datum die nooit uit de geschiedenis van Club Brugge zal verdwijnen. Op weg naar huis verongelukte François Sterchele om drie uur 's ochtends nadat hij in Antwerpen een stapje in de wereld had gezet.

Natuurlijk hoor je op dat uur niet in je auto te zitten, na een slopend seizoen en drie dagen voor de volgende competitiewedstrijd. Maar Sterchele ging nooit op de rem staan, hij leefde snel en fel, gejaagd en soms opgejaagd en niemand had daar moeite mee. Want kwaad kon je op hem niet zijn.

François was onbevangen en onbekommerd en stelde zich nergens vragen bij. Het had met zijn zuiders temperament te maken dat hij het leven plukte zoals het op hem afkwam. Je kon hem niet vastbinden, hij wilde leven, hij wilde ademen, hij lachte en straalde en was zelden nukkig of humeurig. Overal waar Sterchele kwam, stond hij in het middelpunt van de belangstelling en lag iedereen aan zijn voeten.

Er zijn van die dagen die je altijd bijblijven. Drie dagen na de dood van François Sterchele speelde Club Brugge tegen Westerlo. Er hing in het stadion een ijzingwekkende stilte. De geëmotioneerde spelers, met voorop Philippe Clement, stapten met een levensgroot fotospandoek van Sterchele rond het veld. De 25.000 toeschouwers zullen die avond nooit vergeten. Overmand door verdriet keken ze naar de wedstrijd. Met tranen in de ogen verlieten ze het stadion, de 4-0-zege was niet eens een voetnoot.

Zelf zal één beeld ons altijd bijblijven: het was dat van een man die twee uur na de wedstrijd op een bank zat voor het Brugse station. Hij huilde als een klein kind. Een paar toeristen vroegen wat er scheelde, maar de man niet kon niet reageren. Het was een beeld met symboliek. De Brugse voetbalgemeenschap zou François Sterchele nooit vergeten. Ook nu niet, twaalf jaar na zijn dood.

François Sterchele is nog altijd niet uit de harten verdwenen. Nog steeds is er in iedere thuiswedstrijd van Club Brugge een eerbetoon aan de betreurde spits. In de 23e minuut wordt er een minuut geapplaudisseerd.Dat zal straks, als de bal weer rolt, niet anders zijn. 23 is het rugnummer dat de spits droeg. De liefde voor François Sterchele is eeuwig, ook al speelde hij niet eens een jaar voor blauw-zwart.8 mei 2008: het is een tragische datum die nooit uit de geschiedenis van Club Brugge zal verdwijnen. Op weg naar huis verongelukte François Sterchele om drie uur 's ochtends nadat hij in Antwerpen een stapje in de wereld had gezet. Natuurlijk hoor je op dat uur niet in je auto te zitten, na een slopend seizoen en drie dagen voor de volgende competitiewedstrijd. Maar Sterchele ging nooit op de rem staan, hij leefde snel en fel, gejaagd en soms opgejaagd en niemand had daar moeite mee. Want kwaad kon je op hem niet zijn. François was onbevangen en onbekommerd en stelde zich nergens vragen bij. Het had met zijn zuiders temperament te maken dat hij het leven plukte zoals het op hem afkwam. Je kon hem niet vastbinden, hij wilde leven, hij wilde ademen, hij lachte en straalde en was zelden nukkig of humeurig. Overal waar Sterchele kwam, stond hij in het middelpunt van de belangstelling en lag iedereen aan zijn voeten.Er zijn van die dagen die je altijd bijblijven. Drie dagen na de dood van François Sterchele speelde Club Brugge tegen Westerlo. Er hing in het stadion een ijzingwekkende stilte. De geëmotioneerde spelers, met voorop Philippe Clement, stapten met een levensgroot fotospandoek van Sterchele rond het veld. De 25.000 toeschouwers zullen die avond nooit vergeten. Overmand door verdriet keken ze naar de wedstrijd. Met tranen in de ogen verlieten ze het stadion, de 4-0-zege was niet eens een voetnoot.Zelf zal één beeld ons altijd bijblijven: het was dat van een man die twee uur na de wedstrijd op een bank zat voor het Brugse station. Hij huilde als een klein kind. Een paar toeristen vroegen wat er scheelde, maar de man niet kon niet reageren. Het was een beeld met symboliek. De Brugse voetbalgemeenschap zou François Sterchele nooit vergeten. Ook nu niet, twaalf jaar na zijn dood.