Hoe Club Brugge zich verhoudt tot de rest van de Jupiler Pro League, kan u afleiden uit de stand. Nu weten ze in Brugge als geen ander dat het rap kan keren, maar de laatste vijf jaar zijn ze koning van België: kampioen in 2020, 2018, 2016, vicekampioen in 2019 en 2017. Van zijn 150 nationale wedstrijden tijdens de voorbije vier jaar won blauw-zwart er 92. Gelijkspel: 33. Verlies: 25.
...

Hoe Club Brugge zich verhoudt tot de rest van de Jupiler Pro League, kan u afleiden uit de stand. Nu weten ze in Brugge als geen ander dat het rap kan keren, maar de laatste vijf jaar zijn ze koning van België: kampioen in 2020, 2018, 2016, vicekampioen in 2019 en 2017. Van zijn 150 nationale wedstrijden tijdens de voorbije vier jaar won blauw-zwart er 92. Gelijkspel: 33. Verlies: 25. Hoe anders is dat internationaal... Over dezelfde vier jaar speelde Club Brugge 30 keer Europees. De balans: 7 keer winst, 12 gelijke spelen en 11 keer verlies. De nationale doelpuntenverhouding (306-140) wordt hier omgekeerd: 31-50. Ter vergelijking: Dynamo Kiev, de tegenstander van morgen, speelde de voorbije vier jaar 45 keer Europees: 16 keer winst, 16 gelijke spelen en 13 keer verlies. Doelpuntenverhouding: 62-64. Op basis daarvan zou je kunnen stellen: Dynamo is favoriet. Alleen, daar waar de Oekraïners in een dalende curve zitten zit Club Brugge in een stijgende. Na een goeie Champions League, met acht punten net geen volgende ronde, staat Club Brugge 20e. Het duel met Kiev vorig seizoen onderstreepte dat. Club won toen in de voorronde voor de Champions League thuis met 1-0 en ging uit 3-3 gelijkspelen. Vier keer Champions League in vijf seizoenen heeft Club Brugge naast stevige financiële bonussen een schat aan ervaring opgeleverd waar het gaandeweg vruchten van plukte. In 2017 eindigde het Europese seizoen in december, met zes nederlagen op rij. In 2019 haalde Club Brugge in de Champions League zes punten, en stopte het avontuur in februari in de Red Bull Arena van Salzburg (2-1, 0-4). De campagne 2019/20 leverde Europees drie punten op in de Champions League en een prestigeduel in februari in de Europa League met Manchester United: 1-1 en 5-0. Wat wordt het nu, tegen Dinamo Kiev? Waar staat Club op Europees vlak na vier jaar verbouwen aan een elftal dat in België steeds dominanter wordt? Van de 32 nog resterende deelnemers in de Europa League komen er 13 uit de G5-competities: 4 uit Engeland (Tottenham, Manchester United, Arsenal en Leicester City), 3 uit Spanje (Real Sociedad, Villarreal en Granada), 3 uit Italië (Napoli, Roma en Milan), 2 uit Duitsland (Leverkusen en Hoffenheim) en 1 uit Frankrijk (Lille). Afgaande op marktwaardes, die de (theoretische) waarde van een spelerskern becijferen, kan Club Brugge in die categorie alleen wedijveren met Granada. De website Transfermarkt becijfert de waarde van die ploeg op 111 miljoen euro. Die van Club Brugge klokt af op 119,7 miljoen. De ploeg uit de G5 die na de Spanjaarden het dichtst in de buurt van de West-Vlamingen komt is Lille, met een spelerswaarde van 279,8 miljoen euro. De rest zit daar zeer ver boven. Nu zijn marktwaardes wat ze zijn: een indicatieve factor van de theoretische waarde van een elftal. Ze beslissen - gelukkig maar - niet de wedstrijd. Anders kon Sevilla vorig seizoen nooit de Europa League winnen. Maar over het algemeen won de duurste kern. Ook het seizoen voordien was dat zo. Nu waren Slavia Praag en Eintracht Frankfurt de uitzonderingen, maar met Chelsea-Arsenal stonden twee zeer dure ploegen in de finale. Maar 13 uit een topcompetitie, dat betekent ook nog 19 landen uit andere dan G5-competities. Als we dat lijstje benchmarken, zien we dat Club Brugge met bijna 120 miljoen een topploeg werd. Doen beter: Ajax (350 miljoen, al moet je daar 36 en 30 miljoen aftrekken van de geschorste André Onana en niet-speelgerechtigde Sébastien Haller), Benfica (290 miljoen), PSV (172 miljoen) en Sjachtar Donetsk (158 miljoen). Club staat vijfde. De op papier armste kernen die morgen in actie komen zijn die van Molde (14 miljoen), Wolfsberger (18 miljoen) en Maccabi Tel Aviv (19 miljoen euro). Antwerp bengelt ook aan die staart, met wel 48,9 miljoen kernwaarde. Dat is veel minder dan de Rangers (80 miljoen), maar geen sinjoor zal zijn ploeg daarom donderdag weinig kansen toedichten. Anders kon je ook niet van Tottenham winnen. Kortom: op basis van de theoretische waarde van zijn kern mag blauw-zwart met ambitie naar Kiev trekken en, als het die in principe gelijke strijd (de marktwaarde van Kiev wordt op 118 miljoen geschat) wint, ook naar een volgende ronde. Op voorwaarde dat de loting mee zit. Dat de West-Vlamingen er de vorige keer uitgingen in deze fase mocht - op papier - geen verrassing zijn. Manchester United was vorig seizoen zes keer zoveel waard, Salzburg anderhalve keer Club Brugge.Zegt Europese vorm iets? Mag Club daar, op basis van zijn recente Europese prestaties, ambities tonen? Succes bereik je immers niet van de ene dag op de andere, vaak gaat daar een proces van bouwen en het wegschaven van zwakke plekken in diverse transferperiodes aan vooraf. UEFA houdt in een ranking de prestaties van het seizoen bij, die over vijf jaar én die over tien seizoenen. Bij de jaarranking zit Club Brugge in het koppeloton, als we de ploegen nemen die nu nog in de Europa League zitten. De ploeg met de beste resultaten tot dusver is Arsenal (17de in de jaarranking): 18 op 18 in de groepsfase. Daarna komt Hoffenheim (16 op 18 in een groep met AA Gent), en vervolgens NK Zagreb (14 op 18 in een groep met Feyenoord). Club Brugge staat vierde en is de beste opgeviste uit de groepsfase van de Champions League. Die ranking is belangrijk, want ze bepaalt, samen met de resultaten van de voorbije vier seizoenen, straks de reekshoofden bij de loting. Als je de UEFA-ranking van de voorbije vijf jaar neemt, is Manchester United (9de en met 738 miljoen euro transferwaarde) de meest regelmatige ploeg in deze Europa League. Gevolgd door Arsenal (11de). Tottenham, Donetsk, Roma, Ajax en Napoli staan allemaal in de Europese top twintig. Club Brugge vinden we hier pas op een 43e plaats. Oorzaak: de mindere prestaties in Europa van vijf en vier jaar geleden. Om ook in een 1/8 finale reekshoofd te kunnen zijn, moeten de West-Vlamingen wellicht nog twee jaar wachten. Ze schuiven wel langzaam op. In een ranking over de laatste tien jaar vinden we Club op een 46e plaats, daar nog als tweede Belgische club (na Anderlecht, 40e). In het Europese klassement van de laatste vijf jaar is Club Brugge niet alleen Anderlecht (63e) maar ook KRC Genk (53e) en AA Gent (60e) voorbij. Het gevoel dat Club Brugge Europees steeds meer zijn voet naast de tegenstander mag (en kan) zetten, leeft terecht. Ook in de cijfers. Hoe zit dat met de financiële structuur, want daar is basis voor nodig? Waar verhoudt Club Brugge zich tegenover de andere niet-G5 ploegen die overleven in deze Europa League? Net als Club Brugge zijn de meeste nog steeds in nationale of zelfs lokale handen. Het grootkapitaal uit de VS of het Midden-Oosten zit in de G5-competities, niet bij de topclubs in de kleine landen. Uitzonderingen: Maccabi Tel Aviv, eigendom van de Canadees Mitchell Goldhar die de club in 2009 kocht en al met UEFA in aanvaring kwam rond de Financial Fair Play. Duurzaamheid op de lange termijn is lastig. Ook in buitenlandse handen: Slavia Praag, dat in januari Simon Deli weghaalde bij Club Brugge. Slavia wordt recht gehouden door Chinees overheidsgeld. Vandaar ook de naam van het stadion: Sinobo. Een specialleke tenslotte is SK Salzburg, deel van de Red Bullgroep met onder meer ook Leipzig en New York. In handen van Oostenrijkers, maar met speciale samenwerkingsakkoorden en de voorbije jaren voor Club een serieuze concurrent in de zoektocht naar nieuw talent. Net als in Brugge gaan sportief en economisch succes daar hand in hand: in november kondigde de ploeg nog 40,36 miljoen winst aan, een jaar eerder was dat 44 miljoen. Club verkocht in januari Krepin Diatta voor 20 miljoen aan Monaco, Salzburg deed nog beter met Dominik Szoboszlai die voor 25 miljoen naar de zusterploeg uit Leipzig verhuisde. Salzburg en Ajax, beiden met een hoger budget maar met een vergelijkbare economische situatie en politiek (aanwerven/opleiden, doorverkopen), zijn de ploegen waar de West-Vlamingen zich mee kunnen meten. Benfica, meer naam en rijker, hanteert eenzelfde politiek. Andere teams in de Europa League moeten rekenen op ferme lokale financiers om tekorten bij te passen en zijn minder duurzaam. Molde heeft een Noor, Antwerp Paul Gheysens, de Rangers rekenen op Schotten, Olympiacos op een steenrijke reder. De ploegen uit Oekraïne leunen op oligarchen en creatieve constructies. Dinamo Kiev betaalde zijn sterren jarenlang via constructies in het buitenland, maar zag dat systeem na de Madan-revolutie en de nationalisering van de Privatbank in mekaar storten. Sindsdien is het ook een opleidingsclub, vandaar de terugval. NK Zagreb en Rode Ster overleven door op de rand van het legale te bewegen. UEFA bande al Rode Ster, terwijl bij Zagreb de voorzitter in 2017 ontslag moest nemen, omdat hij het financieel jaarrapport niet publiek maakte.