Het verhaal van de familie Bolat is er een dat duizenden Turkse Limburgers uit de mijnstreek kunnen navertellen. Grootvader die de economische miserie in eigen land ontvlucht om het legertje mijnbouwwerkers te komen versterken tijdens de golden sixties - aan werk geen gebrek in de donkere en onveilige schachten van de mijnzetel - en de familie die pas later aansluit.
...

Het verhaal van de familie Bolat is er een dat duizenden Turkse Limburgers uit de mijnstreek kunnen navertellen. Grootvader die de economische miserie in eigen land ontvlucht om het legertje mijnbouwwerkers te komen versterken tijdens de golden sixties - aan werk geen gebrek in de donkere en onveilige schachten van de mijnzetel - en de familie die pas later aansluit. De Bolats ondergaan hetzelfde lot. Seyit Mehmet en zijn zoon Yasar verlaten hun geliefde provincie Kayseri en krijgen in België de steenkoolmijn van Zolder toegewezen. Op zijn hoogtepunt, midden de jaren zestig, was die mijn goed voor 9300 kompels en in 1992 was het de laatste in de Benelux die de deuren sloot. 'Vader trouwde op zijn zeventiende en hij moest een jaar of twintig geweest zijn toen hij naar België kwam', aldus Savas, de oudste broer van Sinan Bolat. 'We waren toen te jong om zijn leven als mijnwerker bewust te hebben meegemaakt.' Yasar krijgt vier kinderen. Hikmet (34), Savas (32) en Baris (31) worden in België geboren. Sinan (29) komt ter wereld in Turkije. 'Toen de mijnen een voor een dichtgingen, beslisten onze ouders om zich voorgoed in Turkije te vestigen', aldus Baris. 'Vandaar dat Sinan niet dezelfde geboorteplaats heeft als wij. Uiteindelijk zijn we toch teruggekeerd naar België. Maar over het mijnwerkersverleden van onze papa weten we eerlijk gezegd niet veel. De enige verhalen die we meekregen, was via de grootvader.' Hun verste gedachten gaan terug naar hun periode in Zonhoven, dat toen een overwegend blanke gemeenschap was. Hun vrienden heetten gewoon Bart, Peter of Jan. Maar ze kunnen zich niet voor de geest halen dat ze ooit voor vuile Marokkaan of Turk uitgekafferd werden. Baris: 'Van racisme hebben we niet veel last gehad. We voelden ons geen vreemden. We hadden Belgische vrienden en iedereen voetbalde met iedereen. Ik heb nooit tegen mezelf gezegd: woonden er nu maar meer Marokkanen of Turken in onze straat. Andersom deden de mensen ons ook niet voelen dat we er niet thuishoorden. Zonhoven is een open en tolerante gemeente. Het is er fijn wonen.' Was het een bewuste keuze van jullie ouders om in een 'witte' gemeente te wonen? BARIS: 'Eigenlijk was het toeval. Ik kan mij niet inbeelden dat ze zich in Zonhoven zijn gaan vestigen omdat er geen vreemden waren.' SINAN: 'Toen ik er opgroeide, waren er niet veel buitenlanders in Zonhoven. In sommige cités waar veel buitenlanders wonen is de aantrekkingskracht groter om foute dingen uit te steken. Ik zeg niet dat je een slechte jongen bent als je daar woont, maar je komt er wel makkelijker in de verleiding om de verkeerde weg in te slaan. Maar uiteindelijk heeft het ook met karakter en mentaliteit te maken.' BARIS: 'We hebben gewoon een oerdegelijke opvoeding meegekregen. Een mix van Belgische en Turkse elementen. Vraag het maar na: we hebben buitenshuis nooit voor problemen gezorgd.' SINAN: 'Alle kinderen zijn heel vroeg centjes beginnen te verdienen en dat zal zeker hebben meegespeeld. We waren niet afhankelijk van onze ouders. Ik was de jongste maar op mijn zestiende had ik al een contract bij Genk en kreeg ik elke maand geld op mijn rekening gestort. Zoals mijn broer al zei: we moeten onze ouders dankbaar zijn voor de opvoeding die ze ons hebben gegeven. Ze hebben ons redelijk vrij gelaten, maar ze lieten ons beseffen wat kon en niet mocht.' Je zei ooit in een interview dat je het voorbeeld bent van een perfecte integratie. Een vreemde stelling voor iemand die in België is grootgebracht. SINAN: 'Ik heb gewoon geantwoord op een vraag die ik opgeworpen kreeg. Kijk: ik woon in België sinds ik drie of vier jaar oud ben. Natuurlijk is er geen sprake van dat ik mij moet integreren. Ik ben en voel mij Belg. En Turks. Omdat ik ook ondergedompeld ben geweest in die cultuur. ( denkt na) Ik maak geen onderscheid tussen beide.' Je bent een van de weinige Belgen met Turkse root die de laatste jaren is doorgebroken in eerste klasse. Wat schuilt er achter die vaststelling? SINAN: 'Goede vraag... Bij de jeugd van Anderlecht, Standard en Genk lopen er sowieso jongens rond met een Turkse achtergrond. Maar zullen zij straks het eerste elftal halen? Om door te breken heb je een combinatie nodig van talent, meeval en een goede ingesteldheid. Ik wilde als kind altijd bijleren en ik was nooit te lui om extra te trainen. Maar vergeet ook niet dat de omgeving waarin je opgroeit ook je keuzes beïnvloedt. Je mag niet in de verleiding komen om aan andere dingen te denken dan voetbal.' BARIS: 'Ik heb vrienden gehad die het tot bij de beloften schopten, maar niet verder. Goeie sjotters, hoor. Maar hun ouders dropten hen aan het veld en ze vertrokken weer. Wij gingen enkel naar huis om Sinans keeperhandschoenen te gaan halen die hij vergeten was.' ( lacht) SINAN: 'Als klein ventje vergat ik al eens mijn handschoenen. Mijn vader en broers sprongen dan in de auto en voor ik het wist stonden ze hier terug. We woonden gelukkig op tien minuten rijden van het veld. Het is mij nooit overkomen dat ik zonder handschoenen aan een match ben moeten beginnen.' Stond de hele bende dan achter het doel aanwijzingen te geven? BARIS: 'We stonden meestal aan de zijlijn, maar er zullen zeker matchen geweest zijn dat we achter zijn doel gingen staan. Niet om instructies te geven, gewoon om te tonen dat we hem steunden. Hij moest aan een match beginnen met de gedachte: mijn familie is aanwezig. Je presteert automatisch beter als je aangemoedigd wordt door je vader en broers.' SINAN: 'Dankzij mijn ouders heb ik het zo ver gebracht. De mama zorgde thuis voor alles en mijn pa was de man van de schouderklopjes. Hij kan heel goed relativeren. Ik heb hem na een match nooit kwaad gezien. En hij bracht mij met de glimlach weg naar de trainingen en ging mee op verplaatsing. Er was geen bus die mij voor de deur kwam oppikken. Alles gebeurde met eigen vervoer. Op een dag moest ik met de nationale ploeg een match spelen in Engeland. Mijn vader is mij met de auto achterna gereisd om mij te zien spelen. Dat zal ik nooit vergeten.' Die mentale en logistieke steun hebben dus het verschil gemaakt. Had je anders ook kunnen afhaken? SINAN: ' Voilà. Dat was mijn geluk.' BARIS: 'Qua talent zat hij ook boven het gemiddelde. Met zijn doorzettingsvermogen en persoonlijkheid moest het wel lukken. Er zat iets in. Savas en ik wilden ook voetballer worden. Daar droomt elke kleine jongen toch van? Ik ben tot in vierde provinciale geraakt! ( lacht) Bij Winterslag. Zelfs bij de jeugd heb ik nooit bij een nationaler gespeeld.' SAVAS: 'Ik ben op mijn zestiende gestopt en meteen in de kebabzaak van de familie beginnen te werken. Daarna kwam ik tijd tekort om te sporten.' SINAN: 'We zijn wel allemaal bij dezelfde club begonnen: FC Melo Zonhoven. Na een jaar of twee mocht ik naar Genk.' SAVAS: 'Ik heb mijn zoon Yasar ook bij FC Melo ingeschreven. En hij staat in de goal... Ja, dankzij Sinan. Vorig jaar zei hij: 'Ik wil tussen de palen staan.' Sinan is zijn voorbeeld, zijn held zeg maar.' SINAN: 'Ik geef hem al tips. Zo moet je duiken, zo moet je trappen.' BARIS: 'De mijne is nog maar twee jaar - te jong om te voetballen. Maar hij is wel naar Sinan genoemd.' Sinan, weet jij nog waarom je per se onder de lat wilde staan? SINAN: 'Ik weet niet meer waarom ik graag doelman wilde worden. Maar ik herinner mij wel hoe ik in doel ben geraakt. De doelman was geblesseerd en de trainer duidde mij aan om zijn plaats in te nemen. Sindsdien ben ik er niet meer uit geweest. Nochtans sta je als kleine jongen in een schietkraam.' SAVAS: 'We hebben hem nooit afgeraden om dat doel te verlaten. Hij was té goed om er niet in te staan.' Als puber moet het toch moeilijk geweest zijn om op te groeien met een broer die met alle aandacht gaat lopen? SAVAS: 'Dat viel goed mee. De aandacht werd netjes onder de kinderen verdeeld.' BARIS: 'Hij was de kleinste thuis en dan ben je snel een mama's kindje. Je weet hoe dat gaat: hij deed iets verkeerds en wij kregen de schuld. En natuurlijk werd er al eens gevochten.' SAVAS: 'Ik zal het maar toegeven: hij kreeg dan een pak slaag van ons. Maar uiteindelijk draaide alles rond voetbal. We mochten in huis niet met de bal spelen. Met een paar kousen hebben we dan maar een bal in elkaar geprutst. De stoelen deden dienst als doelpalen.' En op een dag worden jullie de broer van. BARIS: 'Op zijn vijftiende zat hij al in de A-kern van Genk als derde of vierde doelman. Toen dachten wij: nu moet hij het gaan waarmaken. Toen het eindelijk zo ver was... Je moet het zelf meemaken om te kunnen uitleggen hoe een grote broer zich op dat moment voelt.' SINAN: 'Als Limburger bij de beste ploeg van Limburg spelen, is een ding. Maar ik besefte ook dat mijn entourage op mij rekende. Ik wist: oké, ik moet dit ook doen voor mijn familie. Dat besef heeft mij nog meer vastberaden gemaakt dan ik al was.' SAVAS: 'Hij heeft ons al veel gegeven. Eén gebeurtenis steekt er voor mij bovenuit: zijn kopbaldoelpunt in blessuretijd tegen AZ in de Champions League. Je had ons moeten zien springen in de tribune.' BARIS: 'Hij scoorde en er werd afgefloten. Stel je voor dat we eerder waren vertrokken? Dan hadden we het mooiste moment uit zijn carrière gemist. Wij blijven dus altijd tot de laatste minuut zitten.' SINAN: 'Bij aankomst in Zonhoven vond ik een sjaal van Standard in mijn brievenbus. Dat soort anekdotes zal ik later aan mijn kinderen kunnen vertellen.' Hoe hebben jullie Sinans kwakkelperiode bij FC Porto beleefd? Voor het eerst in zijn loopbaan zat het tegen. BARIS: 'We zijn getrouwd en hebben ons eigen gezin. We konden dus niet zeggen: en nu gaan we even bij Sinan inwonen. Het enige wat we konden doen, was hem bellen en regelmatig opzoeken in Portugal. We hebben hem nooit het gevoel gegeven dat hij er alleen voor stond.' SINAN: 'Na elke training of match belden ze mij op. Gewoon om te weten hoe het ging. Dat heeft geholpen. Want ik ben iemand die de neiging heeft om op zichzelf terug te plooien. Ik zal niet spontaan om hulp vragen. Bij Porto heb ik gemerkt dat het niet plezant is om alleen in het buitenland te zitten. En het is nog erger als je niet speelt. Je komt thuis van training en je wilt niets anders doen dan heel de dag in de zetel zitten. Dan begin je vanzelf te piekeren: waarom speel ik niet? Ziet de trainer het nog in mij zitten?' BARIS: 'Maar hij heeft in zijn carrière nooit echt in de put gezeten. Ik ben wel blij dat hij opnieuw elke match speelt. Hij is heel gelukkig - het geluk spat er gewoon van af.' Ook de passage bij Club Brugge was geen succes. Je speelde niet altijd en in die periode bouwde je ook een bepaalde reputatie op. Je werd arrogant genoemd. BARIS: 'Hij straalt iets uit hé. Je ziet hem staan in zijn goal. Daardoor hebben de mensen een vertekend beeld van hem. Soms kan hij zich arrogant gedragen op een voetbalveld, maar in het echte leven doet hij normaal.' SINAN: 'Ik ben de rustigste van de familie. Zet mij op een grasmat en ik word een totaal andere mens.' SAVAS: 'Ik herken Sinan niet als ik hem op televisie bezig zie. Dat is normaal zo'n kalme mens.' BARIS: 'Bij hem heeft het allemaal met adrenaline te maken. Hij zit zó in zijn match... Savas en ik hebben ook dat warmbloedige in ons zitten, maar niet zo fel als hij.' SINAN: 'Achteraf krijg ik van hen commentaar. 'Doe dat niet .' Of: 'Waarom heb je nu weer een gele kaart gepakt?' Ik doe wel mijn best om de raad van mijn broers op te volgen. Maar van zodra ik het veld betreed, ben ik alles vergeten.' BARIS: 'Elke ploeg heeft een speler nodig die de tegenstander kan opnaaien.' Bij Antwerp zijn er twee: Sinan en Jelle Van Damme... SINAN: ( lacht) 'Laatst kreeg ik kritiek omdat ik te veel tijd zou rekken. Ik doe het in het belang van de ploeg, niet om supporters of de tegenstander uit te dagen.' Het resultaat is wel hetzelfde: je werkt de mensen op de heupen. SINAN: 'Dat is mijn probleem niet. Ik ken geen enkele keeper die bij een voorsprong al spurtend de bal gaat halen om het spel te hervatten. Pas op: ik word ook zot van spelers die het spel vertragen of bij elke tik om verzorging vragen. Die methodes worden over ter wereld toegepast en de spelers zullen het blijven doen. Je kan het mij niet kwalijk nemen dat ik ook alles probeer om een match te winnen.'