Plots hoort Oud-Heverlee Leuven officieel bij de oudste twintig voetbalclubs van het land. Deze zomer verkondigde het bestuur aan Den Dreef dat OHL voortaan met het stamnummer 18 zou spelen. Toen in 2002 (de restanten van) Daring Leuven, Stade Leuven en Zwarte Duivels Oud-Heverlee werden samengebracht in één club, OHL, had dat nieuwe project maar één stamnummer nodig. Gekozen werd toen voor het stamnummer van Oud-Heverlee, 6142, want dat was schuldenvrij. 'Maar het prestigieuze stamnummer 18, dat gedragen werd door Stade Leuven - de oudste van de drie stichtende clubs - weerspiegelt de prille start van ons verhaal', meldde de website van OHL onlangs. 'Dat is een nummer dat de voetbaltraditie van de stad Leuven beter weergeeft, waar al 115 jaar voetbal gespeeld wordt op hoog niveau', zo stelde Paul Van der Schueren op een van zijn laatste dagen als OHL-CEO . Van der Schueren zetelde vroeger in het jeugdbestuur van Stade.

In 2016 trok de bond zelf nog van leer tegen wat ze toen omschreef als 'een handel in stamnummers.

Medio 2017 verkondigde ook het toenmalige Lyra, op dat moment een eersteprovincialer, dat het voortaan weer met een oud stamnummer zou spelen: 52. Het oorspronkelijke Lyra droeg dat nummer tot het in 1972 verloren ging bij een fusie met Lierse. Even later richtten enkele rood-witte zielen een nieuw Lyra op: Koninklijke Lyra TSV, intussen Lyra-Lierse Berlaar. Die club moest aan de slag met een vers stamnummer, 7776, want voor stamnummers gold toen nog dezelfde regel als voor nummerplaten van auto's: eenmaal ingeleverd, eeuwig verloren.

Vraag van Vanoppen

Die onomkeerbaarheid is voor stamnummers stilletjes teruggeschroefd. Daar zit oud-clubbestuurder Patrick Vanoppen voor iets tussen, de vastgoedmakelaar die tussen 2011 en 2013 Beerschot in de vernieling reed. Hij wilde zich bij de nostalgische fans op het Kiel onsterfelijk maken door de club haar oorspronkelijk stamnummer 13 terug te geven. Dat ging verloren bij het failliet in 1999. Ex-Beerschotvoorzitter Paul Nagels, die Vanoppen steunde, zei in 2011 in Sport/Voetbalmagazine: 'Die 13 terugkrijgen is een van de natte dromen. Dat is zoals een vaandel. Het vaandel is beschimpt. We moeten dat rechtzetten.'

Maar bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB), de beheerder van de stamnummers, bestond over zo'n teruggave toen nog geen duidelijke procedure. Er werd weleens geopperd dat een club daarvoor de bondsschulden moest terugbetalen die nog verbonden waren aan dat oude stamnummer, maar tot 2014 was door de KBVB niet eens een definitie opgesteld van de term 'bondsschulden', die nochtans vaak in het bondsreglement voorkwam.

De vraag van Vanoppen inspireerde de bond om eens specifieke regels uit te schrijven voor clubs die een oud stamnummer willen (terug)kopen. Eind 2012 mondde dat uit in een beslissing van het Uitvoerend Comité. Dat zou voortaan 'in uitzonderlijke gevallen waar het soeverein over oordeelt' een 'historisch' stamnummer kunnen toekennen aan een club die daarom verzoekt.

Zo'n aanvraag wordt enkel overwogen als aan enkele voorwaarden is voldaan. Zo mag het stamnummer ten minste tien jaar niet meer in gebruik zijn en de bond mag het aan geen andere club hebben toegewezen. De club waaraan het stamnummer was toebedeeld, mag niet meer bestaan en geen enkele bestuurder van de aanvragende club mag een functie bekleed hebben in de verdwenen club. De aanvrager moet ook 'een binding' kunnen bewijzen met de club die het stamnummer vroeger bezat én - last but not least - er moet wat geld op tafel komen (zie kader).

Met de geldzaken van Vanoppen liep het intussen grondig mis. Vooraleer Beerschot zelf kon profiteren van de nieuwe opening in de stamnummerkwestie, ging de Antwerpse club in 2013 een tweede keer op de fles. Zo verdween ook het stamnummer 3530 waarmee Beerschot AC toen aan de slag was. Net zoals bij Stade Leuven in 2002 waren lang niet alle schulden van dat stamnummer tegenover de voetbalbond vereffend. Voor de KBVB is de nieuwe stamnummerprocedure dan ook een manier om toch nog wat van die oude vorderingen te recupereren. Maar voetbalromantici vinden het een schande dat geschrapte stamnummers na één decennium kunnen teruggekocht worden voor enkele duizenden euro. Vaak rusten er op dat stamnummer nog veel meer schulden.

Het stamnummer 30 van K. Lierse S.K., dat verloren ging bij het failliet in mei, kan ten vroegste in 2028 teruggekocht worden., belgaimage
Het stamnummer 30 van K. Lierse S.K., dat verloren ging bij het failliet in mei, kan ten vroegste in 2028 teruggekocht worden. © belgaimage

Bovendien kleeft het palmares van een voetbalclub vast aan haar stamnummer. Nu kun je dus voor een relatief laag bedrag officieel landstitels in huis halen. Ten slotte ondermijnt deze manier van werken volgens critici het hele stamnummersysteem. Vroeger wees een laag stamnummer op een erg oude club die nog niet over de kop gegaan was. In het huidige systeem speelt een roekeloze club door een faillissement haar plaats in de historische pikorde niet per definitie kwijt. Na een herstart kunnen nieuwe clubleiders de verloren plaats in de geschiedenis gewoon terugkopen.

Koopwaar of niet?

De KBVB lijkt stamnummers nu als koopwaar te beschouwen en dat is markant, want in 2016 trok diezelfde bond nog van leer tegen wat ze toen omschreef als 'een handel in stamnummers'. Drie jaar eerder, in 2013, had Patrick Decuyper, toenmalig CEO van Zulte Waregem, gebroed op plannen om Essevee met zijn stamnummer te verhuizen naar Antwerpen, waar Beerschot net over de kop was gegaan. Een alternatief idee van Decuyper was om het stamnummer van KV Oostende, waar hij meerderheidsaandeelhouder wilde worden, te verkopen aan Antwerpse investeerders. De Oost-Vlaamse zakenman benaderde stamnummers heel rationeel. Hij beschouwde ze als handelswaar, terwijl veel voetballiefhebbers in de eerste plaats een emotionele waarde verbinden aan zo'n stamnummer. Voor hen hoort het bij de identiteit van een club en mag het nooit het voorwerp zijn van platte commercie.

Nadat alle plannen van Decuyper in het water waren gevallen, zag de bond in 2015 een nieuw stamnummerverhaal opduiken dat erg commercieel rook. Deze keer ging het betrokken stamnummer ook effectief over de toonbank. Het nieuwe RWDM nam het stamnummer over van een vierdeklasser die vijftig kilometer verderop lag: Standaard Wetteren. Die club stond op het punt om te fuseren met een streekgenoot en had haar nummer niet meer nodig. RWDM was erin geïnteresseerd omdat de Brusselse club met dat stamnummer meteen in de toenmalige vierde klasse van start kon gaan. Bij de reeksindelingen telt voor de bond immers het stamnummer, niet de clubnaam.

RWDM kon geen beroep doen op de bondsregels waarop OHL en Lyra zich onlangs baseerden, want het ging om een stamnummer dat nog in gebruik was en er was geen binding tussen de Brusselse club en Wetteren. Maar als RWDM het volledige patrimonium van Standaard Wetteren overnam, de lusten én de lasten (lees: de schulden), dan hoorde het stamnummer wel bij dat pakket. Zo geschiedde. En nu komt het: aan de specifieke bondsregels die horen bij zo'n overname besloot de bond te sleutelen na de RWDM-stunt en de mislukte initiatieven van Decuyper. De KBVB bepaalde in 2016 dat de exploitatiezetel van een club voortaan niet méér verplaatst mag worden dan dertig kilometer.

Met die nieuwe regel wilde de KBVB vermijden dat er een tendens zou ontstaan waarbij clubs op administratieve wijze promoties zouden gaan 'kopen' en waarbij stamnummers massaal van de ene kant van het land naar de andere zouden verhuizen. Zo wekte de bond de indruk niet te willen meegaan in een zakelijke benadering van stamnummers, waarin die louter als een te verhandelen product worden gezien. Maar intussen bestond binnen diezelfde bond dus al zo'n drie jaar de tekst waarop OHL en Lyra nu een beroep deden, waarbij stamnummers wél als koopwaar benaderd worden.

'Reglement dik genoeg'

Nog opvallend is dat de tekst over het terugkopen van stamnummers niet in het bondsreglement staat. Hij hoort bij de zogenaamde 'jurisprudentie van het Uitvoerend Comité'. Die is, in tegenstelling tot het bondsreglement, niet vrij te raadplegen door het grote publiek, waardoor weinig mensen ervan op de hoogte zijn. 'Dit is niet opgenomen in het bondsreglement omdat het maar relevant is voor 0,00000001 procent van onze clubs', klinkt het aan de Houba De Strooperlaan. 'Het reglement is zo al dik en soms verwarrend genoeg.' Dat is zeker waar, maar wanneer clubs zich ook kunnen beroepen op tamelijk onbekende bondsteksten náást het reglement, wordt de verwarring alleen nóg groter.

Hoe lager het stamnummer, hoe duurder

Dit is de tarieventabel die de voetbalbond hanteert wanneer een club een oud stamnummer terug wil. De tabel bevat basisbedragen van januari 2013, die nog moeten geïndexeerd worden. Hieruit valt af te leiden dat OHL 40 à 50.000 euro neertelde voor het stamnummer 18. Voor Beerschot Wilrijk zou het stamnummer 13 ongeveer even duur zijn.

Plots hoort Oud-Heverlee Leuven officieel bij de oudste twintig voetbalclubs van het land. Deze zomer verkondigde het bestuur aan Den Dreef dat OHL voortaan met het stamnummer 18 zou spelen. Toen in 2002 (de restanten van) Daring Leuven, Stade Leuven en Zwarte Duivels Oud-Heverlee werden samengebracht in één club, OHL, had dat nieuwe project maar één stamnummer nodig. Gekozen werd toen voor het stamnummer van Oud-Heverlee, 6142, want dat was schuldenvrij. 'Maar het prestigieuze stamnummer 18, dat gedragen werd door Stade Leuven - de oudste van de drie stichtende clubs - weerspiegelt de prille start van ons verhaal', meldde de website van OHL onlangs. 'Dat is een nummer dat de voetbaltraditie van de stad Leuven beter weergeeft, waar al 115 jaar voetbal gespeeld wordt op hoog niveau', zo stelde Paul Van der Schueren op een van zijn laatste dagen als OHL-CEO . Van der Schueren zetelde vroeger in het jeugdbestuur van Stade. Medio 2017 verkondigde ook het toenmalige Lyra, op dat moment een eersteprovincialer, dat het voortaan weer met een oud stamnummer zou spelen: 52. Het oorspronkelijke Lyra droeg dat nummer tot het in 1972 verloren ging bij een fusie met Lierse. Even later richtten enkele rood-witte zielen een nieuw Lyra op: Koninklijke Lyra TSV, intussen Lyra-Lierse Berlaar. Die club moest aan de slag met een vers stamnummer, 7776, want voor stamnummers gold toen nog dezelfde regel als voor nummerplaten van auto's: eenmaal ingeleverd, eeuwig verloren. Die onomkeerbaarheid is voor stamnummers stilletjes teruggeschroefd. Daar zit oud-clubbestuurder Patrick Vanoppen voor iets tussen, de vastgoedmakelaar die tussen 2011 en 2013 Beerschot in de vernieling reed. Hij wilde zich bij de nostalgische fans op het Kiel onsterfelijk maken door de club haar oorspronkelijk stamnummer 13 terug te geven. Dat ging verloren bij het failliet in 1999. Ex-Beerschotvoorzitter Paul Nagels, die Vanoppen steunde, zei in 2011 in Sport/Voetbalmagazine: 'Die 13 terugkrijgen is een van de natte dromen. Dat is zoals een vaandel. Het vaandel is beschimpt. We moeten dat rechtzetten.' Maar bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB), de beheerder van de stamnummers, bestond over zo'n teruggave toen nog geen duidelijke procedure. Er werd weleens geopperd dat een club daarvoor de bondsschulden moest terugbetalen die nog verbonden waren aan dat oude stamnummer, maar tot 2014 was door de KBVB niet eens een definitie opgesteld van de term 'bondsschulden', die nochtans vaak in het bondsreglement voorkwam. De vraag van Vanoppen inspireerde de bond om eens specifieke regels uit te schrijven voor clubs die een oud stamnummer willen (terug)kopen. Eind 2012 mondde dat uit in een beslissing van het Uitvoerend Comité. Dat zou voortaan 'in uitzonderlijke gevallen waar het soeverein over oordeelt' een 'historisch' stamnummer kunnen toekennen aan een club die daarom verzoekt. Zo'n aanvraag wordt enkel overwogen als aan enkele voorwaarden is voldaan. Zo mag het stamnummer ten minste tien jaar niet meer in gebruik zijn en de bond mag het aan geen andere club hebben toegewezen. De club waaraan het stamnummer was toebedeeld, mag niet meer bestaan en geen enkele bestuurder van de aanvragende club mag een functie bekleed hebben in de verdwenen club. De aanvrager moet ook 'een binding' kunnen bewijzen met de club die het stamnummer vroeger bezat én - last but not least - er moet wat geld op tafel komen (zie kader). Met de geldzaken van Vanoppen liep het intussen grondig mis. Vooraleer Beerschot zelf kon profiteren van de nieuwe opening in de stamnummerkwestie, ging de Antwerpse club in 2013 een tweede keer op de fles. Zo verdween ook het stamnummer 3530 waarmee Beerschot AC toen aan de slag was. Net zoals bij Stade Leuven in 2002 waren lang niet alle schulden van dat stamnummer tegenover de voetbalbond vereffend. Voor de KBVB is de nieuwe stamnummerprocedure dan ook een manier om toch nog wat van die oude vorderingen te recupereren. Maar voetbalromantici vinden het een schande dat geschrapte stamnummers na één decennium kunnen teruggekocht worden voor enkele duizenden euro. Vaak rusten er op dat stamnummer nog veel meer schulden. Bovendien kleeft het palmares van een voetbalclub vast aan haar stamnummer. Nu kun je dus voor een relatief laag bedrag officieel landstitels in huis halen. Ten slotte ondermijnt deze manier van werken volgens critici het hele stamnummersysteem. Vroeger wees een laag stamnummer op een erg oude club die nog niet over de kop gegaan was. In het huidige systeem speelt een roekeloze club door een faillissement haar plaats in de historische pikorde niet per definitie kwijt. Na een herstart kunnen nieuwe clubleiders de verloren plaats in de geschiedenis gewoon terugkopen. De KBVB lijkt stamnummers nu als koopwaar te beschouwen en dat is markant, want in 2016 trok diezelfde bond nog van leer tegen wat ze toen omschreef als 'een handel in stamnummers'. Drie jaar eerder, in 2013, had Patrick Decuyper, toenmalig CEO van Zulte Waregem, gebroed op plannen om Essevee met zijn stamnummer te verhuizen naar Antwerpen, waar Beerschot net over de kop was gegaan. Een alternatief idee van Decuyper was om het stamnummer van KV Oostende, waar hij meerderheidsaandeelhouder wilde worden, te verkopen aan Antwerpse investeerders. De Oost-Vlaamse zakenman benaderde stamnummers heel rationeel. Hij beschouwde ze als handelswaar, terwijl veel voetballiefhebbers in de eerste plaats een emotionele waarde verbinden aan zo'n stamnummer. Voor hen hoort het bij de identiteit van een club en mag het nooit het voorwerp zijn van platte commercie. Nadat alle plannen van Decuyper in het water waren gevallen, zag de bond in 2015 een nieuw stamnummerverhaal opduiken dat erg commercieel rook. Deze keer ging het betrokken stamnummer ook effectief over de toonbank. Het nieuwe RWDM nam het stamnummer over van een vierdeklasser die vijftig kilometer verderop lag: Standaard Wetteren. Die club stond op het punt om te fuseren met een streekgenoot en had haar nummer niet meer nodig. RWDM was erin geïnteresseerd omdat de Brusselse club met dat stamnummer meteen in de toenmalige vierde klasse van start kon gaan. Bij de reeksindelingen telt voor de bond immers het stamnummer, niet de clubnaam. RWDM kon geen beroep doen op de bondsregels waarop OHL en Lyra zich onlangs baseerden, want het ging om een stamnummer dat nog in gebruik was en er was geen binding tussen de Brusselse club en Wetteren. Maar als RWDM het volledige patrimonium van Standaard Wetteren overnam, de lusten én de lasten (lees: de schulden), dan hoorde het stamnummer wel bij dat pakket. Zo geschiedde. En nu komt het: aan de specifieke bondsregels die horen bij zo'n overname besloot de bond te sleutelen na de RWDM-stunt en de mislukte initiatieven van Decuyper. De KBVB bepaalde in 2016 dat de exploitatiezetel van een club voortaan niet méér verplaatst mag worden dan dertig kilometer. Met die nieuwe regel wilde de KBVB vermijden dat er een tendens zou ontstaan waarbij clubs op administratieve wijze promoties zouden gaan 'kopen' en waarbij stamnummers massaal van de ene kant van het land naar de andere zouden verhuizen. Zo wekte de bond de indruk niet te willen meegaan in een zakelijke benadering van stamnummers, waarin die louter als een te verhandelen product worden gezien. Maar intussen bestond binnen diezelfde bond dus al zo'n drie jaar de tekst waarop OHL en Lyra nu een beroep deden, waarbij stamnummers wél als koopwaar benaderd worden. Nog opvallend is dat de tekst over het terugkopen van stamnummers niet in het bondsreglement staat. Hij hoort bij de zogenaamde 'jurisprudentie van het Uitvoerend Comité'. Die is, in tegenstelling tot het bondsreglement, niet vrij te raadplegen door het grote publiek, waardoor weinig mensen ervan op de hoogte zijn. 'Dit is niet opgenomen in het bondsreglement omdat het maar relevant is voor 0,00000001 procent van onze clubs', klinkt het aan de Houba De Strooperlaan. 'Het reglement is zo al dik en soms verwarrend genoeg.' Dat is zeker waar, maar wanneer clubs zich ook kunnen beroepen op tamelijk onbekende bondsteksten náást het reglement, wordt de verwarring alleen nóg groter.