Steven Defour

Ex-international en huidig assisten-trainer
...

'Ik speelde eerst bij Hombeek, maar na een nederlaag te veel besliste ik op mijn achtste naar KV Mechelen te gaan. Mijn vader werd er mijn délégué en bleef ook toen ik vertrok aan de club verbonden. Mijn hele zaterdag stond in het teken van Malinwa: 's ochtends zelf voetballen, dan blijven plakken om de U16 bezig te zien en 's avonds te voet naar het grote KaaVee. Mijn helden toen waren Jan Verlinden, Tom Caluwé, João Elias. Met de ploegmaats van toen vormen we nog steeds een vriendenkliek. We hebben een whatsappgroepje en bleven al die jaren geregeld afspreken om samen de thuiswedstrijden te zien en een pint te drinken. Zo zat ik hier bijvoorbeeld ook bij de degradatiewedstrijd tegen Waasland-Beveren in 2018: een pijnlijk moment. 'Twintig jaar geleden maakte ik het ook al eens mee, toen als vijftienjarige jeugdspeler. Ik moest de club verlaten indien ik carrière wilde maken, want Mechelen werd door de vereffening naar derde klasse teruggezet. Ik herinner me hoezeer ons dat toen als jeugdspelers bezighield: wij zagen onze droom uiteenspatten om ooit eersteklassevoetbal te spelen met KV Mechelen. Kort na het verdict speelden we met onze jeugdploeg op Moeskroen, wij als kopploeg en zij als staartploeg, we verloren 6-0, omdat we allemaal zo van slag waren. 'Nadien heb ik als speler van de tegenploeg wel een paar keer op Mechelen gespeeld en dat was toch telkens met een speciaal gevoel. Ik vond die sfeer heerlijk, maar tegelijkertijd vond ik het ook wel jammer als Mechelen dan verloor, zeker als dat door mijn doelpunten kwam. Ook toen ik in het buitenland speelde, bleef ik de club volgen. Ooit voor Mechelen spelen bleef door mijn hoofd spoken. Ik ben zo blij dat ik die droom kon waarmaken. De eerste keer dat ik dat shirtje aantrok om het veld op te gaan... dat deed iets met mij. Het voerde me terug naar mijn jeugdjaren. Het maakte de cirkel rond. Ook al is het jammer dat ik door blessures niet kon brengen wat ik wilde en dat er door corona nauwelijks publiek toegelaten werd. Want dat maakt de sfeer op Mechelen toch zo uniek: de supporters blijven altijd achter de ploeg staan. Dat heb ik onlangs nog mogen meemaken toen we na een teleurstellende wedstrijd verloren van STVV. Ik heb het bij veel ploegen anders gekend. Dit voelt als mijn thuis, ik ken de club en de stad uit mijn broekzak, een fijn gevoel.' 'Een twintigtal jaren geleden raakte ik bij de harmonie betrokken. Ik speelde trompet, mijn vrouw saxofoon. Sowieso was ik al een grote voetbalfan, vooral die sfeer in het stadion sprak me aan. Dat je met de harmonie daar dan zelf mee het veld kan betreden... dat is een magisch gevoel. Nog altijd. Bij de overgang naar het nieuwe stadion was er meteen constructief overleg met het bestuur, over onze plek binnen de club, ook letterlijk, waar we een nieuw lokaal zouden krijgen en waar we het veld moesten betreden. Je merkt ook de appreciatie van het publiek, dat applaudisseert, meezingt, rechtstaat of zwaait naar ons. We worden door de supporters vaak gefilmd wanneer we onze toer rond het stadion doen, vertrekkend vanuit tribune Z, waar de bezoekers zitten en zo tot aan de ingang aan de Liersesteenweg. Op het veld zelf krijgen we een kwartier om onze taptoe - de rondgang - te doen. Dat is tegenwoordig allemaal strak getimed. We proberen geregeld het repertoire op te frissen. Uiteraard brengen we de klassiekers, zoals Colonel Bogey en Malinwa Vooruit, die iedereen meezingt of -fluit, maar soms steken we er een schlager tussen om ambiance te creëren of een nieuw nummer zoals Wij zijn de Kakkers. En dan zijn er onze stapmarsen natuurlijk, maar dat is minder toegankelijk. 'Iedereen in ons gezin gaat mee in die passie en liefde voor KV Mechelen en de harmonie. Dat is vaak spanning van 's ochtends vroeg, zeker met twee zonen die nu 17 en 18 jaar zijn, het is steeds hopen dat ze op tijd thuis zijn. ( lacht) Als dirigent ben ik daar door de week al mee bezig: wie zal er zijn, welke nummers gaan we spelen en... welk weer wordt het? Sommige instrumenten zijn immers niet bestand tegen vochtigheid. Ik doe het met heel veel plezier, het geeft een gevoel dat je deel uitmaakt van die sfeer binnen het stadion en dat je misschien dat tikkeltje extra brengt voor de ploeg. Omgekeerd geldt dat evenzeer hoor: wanneer het op het veld goed draait, spelen we net iets luider en enthousiaster.' 'De liefde voor KV Mechelen begon voor mij op de speelplaats. Dat was nog voor de gouden periode eind jaren 80, Mechelen speelde in tweede klasse en het was charmant om voor de underdog te supporteren. Vanaf mijn twaalfde ben ik naar het stadion beginnen gaan, het groepsgevoel dat daar hing, vond ik machtig. Frappant is wel dat KaaVee toen nog niet zo leefde in de stad zelf. Pas toen Mechelen de Europese finale speelde, kende de populariteit een explosie. Er werden tientallen bussen ingelegd naar Straatsburg en na de zege stroomde de Grote Markt helemaal vol. Heel de stad was daar. 'Ik ben bij de supportersfederatie betrokken geraakt ten tijde van de vereffening. Ik heb een benefietquiz mee georganiseerd, ik was dj bij de Nacht van Malinwa in de Nekkerhal, of ik hielp pinten tappen bij events. De vereffening zorgde voor een verbindend effect, er kwam een heel nieuwe generatie supporters bij. Het betekende een nieuwe start, niet voor niets hangt hier in de nok van het stadion 'Remember 2002-2003'. De drijvende kracht achter dat vernieuwde leven was Mark Uytterhoeven, hij ijverde er ook voor dat de club een grote mate van supportersparticipatie zou kennen. Zo belandde ik in een supportersafvaardiging binnen het clubbestuur, waarmee we maandelijks vergaderden. Het behouden van de staanplaatsen bij de bouw van het nieuwe stadion is een voorbeeld van die inspraak. Maar even goed ging dat over de dikte van de geel en rode strepen op het shirt. Bij élke beslissing moet de stem van de supporter meegenomen worden. Zelfs nu ik tot de directie ben toegetreden, consulteer ik Uytterhoeven nog geregeld. Dat zijn pittige maar nuttige discussies. Hij bewaakt de ziel van de club. 'We hebben er op bestuurlijk vlak een moeilijke periode opzitten. Dat er iets als Propere Handen gebeurt bij een club waar supportersparticipatie zo hoog in het vaandel wordt gedragen, doet veel pijn. Was het te vermijden? Moeilijk, want als er foute zaken gebeuren worden die uiteraard niet met iedereen gedeeld. Maar het is belangrijk dat je daar lessen uit trekt. Het is een van de redenen waarom er nu met mezelf iemand van het supportersorgaan in het directiecomité zit, op het hoogste niveau van de club. Alle contracten - met sponsors en spelers - moeten ondertekend worden door de directieleden; één directeur kan dus geen beslissing nemen op eigen houtje. Die openheid is cruciaal. Als directiecomité moeien wij ons niet met de keuze van spelers - dat is de taak van onze sportief directeur - en er is een einde gesteld aan de etentjes met makelaars of andere bestuurders, want dan zet je de deur open naar speculaties of beïnvloeding. 'Hoewel ik deel uitmaak van het directiecomité sta ik tijdens de wedstrijden nog steeds achter de goal. Zij het dan in kostuum. Ik krijg daar veel vragen, en dat hoort ook! Je merkt wel dat het publiek van Malinwa veranderd is, met meer jongeren en vrouwen, zeker sinds de bouw van het nieuwe stadion. Dat hangt samen met het imago van de stad dat evolueerde. Dat gunstig effect merken we bijvoorbeeld bij de aanwerving van spelers: de stad Mechelen spreekt veel meer aan dan vroeger.' 'Eens je op Mechelen geweest bent, ben je verkocht voor het leven. Toen ik als klein manneke via de smalle Liersesteenweg naar het stadion stapte tussen die mensenmassa, maakte dat indruk, al zeker met die fantastische geel-rode kleuren. Meer dan een uur voor de aftrap trof iedereen elkaar aan de staantribune, om dan bij een pint de week te overlopen. Dat sociale aspect heeft me altijd aangesproken, het is meer dan zomaar een ' matchke meepikken'. Het geroezemoes voor de wedstrijd vind ik eigenlijk het mooiste moment. Ook de harmonie is cruciaal voor de identiteit van de club. Net zoals het stamnummer 25, de geel-rode kleuren, de naam Achter de Kazerne of de figuur van Mark Uytterhoeven. Voetbal, en al zeker in Mechelen, leeft van tradities. 'De Mechelaar is lang niet trots geweest op zijn stad, het was twintig jaar geleden een nogal ruige omgeving. De club was wél altijd een baken van trots en licht. Dat zit er nog altijd in: als je vanuit de stad naar het stadion stapt, verandert er iets zodra je de Dijle oversteekt. Dan wordt elke Mechelaar blij. Het engagement voor de club komt dan weer voort uit onze woelige clubgeschiedenis. De Malinwasupporter voelt zich eigenaar van de club, en terecht. Alle eigenaars na de vereffening in 2003 hebben de club eigenlijk in bruikleen gekregen van de fans. 'Daarom was Propere Handen zo kwetsend. De club is destijds gered door knettergekke fans die alles gaven voor Malinwa. Mensen die daar 24/7 mee bezig waren, in sommige gevallen hun job on hold zetten of van deur tot deur geld gingen ophalen - dat heb ik zelf ook nog gedaan. De club werd in de jaren daarna ook gedragen door vrijwilligers. En dan vijftien jaar later wordt die erfenis - dat wat ons uniek maakt - te grabbel gegooid. Het binnenlaten van Olivier Somers en Dieter Penninckx was een fout, net zoals er een reukje zit aan de manier waarop de aandelen nadien van Somers naar Penninckx zijn gegaan. Maar mijn clubliefde werd er alleen maar sterker door. 'De onderlinge chemie in de kern, met lokale helden, met gasten die beseffen wat spelen voor KV Mechelen kan betekenen, is de verdienste van Tom Caluwé en Wouter Vrancken. Dat die ex-spelers van Malinwa de plak zwaaien, vind ik fantastisch. Net zoals Steven Defour die terugkeerde en hier nu zijn eerste stapjes in het trainersvak zet. Zoiets genereert trouwens vanzelf succes. Het is geen toeval dat het zo goed gaat onder Vrancken, die weet dat jongens als Sandy Walsh, Rob Schoofs of Nikola Storm boven zichzelf kunnen uitgroeien bij Mechelen.' 'De vonk sloeg helemaal over toen mijn stiefzoon in 1988 absoluut naar de Grote Markt wilde om de Europabeker mee te vieren en er zijn held Piet den Boer te zien. Dat heeft alles in gang gezet. Via een sponsor belandde ik dikwijls in de business seats van KV Mechelen en via Mark Uytterhoeven, die ik wel eens in mijn stamcafé Den Tilt tegenkwam, geraakte ik bij de supportersfederatie betrokken. Ik deed er jarenlang het secretariaat.'De voorbije jaren zette ik me vooral in voor de communitywerking van de club. Allerlei kleine acties voor Make-a-Wish - zoals spelerstruitjes laten handtekenen, spelers een aftrap laten geven - voetbal voor daklozen aanbieden of een bloeddonatie organiseren. Bij zulke acties merk je ook de impact die voetbal kan hebben: mensen kwamen bloed geven omdat dat in het stadion van de KaaVee plaatsvond, in een zetel met uitzicht op het veld. Of omdat ze zich dan deel voelden van een groter geheel. Dat aspect van voetbal wordt te weinig belicht. Dat verbindende, en de troost die het biedt. Vorig jaar is mijn man gestorven, maar naar KV Mechelen gaan helpt mij om dat verlies te verwerken. In een voetbalstadion beleef je de grote emoties, vreugde en verdriet, en dat doe je samen met de mensen rondom jou. 'Het typeert de Malinwasupporter ook dat hij altijd loyaal en positief blijft. Als het slecht gaat met de club, komen we nog massaler opdagen. Daarin plooien wij blijkbaar anders dan de meeste andere clubfans. Ik ga ook elke keer met de supportersbus mee op verplaatsing, net een schoolreis, met veel zingen en ambiance. Dankzij Malinwa leerde ik weer plezier maken na de dood van mijn man. Je kan er alles loslaten, ook mijn zware job als anesthesiste in het ziekenhuis van Jette. En zelfs daar merk ik hoe voetbal een sociale rol vervult: maak ik met de patiënten een praatje over het voetbal dan is het ijs meteen gebroken. 'Voetbal hangt voor mij ook samen met nostalgie. Voor veel supporters is dat zo, merk ik. Zelfs jongeren dwepen met de figuur van Lei Clijsters, onze eeuwige kapitein, terwijl ze die nooit bezig zagen. In die zin mis ik het oude stadion wel, maar oké, je wil als supporter ook dat je club evolueert. Het meest memorabele evenement zal altijd de redding in 2003 blijven, en dan vooral De Nacht van Malinwa in de Nekkerhal. Dat gevoel van: 'Wij gaan dat hier samen aanpakken!' Geen enkel evenement kan daar ooit aan tippen! Het is mijn droom om ooit nog eens zo'n feest te beleven.'