Thomas Didillon blaakt van zelfvertrouwen. Ga een uur met hem in discussie en je hebt bovendien de indruk dat hij de geheimen van zen heeft ontdekt.
...

Thomas Didillon blaakt van zelfvertrouwen. Ga een uur met hem in discussie en je hebt bovendien de indruk dat hij de geheimen van zen heeft ontdekt. Die zelfzekerheid - in België zou het geïnterpreteerd worden als Franse arrogantie - is voor Didillon gewoon een way of life. Ooit moest hij op kennismakingsgesprek gaan bij onze landgenoot José Riga, die net trainer was geworden van FC Metz. 'Een van de eerste vragen van Riga was: beschrijf jezelf. Hij wilde onze familiale situatie kennen, maar hij wilde volgens mij vooral weten wat we onder onze hersenpan hadden zitten', vertelt Didillon. 'Ik was nog jong, maar ik voelde mij op mijn gemak bij dat soort dialogen. Ik heb Riga vlakaf gezegd dat ik een goed seizoen achter de rug had bij Seraing en dat ik klaar was om te spelen. Ik zou hem tijdens de voorbereiding tonen dat ik de geschikte doelman was.' Dat seizoen werd Didillon door Riga gepromoveerd tot eerste keeper van Metz. 'De samenwerking met Riga heeft slechts zes maanden geduurd, maar ik bewaar er goede herinneringen aan. Hij heeft een uitgesproken visie en alles moet daarvoor wijken. Wel, ik heb veel respect voor mensen die ten koste van alles hun overtuiging blijven verdedigen.' Zonder ongelukken staat de 22-jarige Fransman zaterdag onder de lat tegen KV Kortrijk als vervanger van Matz Sels. Zijn eerste optreden in het Constant Vanden Stockstadion, tegen Rennes, was een voltreffer: hij maakte indruk met een paar afgemeten uittrappen en werd meteen in de armen gesloten door de supporters, Fransman of geen Fransman. 'Om het met een cliché te zeggen: ik werd aangetrokken door de grootsheid van Anderlecht. Ik heb al in België gespeeld. Ik wist dus welke uitstraling Anderlecht heeft en wat de draagwijdte van deze club is. Ik voelde meteen iets opborrelen toen mijn makelaar mij over Anderlecht sprak.' In welke mate heeft het discours van Hein Vanhaezebrouck jouw keuze beïnvloed? Thomas DIDILLON: ' Vanhaezebrouck had zijn huiswerk gemaakt. Ik vind het belangrijk dat een coach jou kent, dat hij weet hoe je speelt en dat hij zin heeft om je in de ploeg te integreren. Tijdens ons eerste gesprek heeft hij duidelijk geformuleerd wat hij van een doelman verwacht. Hij zei: ik ga zo voetballen en ik wil dat mijn doelman hoog staat en het spel goed leest.' Is er gesproken over een hiërarchie tussen de doelmannen? DIDILLON: 'Neen. Het is voor mij niet belangrijk dat er geen vaste pikorde is. De coach heeft mij weten te verleiden met zijn project. Ik kan mij voorstellen wat hij in mij ziet en ik kan mijn eigen kwaliteiten goed inschatten. Daarom wist ik dat we op dezelfde golflengte zaten. Al heeft hij mij niet gezegd dat ik het seizoen zou beginnen als nummer één. Zoveel te beter: het kan gevaarlijk zijn om aan een speler te zeggen: je hoeft je geen zorgen te maken, bij mij sta je altijd in de ploeg. Het zou mij storen om in zo'n comfortabele situatie te zitten. Ik wil elke dag laten zien dat ik beter ben dan mijn concurrenten.' Je hebt het met Vanhaezebrouck wellicht ook gehad over zijn driemansverdediging? DIDILLON: ( lacht) 'Zeg nooit tegen Vanhaezebrouck dat hij met vijf man achteraan speelt, want dat wordt hij gek! Voor mij is het systeem ook nieuw en ik merk dat er meer voor- dan nadelen zijn. Het zal een tijdje duren voor iedereen perfect begrijpt wat van hem verwacht wordt en op conditioneel vlak eist het zijn tol om telkens op een agressieve manier druk te zetten en een hoog blok op te stellen. Aan de andere kant vind ik het héél motiverend om te weten dat we met iets bezig zijn dat geen enkele andere ploeg ons nadoet. Weg van de platgereden paden. Waarom denk je dat we in de voorbereiding PSV en Ajax pijn hebben gedaan? Als de protagonisten van het team de spelopvattingen onder de knie hebben, zullen we ons rot amuseren. En ik hoop dat we de mensen ook zullen vermaken. Met mooi, maar bovenal efficiënt voetbal.' Je bent de afgelopen jaren in Frankrijk geen ploeg tegengekomen die op die manier voetbalde? DIDILLON: 'Toulouse voetbalde met drieën achterin tijdens de eerste periode onder Alain Casanova ( 2008 tot 2015, nvdr). PSG speelt min of meer ook zo wanneer ze een aanval opzetten. De flankspelers gaan bij de opbouw razendsnel hoog postvatten, de twee centrale verdedigers gaan breed en de verdedigende middenvelder komt tussen hen staan om de bal te vragen. In Frankrijk houden ze voor de rest van een klassieke line-up: een achterlijn met vier man en twee ankerpunten op het middenveld. Maar voor mij is een systeem iets flexibels. Het is de invulling ervan die zal bepalen hoe je speelt. De trainer geeft de sleutel aan de spelers en het is aan de spelers om zich de wedstrijdomstandigheden eigen te maken. Ik begrijp het als volgt: een systeem zorgt ervoor dat je kunt reageren op een obstakel dat door de tegenstander is gecreëerd.' Hoe moeilijk was het voor jou om Metz, de club waar je bent opgeleid, te verlaten? Is het nooit bij jou opgekomen om heel je carrière bij Metz te spelen? DIDILLON: 'Ik heb alles meegemaakt bij Metz. In het begin van de jaren 2000 ging ik naar de thuismatchen kijken met mijn broer en vader, ik heb er jaren gevoetbald en ik ben bij wijze van spreken opgegroeid tussen de muren van het opleidingscentrum. Ik zal opnieuw een cliché bovenhalen: Metz is mijn grote voetballiefde. Maar ik werd snel met de realiteit van die club geconfronteerd. Als je zoals Iker Casillas op je achttiende bij Real in doel staat, is het gemakkelijker om te zeggen dat je heel je carrière bij dezelfde club wilt blijven. Met de ambities die ik heb, kon ik niet bij Metz blijven plakken. De laatste vijftien jaar is er bijvoorbeeld geen enkele doelman die ook nog maar in aanmerking is kunnen komen voor een selectie bij de Franse nationale ploeg.' Ben je ontgoocheld dat je niet aan de slag kon gaan bij een hoger aangeschreven club in de Ligue 1? DIDILLON: 'Ik heb aanbiedingen gekregen uit Frankrijk, maar niet van clubs die te vergelijken zijn met Anderlecht. Mijn keuze was dus snel gemaakt.' Als Fransman blijft de Ligue 1 toch het summum? DIDILLON: 'Ik vind het een foute houding om je op te sluiten in een competitie. Mijn droom - of beter gezegd mijn doel - is om bij een topclub in de Bundesliga te spelen. Ik heb gevisualiseerd hoe mijn carrière er zou kunnen uitzien en voor mij was de stap naar een club als Anderlecht een vanzelfsprekendheid. Vooral het sportieve woog door. Bij Metz heb ik een keer voor promotie naar eerste klasse gespeeld, maar ik heb ook twee keer tegen de degradatie gevochten. Op mentaal vaak is dat heel vermoeiend. Het vrat nog meer aan mij omdat het mijn clubje was. Mijn dagelijkse context is nu veranderd: ik zal spelen om te winnen en niet uitsluitend om te overleven.' Vorig seizoen was er een van hangen en wurgen voor jou. Je verloor de concurrentiestrijd van Eiji Kawashima en daarna kreeg je te maken met een ernstige rugblessure. Hoe kijk je terug op dat seizoen? DIDILLON: 'Ik was niet blij, maar ik ben mij professioneel blijven gedragen omdat het clubbelang voorop stond. Uit dat bankzitten heb ik geleerd dat je niets mag beschouwen als een verworven recht. Onbewust ga je het kalmer aan doen als je weet dat je onaantastbaar bent.' Twee seizoenen geleden was jij doelman nummer één van Metz en de ploeg pakte toen 72 doelpunten. Leg eens uit hoe jullie erin zijn gebleven en zelfs op een veertiende plaats zijn geëindigd. DIDILLON: 'Het was een seizoen vol paradoxen. We waren tot het beste en het slechtste in staan. Tegen de toppers zetten we de sluizen op. Ik herinner mij een 0-7-thuisnederlaag tegen het Monaco van Mbappé, Bakayoko, Falcao en co. Het was afschuwelijk... Tegen onze rechtstreekse tegenstanders konden we wel gedisciplineerd spelen. Dat seizoen heb ik in totaal elf clean sheets verzameld. Omgerekend is dat één match op de drie. Soms vroeg ik mij dus af vanwaar die 72 tegendoelpunten kwamen. Maar voor een promovendus tellen enkel de punten. Je wint geen schoonheidsprijs door de beste verdediging van de competitie te hebben.' Maar een doelman kan niet tevreden zijn met 72 tegendoelpunten? DIDILLON: 'Ik identificeer mij met het collectief. Vandaar dat ik het mij niet zo erg heb aangetrokken. Voor het seizoen had ik voor die 72 tegendoelpunten getekend als ik zeker wist dat we niet zouden degraderen. Een ding moet ik wel toegeven: in die periode was ik vooral thuis onuitstaanbaar. Ik deed mijn uiterste best en toch kreeg ik om de zoveel tijd vijf, zes of zeven doelpunten binnen. Ja, ik heb toen vaak zitten vloeken. Ik was medeverantwoordelijk voor die doelpunten. Je speelt op een positie waar je je niet kunt omdraaien om te zeggen: het is de fout van de gast achter mij. Je staat er per definitie alleen voor.' Je begon te voetballen bij enkele kleine clubs uit Metz. Hoe ben je bij het grote FC Metz terechtgekomen? DIDILLON: 'Ik werd als kleine jongen in 2008 ontdekt op de jaarlijkse detectiedag van Metz, maar voetbal was geen prioriteit. Ik was lang niet zo voetbalgek als de rest van de familie - ik ben dus zonder veel ambitie naar Metz gegaan. Het idee om daar te voetballen vond ik leuk, maar ik hoefde niet zo nodig prof te worden. De opleiding was van een zeer hoog niveau en ik kreeg van de trainers een schop onder mijn kont wanneer het moest. Rond mijn veertiende kreeg ik een vormpiek en toen ben ik pas echt hard beginnen te werken. Ik was niet meer dat jongetje dat in de goal is gaan staan omdat er minder gelopen moest worden dan op het veld. Ik deed het niet slecht en ik mocht blijven staan. Dat is een beetje het standaardverhaal van veel doelmannen, niet? Maar ik heb er geen spijt van. Een doelman krijgt veel verantwoordelijkheden en dat gaat mij goed af. Het is alles of niets. Godzijdank stond ik al onder de lat toen Metz mij zag spelen. Anders zou ik hier nu niet hier staan.' Klopt het dat Metz jou heeft moeten pushen om in het voetbal te blijven? DIDILLON: ( knikt) 'Na het behalen van mijn baccalaureaat ( diploma middelbaar onderwijs in Frankrijk, nvdr) kwam het bestuur met een eerste profcontract opzetten. De heilige graal voor elke gamin in een opleidingscentrum. Ik moest een keuze maken tussen het voetbal en de universiteit. Ik heb een paar weken mijn hoofd gebroken over die beslissing. Uiteindelijk heb ik mijn brein uitgeschakeld en mijn hart gevolgd. Ik zal niet zeggen dat ik niet gemaakt was voor universitaire studies, maar ik had moeite om mij te verplaatsen in het leven van een student. ' Een voetballer met een baccalaureaat wordt meteen gezien als een intellectueel. Vind je dat oké? DIDILLON: ( monkellachje) 'Ben je een intellectueel omdat je in staat bent om te reflecteren over de maatschappij en geïnteresseerd bent in wat er rondom jou gebeurt? Ik zal eens beleefd lachen als iemand mij zo noemt.' Albert Cartier, een van jouw trainers bij Metz, had snel door dat je interesses zich niet tot het voetbal beperkten. DIDILLON: 'Het interesseert mij niet om louter als voetballer door het leven te gaan. Ik probeer mezelf te verrijken en ik wil begrijpen wat er gaande is in de wereld. Ik wil niet als een dwaas sterven. Ik lees dus veel boeken van Franse auteurs. Ik heb net een boek uitgelezen van Frédéric Lenoir. Petit Traité de vie intérieure. Nu ben ik bezig aan L'Ethique van Baruch Spinoza, een Nederlandse filosoof. Maar ik kan net zo goed gamen of op mijn tablet naar American football kijken. Je ziet: er lopen voetballers rond die filosofische boeken lezen. Het ene sluit het andere niet uit.' Met jouw tatoeages en posterboylook straal je iets anders uit dan wat je werkelijk bent. DIDILLON: 'Je m'en fous. Daar trek ik mij niets van aan. De mensen die mij kennen, weten beter. Misschien zijn er die na het lezen van dit interview zullen denken: die knaap is anders. Als ik de horizonten van sommige mensen kan verruimen, dan is dat goed meegenomen. Wij voetballers hebben nog steeds ons imago tegen. Terwijl er in de voetbalwereld niet meer dommeriken rondlopen dan elders. We zijn in de eerste plaats mensen. Elk met zijn eigen verhaal.'