Precies twee weken hebben de clubs nog om tijdens deze wintermercato hun kern te versterken. Veertien dagen om verkeerde inschattingen van vorige zomer recht te trekken, om te zoeken naar een naald in een hooiberg, om zich buitenlanders van tweede garnituur te laten aanpraten door makelaars, om het elftal te herschikken, met eventueel nieuwe fundamenten en een andere manier van voetballen.
...

Precies twee weken hebben de clubs nog om tijdens deze wintermercato hun kern te versterken. Veertien dagen om verkeerde inschattingen van vorige zomer recht te trekken, om te zoeken naar een naald in een hooiberg, om zich buitenlanders van tweede garnituur te laten aanpraten door makelaars, om het elftal te herschikken, met eventueel nieuwe fundamenten en een andere manier van voetballen. Als de transfermarkt op 31 januari sluit, staan er in de reguliere competitie nog zes speeldagen op het programma. Clubs die dan play-off 2 moeten spelen zijn eigenlijk weinig tot niets met die nieuwe spelers. In deze non-competitie komt het er vaak op aan om jongeren te laten doorstromen, om het eigen patrimonium te ontdekken. Nieuwe spelers verhinderen dat. Het typeert nog maar eens hoe er wordt gedacht: op korte termijn. Herbeginnen is het eeuwige credo in de voetbalsport. Bij AA Gent bijvoorbeeld stonden er voor de laatste competitiewedstrijd van 2017, op Anderlecht, twee spelers aan de aftrap van de ploeg die twee en een half jaar geleden kampioen werd. Een groteske stijlbreuk. Nochtans leek AA Gent in het begin van het seizoen klaar voor een nieuwe bestorming van de top, met een volledig eigen nieuw oefencomplex om de limieten te verleggen. Heel anders zag de wereld eruit voor de competitie begon. Zou de onervaren Ivan Leko zijn stempel kunnen drukken op het verjongde Club Brugge? Kon Sporting Charleroi een verlies aan stabiliteit opvangen? Hoe overleeft Antwerp het lastige beginprogramma, zou daar na een mislukte start niet snel paniek uitbreken? Slaagde Rúnar Kristinsson erin een vechtersmentaliteit te slijpen bij Lokeren? Was KV Oostende bij machte de campagne van het seizoen daarvoor te evenaren, ondanks het verlies van twee steunpilaren? Pleegde Philippe Clement geen zelfmoord door bij Waasland-Beveren aan de slag te gaan? Kon Francky Dury uit een verbrede en versterkte kern snel een nieuw elftal smeden bij Zulte Waregem? RC Genk sprak luidop van de top drie, met een prachtige driehoek op het middenveld en veel aanvallende opties. STVV en KV Mechelen mikten op play-off 1, net zoals Standard waar iedereen vol lof was over het voetbal dat in de voorbereidingsperiode werd opgevoerd, met veel agressiviteit en een hoge pressing en een trainer, Ricardo Sá Pinto, die perfect bij de ziel van de club leek te passen. KV Kortrijk had het over een rustige competitie na twee turbulente en wisselvallige seizoenen en Eupen zou opnieuw frivool voetballen, met veel doelpunten zoals het seizoen daarvoor, maar met minder tegengoals want het was verdedigend versterkt. En bij Excel Mouscron praatte trainer Mircea Rednic over een seizoen in de middenmoot, een uitspraak die net niet werd weggelachen. En dan is er Anderlecht, de kampioen. In het licht van de huidige gebeurtenissen hou je het niet voor mogelijk dat het voor de competitie de verwachting was dat trainer René Weiler de ploeg volgens zijn DNA zou laten voetballen. Met een grote, uitgebalanceerde kern moest de competitie na een forse kwaliteitsinjectie worden gedomineerd. Bij die aankopen, zo heette het, had Herman Van Holsbeeck snel gehandeld, zes maanden later heeft de manager zich kennelijk bij zijn vertrek neergelegd. Bij paars-wit baden velen in onzekerheid en die begint steeds meer te knagen. Geen bestuurder die op dit moment iets zal zeggen over de toekomst. Hoe ziet het organigram eruit als Marc Coucke op 1 maart voorzitter wordt, wie mag blijven, wie niet? Zo'n nervositeit moet uniek zijn in de geschiedenis van Anderlecht. Het brengt hier en daar verlammende onzekerheid met zich mee. Intussen moet Hein Vanhaezebrouck proberen de sportieve schade te beperken. In wat voor Anderlecht wel eens een overgangsseizoen zou kunnen worden. Heel anders dan het zes maanden geleden werd verwacht.