Op 26 maart, bijna dag op dag een maand geleden, is Luc Devroe in het stadion van OH Leuven een aandachtige toeschouwer tijdens de interland van de Jonge Duivels tegen Hongarije. Hij ziet hoe Landry Dimata, een speler die hij zelf uit de anonimiteit van Standard heeft gehaald, in de kijker loopt en vanop de stip de 3-0 maakt. Elias Cobbaut, die negentig minuten op de bank zit, en Senna Miangue, staan dan weer bovenaan de hitlijst om de linkerflank te versterken.. Het bezoek van Devroe aan Den Dreef is niet onschuldig. Hij is op zoek naar jong, Belgisch en betaalbaar talent om te anticiperen op de nieuwe regelgeving die er straks zit aan te komen: vanaf volgend seizoen moeten er minstens acht voetbal-Belgen op het scheidsrechtersblad staan. In dat opzicht is het team van beloftencoach Johan Walem een echte goudmijn. Het gevecht om de Belgen, een schaars goed in de Jupiler League, is dus begonnen. Daarom is een speler genre Cobbaut heel interessant voor Anderlecht: hij heeft niet de progressiemarge van een Dendoncker, maar hij zou zeker niet uit de toon vallen. En het is het soort transfer dat past in de toekomstvisie van Devroe. De geboren Brusselaar wil Belgen omringen met talentvolle buitenlanders en in zijn exclusieve zoektocht naar talent van eigen bodem maakt hij de komende dagen en weken ook een verplichte stop in de jeugdacademie van Anderlecht. Hij vindt het niet normaal dat er sinds Youri Tielemans en Dendoncker geen enkele jeugdspeler meer doorgebroken is in het Vanden Stockstadion.
...