Er is al wat inkt gevloeid over de totstandkoming van de beslissing van de Pro League, over de machtsverhoudingen binnen het orgaan en over de manier waarop de bewuste beslissing verantwoord wordt tegenover de benadeelde partijen Waasland-Beveren, OHL en Beerschot. Daaruit blijkt toch een zekere wereldvreemdheid van de beleidsmakers van de Pro League, die niet stilstaan bij de huidige nationale regelgeving in het kader van het coronavirus.

De Pro League duidde dus ook KVC Westerlo aan als eventuele promovendus, voor het geval OHL en Beerschot:

1) voor 31 mei aanstaande geen akkoord bereikten over het exacte tijdstip van de terugwedstrijd van de 1B-promotiefinale;

2) deze terugwedstrijd niet effectief speelden voor 7 augustus 2020.

Hierbij wordt het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 flagrant met de voeten getreden. Dat besluit houdt de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken in.

Even ter herinnering, verboden zijn: samenscholing van meer dan 2 personen, onder andere voor recreatieve en sportieve zaken, tenzij hierop een uitzondering werd voorzien (bijvoorbeeld: enkel training met max 20 man + trainer en met een afstand van 1,5 meter); uit- en inreisverbod tot minstens 3 juni 2020 voor niet-essentiële doeleinden en een verbod op alle amateur- en beroepssportwedstrijden tot 31 juli 2020.

De Pro League treedt de Belgische wet met de voeten.

Zonder te oordelen of de beslissing van de Pro League formeel rechtsgeldig tot stand is gekomen, is deze beslissing zonder meer tegen de wet. De Pro League verplicht namelijk Beerschot en OHL om de coronamaatregelen te overtreden en zet hen zelfs aan om misdrijven te plegen.

Wanneer de voorzitter van de Pro League suggereert om de wedstrijd dan maar te spelen in het buitenland, vergeet hij een essentieel gegeven: sportwedstrijden worden gespeeld door beroepsvoetballers met een arbeidsovereenkomst. Al deze arbeidsovereenkomsten zijn onderworpen aan de Belgische wetgeving. Of de speler een wedstrijd in het buitenland speelt of niet maakt in se niets uit. Gelet op het Ministerieel Besluit van 23 maart en volgende, mogen hun werkgevers hen niet verplichten deel te nemen aan werkzaamheden die verboden zijn of waar social distancing niet gerespecteerd kan worden. Bijgevolg zijn zelfs trainingen, waar er contacten mogelijk zijn en social distancing niet nageleefd kan worden, in uitvoering van een arbeidsovereenkomst discutabel.

Uit een omzendbrief NR 06/2020 van het college van procureurs-generaal bij de hoven van beroep, blijkt het vervolgingsbeleid in welke zaken parketten bij niet naleving van de COVID-19-maatregelen, zoals het niet respecteren van onder andere social distancing. Overtreders kunnen worden gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden en/of een geldboete van 27 tot 1500 euro te vermeerderen met factor 8. In dezelfde omzendbrief wordt er speciaal aandacht gevraagd om op grond van art. 127-132 van het Sociaal Strafwetboek op te treden tegen werkgevers die COVID-19-maatregelen niet naleven ten aanzien van hun werknemers.

Het is te hopen dat niemand van de spelers in de voorbereiding op de bewuste wedstrijd, tijdens de wedstrijd zelf of na de wedstrijd besmet geraakt met het coronavirus en gezondheidsschade lijdt. Want in dat geval kijken de bestuurders van OHL en Beerschot tegen verzwarende omstandigheden aan, waarbij ze een gevangenis riskeren van 6 maanden tot 3 jaar en een geldboete van 600 euro (x8) tot 6000 euro (x8).

Ook de spelers hebben in uitvoering van hun arbeidsovereenkomst verplichtingen om deze COVID-19-maatregelen op te volgen. Als zij dat niet doen, riskeren zij een ontslag om dringende redenen en kan de werkgever alle schade die hierdoor werd veroorzaakt op hen verhalen (1). Stel je voor dat een speler spuugt in de richting van een persoon in zijn omgeving. Dan kan hij daarvoor zelfs strafrechtelijk vervolgd worden op basis van art. 328 bis van het Strafwetboek.

Het aanzetten tot het overtreden van de rechtsregels is een fout in de zin van art. 1382 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, zodat de Pro League aansprakelijk kan worden gesteld voor alle schade die voortvloeit uit deze onwettige beslissing.

De Pro League verplicht Beerschot en OHL om de coronamaatregelen te overtreden en zet hen zelfs aan om misdrijven te plegen.

Tot zeker 31 juli 2020 blijven sportcompetities verboden, zodat elke wedstrijd voor deze datum strijdig is met het dwingend recht en bij elke organisator een strafrechtelijke verantwoordelijkheid doet ontstaan.

In het geval dat het verbod op sportwedstrijden niet wordt verlengd, zal de bewuste terugwedstrijd plaats moeten vinden in de periode van 1 augustus tot en met 6 augustus 2020. Zelfs als de betrokken clubs overeenkomen om de wedstrijd te spelen in het weekend van 1 en 2 augustus wordt het voor hen een moeilijke oefening. Omdat de regels van social distancing niet kunnen worden gerespecteerd op trainingen waarin duels worden aangegaan of waarbij in wedstrijdvormen wordt geoefend.

Gaan Beerschot en OHL in quarantaine geplaatst worden als iemand van de spelersgroep tijdens de voorbereiding op de wedstrijd besmet geraakt?

Zelfs al zou de wedstrijd gespeeld worden in het enige mogelijke weekend, dan zal elke rechter moeten vaststellen dat er geen redelijke termijn is gegeven om de wedstrijd te organiseren, voor te bereiden en te spelen. Ook dan zou een rechter kunnen oordelen dat de bewuste beslissing niet voldoet aan de zorgvuldigheidsnorm, waardoor de Pro League nog steeds aansprakelijk blijft en de schade moet herstellen.

Het staat de schadelijders toe om deze schade in natura te laten herstellen, wat erop neerkomt dat de respectievelijke clubs beschikken over een potentieel vorderingsrecht om toegelaten te worden tot 1A of om alle financiële kosten te verhalen. Aangezien beide clubs een kans maken om te promoveren naar 1A, maar de voorwaarden om deze kans te vervullen in strijd zijn met de Belgische wetgeving, zou een rechtbank kunnen bevelen om beide clubs te laten stijgen omdat hen een redelijke kans werd ontnomen.

Ook de beslissing om desnoods KVC Westerlo te laten promoveren gaat in tegen de wetgeving.

De beslissing om desnoods KVC Westerlo te laten promoveren staat dan weer haaks op het vigerend reglement 2019-2020 - Boek P/Profvoetbal - Titel 15: kampioenschappen, 2 en 3. Aangezien alle voorziene 28 wedstrijden gespeeld waren voor maart 2020, is de competitie in 1B afgesloten en wordt overeenkomstig het bondsreglement (art. 3 van boek P) de kampioen aangeduid nadat de twee periodekampioenen een heen- en een terugwedstrijd hebben gespeeld.

Op geen enkele wijze wordt bepaald dat de ploeg met de meeste punten in het eindklassement kampioen is of in normale omstandigheden tot kampioen kan worden uitgeroepen. Conform art. 3.4 van boek P kan slechts de ploeg die het hoogst gerangschikt werd in de eindrangschikking van het kampioenschap, KVC Westerlo dus, tot kampioen worden uitgeroepen indien beide periodekampioenen niet aan de voorwaarden (licentievoorwaarden en geen transferverbod) voldoen om te stijgen.

Hierdoor staat het mijns inziens vast dat deze beslissing strijdig is met de reglementen die goedgekeurd waren voor het seizoen 2019-2020. Het is een juridische evidentie dat reglementen voor een bepaald seizoen niet kunnen worden gewijzigd na afloop van het seizoen.

De kans is groot dat in de huidige coronacrisis rechters de Pro League op haar wettelijke verplichtingen zullen willen wijzen en zullen tussenkomen in dergelijk geschil.

Het feit dat de sportclubs volgens de reglementen van de bond niet mogen procederen voor een Belgische rechtbank staat al jaren op gespannen voet met het rechtsgevoel van vele sportieve rechtsonderhorigen. De kans is groot dat in de huidige coronacrisis rechters de Pro League op haar wettelijke verplichtingen zullen willen wijzen en zullen tussenkomen in dergelijk geschil.

Wanneer in deze coronatijd burgers gewezen worden op hun burgerzin en bestraft worden wanneer zij zich misdragen, zou het mijns inziens een uitermate slecht signaal zijn wanneer de procureurs-generaal hun eigen vervolgingsbeleid niet zouden toepassen en in deze zaak niet ingrijpen of geen controles zouden uitvoeren tijdens de voorbereidingen op de clubs.

Het niet respecteren van de COVID-19-maatregelen en het aanzetten tot sociaalrechtelijke misdrijven lijkt me een brug te ver, zelfs voor de heerschappen in de Belgische voetbalwereld.

Er is al wat inkt gevloeid over de totstandkoming van de beslissing van de Pro League, over de machtsverhoudingen binnen het orgaan en over de manier waarop de bewuste beslissing verantwoord wordt tegenover de benadeelde partijen Waasland-Beveren, OHL en Beerschot. Daaruit blijkt toch een zekere wereldvreemdheid van de beleidsmakers van de Pro League, die niet stilstaan bij de huidige nationale regelgeving in het kader van het coronavirus.De Pro League duidde dus ook KVC Westerlo aan als eventuele promovendus, voor het geval OHL en Beerschot:1) voor 31 mei aanstaande geen akkoord bereikten over het exacte tijdstip van de terugwedstrijd van de 1B-promotiefinale;2) deze terugwedstrijd niet effectief speelden voor 7 augustus 2020.Hierbij wordt het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 flagrant met de voeten getreden. Dat besluit houdt de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken in. Even ter herinnering, verboden zijn: samenscholing van meer dan 2 personen, onder andere voor recreatieve en sportieve zaken, tenzij hierop een uitzondering werd voorzien (bijvoorbeeld: enkel training met max 20 man + trainer en met een afstand van 1,5 meter); uit- en inreisverbod tot minstens 3 juni 2020 voor niet-essentiële doeleinden en een verbod op alle amateur- en beroepssportwedstrijden tot 31 juli 2020.Zonder te oordelen of de beslissing van de Pro League formeel rechtsgeldig tot stand is gekomen, is deze beslissing zonder meer tegen de wet. De Pro League verplicht namelijk Beerschot en OHL om de coronamaatregelen te overtreden en zet hen zelfs aan om misdrijven te plegen.Wanneer de voorzitter van de Pro League suggereert om de wedstrijd dan maar te spelen in het buitenland, vergeet hij een essentieel gegeven: sportwedstrijden worden gespeeld door beroepsvoetballers met een arbeidsovereenkomst. Al deze arbeidsovereenkomsten zijn onderworpen aan de Belgische wetgeving. Of de speler een wedstrijd in het buitenland speelt of niet maakt in se niets uit. Gelet op het Ministerieel Besluit van 23 maart en volgende, mogen hun werkgevers hen niet verplichten deel te nemen aan werkzaamheden die verboden zijn of waar social distancing niet gerespecteerd kan worden. Bijgevolg zijn zelfs trainingen, waar er contacten mogelijk zijn en social distancing niet nageleefd kan worden, in uitvoering van een arbeidsovereenkomst discutabel.Uit een omzendbrief NR 06/2020 van het college van procureurs-generaal bij de hoven van beroep, blijkt het vervolgingsbeleid in welke zaken parketten bij niet naleving van de COVID-19-maatregelen, zoals het niet respecteren van onder andere social distancing. Overtreders kunnen worden gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden en/of een geldboete van 27 tot 1500 euro te vermeerderen met factor 8. In dezelfde omzendbrief wordt er speciaal aandacht gevraagd om op grond van art. 127-132 van het Sociaal Strafwetboek op te treden tegen werkgevers die COVID-19-maatregelen niet naleven ten aanzien van hun werknemers.Het is te hopen dat niemand van de spelers in de voorbereiding op de bewuste wedstrijd, tijdens de wedstrijd zelf of na de wedstrijd besmet geraakt met het coronavirus en gezondheidsschade lijdt. Want in dat geval kijken de bestuurders van OHL en Beerschot tegen verzwarende omstandigheden aan, waarbij ze een gevangenis riskeren van 6 maanden tot 3 jaar en een geldboete van 600 euro (x8) tot 6000 euro (x8).Ook de spelers hebben in uitvoering van hun arbeidsovereenkomst verplichtingen om deze COVID-19-maatregelen op te volgen. Als zij dat niet doen, riskeren zij een ontslag om dringende redenen en kan de werkgever alle schade die hierdoor werd veroorzaakt op hen verhalen (1). Stel je voor dat een speler spuugt in de richting van een persoon in zijn omgeving. Dan kan hij daarvoor zelfs strafrechtelijk vervolgd worden op basis van art. 328 bis van het Strafwetboek.Het aanzetten tot het overtreden van de rechtsregels is een fout in de zin van art. 1382 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, zodat de Pro League aansprakelijk kan worden gesteld voor alle schade die voortvloeit uit deze onwettige beslissing.Tot zeker 31 juli 2020 blijven sportcompetities verboden, zodat elke wedstrijd voor deze datum strijdig is met het dwingend recht en bij elke organisator een strafrechtelijke verantwoordelijkheid doet ontstaan. In het geval dat het verbod op sportwedstrijden niet wordt verlengd, zal de bewuste terugwedstrijd plaats moeten vinden in de periode van 1 augustus tot en met 6 augustus 2020. Zelfs als de betrokken clubs overeenkomen om de wedstrijd te spelen in het weekend van 1 en 2 augustus wordt het voor hen een moeilijke oefening. Omdat de regels van social distancing niet kunnen worden gerespecteerd op trainingen waarin duels worden aangegaan of waarbij in wedstrijdvormen wordt geoefend.Gaan Beerschot en OHL in quarantaine geplaatst worden als iemand van de spelersgroep tijdens de voorbereiding op de wedstrijd besmet geraakt?Zelfs al zou de wedstrijd gespeeld worden in het enige mogelijke weekend, dan zal elke rechter moeten vaststellen dat er geen redelijke termijn is gegeven om de wedstrijd te organiseren, voor te bereiden en te spelen. Ook dan zou een rechter kunnen oordelen dat de bewuste beslissing niet voldoet aan de zorgvuldigheidsnorm, waardoor de Pro League nog steeds aansprakelijk blijft en de schade moet herstellen.Het staat de schadelijders toe om deze schade in natura te laten herstellen, wat erop neerkomt dat de respectievelijke clubs beschikken over een potentieel vorderingsrecht om toegelaten te worden tot 1A of om alle financiële kosten te verhalen. Aangezien beide clubs een kans maken om te promoveren naar 1A, maar de voorwaarden om deze kans te vervullen in strijd zijn met de Belgische wetgeving, zou een rechtbank kunnen bevelen om beide clubs te laten stijgen omdat hen een redelijke kans werd ontnomen.De beslissing om desnoods KVC Westerlo te laten promoveren staat dan weer haaks op het vigerend reglement 2019-2020 - Boek P/Profvoetbal - Titel 15: kampioenschappen, 2 en 3. Aangezien alle voorziene 28 wedstrijden gespeeld waren voor maart 2020, is de competitie in 1B afgesloten en wordt overeenkomstig het bondsreglement (art. 3 van boek P) de kampioen aangeduid nadat de twee periodekampioenen een heen- en een terugwedstrijd hebben gespeeld. Op geen enkele wijze wordt bepaald dat de ploeg met de meeste punten in het eindklassement kampioen is of in normale omstandigheden tot kampioen kan worden uitgeroepen. Conform art. 3.4 van boek P kan slechts de ploeg die het hoogst gerangschikt werd in de eindrangschikking van het kampioenschap, KVC Westerlo dus, tot kampioen worden uitgeroepen indien beide periodekampioenen niet aan de voorwaarden (licentievoorwaarden en geen transferverbod) voldoen om te stijgen. Hierdoor staat het mijns inziens vast dat deze beslissing strijdig is met de reglementen die goedgekeurd waren voor het seizoen 2019-2020. Het is een juridische evidentie dat reglementen voor een bepaald seizoen niet kunnen worden gewijzigd na afloop van het seizoen. Het feit dat de sportclubs volgens de reglementen van de bond niet mogen procederen voor een Belgische rechtbank staat al jaren op gespannen voet met het rechtsgevoel van vele sportieve rechtsonderhorigen. De kans is groot dat in de huidige coronacrisis rechters de Pro League op haar wettelijke verplichtingen zullen willen wijzen en zullen tussenkomen in dergelijk geschil. Wanneer in deze coronatijd burgers gewezen worden op hun burgerzin en bestraft worden wanneer zij zich misdragen, zou het mijns inziens een uitermate slecht signaal zijn wanneer de procureurs-generaal hun eigen vervolgingsbeleid niet zouden toepassen en in deze zaak niet ingrijpen of geen controles zouden uitvoeren tijdens de voorbereidingen op de clubs. Het niet respecteren van de COVID-19-maatregelen en het aanzetten tot sociaalrechtelijke misdrijven lijkt me een brug te ver, zelfs voor de heerschappen in de Belgische voetbalwereld.