'Wij zijn de besten!' Het is een uitspraak die je zo uit de mond van Louis van Gaal of een andere noorderbuur hoort rollen. Wij, Belgen, zijn bescheidener en wagen ons liever niet aan dat soort snoeverij.

Maar intussen zijn wij wel de besten, en dat al sinds 20 september 2018. Dat is de dag dat we de nummer 1-positie op de FIFA-ranking grepen en sindsdien lieten we die niet meer los. Eerder waren we dat ook al eventjes van november 2015 tot maart 2016. Alleen Brazilië en Spanje kunnen een langer parcours op de hoogste trede van het FIFA-podium voorleggen.

Maar zet even de 11 miljoen inwoners van België tegenover de 50 miljoen van Spanje en de 211 miljoen van Brazilië en u begrijpt: dit is een mirakel.

Of om het met de woorden van de Amerikaanse nieuwszender CNN samen te vatten: hoe is het in godsnaam mogelijk dat een van de kleinere landen ter wereld zo'n topteam op de been heeft gebracht in de meest populaire sport op de planeet?

Zoals in clubverband

Het antwoord op die vraag is niet alleen een kwestie van opleiding en toeval, maar ook van een lange voorgeschiedenis. 'We kennen elkaar al heel lang', legt Thibaut Courtois uit aan CNN. 'Ik speel bijvoorbeeld al tegen Lukaku sinds we 12 à 13 jaar zijn. Dat is dus al zo goed als de helft van mijn leven. Als we samenkomen, zijn we een groep vrienden.'

'Ik weet nog dat de mensen zegden toen we naar ons eerste WK in Brazilië gingen: 'Hoe gaan de spelers zich gedragen na één maand samen zijn? Zullen er problemen zijn tussen hen?' Maar dat was niet het geval, omdat we elkaar heel goed kennen. We gaan samen golfen, we kaarten samen en we spelen samen PlayStation.'

'We kennen elkaar door en door', vult Lukaku aan. 'Samen voetballen in een team is gemakkelijker als je elkaar al vele jaren kent.'

Het maakt dat de spelers bij de Belgische nationale ploeg echt aan elkaar hangen, zoals je dat normaal gezien alleen in clubverband meemaakt.

Bont allegaartje

Maar dé sleutel van het succes van de Rode Duivels ligt misschien wel in de diversiteit van de groep. Bij de spelers gaat dat van een Brusselse dandy over een Congolese migrantenzoon tot een West-Vlaamse boerenjongen.

Maar die verscheidenheid vind je ook terug in de technische staf: een Spanjaard (Roberto Martínez) werkt er samen met een Fransman (Thierry Henry), een Schot (Shaun Maloney) en een Engelsman (Luke Benstead).

Bij welke andere nationale ploeg vind je die waaier aan nationaliteiten? We hebben het even opgeteld: in het nationale team en de omkadering zijn elf landen vertegenwoordigd. Yannick Carrasco heeft Spaanse en Portugese roots, door de aderen van Axel Witsel stroomt bloed uit Martinique, Jeremy Doku heeft een Ghanese achtergrond, en ga zo maar door.

Dit bont allegaartje werd tot voor kort overigens gerund door een bondsvoorzitter die geboren is in Teheran.

Grootste wapen

Als je in het buitenland de politieke situatie in België probeert uit te leggen, zijn de meeste toehoorders met verstomming geslagen. Hoe complex is dat?

'We zijn een vreemd land', merkt Courtois op bij CNN. 'We hebben een Nederlandstalig gedeelte, een Franstalig en een Duitstalig. Het is natuurlijk niet gemakkelijk om samen een natie te vormen, maar ik denk dat dat juist de mooie kant van België is.'

De Rode Duivels zijn misschien wel het mooiste voorbeeld dat het Belgisch compromis, waarover soms nogal lacherig gedaan wordt, wérkt.

Ook Roberto Martínez, sinds 2016 aan de slag als Belgisch bondscoach, is daarvan overtuigd: 'Ik denk dat de diversiteit misschien wel het grootste wapen is in onze kleedkamer. Je krijgt altijd verschillende inzichten en verschillende oplossingen.'

Martínez voegt eraan toe: 'Ik zie in België kinderen die drie of vier talen spreken en het is ongelooflijk hoe open ze zijn. De Belg wil zich altijd ten dienste stellen van de groep. Ik zou zeggen dat dat de grootste kracht is van de Belgische voetballer: hij komt een kleedkamer binnen en probeert van waarde te zijn. Er is geen culturele barrière.'

'Je moet uit je comfortzone komen', zegt Lukaku aan CNN. 'De spelers bij de nationale ploeg hebben dat gedaan om carrière te maken. We hebben een risico genomen en dat is hoe voetbal zou moeten zijn.'

'Wij zijn de besten!' Het is een uitspraak die je zo uit de mond van Louis van Gaal of een andere noorderbuur hoort rollen. Wij, Belgen, zijn bescheidener en wagen ons liever niet aan dat soort snoeverij. Maar intussen zijn wij wel de besten, en dat al sinds 20 september 2018. Dat is de dag dat we de nummer 1-positie op de FIFA-ranking grepen en sindsdien lieten we die niet meer los. Eerder waren we dat ook al eventjes van november 2015 tot maart 2016. Alleen Brazilië en Spanje kunnen een langer parcours op de hoogste trede van het FIFA-podium voorleggen. Maar zet even de 11 miljoen inwoners van België tegenover de 50 miljoen van Spanje en de 211 miljoen van Brazilië en u begrijpt: dit is een mirakel. Of om het met de woorden van de Amerikaanse nieuwszender CNN samen te vatten: hoe is het in godsnaam mogelijk dat een van de kleinere landen ter wereld zo'n topteam op de been heeft gebracht in de meest populaire sport op de planeet?Het antwoord op die vraag is niet alleen een kwestie van opleiding en toeval, maar ook van een lange voorgeschiedenis. 'We kennen elkaar al heel lang', legt Thibaut Courtois uit aan CNN. 'Ik speel bijvoorbeeld al tegen Lukaku sinds we 12 à 13 jaar zijn. Dat is dus al zo goed als de helft van mijn leven. Als we samenkomen, zijn we een groep vrienden.''Ik weet nog dat de mensen zegden toen we naar ons eerste WK in Brazilië gingen: 'Hoe gaan de spelers zich gedragen na één maand samen zijn? Zullen er problemen zijn tussen hen?' Maar dat was niet het geval, omdat we elkaar heel goed kennen. We gaan samen golfen, we kaarten samen en we spelen samen PlayStation.''We kennen elkaar door en door', vult Lukaku aan. 'Samen voetballen in een team is gemakkelijker als je elkaar al vele jaren kent.'Het maakt dat de spelers bij de Belgische nationale ploeg echt aan elkaar hangen, zoals je dat normaal gezien alleen in clubverband meemaakt.Maar dé sleutel van het succes van de Rode Duivels ligt misschien wel in de diversiteit van de groep. Bij de spelers gaat dat van een Brusselse dandy over een Congolese migrantenzoon tot een West-Vlaamse boerenjongen.Maar die verscheidenheid vind je ook terug in de technische staf: een Spanjaard (Roberto Martínez) werkt er samen met een Fransman (Thierry Henry), een Schot (Shaun Maloney) en een Engelsman (Luke Benstead). Bij welke andere nationale ploeg vind je die waaier aan nationaliteiten? We hebben het even opgeteld: in het nationale team en de omkadering zijn elf landen vertegenwoordigd. Yannick Carrasco heeft Spaanse en Portugese roots, door de aderen van Axel Witsel stroomt bloed uit Martinique, Jeremy Doku heeft een Ghanese achtergrond, en ga zo maar door.Dit bont allegaartje werd tot voor kort overigens gerund door een bondsvoorzitter die geboren is in Teheran.Als je in het buitenland de politieke situatie in België probeert uit te leggen, zijn de meeste toehoorders met verstomming geslagen. Hoe complex is dat?'We zijn een vreemd land', merkt Courtois op bij CNN. 'We hebben een Nederlandstalig gedeelte, een Franstalig en een Duitstalig. Het is natuurlijk niet gemakkelijk om samen een natie te vormen, maar ik denk dat dat juist de mooie kant van België is.'De Rode Duivels zijn misschien wel het mooiste voorbeeld dat het Belgisch compromis, waarover soms nogal lacherig gedaan wordt, wérkt. Ook Roberto Martínez, sinds 2016 aan de slag als Belgisch bondscoach, is daarvan overtuigd: 'Ik denk dat de diversiteit misschien wel het grootste wapen is in onze kleedkamer. Je krijgt altijd verschillende inzichten en verschillende oplossingen.'Martínez voegt eraan toe: 'Ik zie in België kinderen die drie of vier talen spreken en het is ongelooflijk hoe open ze zijn. De Belg wil zich altijd ten dienste stellen van de groep. Ik zou zeggen dat dat de grootste kracht is van de Belgische voetballer: hij komt een kleedkamer binnen en probeert van waarde te zijn. Er is geen culturele barrière.''Je moet uit je comfortzone komen', zegt Lukaku aan CNN. 'De spelers bij de nationale ploeg hebben dat gedaan om carrière te maken. We hebben een risico genomen en dat is hoe voetbal zou moeten zijn.'