Dit artikel verscheen, zoals hieronder, in Sport/Voetbalmagazine van 1 mei 2019
...

Jubelend stormden de Genkse spelers zaterdagavond om kwart over tien naar het goed gevulde uitvak in de Ghelamco Arena. De meegereisde supporters juichten een mooie mix toe van alle ingrediënten voor het Limburgse succes: de eigen talenten Leandro Trossard en Bryan Heynen; de buitenlanders die jong werden aangetrokken en nu in de belangstelling staan van grote buitenlandse clubs, zoals Sander Berge en Roeslan Malinovski; een zeldzame, in België gekochte ervaren speler als Sébastien Dewaest; plus de enkele buitenlandse voetballers die ouder waren dan 24 toen Genk ze haalde, zoals doelman Danny Vukovic. Gemiddeld 25 jaar oud was het Genkse team dat zaterdagavond KAA Gent klopte (0-1). Alleen keeper Vukovic is een dertiger. Zes van de elf spelers die in Gent aan de aftrap kwamen, zijn jonger dan 25. Al een aantal jaar hanteert Genk een aantal vaste regels bij het samenstellen van zijn spelerskern. Samengeteld vormen ze een formule die een garantie is voor succes. Van de 29 spelers met wie KRC Genk deze competitie aanvatte, kwamen er acht uit de eigen opleiding. Van de 25 huidige kernspelers zijn dat er zeven, onder wie twee doelmannen. Twee eigen jonkies zijn basisspeler: Trossard en Heynen. Ook Casper De Norre, in eigen huis opgeleid maar na enkele omwegen voor veel geld (4 miljoen?) naar huis teruggehaald, komt vaak aan spelen toe, terwijl Dries Wouters regelmatig invalt. In zijn dertigjarig bestaan leidde KRC Genk tachtig Belgische voetballers op die prof zijn geworden. Tien van die tachtig (onder wie Dennis Praet en Yannick Carrasco) verlieten Genk voor ze het eerste elftal haalden, nog eens 38 anderen haalden de Genkse A-kern. Achttien door Genk opgeleide spelers werden minstens één keer opgeroepen voor de Rode Duivels. Op het voorbije WK in Rusland zaten negen spelers die een deel van hun opleiding in de jeugdacademie van KRC Genk kregen: bij de Rode Duivels waren dat Kevin De Bruyne, Thibaut Courtois, Yannick Carrasco, Koen Casteels, Timothy Castagne, Divock Origi en Christian Benteke. Bij Servië speelde Sergej Milinkovic-Savic, bij Nigeria Wilfred Ndidi. Wat een contrast met de beginjaren uit het Genkse verhaal is dat. Tot begin jaren negentig kwamen bescheiden Nederlandse clubs als Fortuna Sittard en MVV bij Genk jonge talenten weghalen. 'Wij hadden daar geen verhaal tegen', zegt Roland Breugelmans, directeur van de jeugdacademie. 'Nu gaan alleen nog de jongens die bij ons niet mogen blijven daarnaartoe.' De eerste stap in de omgekeerde beweging, het naar Limburg halen van Belgisch talent uit andere provincies, werd gezet bij de oprichting van de Genkse academie in 2002, toen de Genkse jeugd verhuisde van de krakkemikkige velden in Winterslag naar Waterschei. Kevin De Bruyne die bij Gent niet meer verder kon, verkoos in 2005 Genk boven Club Brugge. De kers op de taart was de bouw van de hypermoderne academie, in 2013 officieel geopend onder de naam Jos Vaessen Talent Academy. Eigen jongeren aan een vaste stek helpen in het eerste elftal wordt steeds moeilijker naarmate de sportieve lat hoger komt te liggen. De afgelopen acht jaar eindigde KRC Genk vijf keer in de top vijf. Zo werd vorige zomer getreurd toen eigen talent Siebe Schrijvers naar Club Brugge vertrok. Dat Club drie miljoen betaalde, was een schrale troost. Genks ambitie is om eigen spelers en jong buitenlands talent door te verkopen aan buitenlandse clubs. Op dit moment zijn dat nog middenmoters uit de vijf topcompetities, genre Lazio, Leicester City of Atalanta Bergamo, op termijn beoogt het zijn talenten rechtstreeks te verkopen aan de absolute topclubs. De tijd dat men blij was Bart Goor of Kara Mbodji aan een Belgische topclub als Anderlecht te kunnen verkopen, is voorbij. Genk zit niet langer in geldnood en voelt niet de behoefte om de concurrentie in eigen land sportief beter te maken. In tegenstelling tot andere clubs uit de G5 vraagt Genk niet aan enkele bevriende makelaars om uit te kijken naar koopjes. Het selecteert zelf de profielen die men wil, en vervolgens gaan sportief directeur Dimitri de Condé en de vijf Belgische scouts onder leiding van hoofdscout Dirk Schoofs aan de slag. Toen De Condé in maart 2015 het plunje van jeugdtrainer ruilde voor dat van sportief directeur, werden daar vraagtekens bij gezet. Wat kon zo'n onervaren man zonder makelaarsnetwerk gaan doen? Heel wat, zo blijkt, nu De Condés gebrek aan netwerk bij de makelaars net een troef is gebleken. Hij is daardoor niemand buiten de eigen club iets verschuldigd. In eerste instantie moeten De Condé en Schoofs bij hun speurwerk de deur niet uit, dankzij Wyscout, een professionele website met data en beelden van spelers van over heel de wereld, en SciSports, een Nederlands bedrijf dat beschikt over een enorme databank met gegevens van voetballers wereldwijd. Altijd speurt men naar technisch begaafde spelers met een goeie balaanname, die vervolgens besproken worden in de sportieve commissie. Wanneer op die manier een buitenlandse speler in the picture komt, wordt die vervolgens live gescout door Schoofs of De Condé. Zo trok De Condé afgelopen zomer naar Colombia om Jhon Lucumí zelf aan het werk te zien en met hem te praten. Lucumí moest bij Genk de naar Sampdoria vertrokken Omar Colley vervangen. De Gambiaan had een typisch Genktraject achter de rug. In augustus 2016 op zijn 23e aangekocht bij een Zweedse eersteklasser voor 1,7 miljoen, en twee jaar later voor 7 miljoen verkocht aan de Italiaanse middenmoter. Tel uit uw winst. In de huidige kern zitten maar twee spelers die Genk in het buitenland weghaalde toen ze al ouder waren dan 24. Dat zijn doelman Vukovic en de Japanse international Junya Ito die begin februari net voor zijn 26e verjaardag gehuurd werd met een optie tot aankoop. Buitenlands talent heeft een aanpassingsperiode nodig, terwijl het wel de bedoeling blijft om ze pas na een paar jaar van de hand te doen, liefst na twee à drie jaar. Het maakt dat Genk geduld heeft met zijn buitenlandse talenten. Ook met de Deense spits Marcus Ingvartsen, vorig jaar op zijn 21e gekocht voor meer dan vier miljoen euro en algemeen beschouwd als de duurste inkomende transfer ooit. 'De prijs die we voor een speler betalen, staat niet altijd in verhouding met zijn onmiddellijk rendement, maar wel met zijn kwaliteiten', vertelde voorzitter Peter Croonen daar vorige week nog over, toen de situatie van Ingvartsen ter sprake kwam. 'Wij geloven nog altijd in Marcus' kwaliteiten.' Bij voorkeur rekruteert Genk in Scandinavië. Spelers die daar hun waarde bewezen hebben, zijn makkelijk inpasbaar, leerde het verleden. Dat mag wat kosten. 'Wij durven flink wat geld te investeren in jong buitenlands talent', zegt De Condé. 'Voor Sander Berge bijvoorbeeld mocht het wat kosten. Een aanzienlijk bedrag voor een 18-jarige die nog maar vier maanden voetbalde in de Noorse eerste klasse.' Dit seizoen dokte KRC Genk volgens transfermarkt.be voor zes spelers twee miljoen euro of meer neer. Daarvoor wijkt het steeds verder uit. 'We zijn verplicht om verder te gaan zoeken, want in Europa wordt jong talent onbetaalbaar', aldus nog steeds De Condé. 'Ook in pakweg Polen durft men al zeven miljoen te vragen voor een jong talent.' Anderhalf jaar geleden kwam Junya Ito in het vizier van De Condé en Schoofs. Toen Thomas Buffel vertrok, wilden ze de Japanse middenvelder halen, maar dat was niet bespreekbaar bij diens club. Pas na de degradatie van Kashiwa Reysol eind vorig jaar kon het wel, want een international in de tweede klasse, dat vinden ze in Japan geen goeie zaak. Zo kon Genk hem in februari toch huren, met een optie tot aankoop. 'Mijn sterkte is dat ik niet zo snel opgeef', noemt De Condé zijn voornaamste kwaliteit. 'Als ik een speler absoluut wil, ga ik daar ver in. Noem het net niet stalken.' Hetzelfde gebeurde met Malinosvki. 'Met hem zijn we zes maanden bezig geweest. Pas in de tweede fase wilde Donetsk hem verhuren, maar niet verkopen.' Later, toen de middenvelder al bij Genk speelde, kon toch een verkoop geregeld worden. Vandaag is Malinovski niet alleen de centrale man bij Genk, maar ook een topper bij de nationale ploeg van Oekraïne. Een jaarlijks tekort van acht miljoen dat moet weggewerkt worden door de verkoop van één of twee spelers, dat was het lot van Genk tot voor vijf jaar. Met de verkoop van de transferrechten voor Milinkovic-Savic creëerde Genk anderhalf jaar geleden voor zichzelf een interessante financiële buffer waardoor het de voorbije twee jaar niemand meer moest verkopen als het dat niet echt wilde. Met een eigen vermogen van 47,2 miljoen euro en drie jaar naeen een positieve balans is de club financieel stabiel. Met de verkoop van Thibaut Courtois in 2011 en Kevin De Bruyne in 2012 zette KRC Genk zichzelf op de kaart als leverancier van supertalenten aan de topcompetities, maar daarna had het een paar jaar te weinig talent om in het buitenland te verzilveren. Net voor zijn vertrek als sportief directeur in 2014 verkocht Dirk Degraen voor bijna acht miljoen de Frans/Senegalese verdediger Kalidou Koulibaly - Genk had hem twee jaar eerder voor 1,3 miljoen euro weggehaald bij FC Metz - aan Napoli. Afgelopen zomer weigerde de eigenaar van Napoli, de steenrijke filmproducent Aurelio De Laurentiis, een bod van een Engelse topclub op de voormalige Genkse verdediger ten bedrage van honderd miljoen euro. Te weinig, vond hij. Vorige zomer hield Lazio Milinkovic-Savic in Rome, ook al beweerde voorzitter Claudio Lotito dat hij hem voor 100 miljoen had kunnen verkopen. Twee jaar geleden kocht Lazio de volledige transferrechten op de speler die in 2015 de mijnclub had verlaten. Achttien miljoen euro zou Genk in totaal ontvangen hebben voor een speler die het een jaar eerder voor één miljoen haalde. Twee jaar geleden liet Genk in de winter ook de Jamaicaan Leon Bailey en de Nigeriaan Ndidi vertrekken voor veel geld. Bailey kent nu een dipje, maar was vorig seizoen met Leverkusen een revelatie in de Bundesliga. En Ndidi stond vanaf dag één vast in de ploeg bij Leicester City in de Premier League. 'De sterkte van ons verhaal is dat de jongens die we aan betere competities verkochten daar ook spelen', stelt Dimitri de Condé vast. Toen Sander Berge in januari 2017 voor de Limburgse club koos, kon hij Genk niet eens aanduiden op de kaart. 'Wat mij overtuigde, was het sportief plan dat Genk me voorlegde', zegt de Noorse international. Sindsdien kon Berge in elke mercato vertrekken, maar hij bleef in Genk. Vorige lente overtuigde Genk op die manier ook Leandro Trossard om een nieuw contract te tekenen, toen hij in de belangstelling stond van tal van andere, meer gerenommeerde clubs. In de overeenkomst nam hij de uitdaging aan om eerst nog een volledig seizoen op niveau te presteren en met Genk mee te dingen voor een prijs. Dit jaar kan hij weg, als de juiste club opdaagt die de juiste prijs betaalt. 'Als we zo'n plan opmaken, houden we ons daar ook aan', zegt voorzitter Croonen voorin in dit nummer. Toen Thibaut Courtois in 2011 na de titel vertrok, had Genk geen sportief plan B. De laatste jaren is daar hard aan gewerkt. Ook nu zegt De Condé klaar te zijn: 'Wij hebben een schaduwteam met minstens drie namen op elke positie waar iemand deze zomer kan vertrekken.'