Voor voetbalsupporters is dit in vele opzichten de mooiste tijd van het jaar. De favoriete ploeg kan (nog) niet verliezen en dagelijks kan je op zoek gaan naar het laatste transfernieuws. Bij elke overgang, ook al is het meestal een totaal onbekende naam, is er de hoop dat een witte raaf werd gestrikt en dat de geliefde kleuren een knalseizoen te wachten staat. Zelfs uitgaande transfers brengen een lach op het gelaat van de fans, want de vergoedingen zijn zo hoog (Tielemans, Ndidi, Meïté, Dimata, Vanlerberghe) dat ze doen dromen van nieuwe topaankopen.
...

Voor voetbalsupporters is dit in vele opzichten de mooiste tijd van het jaar. De favoriete ploeg kan (nog) niet verliezen en dagelijks kan je op zoek gaan naar het laatste transfernieuws. Bij elke overgang, ook al is het meestal een totaal onbekende naam, is er de hoop dat een witte raaf werd gestrikt en dat de geliefde kleuren een knalseizoen te wachten staat. Zelfs uitgaande transfers brengen een lach op het gelaat van de fans, want de vergoedingen zijn zo hoog (Tielemans, Ndidi, Meïté, Dimata, Vanlerberghe) dat ze doen dromen van nieuwe topaankopen. Elke clubleiding pakt dezer dagen uit met ronkende pr-teksten. De verwachtingen zijn enorm. Het grote doel is de titel, minstens play-off 1 en niemand, maar dan ook niemand, zal degraderen. Het doet denken aan een nieuw lief: alles is nieuw, alles is mooi, want het is nog te vroeg om de negatieve kantjes te zien. Ook al weet je dat die er ongetwijfeld zijn. Hetzelfde geldt voor de nieuwe aankopen. Het aantrekken van de duurste voetballer ter wereld (Paul Pogba) is geen garantie op succes en zelfs de duurste voetballer op onze velden (de Roemeen Stanciu van Anderlecht) kan meer op de bank dan het veld verblijven. Maar voorlopig is alle transfernieuws rozengeur en maneschijn. Ook al weten we dat de hele transferhandel enige parallellen vertoont met mensenhandel en dat heel wat maffiose figuren er rijk van worden. Het beeld dat onlangs dankzij Football Leaks naar buiten kwam, was weinig fraai. Zo zou de Nederlands-Italiaanse voormalige pizzabakker Mino Raioli 49 miljoen euro verdiend hebben aan de overstap van Pogba van Juventus naar Manchester United. Voor sporteconoom Stefan Kesenne voldoende aanleiding om twee weken terug in De Tijd nog eens te pleiten voor de afschaffing van het transfersysteem. Volgens de Antwerpse professor emeritus is de handel in spelers verantwoordelijk voor de steeds grotere kloof tussen de absolute topclubs en de subtoppers, omdat die laatste wel de hoge spelerssalarissen kunnen betalen, maar niet de exorbitante transferprijzen. Kesenne pleit voor spelerscontracten van één tot maximum drie jaar, die slechts met instemming van beide partijen kunnen worden verbroken. Als dat eenzijdig gebeurt, zou de speler een tijdlang geschorst worden, in het andere geval zou een club met puntenverlies of zelfs degradatie gesanctioneerd worden. Het klinkt heel mooi en ik ben geen econoom, maar loop lang genoeg in het voetbal rond om te weten dat het zo niet werkt. Als er morgen niet meer moet betaald worden om een speler aan te trekken, gaan clubs als Real Madrid, Barcelona, PSG, Manchester United en City daar niet onder lijden. Integendeel. Ze gaan nog meer uitgeven aan spelerssalarissen, zodat deze jongens - die nu al walgelijk veel verdienen - even ongrijpbaar blijven voor bescheidener teams. Kesenne heeft naar mijn gevoel ook ongelijk als hij stelt dat het hele transfersysteem alleen de topclubs ten goede komt. Als Anderlecht, Club Brugge of AA Gent steeds hogere bedragen (4 miljoen euro is het nieuwe normaal) uitgeven voor nieuwe spelers komt dat omdat ze volle kassa's hebben door het verhandelen van hun grootste talenten. 'Trickle down economics' werkt niet in het echt, maar wel in het voetbal. Het transfersysteem moet niet verdwijnen, maar wel flink worden bijgestuurd. Om te beginnen moet er strenge regelgeving komen voor makelaars, zodat die het voetbal niet langer kunnen leegzuigen. De voetbalmarkt zou ook veel meer ten gunste van de basis van de voetbalpiramide moeten werken. Daar kan Europa misschien inspiratie voor vinden bij de Chinezen. De overheid besliste daar dat van nu af de transfersom moet verdubbeld worden en dat het extra geld in een fonds voor grassroots-voetbal terechtkomt. Dat zou niet alleen de transferwoede van de sjeiks uit Qatar en de oligarchen uit Rusland temperen, maar vooral veel perspectieven openen. Denk maar eens aan wat onze clubs uit provinciale zouden kunnen doen met de transfersommen van jongens als Tielemans en co.