Is er een trainer die op een meer onbewogen manier door de geschiedenis van Antwerp stapte dan Guy Thys? De Antwerpenaar trainde de oudste club van het land tussen 1973 en 1976. Hij deed dat op de manier waarop hij later ook de nationale ploeg leidde: Thys gaf mensen de indruk dat hij naar hen luisterde, maar deed toch zijn goesting. Niet op een brutale manier, maar wel tactvol, met een grap, met een kwinkslag. Dat lee...

Is er een trainer die op een meer onbewogen manier door de geschiedenis van Antwerp stapte dan Guy Thys? De Antwerpenaar trainde de oudste club van het land tussen 1973 en 1976. Hij deed dat op de manier waarop hij later ook de nationale ploeg leidde: Thys gaf mensen de indruk dat hij naar hen luisterde, maar deed toch zijn goesting. Niet op een brutale manier, maar wel tactvol, met een grap, met een kwinkslag. Dat leerde hij bij... Antwerp. Guy Thys moest daar werken met Eddy Wauters als voorzitter. Zoals bekend geen gemakkelijke man. Elke zaterdagochtend belde hij en wilde dan tot in de kleinste details weten wat er in de week was gebeurd. Hij informeerde dan ook altijd naar de samenstelling van de ploeg. Thys wist dat Wauters het absoluut niet begrepen had op Jos Heyligen, nochtans een vaardige middenvelder. Toen hij in zijn derde seizoen bij Antwerp op de tweede plaats stond en op een dag weer eens de ploeg gaf, met daarin Heyligen, kon Wauters zich niet meer beheersen. Hij vroeg hoe lang Heyligen nu nog zou opgesteld worden omdat Antwerp al het hele seizoen met tien man speelde. Toen antwoordde Thys onbewogen: 'We zijn al twee jaar achter elkaar tweede met tien man. Ik ga het echt niet wagen om met elf te spelen.' Zo ging Thys met iedereen om. Ook met spelers, zoals Louis van Gaal, die zichzelf boven iedereen verheven voelden. Een andere markante trainer was George Kessler, die bij Antwerp twee keer aan de slag was. Hij viel vooral op door de plannen die hij ontwikkelde om een nieuw stadion te bouwen. Tevergeefs probeerde hij Eddy Wauters te overtuigen. Hij had zelfs het hele financieringsplan uitgewerkt. In zijn bureau zat Kessler constant gebogen over de maquette die hij van het stadion had laten maken. Een voetbaltempel naar het model van de Amsterdam Arena, met 32.000 plaatsen. Spelers durfden het bureau van Kessler niet te passeren. Ze werden steevast binnengeroepen. Niet om over de volgende wedstrijd te praten, maar om over het stadionproject van gedachten te wisselen. Tenslotte stierven die plannen een stille dood. Eddy Wauters vond dat Kessler te groot dacht.