'De beste manier om spelers op te leiden, is in een professionele academie met een internaat en geïntegreerd onderwijs. Zowel in de Essevee Soccer Academie als in de Jean-Marc Guillou Academie heerste er een pure opleidingscultuur: individueel leren om samen te voetballen. Het was een cultuur van veeleisendheid. De intentie was: elk bal moet juist zijn. De opleiding was niet gericht op het winnen van een competitiewedstrijd in het weekend, maar op het resultaat van de dagelijkse vooruitgang. De focus lag er op het opbouwen van vertrouwen op basis van de ontwikkeling van vaardigheden. Zulke jongens weten wat ze kunnen en zijn niet afhankelijk van wat er rondom hen gebeurt. Dat is hun grote sterkte. Want de vraag blijft hoe dan ook: hoe kun je een wedstrijd winnen? Door te voetballen toch? Toch niet door met de scheids bezig te zijn, tijd te rekken, schwalbes te doen en ellebogen uit te delen?
...

'De beste manier om spelers op te leiden, is in een professionele academie met een internaat en geïntegreerd onderwijs. Zowel in de Essevee Soccer Academie als in de Jean-Marc Guillou Academie heerste er een pure opleidingscultuur: individueel leren om samen te voetballen. Het was een cultuur van veeleisendheid. De intentie was: elk bal moet juist zijn. De opleiding was niet gericht op het winnen van een competitiewedstrijd in het weekend, maar op het resultaat van de dagelijkse vooruitgang. De focus lag er op het opbouwen van vertrouwen op basis van de ontwikkeling van vaardigheden. Zulke jongens weten wat ze kunnen en zijn niet afhankelijk van wat er rondom hen gebeurt. Dat is hun grote sterkte. Want de vraag blijft hoe dan ook: hoe kun je een wedstrijd winnen? Door te voetballen toch? Toch niet door met de scheids bezig te zijn, tijd te rekken, schwalbes te doen en ellebogen uit te delen? 'Het is wel belangrijk dat een speler een club kiest die binnen zijn spelcultuur past. Als ik bijvoorbeeld naar Oympique Lyon ga kijken, zie ik dat alles daar gebaseerd is op skills en op samenspel. Spelers investeren er elke dag in zichzelf en rijden er allemaal met een Hyundai van de club. Iemand als Jason Denayer past daar perfect in. Hoeveel volk er ook in de tribunes zit en wat er ook gebeurt: hij voelt er zich even comfortabel als destijds in de tent van de JMG Academie, juist omdat hij er zoveel investeerde in zijn technische opleiding en zijn handelingssnelheid. 'Opleiden gaat om spelend leren kijken, keuzes leren maken en techniek functioneel leren gebruiken. Het gaat om plezier halen uit het pure spel, uit heel eenvoudige situaties die je stapsgewijs opbouwt; om ervaren wat ploegspel in zijn zuiverste vorm inhoudt, zonder invloed van externe omstandigheden. In mijn opleidingsfilosofie wordt er zelfs niet onderling gecoacht, omdat het binnen die visie een teken van zwakte is. Want als je iemand moet coachen, wil dat zeggen dat hij niet weet wat hij moet doen. De intentie moet zijn dat hij het zelf weet. Dus leer je spelers met behulp van aangepaste oefenvormen zelf optimaal waar te nemen, elkaar zonder woorden te begrijpen, in eender welke situatie aan te voelen. Het coachen van een ploegmaat die iets niet ziet, komt er later bij. Maar als je elkaar in de opleiding continu gaat coachen, maak je spelers mentaal lui.' 'Wat we in ons profvoetbal missen, zijn spelers die snel, vinnig én vaardig zijn. Ik zie vooral taakgerichte voetballers. Dat komt omdat er te weinig geïnvesteerd wordt in opleiding en jeugdspelers te vroeg beknot worden omdat ze in een tactisch keurslijf gestopt worden. Terwijl iedereen zit te wachten op jongens die out of the box denken. Ooit vroeg ik Francky Dury in een persoonlijk gesprek over voetbal wat hij doet met intuïtieve spelers. Hij zei: 'Die moet je anders aanpakken: deels laten meedenken maar ook de vrijheid geven om hun kwaliteit ten volle uit te kunnen spelen.' Voor mij was dat belangrijk om te horen. 'De ideale wereld van de jeugdopleiding ziet er helemaal anders uit dan de wereld die nu in het elitevoetbal is uitgetekend. Tot 12 jaar zou het één grote kinderspeeltuin moeten zijn, dus zonder competitiematchen, maar met een veld vol uitdagingen, kleine partijtjes, dribbelcircuitjes en veel andere leuke dingen. Daarna begin je met vier tegen vier en dat breid je stapsgewijs uit. Ik zou zeker tot en met 16 jaar acht tegen acht spelen. De kritiek van sommigen is dat ze dan nog elf tegen elf moeten beginnen leren spelen, maar dat is geen nadeel. Het weegt alleszins niet op tegen het grote pluspunt dat ze tot die leeftijd volop konden blijven investeren in hun skills, handelingssnelheid en mentale weerbaarheid. Want waaruit bestaat de weerstand tegen druk? Die ligt in de veeleisendheid, in de spelsituaties en de tijdsdruk, in de bekwaamheid en de kwaliteit. 'Op 16, 17 jaar is er nog voldoende tijd om elf tegen elf te leren spelen. Hoe ze op een corner precies moeten staan, is veel makkelijker aan te leren dan op dat moment nog je techniek en snelheid van handelen te moeten optrekken naar het niveau dat in het profvoetbal vereist is. Je mag van een jeugdspeler ook niet verwachten dat hij vanaf de eerste dag dat hij bij de A-kern komt alles juist doet. Ik ben zelf verdediger geweest en stel vast dat veel profs op een voorzet nog altijd verkeerd opgesteld of ingedraaid staan. Dat is allemaal een gebrek aan opleiding. Ik ben ervan geschrokken dat jeugdspelers die al jaren elf tegen elf spelen de basisprincipes van verdedigen niet beheersen. Ik bedoel zaken als: wat moet ik doen als de bal overwaait naar de tweede paal, hoe moet ik mij daarop instellen, waar moet ik naar kijken en waar moet ik lopen? Die details werden hen niet meegegeven. Daar is ook geen tijd voor, want doorgaans zitten die jongens de hele dag op school en moeten ze zich haasten om 's avonds anderhalf uur te kunnen trainen. 'Nogmaals: er is méér nodig om jonge spelers effectief klaar te stomen. Waar het in jeugdopleiding om gaat, is de wedstrijdvorm elf tegen elf ontrafelen tot in de kleinste facetten en die perfectioneren. In een professionele academie met wekelijks twintig trainersuren is dat mogelijk. Het elitecompetitievoetbal is een omgeving waar ik niet dezelfde perfectie kon vragen als in een academiecultuur. 'Ik deed voormalig Vlaams topsportmanager Ivo Van Aken ooit het voorstel om in elke provincie een opleidingscentrum uit te tekenen en daar spelers bij elkaar te brengen om hen er buiten competitie op hoog niveau op te leiden. Dat lijkt mij een goed plan. Nu is het allemaal te veel versnipperd en is er een enorme roulatie van spelers tussen clubs. Zo gebeurt het al in Luxemburg, vernam ik onlangs: van maandag tot en met vrijdag volgen talenten er een trainingsschema van de federatie en in het weekend gaan ze een wedstrijd spelen met hun club. 'Dit seizoen coachte ik een tijd de U18 en dan stel je vast dat in die competitie alles al in het teken staat van het winnen van die wedstrijd op zaterdag. Dat is dus absoluut niet mijn filosofie, omdat ik een opleider ben en jeugdspelers probeer voor te bereiden op profvoetbal door hen daarvoor de nodige bagage mee te geven. Die is gebaseerd op het verwerven van een perfecte techniek en een enorme handelingssnelheid. Maar in de U18-elitecompetitie zag ik vooral veel kracht, ploegen die beloften opstellen om play-off 1 te kunnen spelen, zich aanpassen aan de tegenstander, na zestig minuten tijd beginnen te winnen én ik zag ook ouders die langs de lijn staan te schreeuwen. Het is een wereld waarmee ik mij nooit zal kunnen vereenzelvigen. Dit gaat niet meer om opleiden, maar om prestige. 'Bij de jeugd play-off 1 in het leven roepen, vergroot het probleem nog: het doel is nu meer dan ooit winnen en daarvoor worden goeie spelers aan de kant gezet, talenten die zich zo niet meer verder kunnen ontwikkelen. Het prestige brengt de individuele ontwikkeling in het gedrang en dat is een groot probleem. Volwassenenvoetbal vind ik de enige omgeving waarin het resultaat belangrijk is. In een opleiding is het enige resultaat dat telt de individuele progressie en de doorstroming naar de eerste ploeg. De rest is bijzaak. 'Ik ben niet tegen competitiewedstrijden in de opleiding, integendeel: ik ben daar voor, omdat je zo de natuurlijke winnaars naar boven haalt. Maar ik ben geen voorstander van de formats zoals ze nu aan de verschillende leeftijden worden aangeboden. Het probleem is dat die wedstrijden op te grote ruimtes worden gespeeld, wat de handelingssnelheid en de kwaliteit van het spel niet ten goede komt.' 'In de huidige cultuur wordt er later gedebuteerd. Voor mijn generatie was het makkelijker om op jonge leeftijd door te breken. Sindsdien is het profvoetbal almaar veeleisender geworden. Er is zelfs een VAR bij moeten komen omdat het niet meer controleerbaar was en dan loopt het soms toch nog fout. De financiële belangen zijn veel groter geworden en dat zorgt ervoor dat je als jonge speler zonder sterke persoonlijkheid onder druk kunt komen te staan van de entourage. Aan ouders en coaches om hen vanaf heel jonge leeftijd al bepaalde normen en waarden mee te geven, want later is dat nog moeilijk te corrigeren. 'Het zijn alleen nog grote uitzonderingen als Youri Tielemans, Theo Bongonda en Yari Verschaeren die debuteren op 17 of 18 jaar. De meeste anderen breken tegenwoordig maar door op 21, 22, 23 jaar. Dat betekent dat er veel meer geduld aan de dag gelegd moet worden en dat er veel meer en veel langer geïnvesteerd moet worden in de opleiding van die jongens om hen voetbalkundig, fysiek en mentaal te vervolmaken. Helaas is het geduld van de clubs niet zo groot. Ze willen snel rendement en dat gaat ten koste van de verdere ontwikkeling van spelers. 'In het klassieke opleidingssysteem heeft een speler elk jaar een andere trainer. Dan is het voor die coaches ook moeilijk om in te schatten hoe het parcours van een jeugdspeler zou kunnen verlopen, welk geduld je moet opbrengen en welke input en prikkels je moet geven. Want het gaat met ups en downs. In de meeste opleidingen is dat lange proces niet aanwezig. Het is pijnlijk om te zien hoeveel talent er aan de kant geduwd wordt.' 'Er ontbreekt ook een goeie omgeving tussen opleiding en echte competitie om jonge spelers te laten ervaren wat betaald voetbal is. Daar wordt te weinig in geïnvesteerd. Beloftewedstrijden zijn veredelde oefenwedstrijden. Beter zou zijn de belofteploegen in de amateurreeksen te laten spelen. Veel jonge spelers zouden voor hun ontwikkeling beter bij een eerste elftal van een club in de eerste of de tweede amateurreeks gaan spelen, om daar in een competitieve mannenwereld te voelen wat een kleedkamer is en eens uitgekafferd te worden door een aanvoerder van dertig. Nu stokt het stapsgewijze proces vaak een beetje eens ze in de beloftewerking komen. 'Ik stel vast dat er dikwijls een discrepantie bestaat tussen de dromen van een jonge speler en zijn omgeving en de eisen van het moderne profvoetbal. De jeugd is minder weerbaar geworden tegen die veeleisendheid, lijkt mij, omdat het leven voor hen virtueler is geworden en de dingen makkelijker bereikbaar zijn. Dat is ook de feedback die ik daarover van collega's krijg: je kunt niet meer zoveel van hen vragen qua passie, discipline, professionaliteit. Onlangs zag ik na een wedstrijd de moeder van een U17-international zowaar de tas van haar zoon dragen. Ik vind dat een catastrofe. Want om te overleven, moet je heel sterk op je benen staan en het is dikwijls op dat vlak dat het fout gaat: qua onafhankelijkheid en zelfredzaamheid. 'Er wordt bij de jeugd veel gedroomd, maar de kans op slagen staat niet in verhouding tot al die dromen en toch blijft iedereen gefocust op: het gaat mij lukken! Ik zeg heel vaak tegen spelers: blijf gewoon elke dag investeren in jezelf, train goed, studeer goed en verzorg je goed. De rest is daarvan het gevolg. Maar er wordt te veel gefocust op later. De huidige realiteit is dat 99 procent géén prof wordt. Er zijn momenten dat het beter is wat meer te focussen op de studies en wat minder te trainen. Maar doorgaans gebeurt dat dan niet door de druk om de basisplaats niet te verliezen. Terwijl het daar in een opleiding nog helemaal niet om zou mogen gaan.'