December 2020: Donald Trump verkondigt luid allerhande complottheorieën vanuit the Oval Office, Diego Maradona is pas begraven en de terugkeer van supporters naar het voetbalstadion is nog een vage illusie. Gevoetbald wordt er wel, ook aan Den Dreef in Leuven. Het is op het einde van dit bizarre jaar dat de Red Flames hun ticket voor Euro 2022 binnenhalen. Dat EK zou normaal gezien al in 2021 gespeeld worden, maar net als bij de mannen moeten ook de vrouwen een jaartje wachten om hun strijd om de Europese titel te betwisten.
...

December 2020: Donald Trump verkondigt luid allerhande complottheorieën vanuit the Oval Office, Diego Maradona is pas begraven en de terugkeer van supporters naar het voetbalstadion is nog een vage illusie. Gevoetbald wordt er wel, ook aan Den Dreef in Leuven. Het is op het einde van dit bizarre jaar dat de Red Flames hun ticket voor Euro 2022 binnenhalen. Dat EK zou normaal gezien al in 2021 gespeeld worden, maar net als bij de mannen moeten ook de vrouwen een jaartje wachten om hun strijd om de Europese titel te betwisten. Voor de Red Flames is het de tweede keer op rij dat ze zich plaatsen voor een EK. Die prestatie doet vergeten dat de Belgische vrouwen het WK in 2019 misliepen nadat ze werden uitgeschakeld in de play-offs. Er heerst zelfs een zekere euforie rond de ploeg, want de Flames blijven maar stijgen op de FIFA-ranglijst en bereiken met een 17e plaats hun beste ranking ooit (op de jongste ranglijst staan ze op plaats 19). Sinds de kwalificatie speelde het team van bondscoach Ives Serneels geen enkele wedstrijd meer met inzet. Tussen de overtuigende overwinning tegen Zwitserland en de verplaatsing naar de Baltische Zee, waar de Red Flames de WK-kwalificatie aanvatten met een wedstrijd tegen Polen, kregen Tessa Wullaert, Laura De Neve en co slechts zes vriendschappelijke wedstrijden om hun niveau te peilen. Tegen soms duidelijk sterkere tegenstandsters - Nederland, Duitsland, Noorwegen en Spanje, landen die historisch gezien bij de absolute top behoren - had je de indruk dat België niet meer was dan een sparringpartner. 'Dat was niet onze bedoeling vooraf, maar we kwamen wel weer met onze voetjes op de grond terecht', gaf Janice Cayman toe de dag na de zware 1-6-thuisnederlaag tegen Europees kampioen Nederland. Het verdict was zwaar, maar net als het verlies tegen Duitsland, Noorwegen en Spanje ook niet meer dan logisch. Bij die landen voetballen allemaal profspeelsters, terwijl de meeste Belgische internationals hun tijd nog moeten verdelen tussen voetbal en werk of studies. De vraag rijst dan ook of dit België zijn plafond bereikt heeft. Kan deze generatie nog meer behalen dan wat nu het geval is met speelsters die verplicht zijn om in het buitenland te gaan voetballen als ze zich 100 procent op hun sport willen concentreren? Zo verhuisde Tine De Caigny, de Gouden Schoen van 2020, deze zomer van Anderlecht naar Hoffenheim. 'Je kan altijd progressie maken,' zegt Wullaert, kapitein bij de Red Flames, 'maar ja, er zijn ook grenzen aan de tijd die we aan het voetbal kunnen spenderen. Er zijn maar 24 uur op een dag en je moet nog tijd maken om te rusten, zowel fysiek als mentaal, en je gezin of familie te zien. Sommige mensen beseffen blijkbaar niet dat we niet allemaal profspeelsters zijn en vergelijken ons met Nederland. Ergens beschouwen we dat als een compliment, maar we weten ook dat ze daar tien jaar voorliggen op ons. Het zou niet normaal zijn, mocht er geen kloof bestaan tussen ons en zulke landen.'Volgens Marie Minnaert, middenveldster bij Club Brugge en iemand met een steeds belangrijkere rol bij de nationale ploeg, ligt de oplossing in de eerste plaats bij een professionalisering van de Super League, de Belgische hoogste afdeling waar 68 procent van de internationals (cijfers van de laatste selectie) voetballen. 'We zouden als speelsters meer rust moeten kunnen inbouwen. Dat zou ons enorm vooruithelpen, maar op dit moment is het onmogelijk', aldus de studente voedingsleer. De ambitie van de Belgische voetbalbond is om bij de beste acht landen van Europa te behoren tegen 2024. Op dit moment bezetten de Red Flames de elfde plaats. De tijd van tactische probeersels - zoals een defensie met drie centraal in de weliswaar gewonnen wedstrijd tegen Ierland in april - is voorbij. Ook voor alweer een nieuwe vuurdoop - nochtans met enkele aangename verrassingen, zoals OHL-speelsters Hannah Eurlings en Amber Tysiak - is het niet langer het moment. Vanaf nu is het 'voor echt', om Minnaert te parafraseren. 'Het is fijn om weer dit soort wedstrijden te spelen', meent Janice Cayman. 'Het is ons doel om ons te kwalificeren voor het WK en op die manier het vrouwenvoetbal in België nog wat meer onder de aandacht te brengen.' Het zou voor de Belgische vrouwen alleszins de eerste keer zijn dat ze het WK halen. Vier dagen na de wedstrijd tegen Polen staat al de tweede kwalificatiewedstrijd op het programma. De nationale vrouwenploeg ontvangt dan Albanië in het Koning Boudewijnstadion. Voor de Red Flames een hernieuwde kennismaking met de supporters, die voor het laatst een thuiswedstrijd konden bijwonen in november 2019. Zij zouden het team, minder dan tien maanden voor de start van het EK in Engeland, dat extra duwtje in de rug kunnen geven dat misschien wel nodig is nadat het enthousiasme wat getemperd werd door de mindere prestaties in de laatste wedstrijden. 'Daardoor weten we wel waar we staan als collectief en waaraan we nog moeten werken om vooruitgang te boeken. Ondanks die nederlagen is het vertrouwen in eigen kunnen zeker intact gebleven'. Ik maak me dus geen zorgen over de toekomst', klinkt het bij Cayman. Over waarin die vooruitgang gemaakt moet worden, is Minnaert duidelijk: 'Sneller denken, sneller spelen, elke keer een stapje voor zijn op de tegenstander.' De eerste ploeg waartegen dat moet gebeuren, is dus Polen, 29e op de FIFA-ranking. De jongste vijftien jaar verloren de Red Flames niet meer tegen de Poolse vrouwen, een ideale opponent dus om de vlam weer aan te wakkeren.