Sombere tijden zijn het voor de supporters van Standard. Dan willen ze zich weleens onderdompelen in een glorieus verleden. Veel hoeven ze daarvoor niet te doen. Wie naar Standard gaat, kijkt op de gevel van Sclessin nog steeds naar de beeltenis van Roger Claessen, de roemrijke spits die door de aanhang werd verkozen tot de Speler van de Eeuw. Het is voor hen een vlucht uit de rauwe werkelijkheid.

Roger Claessen was het levende symbool van de golden sixties. Hij scoorde vanuit alle mogelijke posities en had een uitzonderlijke veerkracht. Claessen beschikte over een techniek die hij steeds verfijnde en boog op een natuurlijk charisma. Het maakte van hem een icoon. Maar Claessen was ook een playboy die door zijn buitensporige manier van leven nooit het maximum uit zijn carrière haalde, een begenadigd voetballer op wie niemand vat kreeg. Claessen had een niet te stillen drang naar avontuur. Als hij gedronken had, viel er met hem geen land te bezeilen. Hij belandde eens in de gevangenis omdat hij een politie-inspecteur hardhandig had aangepakt.

Het schaadde zijn populariteit niet. Integendeel zelfs. Toen Roger Claessen medio 1968 naar het Duitse Alemannia Aachen werd getransfereerd, als eerste Belg in de Bundesliga, trokken er voor de thuiswedstrijden 4000 supporters de grens over. Het leek wel een bedevaart. Met Claessen als aanvalsleider werd Alemannia tijdens het seizoen 1968/69 tweede, na Bayern München. Intussen speelt de traditieclub in vierde klasse, in een moderne arena met 33.000 plaatsen.

In oktober zal het 35 jaar geleden zijn dat Roger Claessen overleed. Hij had op het einde van zijn carrière, toen hij voor derdeklasser Bas-Oha voetbalde, een café geopend en was zijn beste klant. Soms wandelde hij zijn kroeg uit om aan de overkant van de straat in een ander café pinten te drinken. Intussen bedienden zijn klanten zichzelf en niemand die eraan dacht te betalen. Claessen leefde de laatste jaren teruggetrokken, in een klein appartement waarin alleen een bed stond en een kleine tv. Daar vond men hem ook, in een hoek, met zijn hoofd tegen een muur geleund. Een hartstilstand, heette het officieel. Zelfmoord, werd later gezegd.

In Luik is niemand Roger Claessen vergeten.

Jacques Sys, hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine en al ruim 40 jaar in de journalistiek, graaft iedere zaterdag in zijn archief

Sombere tijden zijn het voor de supporters van Standard. Dan willen ze zich weleens onderdompelen in een glorieus verleden. Veel hoeven ze daarvoor niet te doen. Wie naar Standard gaat, kijkt op de gevel van Sclessin nog steeds naar de beeltenis van Roger Claessen, de roemrijke spits die door de aanhang werd verkozen tot de Speler van de Eeuw. Het is voor hen een vlucht uit de rauwe werkelijkheid.Roger Claessen was het levende symbool van de golden sixties. Hij scoorde vanuit alle mogelijke posities en had een uitzonderlijke veerkracht. Claessen beschikte over een techniek die hij steeds verfijnde en boog op een natuurlijk charisma. Het maakte van hem een icoon. Maar Claessen was ook een playboy die door zijn buitensporige manier van leven nooit het maximum uit zijn carrière haalde, een begenadigd voetballer op wie niemand vat kreeg. Claessen had een niet te stillen drang naar avontuur. Als hij gedronken had, viel er met hem geen land te bezeilen. Hij belandde eens in de gevangenis omdat hij een politie-inspecteur hardhandig had aangepakt.Het schaadde zijn populariteit niet. Integendeel zelfs. Toen Roger Claessen medio 1968 naar het Duitse Alemannia Aachen werd getransfereerd, als eerste Belg in de Bundesliga, trokken er voor de thuiswedstrijden 4000 supporters de grens over. Het leek wel een bedevaart. Met Claessen als aanvalsleider werd Alemannia tijdens het seizoen 1968/69 tweede, na Bayern München. Intussen speelt de traditieclub in vierde klasse, in een moderne arena met 33.000 plaatsen.In oktober zal het 35 jaar geleden zijn dat Roger Claessen overleed. Hij had op het einde van zijn carrière, toen hij voor derdeklasser Bas-Oha voetbalde, een café geopend en was zijn beste klant. Soms wandelde hij zijn kroeg uit om aan de overkant van de straat in een ander café pinten te drinken. Intussen bedienden zijn klanten zichzelf en niemand die eraan dacht te betalen. Claessen leefde de laatste jaren teruggetrokken, in een klein appartement waarin alleen een bed stond en een kleine tv. Daar vond men hem ook, in een hoek, met zijn hoofd tegen een muur geleund. Een hartstilstand, heette het officieel. Zelfmoord, werd later gezegd.In Luik is niemand Roger Claessen vergeten.