Zou Hein Vanhaezebrouck twee weken geleden met een schuin oog hebben gekeken naar de invallersbank van zijn collega Ivan Leko? Zaten op de bank bij Club Brugge: Horvath, Cools, Decarli, Mechele, Peres, Amrabat, Openda en Schrijvers. Vanhaezebrouck moest het doen met vier youngsters - Delcroix, Kayembe, Sambi Lokonga en Dauda - die samen nog geen vijf matchen hebben gespeeld op het hoogste niveau en een paar halffitte spelers.
...

Zou Hein Vanhaezebrouck twee weken geleden met een schuin oog hebben gekeken naar de invallersbank van zijn collega Ivan Leko? Zaten op de bank bij Club Brugge: Horvath, Cools, Decarli, Mechele, Peres, Amrabat, Openda en Schrijvers. Vanhaezebrouck moest het doen met vier youngsters - Delcroix, Kayembe, Sambi Lokonga en Dauda - die samen nog geen vijf matchen hebben gespeeld op het hoogste niveau en een paar halffitte spelers. De persooneelsbezetting werd in het tussenseizoen verdubbeld maar door een epidemie aan blessures ( Najar, Kums, Saief) en de moeizame aanpassing van sommige spelers aan het spelsysteem ( Bakkali, Adzic, Abazaj) kampte Anderlecht opnieuw met een gebrek aan wisselmogelijkheden. In Jan Breydel geraakte Vanhaezebrouck niet verder dan de gebruikelijke wissel tussen Musona en Gerkens - dit seizoen losten ze elkaar al drie keer onderling af. Sinds HVH op Anderlecht rondloopt, werd Gerkens dertien keer gewisseld. Enkel Lukasz Teodorczyk, die elf keer vroegtijdig naar de kant moest, komt in de buurt. Ook flankspelers als Amuzu, Onyekuru en Appiah werden wellicht tegen hun zin naar de kant gehaald. Vanhaezebrouck kijkt niet zozeer naar namen, maar eerder naar posities. In het systeem van de 54-jarige West-Vlaming moeten de twee wingbacks en de valse nummer 10 - of zoals vorig jaar de twee spelverdelers achter een diepe spits - de meeste runs maken. Ze zitten dus sneller door hun beste krachten heen. In dat opzicht is het niet vreemd dat flankspelers Amuzu en Bruno elk tien invalbeurten kregen. Amuzu is zelfs de man die het vaakst als eerste mocht invallen. De bankzitters - een woord dat Vanhaezebrouck niet graag in de mond neemt - schrikken er allang niet meer van wanneer ze rond het halfuur om beurten uit de dug-out worden gegooid en aan hun opwarming moeten beginnen. Het doel? Geen blessure oplopen en tijdens een invalbeurt niet meteen buiten adem zijn. Vanhaezebrouck verwacht dat zijn reservisten dadelijk het niveau van de wedstrijd benaderen. Dat er meestal een lange inloopperiode voorafgaat aan hun invalbeurt, wordt aanvaard. Van zijn 112 wissels deed hij er 51 in het laatste kwartier van de match. Dertien keer mocht iemand gaan rusten voor het uur verstreken was. HVH zet alles in wanneer het moneytime is. De perceptie dat Vanhaezebrouck niet graag wisselt, is dus niet helemaal fout. Dat bleek andermaal tegen Club Brugge. Een wissel drong zich op in het offensieve compartiment - Anderlecht kwam er amper uit vanop de flanken - maar op Musona na liet hij iedereen staan. 'Ik zag geen redenen om Amuzu en Saelemaekers te wisselen', gaf Vanhaezebrouck na de match aan. 'Ze zaten goed in de match. Uiteindelijk heb ik ze moeten wisselen omdat ze last hadden.' Enkel bij hoogdringendheid - een blessure, een achterstand - wordt er met pionnen geschoven. Staat de ploeg op voorsprong? Dan zal Vanhaezebrouck pas in het laatste kwartier een spelersruil overwegen. Hij zal niet wisselen om iemand matchritme te laten opdoen. Daar dienen de onderlinge partijen en oefenwedstrijden tijdens de week voor. Achter elke wissel gaat een idee schuil. Een invaller moet schwung brengen en het team een serieuze boost geven. Wisselen om te wisselen is in principe geen optie. Een speler inbrengen in blessuretijd om enkele seconden te winnen en het tempo uit de match te halen? Dat is niet aan Vanhaezebrouck besteed. Vandaar dat hij slechts zes keer een wissel doorvoerde in minuut negentig of later. 'Hein Vanhaezebrouck kiest tot het fluitsignaal voor een positieve spelbenadering', klinkt het. Eén statistiek valt op: de gemiddelde speeltijd van een invaller zakte dit seizoen met ruim 7 minuten. Terwijl een invaller vorig seizoen gemiddeld 20 minuten kreeg om zich te tonen, moet hij het nu doen met 13 minuten. En dat gemiddelde wordt sterk beïnvloed door de invalbeurt van Delcroix. Die jongen mocht tegen Oostende tijdens de rust invallen omdat Milic geblesseerd in de kleedkamer moest achterblijven. In de gedachtegang van Vanhaezebrouck was er in de eerste vier matchen van het seizoen geen enkele reden om zijn basisploeg uit elkaar te trekken. Anderlecht voetbalde degelijk tot goed, scoorde aan de lopende band en de ploeg kon alle minuten gebruiken om de automatismen aan te scherpen. Musona kreeg in Kortrijk vier minuten, Amuzu mocht pas in blessuretijd invallen tegen Oostende en Gerkens kreeg een schamele minuut tegen Mouscron. Op het moment van hun invalbeurten was de wedstrijd allang gespeeld, maar dat was voor Vanhaezebrouck geen motief om sommige jongens meer speelminuten te gunnen. Het is dus geen verrassing dat zelfs Bakkali pas op speeldag vijf zijn allereerste invalbeurt kreeg. De Luikenaar kreeg welgeteld elf minuten om zich aan de supporters te tonen - net genoeg om Vanhaezebrouck de gordijnen in te jagen. Terwijl de adrenaline nog door zijn aderen gutste, maakte HVH voor het oog van de Franstalige televisiekijker korte metten met Bakkali. 'Hij was niet één keer gevaarlijk', was het verdict. Nadat hij was uitgeraasd, nam hij de eenmalige Belgische international alsnog in bescherming voor de verzamelde pers. 'Ik bracht Bakkali in om meer te gaan voetballen en hem één-tegen-éénacties te laten maken. Maar hij zag de ballen vliegen. Hij had evengoed naast mij op de bank kunnen blijven zitten. De inbreng van Bakkali en Najar heeft niet veel opgebracht. Ze stonden erbij en keken ernaar.' Slaan en zalven heet dat. Maar het zegt vooral veel over de verwachtingen die hij heeft van een speler die hij van de bank haalt. Vanhaezebrouck zei het al tijdens de voorbereiding: hij legt de lat op het niveau van de spelers die het hoogste springen.