De handel in jonge talenten toont zich het beste ter gelegenheid van U15- en U16-interlands, waar spelers voor het eerst in de internationale etalage komen te staan en tientallen makelaars uit binnen- en buitenland op afkomen. Het wordt in het milieu al eens 'de prostitutie van het jeugdvoetbal' genoemd.
...

De handel in jonge talenten toont zich het beste ter gelegenheid van U15- en U16-interlands, waar spelers voor het eerst in de internationale etalage komen te staan en tientallen makelaars uit binnen- en buitenland op afkomen. Het wordt in het milieu al eens 'de prostitutie van het jeugdvoetbal' genoemd. Joric Vandendriessche, sportief coördinator van Zulte Waregem, maakte het als topsportmanager van Voetbal Vlaanderen en coach van de jongste nationale elftallen allemaal van dichtbij mee. 'Ik herinner mij een wedstrijd tegen Nederland in Kapellen waar makelaars ouders tijdens de rust en achteraf aanklampten en zich rond hen verdrongen om die kinderen in hun portefeuille te krijgen', vertelt hij. 'En toen we in Engeland moesten gaan spelen, werd er vanuit de entourage druk gezet op een club om een speler toch maar fit te verklaren. Zodat hij alsnog mee zou kunnen om daar in het uitstalraam te kunnen gaan staan met het oog op een transfer naar het buitenland en een ferme commissie voor die entourage. 'Ik garandeer je: je krijgt de gekste toestanden. Mensen die plat gebeld worden en niet meer slapen uit verwarring. Zelf worden we als verantwoordelijken constant gebeld door buitenlandse nummers die zich uitgeven voor makelaar of vertrouwenspersoon. Iemand wou een van onze jongens zelfs naar een club in de onderste regionen van de Italiaanse tweede klasse brengen! Gelukkig kozen die mensen wijs en werkten ze samen met een zaakwaarnemer die meedenkt en hen tot het inzicht bracht dat een weinig gefundeerd buitenlands avontuur niet de beste optie voor hun zoon is, dat hij beter hier zijn sportieve opleiding voortzet en zijn studies afmaakt. De invloed van de entourage is de laatste jaren extreem gegroeid en mijn bezorgdheid is dat we in bepaalde gevallen volledig aan het doorslaan zijn naar puur voor het geld en de commissie verhuizen. Mijn ervaring leert mij dat jonge voetballers die onder invloed van een makelaar of van hun ouders om die reden overstag gaan het meestal niet maken. Omdat er dan te vroeg financiële en mentale verzadiging optreedt, terwijl het vooral mentale weerbaarheid en winnaarsmentaliteit zijn die naar de top leiden. Een kind moet de focus op het sportieve houden, op de stappen die het moet zetten om beter te worden en zo misschien ooit profvoetballer te worden.' Veel van de huidige generatie Rode Duivels verhuisden destijds ook op jonge leeftijd naar het buitenland, weliswaar vooral naar buurlanden, maar tegenwoordig is dat niet meer nodig, vindt Vandendriessche. 'Pas op: iedere weg om er te geraken, is uniek. Naar het buitenland vertrekken, is niet per definitie slecht. Maar tien à twaalf jaar geleden stonden onze opleidingen nog helemaal niet zo ver. Nu zijn er hier zeker acht academies met een overdagprogramma en een goede omkadering in combinatie met studies die toelaten perspectief te behouden naast het voetbal, mocht het daar om een of andere reden niet lukken. En reken maar dat deze topacademies elkaar scherp houden.' Zelf verloor Zulte Waregem deze zomer Koni De Winter (16) aan Juventus, de Italiaanse topclub waarmee het een tijd samenwerkte. 'Dat is jammer omdat we een club zijn die durft te investeren in jeugd en Eddy Cordier ( algemeen manager, nvdr) en ik veel tijd en energie staken in de belangrijkste jeugddossiers', aldus Vandendriessche. 'Andere beloftevolle jongens konden we wel overtuigen om voor ons project te kiezen. Begin dit jaar zaten we met Koni samen, presenteerden we hem een mooi sportief verhaal en dat verliep heel positief. Hij zei: 'Uiteraard blijf ik, ik ben hier gelukkig.' In afwachting van zijn zestiende verjaardag bezorgden we zijn ouders een respectvol contractvoorstel. Ze vroegen tegen 1 mei bij de bond de vrijheid van Koni niet aan, dus we gingen ervan uit dat hij zou blijven. Maar halverwege mei krijg ik opeens een mail waarin stond dat hij toch niet zou blijven. Dan weet je: als iemand op zo'n korte tijd 180 graden draait, is hij in handen gekomen van makelaarsbureaus. Als die weten dat iemand gevoelig is voor een buitenlands avontuur, voor het geld en/of het prestige, dan concurreren die keihard om die speler binnen te halen omdat daar hoge commissies aan verbonden zijn.' Onderschat daarvan de impact niet, benadrukt hij. 'Zij werden bestookt, sliepen slecht en Koni kreeg het in het voetbal en in zijn studies lastig om gefocust te blijven. Die familie werd hoorndol gemaakt door alles en iedereen. Dan wordt er in de media gebracht dat er heel wat grote clubs achter hem aan zitten en lijkt het alsof de hele wereld aan zijn voeten ligt. Kijk, Koni respecteer en waardeer ik enorm en dit is wederzijds. Hij is een vaardige voetballer, een rijzige centrale verdediger met goeie voetjes en nederig tussen de oren. Een interessant profiel, maar met uiteraard ook nog minder getrainde parameters. Zo moet hij als timide jongen nog groeien in zijn persoonlijkheid en als centrale verdediger onverbiddelijk worden. Maar op zestien praten over een wonderkind, daar geloof ik niet in. Pas binnen drie à vier jaar zal blijken of dat effectief zo is, wat trouwens ook geldt voor Eliot Matazo, die van Anderlecht naar AS Monaco is gegaan. Ik respecteer de keuze van Koni en wens hem het allerbeste. Juventus is een grootmacht en als je in zo'n accommodatie je opleiding kunt genieten, is dat fantastisch. Hopelijk kan het voor hem iets worden, maar ik houd mijn hart vast, omdat er de laatste vijf, zes jaar veel door de entourage naar het buitenland zijn vertrokken van wie je nu niets meer hoort. 'Ik hoor dat Flor Van den Eynden, ook een timide jongen, zich zeer moeilijk kon aanpassen aan Inter. Hij is een jeugdspeler van KV Mechelen die in januari 2017 als goeie student in het vijfde middelbaar van de topsportschool in Wilrijk werd weggehaald om naar Milaan te verhuizen. In drie maanden moest hij Italiaans leren, waarna hij teruggezet werd naar het tweede middelbaar omdat hij alleen daar kon volgen. Ik sprak ook Marco Weymans in Cardiff City, dat hem bij PSV had weggehaald. Weg van familie en vrienden zat hij er in een klein appartementje in de stad eenzaam en ongelukkig te zijn. Ondertussen speelt hij bij Tubize. Hoe top de training en de omkadering ook zijn, als je niet goed in je vel zit, kan het niet lukken. Je moet in een context zitten waarin je je gelukkig kunt voelen.' Mathias Bossaerts, vorige maand 22 geworden, vertrok in 2012 van Anderlecht naar Manchester City en zijn ouders en zijn broertje gingen met hem mee. De problemen begonnen voor hem toen hij twee jaar geleden naar KV Oostende kwam en daar aangekondigd werd als een toekomstige Rode Duivel. Momenteel zit hij er in de B-kern. 'Wat ik intussen leerde, is dat mijn leven van mijn vijfde, toen ik begon te voetballen, tot mijn twintigste alleen maar rooskleurig is geweest', zegt Bossaerts. 'Alles werd mij bij wijze van spreken in de mond gestopt. Altijd spelen, aanvoerder zijn, international zijn, artikels dat ik een toptalent was, mooi geld verdienen, trainen tussen Sergio Agüero en David Silva, ... Ik was net zestien geworden en moest meedoen in een wedstrijd elf tegen elf en stond tegen Mario Balotelli en Carlos Tévez. Hoe zou je zelf beginnen denken? En dan kwam ik hier, begon wat tegenslagen te krijgen en werd gek in het hoofd. De eerste wedstrijd zat ik op de bank en dacht ik: shit wat is dat hier?! Ik belde mijn manager en zei: 'Dat kan niet, ik moet hier weg!' Terwijl... hoeveel centrale verdedigers van twintig staan er in België constant in de basis? Ik werd geconfronteerd met nieuwe situaties en wist niet hoe ermee om te gaan. Dat was het moeilijkste voor mij: leren omgaan met tegenslagen. Die twee jaar maakten mij wel wijzer. Nu ken ik de andere kant van het voetbal en dat maakte mij mentaal sterker. Ik doe nu gewoon mijn best. Dan zie ik wel wat er komt. Dat neemt niet weg dat ik het schandalig vind wat ze in Oostende met mij deden, mij nog voor het seizoen begint naar de B-kern sturen! Tenslotte was ik vorig seizoen nog basisspeler bij de nationale U21-ploeg.' Hij wil nog iets rechtzetten. 'Af en toe lees ik dat het mij spijt dat ik zo jong naar Manchester City ben vertrokken, maar dat klopt niet. Ik zou het opnieuw doen, want het was mijn droom om dat shirt te dragen. Omdat ik er meteen werd doorgeschoven naar de U21 kon ik mijn studies niet afmaken, dus heb ik wel geen diploma. Is dat jammer? Ja. Maar anderzijds: voetbal kwam voor mij op de eerste plaats, daar wou ik alles voor opgeven. Het was mijn werk vanaf mijn zestiende én het was een geweldige ervaring. Het niveau, de sfeer, de beleving. Waar ik nu zou staan, mocht ik bij Anderlecht zijn gebleven, kan niemand weten. Feit is dat ik van toen al leef met de stempel 'de nieuwe Kompany', 'de blanke Kompany' op mijn hoofd. Dat is leuk om te lezen, maar dan kom je naar hier en word je aangekondigd als 'ik-weet-niet-wat'. Dat geeft alleen nog maar meer druk voor een jonge speler die eigenlijk nog alles moet bewijzen. Dat is natuurlijk wel lastig. Het enige wat mij spijt, is dat ik na mijn vierde jaar in Manchester, waarin ik door een hamstringoperatie weinig speelde, niet bijtekende en verkoos om in België ervaring op te doen in een eerste elftal. Anders was ik wellicht uitgeleend in New York of aan NAC Breda, zoals zoveel jonge spelers van City. Maar het zij zo. Ik kijk nu uit naar de voor mij best mogelijke nieuwe club en omgeving en dan wil ik zo snel mogelijk weer laten zien wat ik kan. Ik blijf zo hoog mogelijk mikken. Lukt het niet, dan kun je nog altijd wat zakken.' Ze zwermden de voorbije jaren over heel Europa uit, de Belgische talenten van zestien jaar, en blijkbaar is Inter nu de nieuwe hotspot. Senna Miangue (Beerschot), Zinho Vanheusden (Standard), Xian Emmers (Racing Genk), Flor Van den Eynden (KV Mechelen) en nu ook Tibo Persyn (Club Brugge), allemaal tekenden ze er via spelersmakelaar Gunter Thiebaut hun eerste profcontract. De eerste twee spelen intussen op huurbasis voor Standard. Emmers maakt momenteel op initiatief van coach Luciano Spalletti de voorbereiding van de eerste ploeg mee. Hij is de zoon van ex-international Marc Emmers, die op het einde van zijn carrière nog voor de Italiaanse clubs AC Perugia en FC Lugano speelde. Opvallend is dat in dezelfde generatie, van geboortejaar 1999, ook Zinho Vanheusden, Thibaud Verlinden (Stoke City) en Indy Boonen (net van Manchester United naar KV Oostende overgekomen) zonen van ex-profs zijn én dat die allemaal op piepjonge leeftijd naar het buitenland trokken. Dany Verlinden verhuisde wel mee naar Engeland. Marc Emmers kocht een mobilhome om zo flexibel mogelijk te kunnen zijn en zo vaak mogelijk naar Milaan te kunnen gaan. 'Want het is zeker niet evident om daar iemand op die leeftijd achter te laten, met die afstand en heel andere mentaliteit', zegt vader Emmers. 'Ik ben vooraf tegen hem heel open geweest over de voor- en nadelen van het voetbalwereldje en hij koos er zelf voor. Ik hoor ook soms verhalen dat ouders jongens om financiële redenen stimuleren om elders te tekenen, maar dat is totaal fout. Xian weet dat geld nooit een drijfveer mag zijn om te gaan sjotten. Hij deed het omdat het zijn droom was. Maar eens je daar bent, komt dat allemaal op je af en is het veel ineens om te verwerken. Achteraf bekeken is het wel de beste keuze geweest. De ontwikkeling die hij er als persoon doormaakte is onbetaalbaar. En de opvang is er toch ook vrij goed geregeld. Het eerste jaar zat hij met andere jongens in een groot huis met veel kamertjes. Er is ook een hotel en sommigen zitten op appartementjes. Verantwoordelijkheidszin en volwassenheid worden er gestimuleerd.' Elke avond videochatten ze via Messenger van Facebook met hun zoon in Italië. 'Maar als het niet goed gaat, neem je toch afscheid met een wrang gevoel hoor. Je drukt op een knopje en ziet hem niet meer. In moeilijke momenten volstaat dat eigenlijk niet. Dan zou je hem een knuffel moeten kunnen geven. In het begin was dat heel lastig en ook in het tweede jaar, toen hij naar de Primavera moest. Bij de beloften speelde hij niet zoveel en raakte geblesseerd. Wanneer we daar waren en afscheid van hem namen, gebeurde het dat hij weende. Dat is keihard, maar hij beet door en nadien weet je: dat zijn allemaal fases waar je doorheen moet en waar je lessen uit moet trekken. Het is wel belangrijk geweest dat we veel bij hem zijn geweest, psychologisch, dat hij die steun echt voelde. Want als je ginder iemand op die leeftijd dropt, is het allesbehalve vanzelfsprekend om het hoofd boven water te houden. Anderzijds weten ze waar ze voor staan en moeten ze zelf problemen leren oplossen of naar iemand toestappen om geholpen te worden. Het zijn de sterksten die overeind blijven, want het voetbal is een keiharde wereld waar ze hun mannetje moeten kunnen staan. Als je altijd maar bemoedert, gaat het ook niet. Die trainer van de Primavera was keihard, hij zei: 'Zo zal er gespeeld worden en als je niet mee kunt, speel je niet.' Ik zag er jongens uit andere landen met veel kwaliteiten kopje onder gaan. Xian is blijven vechten, knokken en doorgaan, ondanks het feit dat hij niet altijd tevreden was met de visie van die man. En op het einde zei die trainer openlijk: 'Proficiat manneke.' Je moet wel alles onder controle houden, zodat je iemand niet de dieperik in duwt. Maar ze moeten leren vechten voor hun plaats.' De jeugdopleiding is er niet beter, maar anders dan in Genk, merkt hij. 'Genk was een prima opleiding om op een technische manier oplossingen te leren vinden. In Italië is het meer tactisch, fysiek en mentaal. De mix van de twee is ideaal geweest voor Xian. Het klopt dat de school er minder goed geregeld is, dat je er door de taal start op een lager niveau, maar... je moet keuzes maken. Dat is bovendien niet meer onoverkomelijk. Tegenwoordig kun je levenslang via onder meer avondonderwijs volwaardige diploma's behalen.' In Italië kun je maar tot 19 jaar met het tweede elftal spelen. Daarna stroom je door naar het eerste elftal of word je bij wijze van postformatie uitgeleend, zoals Vanheusden en Miangue aan Standard. 'Ze evalueren altijd in onderling overleg en de speler beslist', aldus vader Emmers. 'Eerstdaags bespreken we wat dit seizoen best is voor Xian: bij de A-kern blijven of uitgeleend worden.' Het kan in principe ook allemaal in ons land, besluit Joric Vandendriessche. 'De mogelijkheden en de middelen zijn er om jongens van zestien hier een mooi sportief perspectief te bieden, om hen beter te maken en hen een respectvol voorstel te doen. Vanaf volgend seizoen zullen de beloften in de eerste en de tweede amateurklasse uitkomen en dat zal goed zijn voor de verdere ontwikkeling van hun persoonlijkheid en hun winnaarsmentaliteit. Het enige dat we in het Belgisch voetbal nog moeten doen, is ze speelkansen geven in het eerste elftal. We moeten er dringend werk van maken om voor jonge jongens een vertrouwenscultuur te creëren. In Nederland en Duitsland zit dat enorm in de cultuur, jonge jongens durven zetten en ook als ze eens een foutje maken vertrouwen blijven geven. Als zo'n jongen in onze voetbalcultuur een keer mag meetrainen met de A-kern hoor je achteraf soms dat hij 'het toch moeilijk had', terwijl dat niet onlogisch is als je voor het eerst met doorgewinterde profs meedoet. We moeten jonge spelers tijd geven om te acclimatiseren en het niveau op te pikken, kijken naar wat ze wel kunnen, naar hun mentale weerbaarheid en hun leervermogen. Dat is de uitdaging voor alle Belgische clubs, om meer en meer tot een cultuur te komen waarin meer jonge Belgische spelers kunnen doorstromen én er minder naar het buitenland vertrekken.' Ondertussen kwamen de profclubs al overeen dat ze onder de U17 geen spelers meer van elkaar zullen afpakken, wat alvast de binnenlandse shopcultuur inperkt. En sinds 16 juni is de minimumleeftijd om een profcontract te tekenen, teruggebracht van 16 naar 15 jaar, met de bedoeling de talenten een jaar vroeger te kunnen vastleggen dan de leeftijd voor een internationale transfer. 'We mogen die jongens van vijftien maximum drie jaar onder contract leggen', zegt Vandendriessche. 'Maar de gemiddelde leeftijd waarop eigen jeugd in onze competitie debuteert, is 20 jaar. Dus moeten we gemiddeld vijf jaar zien te overbruggen. Dit vraagt geduld van de speler en zijn entourage, maar het moet ook met perspectief gevoed worden vanuit de club. Dat er de laatste weken steeds meer zelfopgeleide jongens kansen krijgen, is een trend om aan te moedigen binnen onze prestatiecultuur. Vergeet niet dat in onze competitie de play-offs ervoor zorgen dat je ofwel strijdt voor play-off 1 of voor het behoud. Dat Marc Coucke, voorzitter van de profliga, laatst verklaarde 'we worden liever derde met onze waarden dan tweede door onszelf te verloochenen' is een heel krachtig signaal en een positieve impuls voor ons Belgisch voetbal. Nu moeten we alleen nog met z'n allen de daad bij het woord voegen.'