Onze eerste ontmoeting in augustus van 2011 is er eentje die meteen intrigeert. In de perszaal van Anderlecht, dan nog een bescheiden kamertje met café-allures in het Constant Van den Stockstadion. Denis Odoi, bezig aan zijn eerste maanden als profvoetballer bij paars-wit, zit een schorsing uit. Tijdens de rust van de wedstrijd tegen RAEC Mons staat hij plots naast ons aan de bar. Het is uitzonderlijk dat een speler zich uit vrije wil aandient in een persruimte, laat staan zo'n jonge kerel die twee weken daarvoor zijn debuut bij Anderlecht de mist zag ingaan door een vroege rode kaart in de competitieopener tegen OH Leuven. Om je dan tussen de persmeute te begeven die je recent nog afkraakte voor die uitsluiting... dat vergt ballen aan je lijf. Denis draalt wat rond, we raken kort aan de praat. Hij wilde wel eens zien hoe het er in die perszaal aan toe gaat, klinkt het. Eigenlijk heerst van bij die eerste ontmoeting het gevoel: deze kerel is anders dan de gemiddelde profvoetballer.
...

Onze eerste ontmoeting in augustus van 2011 is er eentje die meteen intrigeert. In de perszaal van Anderlecht, dan nog een bescheiden kamertje met café-allures in het Constant Van den Stockstadion. Denis Odoi, bezig aan zijn eerste maanden als profvoetballer bij paars-wit, zit een schorsing uit. Tijdens de rust van de wedstrijd tegen RAEC Mons staat hij plots naast ons aan de bar. Het is uitzonderlijk dat een speler zich uit vrije wil aandient in een persruimte, laat staan zo'n jonge kerel die twee weken daarvoor zijn debuut bij Anderlecht de mist zag ingaan door een vroege rode kaart in de competitieopener tegen OH Leuven. Om je dan tussen de persmeute te begeven die je recent nog afkraakte voor die uitsluiting... dat vergt ballen aan je lijf. Denis draalt wat rond, we raken kort aan de praat. Hij wilde wel eens zien hoe het er in die perszaal aan toe gaat, klinkt het. Eigenlijk heerst van bij die eerste ontmoeting het gevoel: deze kerel is anders dan de gemiddelde profvoetballer. Later leren we elkaar beter kennen wanneer Denis bij Sporting Lokeren gaat voetballen. Hij wordt er een sleutelpion in de succesformatie van Peter Maes. Een leider in de kleedkamer en een makkelijk benaderbare, joviale, aangename gesprekspartner voor journalisten. Een man met een mening, maar slim genoeg om zaken uit de interne keuken van de ploeg niet prijs te geven. Het is pas als hij in de zomer van 2016 België verlaat voor een avontuur in Londen dat die band losser wordt. Weg van de Belgische publieke opinie bloeit de verdediger helemaal open. Hij, de vrije geest en wereldburger, geniet met volle teugen van het bruisende en anonieme leven in de Engelse metropool. De hippe koffiebars, de inspirerende platenwinkels, de mix aan culturen, de way of life in het Engelse profvoetbal - alles tot in de puntjes geregeld, topfaciliteiten, maar met een grote mate van autonomie voor de spelers. Soms trekt hij met de fiets naar Craven Cottage, de thuisbasis van zijn club Fulham. Voor tripjes naar het centrum van de stad gebruikt hij zoals John Modest de metro. We herinneren ons die keer dat we hem bellen voor een online stukje: de verbinding valt enkele keren weg. Blijkt hij met het openbaar vervoer op weg naar een opleiding tot barista - de kunst van het koffiezetten. Het is Denis Odoi ten voeten uit, evenveel eeuwige student als profvoetballer. Opgroeien doet Denis in Leuven, in niet al te makkelijke omstandigheden, als zoon van een hard werkende Belgische moeder en een (afwezige) Ghanese vader. De band met zijn vader is altijd getroebleerd gebleven. Dat deel van zijn prille leven beschouwt Denis als privé en dat respecteren we hier dan ook graag. Hij loopt school aan het Heilighartcollege van Heverlee, vaak in het gezelschap van een jongetje dat altijd een voetbal onder de arm - of aan de voet - meezeult: Dries Mertens. De papa van Dries, Herman, werkt er als leraar LO. De familie Mertens zal een bepalende rol opnemen in die vroege jeugdjaren, want zowel Denis als Dries blijken voetbaltalent te hebben. Eerst bij Stade Leuven en vervolgens bij Anderlecht doorlopen ze samen de jeugdcategorieën. Herman Mertens fungeert dikwijls als chauffeur naar en van de trainingen. 'Herman werd een soort vervangpapa,' zegt Denis daarover, 'hij zette me ook op mijn plaats wanneer dat nodig was.' Van het Heilighartcollege gaat het richting de topsportschool aan het Redingenhof. Op school doet Denis het behoorlijk, maar er passeert geregeld een strafstudie op de agenda. Dan al blijkt hij het lastig te hebben om zijn kwieke geest en speelse mondigheid onder controle te houden. Zeker wanneer autoritaire regimes die aan banden willen leggen. 'Was het rebellie? Neen, eerder een gebrek aan subtiliteit', zal Denis daar later over zeggen. Hij verwijst ook naar zijn maatje Dries. 'Eigenlijk stak Dries evenveel kattenkwaad uit, maar hij was sluwer, het lievelingetje van iedereen. Als er dus iets gebeurde, keek iedereen direct naar mij, want Dries... neen, dat kon niet.' Voetbal neemt ondertussen een steeds prominentere plek in. Bij de jeugd van Anderlecht, maar ook in het recreatieve zaalvoetbal. Rond zijn twaalfde wint Denis Odoi onder andere de Slivo Cup in Luik, een van de meeste prestigieuze zaalvoetbaltoernooien in Europa. Hij vormt er een onklopbaar ploegje met naast Dries Mertens ook Sven Kums en Kevin Mirallas. Op zijn zestiende volgt een jaartje KRC Genk, maar buiten een vriendschap met Steven Defour en David Hubert levert dat weinig op. Hij keert terug naar de roots in Leuven, waar Stade ondertussen gefusioneerd is met Oud-Heverlee. Terwijl hij bij de beloften van OHL voetbalt aan 400 euro per maand, klust hij bij in een café op de Oude Markt. Een verleiding is dat voor Denis toch niet: alcohol heeft hem nooit geïnteresseerd, en ondanks zijn speelse karakter is hij altijd een gezondheidsfreak geweest. Iemand die zijn lichaam tot in de puntjes verzorgt en preventieve oefeningen doet. Niet voor niets volgde hij een opleiding lichamelijke opvoeding. Die horecajob op de Oude Markt illustreert mooi het koppige en sterke karakter van Odoi, want in zijn puberjaren wordt hij er geregeld geconfronteerd met racisme. 'Toen ik daar als zestienjarige uitging, moest ik mijn paspoort tonen en mijn twee blanke vrienden niet. Maar zulke zaken zijn nooit aanleiding tot een trauma geweest', laat hij optekenen. Aan Calimerogedrag heeft Odoi een broertje dood. Wanneer hij voor het seizoen 2006/07 door coach Guido Brepoels bij de A-kern van tweedeklasser OHL wordt genomen, gaat er echter een nieuwe poort open voor de jonge Leuvenaar. Brepoels is lyrisch: 'Die jongen heeft alles. Kan voetballen, goede mentaliteit, grote sprongkracht. En vergis je niet, hij is enorm met zijn vak bezig. Zijn toekomst ligt op de rechtsback, maar hij kan ook centraal of zelfs op de nummer 6 spelen.' Profetische woorden, zo weten we nu. Guido Brepoels vertrekt in 2008 naar STVV en haalt een jaar later zijn poulain aan boord. Sint-Truiden strijdt dat jaar verrassend mee aan de kop van het klassement en zal uiteindelijk vierde eindigen. Denis Odoi kan er een basisplaats claimen en voor het eerst wordt ook zijn polyvalentie benut: meestal opererend als rechtsachter, soms als centrale middenvelder, een enkele keer zelfs op de nummer tien. Het brengt zijn frivole kant naar boven - het zaalvoetballertje - en er wordt al eens met een no-look-pass gegoocheld of een hakballetje opgevoerd. Naast het veld leert hij er met Ludovic Buysens een nieuwe vriend voor het leven kennen. Net als hij is de verdediger iemand met een ironisch, soms cynisch gevoel voor humor en een blik die verder reikt dan de voetballerij: Buysens is in zijn vrije tijd kunstschilder. Zo schenkt hij Odoi eens een portret van soullegende Ray Charles, een muzikale held van Denis. Samen met de ploeg zetten ze geregeld het themacafé op Stayen op stelten. In die periode leert hij ook zijn latere echtgenote kennen: Katleen Thijs, afkomstig van Overpelt. Op zijn 23ste lijkt Denis Odoi gelanceerd naar hoger en meer. Anderlecht, de club waar hij het grootste deel van zijn jeugdopleiding genoot, doet hem een aanbod. An offer he can't refuse, denkt hij. Maar het zou de slechtste zet in zijn carrière blijken. Zijn debuut als Mauve is helaas een voorbode van wat zou volgen: tegen ex-club OH Leuven krijgt Denis Odoi nog in de eerste helft een rood karton onder de neus geduwd voor een drieste tackle, Anderlecht verliest die openingswedstrijd met 2-1. Denis krijgt drie speeldagen schorsing opgelegd en ziet zo Marcin Wasilewski en Guillaume Gillet over hem springen in de pikorde op de vleugelback - het zou niet meer veranderen. In dat eerste seizoen krijgt Odoi nog wel geregeld zijn speelminuten van trainer Ariël Jacobs, onder meer in play-off 1, maar nadien onder John van den Brom is het over en uit. Het botert niet tussen de Nederlandse coach en zijn mondige vleugelverdediger, die in Anderlecht de keerzijde van het profvoetbal leert kennen. In een openhartig interview met dit blad windt hij er geen doekjes om: 'Ik ben veranderd in die twee jaar Anderlecht... en niet noodzakelijk in positieve zin. Een tikje rancuneus, maar dat is als topsporter niet per se slecht, maar vooral de moedeloosheid op training verraste me. Ik, die normaal gezien altijd aan 100 procent train.' Hij gaat aan zichzelf twijfelen en verliest het spelplezier. Hij ziet bij Anderlecht hoe geld en hiërarchie evenzeer een rol spelen aan de top. 'Ik was gewend rechtuit te zijn of uitleg te vragen over bepaalde zaken, maar bij Anderlecht was ik slechts bankzitter en dan wordt dat niet getolereerd.' In de kleedkamer noemen ze hem 'de professor', een betweter. 'Denis, je moet je plaats kennen', bijt toenmalig manager Herman Van Holsbeeck hem toe. Ondanks twee landstitels op rij neemt hij in de zomer van 2013 met een leeg en onvoldaan gevoel afscheid van het Astridpark. De redding komt uit Lokeren. Waar Peter Maes hem er absoluut bij wil. En Denis wil absoluut met Maes werken. Hij weet goed genoeg dat de Limburgse coach veel op hem zal roepen, 'maar bij hem mag je tenminste terugroepen', aldus Odoi. Als speler bloeit hij weer helemaal open in een kleedkamer zonder vedetten. Niet als rechtsachter, maar dit keer als linksachter, tegen zijn voet spelend. Hij wordt een sleutelpion, ook in de kleedkamer, waar hij in de spelersraad zetelt en mee onderhandelt over premies. Ook privé wordt hij volwassen tijdens zijn Lokerse periode, hij verhuist van Leuven naar een appartement in Antwerpen. We herinneren ons uit die periode een interview in de hippe koffiebar Starfish & Coffee, waar Denis aangefietst kwam met zijn hondje Mona - een Franse bulldog - in een mandje op zijn stuur. Een hilarisch beeld. Hij bestelde een verse muntthee en een broodje hummus, waarna hij een betoog begon over ecologie: hij deed mee aan Dagen Zonder Vlees nadat hij een confronterende documentaire over de zalmindustrie had bekeken. Het waren gesprekken die je niet al te vaak met een profvoetballer voerde. En daar was Denis zich ook van bewust, meer zelfs: hij genoot ervan. Dennis Praet, vriend en ex-ploeggenoot bij Anderlecht, noemt hem een alti: een alternatieve hipster. Eentje die met zijn ploeggenoten liever weetjes uitwisselt of discussies aangaat dan Playstation speelt. Iemand die, wanneer hij met Vincent Kompany, Dries Mertens, Marvin Ogunjimi en Vadis Odjidja op reis gaat naar Miami liever de stad en de omgeving verkent dan aan het zwembad ligt. Eentje die met Mousa Dembélé niets liever doet dan om het meest hoofdsteden opsommen. Het is ook met Dembélé dat Odoi even belt wanneer hij in 2016 een aanbod krijgt uit zo'n hoofdstad: Londen! Met name Fulham, ex-club van Dembélé, dat al enkele jaren in de Championship vertoeft maar promotieambities koestert. Na drie sterke seizoenen bij Lokeren krijgt hij met nog één jaar contract te gaan van voorzitter Roger Lambrecht een vrijgeleide om te vertrekken naar de club van zijn keuze. Ondanks een beter bod van KAA Gent, waar Hein Vanhaezebrouck hem absoluut wil, kiest Odoi voor de Engelse tweede klasse. Onder meer omdat Gent hem verplicht om de deal te laten afronden door ene Mogi Bayat. 'Een makelaar die denkt dat je met geld alles kan regelen', noemt Odoi geen naam, maar is hij duidelijk in wat hij van die handelswijze vindt. Hij kiest voor het avontuur in het buitenland en zal het zich geen seconde beklagen... We zijn erbij wanneer hij in augustus 2016 zijn debuut viert op Craven Cottage: een topper tegen Newcastle, dé titelfavoriet dat seizoen. Odoi start als rechtsachter en zijn ploeg stunt met 1-0, maar het is vooral de naam van de nieuwe Belgische verdediger die nadien over de tongen gaat. De reden: in minuut 80 controleert Odoi een lange kruispass van ploegmaat Michael Madl op de rug, een bewuste geste die hij meteen omtovert in een fantastische passeerbeweging. Journalisten, analisten, supporters: bij dat ene moment veren ze allemaal recht van hun bankje en grijpen ze naar het hoofd. Craven Cottage heeft er een nieuwe publiekslieveling bij. Wanneer we Odoi achteraf spreken, haalt hij zijn typische grijns boven: 'Miljaar, nu gaan ze dit elke week verwachten.' In zes jaar Fulham kent Odoi sportieve hoogtes en laagtes: twee keer promotie naar de Premier League, evenveel keer ook weer degradatie naar de Championship. Hij speelt vaak, maar is nooit een onbetwiste basispion. Binnen en buiten de club wordt hij wel geloofd voor zijn menselijkheid en maatschappelijk engagement. Zo wint hij er een award als speler die zich het meest inzet voor sociale projecten en neemt hij de functie van schoolambassadeur op zich: elke maand gaat hij enkele uren praten voor en met studenten. Als mens floreert Odoi in Londen. Samen met zijn verloofde Katleen betrekt hij er een rijhuisje in Barnes, een nette en groene burgerwijk ten zuidwesten van Londen-centrum. Koffie, mode, muziek: in Londen kan Odoi zich helemaal uitleven. Kuierend in hippe buurten zoals Shoreditch, op zoek naar vinylplaten van de hiphop- of soulartiesten waar hij zo van houdt. Black Pumas, NAS, Michael Kiwanuka, The Teskey Brothers. Tijdens een bezoek bij hem thuis in Barnes worden we hartelijk ontvangen, laten we samen de hond uit, doen we boodschappen en worden we uitgenodigd om te blijven eten. We praten over journalistiek en zijn ergernissen over het tendentieuze copypasten vanwege bepaalde online pers: 'the lost art of journalism', zoals hij het onlangs nog eens herhaalde in een interview met Het Nieuwsblad. In de zomer van 2017 trouwt hij met zijn Katleen en komt er een eerste kindje: Isaak. De reden ook waarom hij die zomer opnieuw niet ingaat op een bod van Gent. Met een baby op komst is stabiliteit wenselijk, zo oordeelt het koppel. Afgelopen winter, met nog 1 jaar contract te gaan bij Fulham, klopt die timing wel. Club Brugge biedt hem een contract voor 2 jaar en Denis kan met het gezin, ondertussen uitgebreid met nog een dochtertje Liah en een tweeling, gaan wonen aan de Belgische kust. Dat hij daarvoor een quasi zekere promotiepremie met Fulham laat liggen, is dan maar zo. Dat Denis Odoi, een jeugdproduct van Anderlecht en daar later gedesillusioneerd vertrokken, op zijn 33ste uitgerekend bij Club Brugge finaal dan toch erkenning krijgt aan de Belgische voetbaltop, is van een ironie waar hijzelf met plezier grapjes over zou maken. Met recent ook nog zijn debuut voor de Ghanese nationale ploeg (zie kader) is 2022 nu al een jaar vol verrassingen. Zijn eeuwige leergierigheid, die hem in augustus 2011 ook tot naast ons in de perszaal voerde, eindelijk beloond. Of zoals hij ons onlangs nog whatsappte: ' Life is like a box of chocolates...'.