Al ruim 25 jaar werkt Dennis van Wijk als trainer in België. Overal waar hij neerstreek, ging deze passage niet onopgemerkt voorbij. Want Van Wijk, opgegroeid in Amsterdam, draagt de kenmerken van deze stad in zich mee. Hij is rechtuit, confronterend en soms brutaal. De kortste weg tussen twee punten is voor hem geen kromme maar een rechte lijn. Maar in zijn verbale aanpak overschrijdt hij geregeld barrières. Van Wijk kan spelers schofferen en onder de grond stoppen. Hij weet het, maar kennelijk kan hij zichzelf niet veranderen. Ooit noemde hij zichzelf een trainer...

Al ruim 25 jaar werkt Dennis van Wijk als trainer in België. Overal waar hij neerstreek, ging deze passage niet onopgemerkt voorbij. Want Van Wijk, opgegroeid in Amsterdam, draagt de kenmerken van deze stad in zich mee. Hij is rechtuit, confronterend en soms brutaal. De kortste weg tussen twee punten is voor hem geen kromme maar een rechte lijn. Maar in zijn verbale aanpak overschrijdt hij geregeld barrières. Van Wijk kan spelers schofferen en onder de grond stoppen. Hij weet het, maar kennelijk kan hij zichzelf niet veranderen. Ooit noemde hij zichzelf een trainer die blaft maar niet bijt.Dennis van Wijk heeft het moeilijk met kritiek. Dat is on-Nederlands en zeker on-Amsterdams waar ze toch tegen een tootje kunnen. In zijn eerste periode bij KV Oostende vertelde hij in een interview ooit dat een van zijn verdedigers, de (toen nog) Zaïrees Didier Bapupa, het IQ heeft van een makreel. Zelden een trainer gehoord die een van zijn spelers zo openlijk afviel. Dit schreven we neer in een opiniërend stuk in Sport/Voetbalmagazine. Daar kon Van Wijk niet mee lachen.Los van de stress van het voetbal is Dennis van Wijk een boeiende man die bevlogen over voetbal kan praten. Aanvankelijk leek hij ook een trainer voor de lange termijn. De Nederlander werkte vier seizoenen voor Cercle Brugge (1998-2002) en SV Roeselare (2002-2006). Vanaf dan bleef hij nergens lang. Tussen 2006 en 2020 wisselde hij zestien keer van werkgever. Zestien keer in veertien jaar. Van Wijk werd een brandweerman die het kunstje verstaat op korte termijn een club te reanimeren, maar in mindere momenten keerden zijn omgangsvormen zich kennelijk tegen hem. Terwijl er hem qua oefenstof en tactisch inzicht weinig te verwijten valt.Nu zit de intussen 57-jarige Amsterdammer thuis. Maar hij draaft wel geregeld op als analist. Toen dit blad een paar weken geleden peilde naar de beste analist eindigde hij op de tweede plaats. Verrassend en toch weer niet, want Van Wijk is zichzelf: hij draait niet rond de pot en zegt waar het op staat. Net zoals hij als trainer deed. Van Wijk spreekt wel bij voorkeur over het Engelse voetbal. Hij speelde ooit nog bij Norwich City en deed scoutingswerk voor West Bromwich. En eigenlijk vindt hij dat je als trainer niet moet gaan analyseren in je eigen competitie.Als Van Wijk praat over zijn kwaliteiten als analist stelt hij zich zeer bescheiden op. Hij zegt dat hij probeert trainerstaal te vertalen in mensentaal, maar vind dat hij nog moet groeien in zijn rol als analist. 'Ik schat mezelf eerlijk gezegd niet zo hoog in', zei hij in het recente nummer van he Nederlandse weekblad Voetbal International. Het botst met het beeld dat hij als trainer uitstraalt. De echte Dennis van Wijk is duidelijk niet degene die in de kleedkamer zo tekeer kan gaan dat de spelers naar de grond kijken. Hij is een complexe, duale persoonlijkheid.