Het Koning Boudewijnstadion langs de Brusselse Houba de Strooperlaan lag er afgelopen zondag stil bij. Amper verkeer in de straten, gesloten restaurants, af en toe een wandelaar. Met de bekerfinale tussen Club Brugge en Antwerp moest het voetbalseizoen juist daar een hoogtepunt kennen. Met 50.000 toeschouwers in het stadion, veel sfeer, veel drank en spijs, veel inkomsten. Nu was er de Grote Stilte.
...

Het Koning Boudewijnstadion langs de Brusselse Houba de Strooperlaan lag er afgelopen zondag stil bij. Amper verkeer in de straten, gesloten restaurants, af en toe een wandelaar. Met de bekerfinale tussen Club Brugge en Antwerp moest het voetbalseizoen juist daar een hoogtepunt kennen. Met 50.000 toeschouwers in het stadion, veel sfeer, veel drank en spijs, veel inkomsten. Nu was er de Grote Stilte. Bij alle andere clubs was het niet anders. Verlaten trainingsvelden, spelers die thuiszitten, een knagende onduidelijkheid over de toekomst. Niemand die weet of de competitie nog wordt hervat en in het beste geval wanneer. De onzekerheid werkt versmachtend. Bestuurders rekenen zich intussen suf hoe ze hun financiële balans in evenwicht moeten houden. Ze zien zich geconfronteerd met een nachtmerrie die steeds grotere proporties aanneemt. Als dit verder razende coronavirus in de voetbalwereld iets aantoont, dan is dit dat vele clubs gebouwd zijn op drijfzand, ook al hebben ze tal van fiscale voordelen. De opdoemende en door sommige clubs al in de praktijk omgezette vraag om nu voetballers en stafleden technisch werkloos te maken, illustreert dat. Vooral kleinere clubs, die als het ware leven van recette naar recette, zijn getroffen. Hier en daar wordt er gesproken van verdoken armoede. In Italië woedt de discussie of spelers bereid zijn in te leveren op hun gigantisch salaris. Tegen de vier miljard euro zou het verlies in de vijf Europese topcompetities bedragen. Hoe meer clubs afhankelijk zijn van televisiegelden, hoe groter het deficit. De Engelse Premier League is dan ook het zwaarst getroffen. En een doemscenario zou het daar zijn als televisiezenders het geïnvesteerde geld voor een deel terugvorderen. Niet gemakkelijk is het om formules en constructies te bedenken om deze gaten te dichten. Toen het EK vorige week dinsdag met een jaar werd verschoven, sprak UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin met enige pathetiek over een teken van solidariteit en eenheid. Maar clubs en spelers zijn vooral met hun eigen situatie bezig. Ongewoon maar bewonderenswaardig is de geste van Robert Lewandowski, de Poolse spits van Bayern München. Samen met zijn vrouw stelt hij één miljoen euro ter beschikking in de strijd tegen het coronavirus. Een blijk van grote bekommernis in een voetbalwereld waarin het alleen om geld gaat. Was het juist Bayerntopman Karl-Heinz Rummenigge niet die dat laatste nog eens bekrachtigde? In deze coronatijden werkt Anderlecht met het ontslag van Pär Zetterberg verder aan een herschikking van zijn structuur. Nogal wat supporters reageren woedend op het vertrek van dit clubicoon. Het is nooit duidelijk geweest welk takenpakket de fors gehonoreerde Zetterberg bij Anderlecht kreeg. Hij keek naar de trainingen, praatte wat met spelers, maar veel verder ging het kennelijk niet. Dan heb je voor een club geen enkele meerwaarde. Het aantrekken van Pär Zetterberg was een miscast van de eerste orde. Michael Verschueren, die daarvoor met de zegen van Marc Coucke instond, maakte hiermee geen goede beurt nadat eerder ook de komst van Frank Arnesen op een fiasco uitdraaide. Nu was het duidelijk dat de aanwezigheid van Zetterberg in moeilijke tijden enkel de supporters moest paaien. Het was hooguit een verwijzing naar de romantiek van vroeger. De nieuwe CEO Karel Van Eetvelt houdt met dat soort sentiment geen rekening en floot Verschueren terug. Terwijl het voetbal tot stilstand kwam, metselt Anderlecht verder aan nieuwe fundamenten. Nu al meer dan twee jaar lang.