Een zwarte hoodie van een designermerk, een donkere jeansbroek én een hippe zonnebril. Meer heeft Dieumerci Ndongala niet nodig om tijdens de soldenperiode incognito rond te lopen in een Brussels winkelcentrum. Het contrast met zijn blitzbezoeken aan zijn geboorteland Congo is vrij groot: hij wordt overal herkend en zijn landgenoten scheuren hem letterlijk de kleren van het lijf. 'De ontvangst in Congo is altijd hartelijk', zegt Ndongala. 'Maar ik kan mij niet verplaatsen zonder lijfwachten - ze volgen mij overal behalve in mijn bed. Eigenlijk zijn het politieagenten of soldaten die mijn vader, die in Congo woont, inhuurt om mij te beschermen tegen al te opdringerige mensen. In Congo gaat het nieuws snel rond: als iemand mij op straat gespot heeft, dan hijgt binnen enkele minuten de hele wijk in mijn nek. Al geloof ik niet dat iemand mij iets zou willen aandoen.'
...

Een zwarte hoodie van een designermerk, een donkere jeansbroek én een hippe zonnebril. Meer heeft Dieumerci Ndongala niet nodig om tijdens de soldenperiode incognito rond te lopen in een Brussels winkelcentrum. Het contrast met zijn blitzbezoeken aan zijn geboorteland Congo is vrij groot: hij wordt overal herkend en zijn landgenoten scheuren hem letterlijk de kleren van het lijf. 'De ontvangst in Congo is altijd hartelijk', zegt Ndongala. 'Maar ik kan mij niet verplaatsen zonder lijfwachten - ze volgen mij overal behalve in mijn bed. Eigenlijk zijn het politieagenten of soldaten die mijn vader, die in Congo woont, inhuurt om mij te beschermen tegen al te opdringerige mensen. In Congo gaat het nieuws snel rond: als iemand mij op straat gespot heeft, dan hijgt binnen enkele minuten de hele wijk in mijn nek. Al geloof ik niet dat iemand mij iets zou willen aandoen.' Op een onbewaakt moment tijdens het interview laat de 27-jarige Brusselaar, vader van drie kinderen, zich ontvallen dat hij en zijn vrouw toe zijn aan een nieuwe gezinsuitbreiding. Maar eerst de titel met Genk. 'Veel buitenstaanders veronderstellen dat de titel al binnen is. Ik kan onder ede beloven dat het in de kleedkamer geen gespreksonderwerp is. Maar dit is wel hét moment om kampioen te spelen. Hoe lang zullen jonge talenten als Berge, Heynen, Trossard en Malinovski blijven? Niemand die het weet. Het zou jammer zijn mochten we met deze generatie naast de titel te grijpen.'Wie of wat kan jullie nog tegenhouden in de titelrace? NDONGALA: 'Je moet onze voorsprong eerst en vooral door twee delen. In de play-offs kunnen we onze leidersplaats na twee speeldagen dus al kwijtspelen. De weg is nog lang en we hebben nog niets. Ik herinner mij dat we in november geen enkele match hebben gewonnen. Gelijk tegen Club Brugge, punten verspeeld in Moeskroen en thuis verloren van Cercle... Ons dipje heeft maar drie matchen geduurd, maar het is het bewijs dat het snel kan gaan. We moeten geconcentreerd blijven en alle matchen met evenveel ernst benaderen. En we moeten vooral proberen ons nederig op te stellen.' Genk voetbalt zoals een toekomstige kampioen. Van buitenaf denkt iedereen: Genk gaat ooit kraken. Maar het komt er niet van. Tegen STVV maken jullie met sprekend gemak twee keer een achterstand goed. NDONGALA: 'We hebben al meermaals getoond dat we een match op zijn kop kunnen zetten. Tegen Sint-Truiden hebben we vooral veel maturiteit getoond. Bij 2-1 en met nog maar een kwartier te spelen hadden we kunnen zeggen: we zullen de schade beperken. Maar dat vloekt met onze filosofie. Er was geen reden om onze stijl te verloochenen. We zijn Sint-Truiden blijven opjagen omdat we wisten dat ze op een bepaald moment zouden breken. Dat is Genk.' Wat is het verschil tussen het Genk dat vorig seizoen pas op speeldag 29 zekerheid kreeg over deelname aan play-off 1 en het Genk dat nu door de competitie dendert? NDONGALA: 'Ik zou zeggen: Philippe Clement. De ploeg is nagenoeg dezelfde gebleven, maar van wat ik gehoord heb, waren er problemen met de vorige coach ( Albert Stuivenberg, nvdr). Spelers gingen ook te veel de persoonlijke toer op. Onder Clement heeft de groep twee grote ingrepen ondergaan: het zelfvertrouwen werd opgekrikt en iedereen werd overtuigd om zijn talent ten dienste te stellen van het collectief.' Ben je verrast dat een ex-verdediger, die verre van een sierlijke voetballer was, Genk met zoveel schwung kan laten voetballen? NDONGALA: 'Ik heb hem nog zien spelen tijdens zijn Brugse periode. Het is indrukwekkend om te zien hoe ver Clement als speler afstaat van Clement de trainer. Hij had zijn visie kunnen afstemmen op zijn ervaringen als verdediger, maar hij houdt van mooi en offensief voetbal. Als we aanvallende patronen inoefenen op het veld denken we soms: waar heeft hij dat nu weer gevonden? Die man is zo gepassioneerd... Hij is elke dag op de club aanwezig - volgens mij slaapt hij in het stadion. Op basis van wat ik nu zie, weet ik dat Clement een heel grote wordt. En ik zeg dat niet om te slijmen. Had ik een type Clement eerder ontmoet dan zou ik mij sneller ontwikkeld hebben.' Hoe zou je de methode Clement omschrijven? Wat doet hij anders dan zijn collega-trainers? NDONGALA: 'Zijn communicatie komt natuurlijk over en daardoor kan hij dicht bij de spelers staan. Praten, motiveren, oppeppen, twijfels verjagen: hij doet het allemaal heel spontaan. Zeker na een nederlaag of een mindere match van een speler. Hij kan ook voetbaltactische issues op een dusdanige manier uitleggen dat je zin hebt om zelf coach te worden. Ik ken trainers die tijdens de theorie enkel droge richtlijnen meegeven, maar het is niet voldoende om aan een speler te zeggen hoe hij moet bewegen op het veld. Je moet hem ook de achterliggende gedachte uitleggen. Nu weet ik waarom ik een loopactie maak en het geeft mij veel voldoening als een ingeoefend manoeuvre in de match uitkomt.' Je werd lang beschouwd als een speler die snel kon lopen en die je zo veel mogelijk in de diepte moest aanspelen. De voorbije maanden toonde je ook flarden van je spelintelligentie. NDONGALA: 'Mijn spel zonder bal is het onderdeel waarin ik het meest geëvolueerd ben. Vroeger was ik een typische flankspeler: ik bleef tegen de lijn plakken en probeerde altijd mijn man te passeren. Er zit nu meer variatie in mijn spel - afhaken, in de ruimte duiken of de bal in de voeten vragen - en ik voer looplijnen uit waar een ploegmaat van kan profiteren. Als ik de bal vraag in een ongevaarlijke zone weet ik dat iemand in mijn rug zal duiken om de voortzetting te verzorgen. Tegen STVV, dat over het hele veld individuele mandekking toepaste, heb ik mij echt geamuseerd door García alle hoeken van het veld te laten zien. Dankzij Clement ben ik een betere voetballer dan enkele jaren geleden. Ik moet mijn persoonlijke statistieken nog optrekken, maar dit is nu al het beste seizoen uit mijn carrière.' Je carrière raakte helemaal in het slop bij Gent en Standard. Van mei 2016 tot maart 2018 stond je zelfs twee jaar droog. Weet je inmiddels waarom het niet gelukt is? NDONGALA: 'Gent was niet mijn eerste keuze. Ik wilde naar Club Brugge gaan waar Michel Preud'homme fel aandrong op mijn komst. Charleroi en Club Brugge zijn er niet uitgeraakt en daarom ben ik met Hein Vanhaezebrouck gaan praten. Na een gesprek van ruim een uur was ik overtuigd. Van zijn hele uiteenzetting bleef in de praktijk weinig over. En toch heb ik veel geleerd onder Vanhaezebrouck. Ik voelde mij alleen niet lekker in mijn vel in het systeem met wingbacks die heel de flank voor hun rekening moeten nemen. Ik had daarna pech dat ik met pubalgie uitviel. Een blessure die ze bij Gent schromelijk onderschat hadden. Mijn inactiviteit werd op vier weken geschat, maar toen ik in januari naar Standard ging kwamen de dokters tot de conclusie dat ik minstens drie maanden aan de kant zou staan. Ik heb aan Olivier Renard gezegd dat ze mij geen loon moesten uitbetalen zolang ik niet volledig genezen was. Dat was mijn manier om aan te geven dat ik geen bedrieger was. Het bestuur heeft mijn verzoek geweigerd.' Hadden ze bij Standard ingecalculeerd dat het even zou duren voor je je normale niveau zou halen? NDONGALA: 'Het bestuur wist dat ik niet zomaar zou terugkomen na een pubalgie. Die blessure heeft mij vooral mentaal gebroken. Elke voetballer die met pubalgie gesukkeld heeft, zal hetzelfde zeggen: het is een bijna onmenselijk zware blessure. Je hebt steken tijdens het slapen, bij het opstaan, bij het stappen... Ik wens het mijn ergste vijand niet toe. De kinesisten van Standard kunnen getuigen over mijn lijdensweg. Ik kon zelfs geen pass geven. Ik dacht dat mijn carrière erop zat.' Na een jaar was het geduld van Bruno Venanzi en co toch op. NDONGALA: 'Standard is een veeleisende club en na twee ellendige jaren en vele crisissen hadden ze spelers nodig die meteen inzetbaar waren. Na mijn transfer heb ik ook vernomen dat een deel van het bestuur mij niet moest hebben. Of Standard de juiste keuze was? Het klonk alvast mooi: een jeugdproduct van de club dat terugkeert naar Sclessin. Maar het klikte niet met Ricardo Sá Pinto en hij heeft mij op voetbalvlak weinig kunnen bijbrengen. Hij moest het hebben van zijn vechtlust en grinta. Je weet wel: de zogenaamde Standardspirit. Het gameplan van Sá Pinto stelde niet veel voor.' Je hebt anderhalf jaar in de Luxemburgse competitie gespeeld bij Jeunesse d'Esch. Hoe ben je daar verzeild geraakt? NDONGALA: ' Luciano D'Onofirio wilde mij een contract geven, maar ik paste niet meer in de plannen van de club toen Roland Duchâtelet overnam. Ik kon fluiten naar mijn eerste profcontract. Ik ben een maand naar Afrika vertrokken om met de U23 van Congo de kwalificaties te spelen voor de Olympische Spelen en mijn makelaar moest in de tussentijd een club zoeken. Toen ik terugkwam uit Afrika nam hij zijn telefoon niet meer op. Ik had ontslag genomen bij Standard en ik zat zonder club. Zes maanden niet voetballen was geen optie - dat is dodelijk voor een carrière. Via via werd ik aan Sébastien Grandjean voorgesteld die enkele maanden daarvoor trainer was geworden bij Jeunesse d'Esch. Ik dacht: waarom niet? Esch was de grootste club van het land en ik kon er netto 4000 euro netto verdienen. Voor een 20-jarige is dat veel geld, maar ik was er niet gelukkig.' In 2013 werd je uitgeroepen tot beste speler van de competitie. NDONGALA: 'Maar ik ging niet voluit in de matchen. Ik had zo'n afkeer gekregen van het voetbal dat ik over het veld slofte. Ik dacht vaak aan stoppen. En toen is Grandjean met mij een weddenschap aangegaan: ik moest gaan werken om zelf te ondervinden wat het was om een gewone job uit te oefenen. Grandjean beweerde dat ik mijn carrière een nieuwe wending zou geven mocht ik voetbal en werk kunnen combineren. Ik kreeg uiteindelijk een baan aangeboden als parkeerwachter in Luxemburg-Stad. Het werk was niet arbeidsintensief - ik moest het parkeerterrein inspecteren, de beveiligingscamera's in het oog houden, en de abonnees binnenlaten - maar het waren lange dagen. Ik vertrok om 5 uur vanuit mijn woonplaats Aarlen, ik werkte van 5.30 uur tot 14 uur en 's avonds moest ik gaan trainen. Ik was zo vermoeid dat ik geregeld in slaap viel tijdens de werkuren. Op een dag werd ik wakker van het zware geklop op het raam van het kotje waar mijn bureau gevestigd was. Ik hoor mijn baas roepen: wat steek je in godsnaam uit? Ik keek op en ik zag een ellenlange file die liep van het parkeerterrein tot op straat... Ik heb het zes maanden volgehouden en in die periode heb ik de knop omgedraaid. Ik moest mij in Luxemburg laten opmerken - je weet nooit wie er in de tribunes zit. Ik ben gelovig en ik was ervan overtuigd dat God niet zat te slapen.' Alejandro Pozuelo stond op vertrekken, maar hij bleef. Jij werd door het bestuur verplicht om in Genk te blijven. Hoe groot was de ontgoocheling? NDONGALA: ( zoekt naar zijn woorden) 'Ik dacht dat er minstens gesprekken opgestart zouden worden... Maar Genk heeft meteen duidelijk gemaakt dat een transfer onbespreekbaar was. De ploegen die zich gemeld hadden, onder andere Fenerbahçe en Galatasaray, zijn zeker niet beter dan Genk. Maar als je weet van waar ik kom en wat ik heb meegemaakt dan is het normaal dat de stap naar een Turkse topclub, waar ik mij financieel had kunnen verbeteren, door mijn hoofd spookt. Ik heb in Luxemburg zitten ploeteren, er was mijn zware blessure en nu ik eindelijk mijn beste niveau had bereikt, mocht ik niet weg...' Je bent op een leeftijd gekomen dat je moet cashen? NDONGALA: 'Zolang ik bij Genk zit, zal ik mij honderd procent inzetten. Maar op mijn leeftijd moet je goed nadenken over je toekomst en jezelf ter discussie durven stellen. Naar mijn gevoel moet ik de verloren tijd inhalen.'Alain Eliasy en David Dupont