Heel boeiend is het om Dominik Thalhammer over zijn voetbalfilosofie te horen praten. Hij zweert bij hoge pressing, een systeem waar hij geen millimeter van afwijkt. 'Je moet het de tegenstander zo onaangenaam mogelijk maken', zegt hij. Hoe meer dat lukt, hoe meer hij geniet.
...

Heel boeiend is het om Dominik Thalhammer over zijn voetbalfilosofie te horen praten. Hij zweert bij hoge pressing, een systeem waar hij geen millimeter van afwijkt. 'Je moet het de tegenstander zo onaangenaam mogelijk maken', zegt hij. Hoe meer dat lukt, hoe meer hij geniet. Het is een zachte dinsdagnamiddag. Buiten schijnt de zon, binnen wordt er koffie geserveerd en gaat Thalhammer er eens goed voor zitten. Hij heeft het naar zijn zin bij Cercle, ook al is zijn situatie op familiaal vlak niet ideaal: zijn vrouw woont nog met hun tweelingdochters van elf jaar in het Oostenrijkse Linz. De afgelopen drie maanden is hij maar één keer naar huis geweest. Maar het hoort bij het nomadenbestaan van een trainer. En in het centrum van Brugge wonen, zich voeden aan de culturele weelde van de stad, het is ergens ook verrijkend. Ook al is Thalhammer wat dat betreft een en ander gewoon: hij groeide op in Wenen. De 51-jarige Oostenrijker bleek aanvankelijk geen geboren trainer. Hij speelde als verdediger op amateurniveau en studeerde rechten omdat zijn vader, in Oostenrijk een gerespecteerd jurist, dat zo wilde. 'Het was de tijd dat de kinderen nog naar hun ouders luisterden', lacht Thalhammer. Toch behaalde hij zijn diploma niet. Omdat hij het allerlaatste examen aan zich voorbij liet gaan. Want intussen was hij helemaal in de voetbalwereld gerold. Dominik Thalhammer: 'Ik heb me als voetballer altijd graag verdiept in tactische facetten en variaties, ik hield er ook van om mijn ploegmaats te sturen. Maar dan ben je natuurlijk nog geen trainer. Ik was 28 jaar toen ze me in Wenen, bij Admira Wacker, vroegen om mee te draaien in de voetbalacademie en die uiteindelijk ook te leiden. In Oostenrijk heeft iedere profclub zo'n academie. Van daaruit ben ik via een aantal jeugdploegen en een periode als assistent opgeklommen tot hoofdtrainer. 'Ik heb altijd veel over voetbal nagedacht en probeerde me zo een bepaalde filosofie eigen te maken. Nooit wilde ik een systeem kopiëren, dat vond ik te gemakkelijk. Voor ik naar Cercle kwam, was ik trainer van Linz en daar lieten ze zich inspireren door het model van Red Bull, door de ideeën van Ralf Rangnick. Dat betekent: hoog pressen, de bal zo snel mogelijk heroveren. Ik heb dat concept met mijn eigen inzichten overgoten en ben daar nooit meer van afgeweken. Omdat je met pressing actief een wedstrijd kan beïnvloeden. Cruciaal daarbij is: meteen de tegenstander bij de keel pakken. In het voetbal speelt toeval een grote rol. Dat moet je zoveel mogelijk uitsluiten.' Het is opmerkelijk hoe snel u die voetbalfilosofie bij Cercle Brugge installeerde. En hoe rap uw ideeën werden opgepikt. Thalhammer: 'Ik voelde meteen dat dit zou lukken. Ik heb bij Cercle verschillende gesprekken gevoerd met verschillende mensen. Dat had ik eigenlijk nog niet meegemaakt: dat je als het ware als trainer wordt gerekruteerd. En ze kwamen met ideeën die bij mijn visie aansloten, die me motiveerden en inspireerden. Soms wordt er door clubs met trainers gepraat, hangen die een of ander verhaaltje op en twee maanden later zijn ze dat alweer vergeten. Je moet als vereniging voelen dat een trainer past, maar net zo goed moet je dat ook als trainer aanvoelen en de vraag stellen: ben ik hier wel thuis? 'Mijn uitgangspunt bij Cercle was simpel: het moet moeilijk zijn om tegen ons te spelen. Je moet streven naar een visie die de spelers inspireert. Ik wilde dat Cercle speciaal is en dat we een heel duidelijke stijl ontwikkelen. En dat is: pressing, agressief voetbal, met risico's. De ploeg moet als een domino in elkaar passen, niemand mag een steek laten vallen. Dat vraagt heel veel concentratie. En fysieke paraatheid. Je moet niet wachten op wat de tegenstander gaat doen. Zelf het initiatief nemen was voor de spelers natuurlijk een enorme aanpassing. Maar in het begin wonnen we meteen twee keer en dan gaat het uiteraard een stuk gemakkelijker.' Verbazend gemakkelijk zelfs. Thalhammer: 'Belangrijk is dat de spelers ervan houden om zo te voetballen. Ze moeten ervan overtuigd zijn, zin hebben om zo te functioneren, ze moeten willen lopen en de tegenstander opjagen, ze moeten weten dat dit hen als elftal vooruit helpt. Ik zeg altijd: het gaat om de drie w's: wat, wie, waarom. Bij Cercle heb je een jonge groep. Ze wilden meteen in de weg die ik uittekende meegaan en ondersteunen. Dat maakt het allemaal een stuk gemakkelijker. Het is een proces. Ik vergelijk het hele gebeuren altijd met een vlinder die eerst een winterslaap doet en dan uitbreekt. We werken op training voortdurend aan de manier waarop we willen spelen. Er gaat geen dag voorbij, of die pressing wordt er ingeslepen, alles staat in functie van de manier waarop we willen spelen. Je moet daar echt het accent op leggen, anders zijn ze het vergeten. Als je een week die principes van pressing links laat liggen, mag je herbeginnen. Dat is bijvoorbeeld het probleem als spelers terugkeren van de nationale ploeg: daar hebben ze op een andere manier gespeeld en moeten ze de knop weer omdraaien. 'Op training draait alles ook om intensiteit. Ik laat oefeningen van één minuut doen tegen een enorm hoge intensiteit. Nadien nemen we even gas terug. Liever alles aan 100 procent dan verschillende oefeningen aan 70 procent. Het gaat er mij niet om trainingen te geven met een grote omvang, ik vind dat zelfs saai. Het zijn allemaal korte, zeer intensieve sessies. Dat er vijf, zes minuten wordt doorgespeeld, dat zie je bij ons niet.' Het is opmerkelijk hoe moeilijk de tegenstanders het hebben met de pressing van Cercle. Thalhammer: 'Het is niet gemakkelijk om tegen Cercle te voetballen, dat durf ik gerust te zeggen. Zeker op het einde van een match voel je wat je gedaan hebt. Het is eigenlijk simpel: je moet de tegenstander door je manier van voetballen stress bezorgen. En essentieel is ook dat je weet voor welk voetbal je staat. Zo ook krijg je als vereniging een identiteit, een herkenbaarheid. 'Het is natuurlijk belangrijk dat het bestuur de weg die je uittekent de goeie vindt. En dat ze bij drie nederlagen niet meteen alles herroepen. Alleen zo kan je tot een strategie komen en opportunisme uitsluiten. Dat dit vertrouwen er bij Cercle is, dat voelde ik al van in het begin. Ik heb dat bij Linz anders meegemaakt. In mijn eerste seizoen speelden we de bekerfinale, vervolgens doen ze tien spelers weg en komen er een hoop nieuwe bij. Dan moet je een trainer toch even tijd geven. Maar wat gebeurde er? Na een mislukte competitiestart werd ik ontslagen.' U pakte met 30 punten op 48 tot dusver 63 procent van de punten. Een plaats bij de eerste acht is nog altijd mogelijk. Thalhammer: 'Je moet natuurlijk realistisch zijn. Toen ik hier kwam stond Cercle op de zeventiende plaats, met - als ik heb goed heb - één punt meer dan Beerschot. Terwijl het in de loop van het seizoen tot een stijlbreuk kwam. We zitten nog altijd in een proces.' En daar horen ook een paar nederlagen bij. Zoals die 5-0-pandoering op Sporting Charleroi. Thalhammer: 'Daar zaten de omstandigheden tegen. Er waren geblesseerde spelers, je voelde dat op de een of andere manier in de dagen vooraf op training. En na achttien minuten krijgen we dan een rode kaart. Op zich vind ik nederlagen niet zo erg. Het helpt je om als team te groeien. Je kan in de kleedkamer ook zien hoe spelers dan reageren. Ook dat helpt je als trainer vooruit.' U bleef in Charleroi wel met een man minder pressing spelen. Thalhammer: 'Tot we 3-0 achter stonden. Toen dachten we: laten we het nu even bekijken. Anders wordt het misschien 8-0 en wordt de schade zo groot dat het heel moeilijk is om dat nog recht te trekken. 'Het is de eerste keer sinds ik bij Cercle werk dat ik wat dat betreft een correctie doe. Toen we op KV Mechelen met tien man vielen ben ik wel pressing blijven spelen. Het werd 2-2. Zoals gezegd: ik wijk niet gauw van mijn principes af. Ik speelde met Linz Europees op Antwerp, daar wonnen we met tien man met 0-1. ' Op welke manier kan Cercle nog verder groeien? Thalhammer: 'Het gaat nu vooral om standvastigheid. De ploeg toefde de afgelopen jaren te vaak in degradatiegevaar. Als nu de juiste beslissingen worden genoemd, dan kan je in de richting van de top 8 evolueren. 'Verder kan je op alle domeinen beter worden. In de acties, in de duels, in de manier waarop je die pressing omzet. Wat viel dit seizoen op? Steeds meer ploegen passen zich met een bepaalde strategie aan Cercle aan. Dat is nieuw. Alleen moeten wij nu tegenover die strategie een andere strategie vinden. Dat is zo spannend in het voetbal. Antwoorden vinden op nieuwe vragen die zich stellen.' U vertelt het allemaal met overtuiging. Thalhammer: 'In Oostenrijk had ik het imago een professor te zijn. Ik denk in ieder geval veel na over het voetbal. Over de manier ook waarin ik met spelers omga. Want dat vind ik een van de moeilijkste aspecten van het vak: dat je een methode vindt waarmee je iedereen kan bereiken. Soms moet je methodes mixen, dan weer dien je individuele gesprekken aan te gaan. En eigenlijk ook moet je een kader scheppen waarin je kan leren, maar op hetzelfde moment ook fouten mag maken. Dat laatste moet een soort cultuur zijn: het recht op fouten. 'Maar je moet natuurlijk ook parameters hebben waarin je die fouten kan zien. Daarom zijn data zo belangrijk. Anders is er echt geen ontwikkeling mogelijk. De aanwezigheid van data bij Cercle was voor mij essentieel. Het ging mij niet om het geld, helemaal niet zelfs. Maar om een project waarin ik geloof en waarin ik in de beste omstandigheden kan werken.'