Dit artikel verscheen eerder in Sport/Voetbalmagazine van 10 januari 2018.

De Russische klokkenluider Grigori Rodsjenkov zei in november 2017 dat hij met bewijzen zou komen dat Russische spelers zich voor het WK 2014 gedopeerd hebben. Doping in het voetbal? Bestaat dat dan? Document over een van de grootste taboes in de voetbalwereld.

In het Château de Grande Romaine in Lésigny, een gemeente vlak bij Parijs, ligt Roberto Carlos op het bed in zijn hotelkamer. De Braziliaanse linksachter luistert met een grote koptelefoon naar muziek en zingt mee met zijn ogen toe. Het is zijn manier om zich te concentreren op een van de belangrijkste matchen uit zijn carrière: de finale van het WK. Op deze 12e juli van het jaar 1998 nemen de Goddelijke Kanaries het straks in het Stade de France op tegen thuisploeg Frankrijk, met onder meer Zinédine Zidane.

Wanneer Roberto Carlos zijn ogen eventjes opent, schrikt hij zich echter rot. Op het bed naast hem ligt zijn kamergenoot Ronaldo te schokken. Er komt schuim uit de mond van de spits en zijn ogen schieten alle kanten uit. Roberto Carlos rent de gang van het hotel op en roept uit alle macht: 'Help, Ronaldo sterft!' Alle spelers komen verschrikt uit hun kamer. Het is middenvelder César Sampaio die tot de actie overgaat: hij trekt de tong uit de keel van de stuiptrekkende aanvaller. Ondertussen moeten een paar andere ploegmaats Ronaldo in bedwang houden. Daarna valt die in slaap.

Hij wordt in allerijl naar kliniek Les Lilas gebracht, waar er een elektrocardiogram, een elektro-encefalogram, een CT-scan en een hartonderzoek bij hem wordt afgenomen. Chef-arts Philippe Krief verklaarde later dat er geen aanwijzingen voor een stuip waren geweest. Ronaldo had zich 'normaal' gedragen toen hij binnenkwam en hij vertrok weer 'met een glimlach'. Al de rest viel onder de zwijgplicht.

'Op elke bijeenkomst van het Algerijnse nationale elftal gaf een dokter ons gele pillen. Ik vond de vorm ervan merkwaardig, maar destijds heeft iedereen ze onbezorgd geslikt.'

Djamel Menad

Maar dat er iets aan de hand was met de Braziliaanse spits, bleek wel in de finale. Hij voetbalde als een slappe vod en bleek tot geen enkele fatsoenlijke actie in staat. Tot overmaat van ramp ging hij in de fout bij het openingsdoelpunt van Frankrijk. Op een corner moest hij Zidane, de slechtste kopper van Les Bleus, dekken. Wanneer de hoekschop wordt getrapt, loopt Zidane vanaf de zestienmeterlijn in, vlak langs Ronaldo, en kopt ongehinderd binnen: 1-0. Ronaldo verzet geen stap. Brazilië wordt uiteindelijk ingeblikt met 3-0.

Op het thuisfront is men woedend. De wildste geruchten over Ronaldo doen de ronde, maar de overheersende vraag op dat moment is: heeft Nike, dat met de Braziliaanse voetbalbond het tot dan toe duurste sponsorverdrag uit de voetbalgeschiedenis had afgesloten, geëist dat Ronaldo zou spelen? Het Braziliaanse congres stelt een onderzoek in naar het contract met Nike. Dat onthulde vooral veel corruptie en wetteloosheid bij de Braziliaanse voetbalbond, met als spilfiguur bondsvoorzitter Ricardo Teixeira.

O Gordo

Bovenstaande anekdote staat beschreven in een boek uit 2015 van de Duitse onderzoeksjournalist Thomas Kistner: Shot, de shockerende waarheid over voetbaldoping. Kistner stelt in dat boek een vraag die destijds bij niemand opkwam: was Ronaldo's levensbedreigende attaque een reactie op de voortdurende toediening van cortisonen en de zware pijnstiller lidocaïne, waarmee zijn kapotte knie naar verluidt steeds opnieuw werd ingespoten? De laatste injectie had hij immers een kwartier voor zijn aanval gekregen.

Vier jaar later, in 2002, ontkende Ronaldo dat hij ooit lidocaïne had gekregen. Niet verwonderlijk ook, want dat zou doping geweest zijn.

Maar de Braziliaanse spits, toen 22 jaar, stond op het WK 1998 onder immense druk. Hij zou er voor het eerst op het wereldtoneel verschijnen. En dat zonder zijn aanvalsmaatje Romário, die geblesseerd had moeten afhaken. De hoop van een hele natie rustte dus op zijn schouders. Zijn knie was toen al onderwerp van gesprek. Meestal trainde hij apart, met bezweet gezicht. Voor de wedstrijden werd hij fit gemaakt met spuitjes.

Volgens dokter Bernardino Santi werd Ronaldo in zijn groeifase behandeld met anabolen.

In de halve finale was de uitwerking sensationeel, want de spits maakte tegen Nederland de 1-0 en scoorde ook tijdens de penaltyreeks. Maar de teamarts van Brazilië lag voortdurend overhoop met Ronaldo's persoonlijke fysiotherapeut Nilton Petrone. Die wees op een extreme verwijding van de beenspieren en waarschuwde voor een overbelasting van de beschadigde knie.

Jaren later beweerde dokter Bernardino Santi, de antidopingchef van de Braziliaanse voetbalbond, dat de veelvuldige blessures van Ronaldo te herleiden waren tot vroeg en intensief dopinggebruik. De spits zou al doping hebben gekregen toen hij in 1996 naar PSV kwam, zo schrijft Kistner in zijn boek. De Duitse journalist citeert Santi, die zegt: 'Ik heb met collega's in Nederland gesproken. Zij vertelden me dat Ronaldo zeer blessuregevoelig was en in zijn tijd bij PSV met steroïden werd aangesterkt. Met als resultaat dat zijn spieren sterker groeiden dan zijn pezen konden dragen.' Het was net die 'disproportionele rijping' die Petrone ook al had aangekaart bij de teamarts van de Goddelijke Kanaries.

Volgens Santi werd Ronaldo in zijn groeifase behandeld met anabolen. 'Het spierstelsel is sterk gegroeid, maar niet de binnenkant. Op een aanvankelijke verbetering volgt dan een verslechtering.' Ronaldo's gevoeligheid voor peesblessures was inderdaad bizar. Hij scheurde zijn knieschijfband driemaal, een hoogst zeldzame blessure. Het dagblad Folha de S. Paolo had nog maar amper over dokter Santi's uitspraken bericht of de arts werd door voorzitter Teixeira ontslagen. De reden: 'De persoon Ronaldo verdient meer respect!'

Ook bij PSV werd destijds geprikkeld gereageerd op de uitspraken van Santi. Directeur Jan Reker: 'Ik durf het zelfs niet na te gaan bij onze clubarts, zo'n onzin is het.'

Maar, zo schrijft Kistner, vijf jaar later haalde Santi zijn gram. Hij verwees naar profvoetballer Daniel Carvalho, die aan het einde van zijn carrière dezelfde gewrichtsproblemen had als Ronaldo. Carvalho speelde van 2003 tot 2010 voor CSKA Moskou en kreeg bij de Russische topclub naar eigen zeggen injecties met anabolen om zijn spieren te versterken. Daarna had hij enorme problemen met afvallen.

Santi constateerde dat dezelfde problemen optraden bij Braziliaanse profs 'die in Europa bij clubs speelden die minder in de belangstelling stonden en daardoor minder op doping werden gecontroleerd'. Vooral in Oost-Europa. Ook Ronaldo kampte gedurende heel zijn carrière met gewichtsproblemen. Zijn bijnaam evolueerde van Il Fenomeno naar O Gordo, de Dikke.

Gehandicapte kinderen

Zou doping in het voetbal dan toch veel algemener verspreid zijn dan men ons wil doen geloven?

Af en toe was er wel een donderslag bij heldere hemel, bijvoorbeeld met de nandrolonaffaires van onder meer Edgar Davids, Frank de Boer en Pep Guardiola, maar veel meer dan wat foutjes in de marge leek dat niet. Vaak werd ter verdediging ook nog eens aangevoerd dat ze die nandrolon 'per ongeluk' via vervuilde voedingssupplementen in hun lichaam kregen. Daarmee was de kous af. Ook tekenend: in de 88-jarige geschiedenis van het WK werden slechts drie officiële dopinggevallen geregistreerd (zie kader).

Maar als we terug in de tijd duiken, zoals Kistner ook doet in zijn boek, komen er toch heel wat verontrustende aanwijzingen naar boven.

Neem nu het WK van 1958 in Zweden. Er zijn tal van foto's beschikbaar van Pelé op dat WK, waarop te zien is hoe de 17-jarige superster injecties krijgt. Je kunt je afvragen met wat voor middelen een tiener moet ingespoten worden. Beroemd is de foto waarop masseur Mario Américo een spuit diep in de bovenarm van Pelé steekt. De kale Américo was er op de WK's van 1950 tot 1974 altijd bij. Hij was al net zo legendarisch als de leren gordel waarin hij zijn geheimzinnige zalfjes en producten droeg. Over de farmaceutische gang van zaken is er officieel niets bekend, maar Américo had wel een hoog aanzien bij de nationale ploeg. Op de website van de FIFA is er zelfs een hele pagina aan hem gewijd, met niets dan lovende woorden voor een 'legendarische masseur'. Waarom hij spelers injecties gaf en wat er nu precies aan zijn gordel hing, daar wordt niet over uitgeweid.

Het WK 1958 in Zweden: waarom krijgt de 17-jarige Pelé een injectie?, BELGAIMAGE
Het WK 1958 in Zweden: waarom krijgt de 17-jarige Pelé een injectie? © BELGAIMAGE

Ook aan het WK 1974 in West-Duitsland hangt een dopinggeurtje. Uit een onderzoeksrapport van de universiteit van Berlijn van een aantal jaren geleden blijkt dat er in de jaren 70 in West-Duitsland een door de overheid gestimuleerde systematische vorm van doping bestond. Met de financiële steun van het ministerie van Binnenlandse Zaken deden artsen in die periode onderzoek naar anabolen en testosteron. In eerste instantie werden al die middelen ingezet om op de Olympische Zomerspelen van München in 1972 medailles te halen, maar ook het voetbal was erbij betrokken, zo bleek uit gerechtelijke stukken die pas in 2015 openbaar werden gemaakt. Zoals zo vaak in de sport komt de waarheid pas tientallen jaren later aan het licht.

Zolang moesten de spelers van de 'gouden generatie' van Algerije, die op het WK 1986 de 1/8 finales haalden, niet wachten op de waarheid. Minstens acht van de voetballers uit de Algerijnse kern kregen immers later gehandicapte kinderen. De vermoedelijke oorzaak: dubieuze artsen, afkomstig uit Rusland, zouden de internationals zonder hun medeweten met gevaarlijke dopingmiddelen behandeld hebben.

In 2010 kwam Mohamed Kaci Saïd, middenvelder van het Algerijnse elftal in 1986 in Mexico, als eerste naar buiten met zijn verdenking: 'Wij willen weten of de Sovjetartsen ons destijds hebben volgestopt met schadelijke stoffen.' De FIFA reageerde niet.

'Tijdens de training probeerden een paar spelers en ik medicijnen. Het werd door een arts voorgeschreven: hoestdrankjes met de hoogste doses efedrine.'

Toni Schumacher

Een jaar later getuigde centrumspits Djamel Menad, wiens dochter aan een hersenafwijking en spierslapte leed: 'Op elke bijeenkomst van het nationale elftal gaf een dokter ons gele pillen. Ik vond de vorm ervan merkwaardig, maar destijds heeft iedereen ze onbezorgd geslikt. Nu zouden we hem daar vragen over stellen.' Bij de FIFA bleef het stil. Ook verdediger Mohamed Chaïb kwam dan naar buiten met zijn verhaal: zijn dochter leed aan een spierziekte en overleed in 2005. In 1999 werd hij vader van een tweeling met dezelfde handicap. Voor hem was het toen duidelijk: 'Onze sportcarrière is de oorzaak van onze gehandicapte kinderen.' In de herfst van 2011 zochten Chaïb, Menad en Saïd de publiciteit: de zender France 2 zond een uitgebreide reportage uit met hun shockerende verhaal. Na de uitzending liepen er telefoontjes binnen van nog vijf internationals uit die periode die óók gehandicapte kinderen hadden.

De Franse tv-zender spoorde daarop de Russische teamarts van destijds, een zekere Sasja Tabartsjoek, op in een kliniek in Tsjeljabinsk, 1500 kilometer ten oosten van Moskou. Professor Tabartsjoek gaf inderdaad toe dat hij het Algerijnse elftal had behandeld in de jaren 80. Maar: met vitaminen. Om precies te zijn: 'Van Franse en Zwitserse makelij.' Ze zouden betaald zijn door de Algerijnse voetbalbond, aldus Tabartsjoek.

De spelers zelf hebben het over grote hoeveelheden pillen en poeders. Ze weigeren te geloven dat het om vitamines ging. Tot op de dag van vandaag hebben ze daarover nog geen antwoorden gekregen.

Nog dit: volgens de officiële dopingstatistieken van de FIFA was Algerije clean op het WK van 1986.

Toni, Franz, Johnny & co

In 1987, een jaar na het WK in Mexico, publiceerde de Duitse doelman Toni Schumacher zijn biografie Anpfiff (Kick-off). Dat boek deed nogal wat stof opwaaien, onder meer om deze opmerkelijke fragmenten:

'Tijdens de training probeerden een paar spelers en ik medicijnen. Het werd door een arts voorgeschreven: hoestdrankjes met de hoogste doses efedrine. Ik was echt niet de enige, maar het was een taboe, het werd verzwegen, alles was stiekem.'

'Sommige voetballers konden niet meer spelen zonder die medicijnen. Mijn opgepepte collega's vlogen als duivels over het veld. Pillen en macht, die twee zijn niet meer weg te denken in hun leven. Mijn Keulse vrienden en ik zijn absoluut niet de enigen die de verleiding om doping te gebruiken niet kunnen weerstaan. In de Bundesliga kent doping een lange traditie.'

De teamdokter van Juventus, Riccardo Agricola, werd in 2005 schuldig bevonden aan het toedienen van verboden substanties aan de spelers en veroordeeld tot 22 maanden cel. De arts ging echter in beroep en werd daar vrijgesproken op basis van een procedurefout.

'Sommige spelers uit de nationale ploeg waren echte wereldkampioenen... als het over Stärkungschemie (letterlijk: versterkende chemie, nvdr) ging. Onder hen een speler uit München, die we de 'wandelende apotheek' noemden.'

Het boek veroorzaakte veel ophef, maar met de nochtans explosieve informatie werd niets gedaan. Schumacher werd uit de nationale ploeg gezet en ontslagen bij zijn club 1. FC Köln. Tegenwoordig weten we, zo schrijft Thomas Kistner in zijn boek, dat Armin Klümper, een dokter-goeroe uit Freiburg, in de jaren 70 en 80 heel wat voetbalclubs van anabolen voorzag en dat talloze Duitse internationals zijn deur plat liepen.

Ook voetbalicoon Paul Breitner gaf later toe dat hij op de hoogte was van het dopinggebruik: 'Doping is de norm in voetbal, net zoals in andere sporten.' En dan is er nog Franz Beckenbauer. Der Kaiser verklaarde al in een interview in 1977 (!) aan het blad Stern hoe hij zich fit hield: 'Ik heb daar een speciale methode voor: de injectie van mijn eigen bloed. Verschillende keren per maand tapt mijn vriend Manfred Köhnlechner bloed uit mijn arm en injecteert dat opnieuw in mijn billen. Het resultaat daarvan is dat het aantal witte en rode bloedcellen stijgen.' Een soort bloeddoping avant la lettre dus.

Niet alleen in Duitsland werd er in die periode volop geslikt en gespoten. Andere landen bleven niet achter. Zo zei de Nederlandse oud-international Johnny Rep in 2013 aan de tv-zender RTV Noord-Holland: 'Ik heb weleens voor een Europacupwedstrijd zo'n amfetaminepilletje geslikt. Doping? Dat was geen geheim. Toen deed iedereen dat.'

Hoe verder we opschuiven in de tijd, hoe minder expliciete dopinggetuigenissen er te vinden zijn. Maar toch stoot je af en toe nog op een voetballer die een tipje van de sluier oplicht.

Rep verklapte nog meer dingen en sprak ook over andere landen. Bij AS Saint-Etienne, waar de Nederlandse aanvaller van 1979 tot 1983 voetbalde, werden alle spelers voor een UEFA Cupduel tegen PSV, op 1 november 1979, aan het infuus gelegd. Ook aanvoerder Michel Platini. Wat het ook geweest mag zijn wat Rep en de zijnen voor die match toegediend kregen, het werkte: PSV had de thuiswedstrijd met 2-0 gewonnen, maar in Frankrijk begon Saint-Etienne als bezeten aan de match en stond het na vijf (!) minuten al 3-0, goals van Jean-François Larios, Platini en Jacques Santini. 'Nooit, echt nooit heeft men zoiets in een Europacup gezien', krijste de Franse commentator. Uiteindelijk won ASSE met 6-0...

Een tip van Zidane

Hoe verder we opschuiven in de tijd, hoe minder expliciete dopinggetuigenissen er te vinden zijn. Maar toch stoot je af en toe nog op een voetballer die een tipje van de sluier oplicht. Dat doet bijvoorbeeld ex-international Emmanuel Petit in zijn autobiografie A fleur de peau, die in 2008 verscheen. De Franse middenvelder, die in de basis stond in de finale van het WK 1998 tegen Brazilië, schrijft daarin: 'Ik heb nooit begrepen wat sommige spelers dreef om zich te doperen. Je fysieke capaciteiten verbeteren, dat werkt slechts voor een tijdje en het komt neer op spelen met je leven. Ik ben nooit rechtstreeks geconfronteerd geweest met doping, maar ik denk dat het bestaat in het voetbal. Ik heb het nooit met mijn eigen ogen gezien, maar ik heb veel vermoedens omtrent bepaalde spelers, zowel ploegmaats als tegenstanders. Het is een heel groot taboe.'

Want ook Frankrijks 'gouden generatie' - met onder meer Zinédine Zidane, Didier Deschamps, Lilian Thuram, Fabien Barthez en ook Petit - is niet vrij van verdenkingen. Deschamps en Zidane waren eind jaren 90 actief bij Juventus, een ploeg waar spelers, ook onder meer huidig Chelseacoach Antonio Conte, systematisch gedopeerd werden. Niet alleen met creatine, zoals Zidane en Deschamps voor een rechter in Turijn hebben opgebiecht, maar ook met erytropoëtine, ofte epo. Die destijds nieuwe vorm van bloeddoping had ook al uitgebreid zijn weg naar het wielerpeloton gevonden - denk maar aan de Tour van 1998 en de Festina-affaire.

De teamdokter van Juventus, Riccardo Agricola, werd in 2005 schuldig bevonden aan het toedienen van verboden substanties aan de spelers van de Oude Dame en veroordeeld tot 22 maanden cel. De arts ging echter in beroep en werd daar vrijgesproken op basis van een procedurefout. Klap op de vuurpijl: wie kwam afgelopen zomer in alle stilte aan het hoofd te staan van de medische staf van Juventus? Juist: Riccardo Agricola.

Eufemanio Fuentes zou ooit gezegd hebben: 'Als ik zou spreken, dan zou Spanje noch het EK noch het WK gewonnen hebben.'

Dat Zinédine Zidane zich ook na zijn Juventusperiode nog dopeerde, bewees zijn vriend Johnny Hallyday per ongeluk in een tv-interview in 2003. Daarin zei de onlangs overleden rockzanger dat hij 'een verjongingskuur via bloedverversing' ondergaan had in een Zwitsers ziekenhuis. Een tip van Zidane, die daar twee keer per jaar naartoe ging, zo flapte Halliday eruit.

De naam van de huidige coach van Real Madrid duikt ook in andere dopingonderzoeken op. Zo is er de getuigenis van Erwann Menthéour. De Franse ex-wielerprof was klant bij Dottore Epo, de beruchte Italiaanse arts Michele Ferrari, die een levenslange schorsing kreeg nadat zijn diensten voor Lance Armstrong waren onthuld. In Ferrari's praktijk in het Italiaanse Ferrara, zo vertelde Menthéour de onderzoekers in 1999, had hij ook Zidane gezien. Helaas deed de wielerprof die uitspraak niet tijdens het onderzoek, maar daarna bij een pintje. Later wilde Menthéour geen namen meer noemen, omdat hij veel dreigementen kreeg.

Hetzelfde overkwam Eufemiano Fuentes, de Spaanse dopingarts wiens netwerk in 2006 ontmaskerd werd. Meteen lagen de namen van heel wat wielrenners die klant bij Fuentes waren, op straat. Lange tijd werd ook gewag gemaakt van 'grote namen uit andere sporten, ook uit het voetbal', maar tot op vandaag is het gissen over wie het gaat. Nochtans weet Stéphane Mandard, journalist bij de Franse kwaliteitskrant Le Monde, dat de bewijsstukken bestaan. Hij bouwde een vertrouwensrelatie op met Fuentes en bracht hem meermaals een bezoek in Gran Canaria. 'Fuentes liet me meerdere documenten zien die naar spelers van Betis Sevilla, Valencia, Real Madrid en FC Barcelona verwezen. Medicatieschema's voor een heel seizoen.' Voor een senaatscommissie in Parijs verklaarde Mandard zelfs: 'Ik heb Fuentes' bevestiging dat hij ook spelers van grote clubs behandelde.'

De dopingdokter zou de namen echter nooit prijsgeven, want ook hij werd tot drie keer toe met de dood bedreigd. Fuentes zou ooit gezegd hebben: 'Als ik zou spreken, dan zou Spanje noch het EK noch het WK gewonnen hebben.' Hoewel hij later ontkende dat hij die uitspraak gepleegd had, werpt het toch een ander licht op de 'gouden generatie' van Spanje.

Kortom, als je een en ander onder de loep legt, barst de voetbalgeschiedenis van de dopingaanwijzingen. Als uitsmijter nog een quote van de Duitse oud-international Paul Breitner: 'Als een voetballer denkt dat hij een basisplaats kan bemachtigen door zich te doperen of dat hij er meer geld door kan verdienen, waarom zou hij het dan niet doen? De motivatie om doping te nemen is bij een voetballer even groot als bij een wielrenner.'

1. De Haïtiaan Ernst Jean-Joseph liep op het WK 1974 tegen de dopinglamp., BELGAIMAGE
1. De Haïtiaan Ernst Jean-Joseph liep op het WK 1974 tegen de dopinglamp. © BELGAIMAGE

DOPINGGEVAL 1

Het eerste WK voetbal vond plaats in 1930, maar pas in 1966, op het WK in Engeland, werden de eerste dopingcontroles uitgevoerd. Sindsdien zijn er drie officiële dopinggevallen opgetekend.

Ernst Jean-Joseph heeft de twijfelachtige eer om als het eerste officiële dopinggeval op een WK de geschiedenis in te gaan. Op het WK 1974 in West-Duitsland werd de Haïtiaan na een verdienstelijke 1-3-nederlaag tegen Italië positief getest. Na de bekendmaking werd hij uit het trainingskamp gesleurd, geslagen en op het vliegtuig naar Haïti gezet. Dictator Jean-Claude 'Baby Doc' Duvalier kon er niet mee lachen, Jean-Joseph mocht blij zijn dat hij het overleefde.

2. De Schot Willy Johnston heeft zijn onschuld altijd uitgeschreeuwd., BELGAIMAGE
2. De Schot Willy Johnston heeft zijn onschuld altijd uitgeschreeuwd. © BELGAIMAGE

DOPINGGEVAL 2

Vier jaar later, op het WK 1978 in Argentinië, tekende de Schot Willie Johnston voor het tweede officiële dopinggeval. Nadat Schotland met 3-1 verloren had van Peru, moest Archie Gemmill een urinestaal afleveren. Maar Gemmill was zo gedehydrateerd dat Johnston zijn plaats innam. De linkerwinger werd positief bevonden op het stimulerende middel Fencamfamin. Zelf schreeuwde hij altijd zijn onschuld uit en achteraf verklaarde hij: 'De FIFA was altijd op zoek naar een dopingzondebok. Was dit gebeurd met een Engelse speler of met iemand uit een groot land zoals Italië of Brazilië, dan hadden ze een oogje dichtgeknepen.'

3. Op het WK 1994 werden vijf varianten van efedrine in het bloed van Diego Maradona gevonden., BELGAIMAGE
3. Op het WK 1994 werden vijf varianten van efedrine in het bloed van Diego Maradona gevonden. © BELGAIMAGE

DOPINGGEVAL 3

Het meest beroemde officiële dopinggeval kwam er echter op het WK 1994 in de Verenigde Staten: Diego Maradona werd er geschorst. Er werden vijf varianten van efedrine, een verboden stimulerend middel, gevonden in zijn bloed. Later zou Maradona herhaaldelijk insinueren dat er bij de Argentijnse nationale ploeg spelers gedopeerd werden.

Maradona was de laatste speler die door de FIFA betrapt werd op doping. Volgens de FIFA-statistieken is het voetbal op WK's sinds 1994 dus altijd clean geweest.

In het Château de Grande Romaine in Lésigny, een gemeente vlak bij Parijs, ligt Roberto Carlos op het bed in zijn hotelkamer. De Braziliaanse linksachter luistert met een grote koptelefoon naar muziek en zingt mee met zijn ogen toe. Het is zijn manier om zich te concentreren op een van de belangrijkste matchen uit zijn carrière: de finale van het WK. Op deze 12e juli van het jaar 1998 nemen de Goddelijke Kanaries het straks in het Stade de France op tegen thuisploeg Frankrijk, met onder meer Zinédine Zidane.Wanneer Roberto Carlos zijn ogen eventjes opent, schrikt hij zich echter rot. Op het bed naast hem ligt zijn kamergenoot Ronaldo te schokken. Er komt schuim uit de mond van de spits en zijn ogen schieten alle kanten uit. Roberto Carlos rent de gang van het hotel op en roept uit alle macht: 'Help, Ronaldo sterft!' Alle spelers komen verschrikt uit hun kamer. Het is middenvelder César Sampaio die tot de actie overgaat: hij trekt de tong uit de keel van de stuiptrekkende aanvaller. Ondertussen moeten een paar andere ploegmaats Ronaldo in bedwang houden. Daarna valt die in slaap. Hij wordt in allerijl naar kliniek Les Lilas gebracht, waar er een elektrocardiogram, een elektro-encefalogram, een CT-scan en een hartonderzoek bij hem wordt afgenomen. Chef-arts Philippe Krief verklaarde later dat er geen aanwijzingen voor een stuip waren geweest. Ronaldo had zich 'normaal' gedragen toen hij binnenkwam en hij vertrok weer 'met een glimlach'. Al de rest viel onder de zwijgplicht. Maar dat er iets aan de hand was met de Braziliaanse spits, bleek wel in de finale. Hij voetbalde als een slappe vod en bleek tot geen enkele fatsoenlijke actie in staat. Tot overmaat van ramp ging hij in de fout bij het openingsdoelpunt van Frankrijk. Op een corner moest hij Zidane, de slechtste kopper van Les Bleus, dekken. Wanneer de hoekschop wordt getrapt, loopt Zidane vanaf de zestienmeterlijn in, vlak langs Ronaldo, en kopt ongehinderd binnen: 1-0. Ronaldo verzet geen stap. Brazilië wordt uiteindelijk ingeblikt met 3-0. Op het thuisfront is men woedend. De wildste geruchten over Ronaldo doen de ronde, maar de overheersende vraag op dat moment is: heeft Nike, dat met de Braziliaanse voetbalbond het tot dan toe duurste sponsorverdrag uit de voetbalgeschiedenis had afgesloten, geëist dat Ronaldo zou spelen? Het Braziliaanse congres stelt een onderzoek in naar het contract met Nike. Dat onthulde vooral veel corruptie en wetteloosheid bij de Braziliaanse voetbalbond, met als spilfiguur bondsvoorzitter Ricardo Teixeira. Bovenstaande anekdote staat beschreven in een boek uit 2015 van de Duitse onderzoeksjournalist Thomas Kistner: Shot, de shockerende waarheid over voetbaldoping. Kistner stelt in dat boek een vraag die destijds bij niemand opkwam: was Ronaldo's levensbedreigende attaque een reactie op de voortdurende toediening van cortisonen en de zware pijnstiller lidocaïne, waarmee zijn kapotte knie naar verluidt steeds opnieuw werd ingespoten? De laatste injectie had hij immers een kwartier voor zijn aanval gekregen. Vier jaar later, in 2002, ontkende Ronaldo dat hij ooit lidocaïne had gekregen. Niet verwonderlijk ook, want dat zou doping geweest zijn. Maar de Braziliaanse spits, toen 22 jaar, stond op het WK 1998 onder immense druk. Hij zou er voor het eerst op het wereldtoneel verschijnen. En dat zonder zijn aanvalsmaatje Romário, die geblesseerd had moeten afhaken. De hoop van een hele natie rustte dus op zijn schouders. Zijn knie was toen al onderwerp van gesprek. Meestal trainde hij apart, met bezweet gezicht. Voor de wedstrijden werd hij fit gemaakt met spuitjes. In de halve finale was de uitwerking sensationeel, want de spits maakte tegen Nederland de 1-0 en scoorde ook tijdens de penaltyreeks. Maar de teamarts van Brazilië lag voortdurend overhoop met Ronaldo's persoonlijke fysiotherapeut Nilton Petrone. Die wees op een extreme verwijding van de beenspieren en waarschuwde voor een overbelasting van de beschadigde knie. Jaren later beweerde dokter Bernardino Santi, de antidopingchef van de Braziliaanse voetbalbond, dat de veelvuldige blessures van Ronaldo te herleiden waren tot vroeg en intensief dopinggebruik. De spits zou al doping hebben gekregen toen hij in 1996 naar PSV kwam, zo schrijft Kistner in zijn boek. De Duitse journalist citeert Santi, die zegt: 'Ik heb met collega's in Nederland gesproken. Zij vertelden me dat Ronaldo zeer blessuregevoelig was en in zijn tijd bij PSV met steroïden werd aangesterkt. Met als resultaat dat zijn spieren sterker groeiden dan zijn pezen konden dragen.' Het was net die 'disproportionele rijping' die Petrone ook al had aangekaart bij de teamarts van de Goddelijke Kanaries. Volgens Santi werd Ronaldo in zijn groeifase behandeld met anabolen. 'Het spierstelsel is sterk gegroeid, maar niet de binnenkant. Op een aanvankelijke verbetering volgt dan een verslechtering.' Ronaldo's gevoeligheid voor peesblessures was inderdaad bizar. Hij scheurde zijn knieschijfband driemaal, een hoogst zeldzame blessure. Het dagblad Folha de S. Paolo had nog maar amper over dokter Santi's uitspraken bericht of de arts werd door voorzitter Teixeira ontslagen. De reden: 'De persoon Ronaldo verdient meer respect!' Ook bij PSV werd destijds geprikkeld gereageerd op de uitspraken van Santi. Directeur Jan Reker: 'Ik durf het zelfs niet na te gaan bij onze clubarts, zo'n onzin is het.' Maar, zo schrijft Kistner, vijf jaar later haalde Santi zijn gram. Hij verwees naar profvoetballer Daniel Carvalho, die aan het einde van zijn carrière dezelfde gewrichtsproblemen had als Ronaldo. Carvalho speelde van 2003 tot 2010 voor CSKA Moskou en kreeg bij de Russische topclub naar eigen zeggen injecties met anabolen om zijn spieren te versterken. Daarna had hij enorme problemen met afvallen. Santi constateerde dat dezelfde problemen optraden bij Braziliaanse profs 'die in Europa bij clubs speelden die minder in de belangstelling stonden en daardoor minder op doping werden gecontroleerd'. Vooral in Oost-Europa. Ook Ronaldo kampte gedurende heel zijn carrière met gewichtsproblemen. Zijn bijnaam evolueerde van Il Fenomeno naar O Gordo, de Dikke. Zou doping in het voetbal dan toch veel algemener verspreid zijn dan men ons wil doen geloven? Af en toe was er wel een donderslag bij heldere hemel, bijvoorbeeld met de nandrolonaffaires van onder meer Edgar Davids, Frank de Boer en Pep Guardiola, maar veel meer dan wat foutjes in de marge leek dat niet. Vaak werd ter verdediging ook nog eens aangevoerd dat ze die nandrolon 'per ongeluk' via vervuilde voedingssupplementen in hun lichaam kregen. Daarmee was de kous af. Ook tekenend: in de 88-jarige geschiedenis van het WK werden slechts drie officiële dopinggevallen geregistreerd (zie kader). Maar als we terug in de tijd duiken, zoals Kistner ook doet in zijn boek, komen er toch heel wat verontrustende aanwijzingen naar boven. Neem nu het WK van 1958 in Zweden. Er zijn tal van foto's beschikbaar van Pelé op dat WK, waarop te zien is hoe de 17-jarige superster injecties krijgt. Je kunt je afvragen met wat voor middelen een tiener moet ingespoten worden. Beroemd is de foto waarop masseur Mario Américo een spuit diep in de bovenarm van Pelé steekt. De kale Américo was er op de WK's van 1950 tot 1974 altijd bij. Hij was al net zo legendarisch als de leren gordel waarin hij zijn geheimzinnige zalfjes en producten droeg. Over de farmaceutische gang van zaken is er officieel niets bekend, maar Américo had wel een hoog aanzien bij de nationale ploeg. Op de website van de FIFA is er zelfs een hele pagina aan hem gewijd, met niets dan lovende woorden voor een 'legendarische masseur'. Waarom hij spelers injecties gaf en wat er nu precies aan zijn gordel hing, daar wordt niet over uitgeweid. Ook aan het WK 1974 in West-Duitsland hangt een dopinggeurtje. Uit een onderzoeksrapport van de universiteit van Berlijn van een aantal jaren geleden blijkt dat er in de jaren 70 in West-Duitsland een door de overheid gestimuleerde systematische vorm van doping bestond. Met de financiële steun van het ministerie van Binnenlandse Zaken deden artsen in die periode onderzoek naar anabolen en testosteron. In eerste instantie werden al die middelen ingezet om op de Olympische Zomerspelen van München in 1972 medailles te halen, maar ook het voetbal was erbij betrokken, zo bleek uit gerechtelijke stukken die pas in 2015 openbaar werden gemaakt. Zoals zo vaak in de sport komt de waarheid pas tientallen jaren later aan het licht. Zolang moesten de spelers van de 'gouden generatie' van Algerije, die op het WK 1986 de 1/8 finales haalden, niet wachten op de waarheid. Minstens acht van de voetballers uit de Algerijnse kern kregen immers later gehandicapte kinderen. De vermoedelijke oorzaak: dubieuze artsen, afkomstig uit Rusland, zouden de internationals zonder hun medeweten met gevaarlijke dopingmiddelen behandeld hebben. In 2010 kwam Mohamed Kaci Saïd, middenvelder van het Algerijnse elftal in 1986 in Mexico, als eerste naar buiten met zijn verdenking: 'Wij willen weten of de Sovjetartsen ons destijds hebben volgestopt met schadelijke stoffen.' De FIFA reageerde niet. Een jaar later getuigde centrumspits Djamel Menad, wiens dochter aan een hersenafwijking en spierslapte leed: 'Op elke bijeenkomst van het nationale elftal gaf een dokter ons gele pillen. Ik vond de vorm ervan merkwaardig, maar destijds heeft iedereen ze onbezorgd geslikt. Nu zouden we hem daar vragen over stellen.' Bij de FIFA bleef het stil. Ook verdediger Mohamed Chaïb kwam dan naar buiten met zijn verhaal: zijn dochter leed aan een spierziekte en overleed in 2005. In 1999 werd hij vader van een tweeling met dezelfde handicap. Voor hem was het toen duidelijk: 'Onze sportcarrière is de oorzaak van onze gehandicapte kinderen.' In de herfst van 2011 zochten Chaïb, Menad en Saïd de publiciteit: de zender France 2 zond een uitgebreide reportage uit met hun shockerende verhaal. Na de uitzending liepen er telefoontjes binnen van nog vijf internationals uit die periode die óók gehandicapte kinderen hadden. De Franse tv-zender spoorde daarop de Russische teamarts van destijds, een zekere Sasja Tabartsjoek, op in een kliniek in Tsjeljabinsk, 1500 kilometer ten oosten van Moskou. Professor Tabartsjoek gaf inderdaad toe dat hij het Algerijnse elftal had behandeld in de jaren 80. Maar: met vitaminen. Om precies te zijn: 'Van Franse en Zwitserse makelij.' Ze zouden betaald zijn door de Algerijnse voetbalbond, aldus Tabartsjoek. De spelers zelf hebben het over grote hoeveelheden pillen en poeders. Ze weigeren te geloven dat het om vitamines ging. Tot op de dag van vandaag hebben ze daarover nog geen antwoorden gekregen. Nog dit: volgens de officiële dopingstatistieken van de FIFA was Algerije clean op het WK van 1986. In 1987, een jaar na het WK in Mexico, publiceerde de Duitse doelman Toni Schumacher zijn biografie Anpfiff (Kick-off). Dat boek deed nogal wat stof opwaaien, onder meer om deze opmerkelijke fragmenten: 'Tijdens de training probeerden een paar spelers en ik medicijnen. Het werd door een arts voorgeschreven: hoestdrankjes met de hoogste doses efedrine. Ik was echt niet de enige, maar het was een taboe, het werd verzwegen, alles was stiekem.' 'Sommige voetballers konden niet meer spelen zonder die medicijnen. Mijn opgepepte collega's vlogen als duivels over het veld. Pillen en macht, die twee zijn niet meer weg te denken in hun leven. Mijn Keulse vrienden en ik zijn absoluut niet de enigen die de verleiding om doping te gebruiken niet kunnen weerstaan. In de Bundesliga kent doping een lange traditie.' 'Sommige spelers uit de nationale ploeg waren echte wereldkampioenen... als het over Stärkungschemie (letterlijk: versterkende chemie, nvdr) ging. Onder hen een speler uit München, die we de 'wandelende apotheek' noemden.' Het boek veroorzaakte veel ophef, maar met de nochtans explosieve informatie werd niets gedaan. Schumacher werd uit de nationale ploeg gezet en ontslagen bij zijn club 1. FC Köln. Tegenwoordig weten we, zo schrijft Thomas Kistner in zijn boek, dat Armin Klümper, een dokter-goeroe uit Freiburg, in de jaren 70 en 80 heel wat voetbalclubs van anabolen voorzag en dat talloze Duitse internationals zijn deur plat liepen. Ook voetbalicoon Paul Breitner gaf later toe dat hij op de hoogte was van het dopinggebruik: 'Doping is de norm in voetbal, net zoals in andere sporten.' En dan is er nog Franz Beckenbauer. Der Kaiser verklaarde al in een interview in 1977 (!) aan het blad Stern hoe hij zich fit hield: 'Ik heb daar een speciale methode voor: de injectie van mijn eigen bloed. Verschillende keren per maand tapt mijn vriend Manfred Köhnlechner bloed uit mijn arm en injecteert dat opnieuw in mijn billen. Het resultaat daarvan is dat het aantal witte en rode bloedcellen stijgen.' Een soort bloeddoping avant la lettre dus. Niet alleen in Duitsland werd er in die periode volop geslikt en gespoten. Andere landen bleven niet achter. Zo zei de Nederlandse oud-international Johnny Rep in 2013 aan de tv-zender RTV Noord-Holland: 'Ik heb weleens voor een Europacupwedstrijd zo'n amfetaminepilletje geslikt. Doping? Dat was geen geheim. Toen deed iedereen dat.' Rep verklapte nog meer dingen en sprak ook over andere landen. Bij AS Saint-Etienne, waar de Nederlandse aanvaller van 1979 tot 1983 voetbalde, werden alle spelers voor een UEFA Cupduel tegen PSV, op 1 november 1979, aan het infuus gelegd. Ook aanvoerder Michel Platini. Wat het ook geweest mag zijn wat Rep en de zijnen voor die match toegediend kregen, het werkte: PSV had de thuiswedstrijd met 2-0 gewonnen, maar in Frankrijk begon Saint-Etienne als bezeten aan de match en stond het na vijf (!) minuten al 3-0, goals van Jean-François Larios, Platini en Jacques Santini. 'Nooit, echt nooit heeft men zoiets in een Europacup gezien', krijste de Franse commentator. Uiteindelijk won ASSE met 6-0... Hoe verder we opschuiven in de tijd, hoe minder expliciete dopinggetuigenissen er te vinden zijn. Maar toch stoot je af en toe nog op een voetballer die een tipje van de sluier oplicht. Dat doet bijvoorbeeld ex-international Emmanuel Petit in zijn autobiografie A fleur de peau, die in 2008 verscheen. De Franse middenvelder, die in de basis stond in de finale van het WK 1998 tegen Brazilië, schrijft daarin: 'Ik heb nooit begrepen wat sommige spelers dreef om zich te doperen. Je fysieke capaciteiten verbeteren, dat werkt slechts voor een tijdje en het komt neer op spelen met je leven. Ik ben nooit rechtstreeks geconfronteerd geweest met doping, maar ik denk dat het bestaat in het voetbal. Ik heb het nooit met mijn eigen ogen gezien, maar ik heb veel vermoedens omtrent bepaalde spelers, zowel ploegmaats als tegenstanders. Het is een heel groot taboe.' Want ook Frankrijks 'gouden generatie' - met onder meer Zinédine Zidane, Didier Deschamps, Lilian Thuram, Fabien Barthez en ook Petit - is niet vrij van verdenkingen. Deschamps en Zidane waren eind jaren 90 actief bij Juventus, een ploeg waar spelers, ook onder meer huidig Chelseacoach Antonio Conte, systematisch gedopeerd werden. Niet alleen met creatine, zoals Zidane en Deschamps voor een rechter in Turijn hebben opgebiecht, maar ook met erytropoëtine, ofte epo. Die destijds nieuwe vorm van bloeddoping had ook al uitgebreid zijn weg naar het wielerpeloton gevonden - denk maar aan de Tour van 1998 en de Festina-affaire. De teamdokter van Juventus, Riccardo Agricola, werd in 2005 schuldig bevonden aan het toedienen van verboden substanties aan de spelers van de Oude Dame en veroordeeld tot 22 maanden cel. De arts ging echter in beroep en werd daar vrijgesproken op basis van een procedurefout. Klap op de vuurpijl: wie kwam afgelopen zomer in alle stilte aan het hoofd te staan van de medische staf van Juventus? Juist: Riccardo Agricola. Dat Zinédine Zidane zich ook na zijn Juventusperiode nog dopeerde, bewees zijn vriend Johnny Hallyday per ongeluk in een tv-interview in 2003. Daarin zei de onlangs overleden rockzanger dat hij 'een verjongingskuur via bloedverversing' ondergaan had in een Zwitsers ziekenhuis. Een tip van Zidane, die daar twee keer per jaar naartoe ging, zo flapte Halliday eruit. De naam van de huidige coach van Real Madrid duikt ook in andere dopingonderzoeken op. Zo is er de getuigenis van Erwann Menthéour. De Franse ex-wielerprof was klant bij Dottore Epo, de beruchte Italiaanse arts Michele Ferrari, die een levenslange schorsing kreeg nadat zijn diensten voor Lance Armstrong waren onthuld. In Ferrari's praktijk in het Italiaanse Ferrara, zo vertelde Menthéour de onderzoekers in 1999, had hij ook Zidane gezien. Helaas deed de wielerprof die uitspraak niet tijdens het onderzoek, maar daarna bij een pintje. Later wilde Menthéour geen namen meer noemen, omdat hij veel dreigementen kreeg. Hetzelfde overkwam Eufemiano Fuentes, de Spaanse dopingarts wiens netwerk in 2006 ontmaskerd werd. Meteen lagen de namen van heel wat wielrenners die klant bij Fuentes waren, op straat. Lange tijd werd ook gewag gemaakt van 'grote namen uit andere sporten, ook uit het voetbal', maar tot op vandaag is het gissen over wie het gaat. Nochtans weet Stéphane Mandard, journalist bij de Franse kwaliteitskrant Le Monde, dat de bewijsstukken bestaan. Hij bouwde een vertrouwensrelatie op met Fuentes en bracht hem meermaals een bezoek in Gran Canaria. 'Fuentes liet me meerdere documenten zien die naar spelers van Betis Sevilla, Valencia, Real Madrid en FC Barcelona verwezen. Medicatieschema's voor een heel seizoen.' Voor een senaatscommissie in Parijs verklaarde Mandard zelfs: 'Ik heb Fuentes' bevestiging dat hij ook spelers van grote clubs behandelde.' De dopingdokter zou de namen echter nooit prijsgeven, want ook hij werd tot drie keer toe met de dood bedreigd. Fuentes zou ooit gezegd hebben: 'Als ik zou spreken, dan zou Spanje noch het EK noch het WK gewonnen hebben.' Hoewel hij later ontkende dat hij die uitspraak gepleegd had, werpt het toch een ander licht op de 'gouden generatie' van Spanje. Kortom, als je een en ander onder de loep legt, barst de voetbalgeschiedenis van de dopingaanwijzingen. Als uitsmijter nog een quote van de Duitse oud-international Paul Breitner: 'Als een voetballer denkt dat hij een basisplaats kan bemachtigen door zich te doperen of dat hij er meer geld door kan verdienen, waarom zou hij het dan niet doen? De motivatie om doping te nemen is bij een voetballer even groot als bij een wielrenner.'